Koninklijk Besluit van 10 september 2010
gepubliceerd op 22 september 2010
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2010003521
pub.
22/09/2010
prom.
10/09/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 SEPTEMBER 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat ter ondertekening aan Uwe Majesteit wordt voorgelegd, brengt een aantal wijzigingen aan in KB/WIB 92 op het stuk van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven.

Deze aanpassingen zijn noodzakelijk in het licht van de wijzigingen die door de economische herstelwet van 27 maart 2009 en de programmawet van 23 december 2009 zijn doorgevoerd inzake de belastingvermindering voor voormelde uitgaven.

Bespreking van de artikelen Artikel 1 Gelet op de aanpassing van artikel 6311bis , KB/WIB 92 in het kader van de belastingvermindering voor lage energiewoningen en nulenergie-woningen, vervangt dit artikel het opschrift van onderafdeling XXV van hoofdstuk I van het KB/WIB 92 door hetzelfde opschrift als dat van deel I, titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling IIquinquies van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) : « Vermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning ».

Artikelen 2 en 3 In het ontwerp van koninklijk besluit dat aan de Raad van State werd voorgelegd, bestond artikel 2 uit een deel A, met inwerkingtreding aanslagjaar 2011, en een deel B, met inwerkingtreding aanslagjaar 2012. In zijn advies stelde de Raad van State voor om het besluit op te splitsen in twee aparte besluiten (met in het ene besluit de wijzigingen vanaf aanslagjaar 2011 en in het andere de wijzigingen vanaf aanslagjaar 2012) om de leesbaarheid en de rechtszekerheid te bevorderen. Eerder dan het volledige besluit op te splitsen, werd ervoor geopteerd om enkel het bewuste artikel op te splitsen in een artikel 2, met inwerkingtreding aanslagjaar 2011, en een artikel 3, met inwerkingtreding aanslagjaar 2012. Op die manier blijven alle wijzigingen aan artikel 6311, KB/WIB 92 die verband houden met de wijzigingen die door recente wetten werden aangebracht gegroepeerd binnen één besluit, wat het opzoekingswerk voor de belastingplichtigen vergemakkelijkt.

Wijzigingen aan artikel 6311, §§ 1 en 2, KB/WIB 92 (artikelen 2, 1°, en 3, 1° en 2°, van het besluit) Deze bepalingen brengen een aantal wijzigingen aan in artikel 6311, §§ 1 en 2, KB/WIB 92 inzake de verplichte vermeldingen op de factuur en de lijst van documenten die door de belastingplichtige ter beschikking moeten worden gehouden van de administratie.

Door de economische herstelwet van 27 maart 2009 en de programmawet van 23 december 2009 werden een aantal wijzigingen aangebracht aan het stelsel van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven.

Zo werd bv. het mechanisme van de overdracht ingevoerd voor verminderingen die verband houden met uitgaven voor werken aan een woning die vijf jaar of langer in gebruik is genomen bij het begin van de werken (artikel 14524, § 1, vijfde lid, WIB 92), komen bepaalde verminderingen in aanmerking voor de omzetting in een belastingkrediet (artikel 156bis, eerste lid, 2° en 3°, WIB 92) en wordt vanaf aanslagjaar 2012 het maximumbedrag van de vermindering niet langer verhoogd voor verminderingen die verband houden met uitgaven voor thermische zonnepanelen.

Teneinde een correcte toepassing van deze bepalingen mogelijk te maken, moeten zowel de belastingplichtige als de fiscale administratie over meer gegevens beschikken dan die welke momenteel worden opgelegd door artikel 6311, §§ 1 en 2, KB/WIB 92.

Het betreft o.m. de datum van de aanvang van de werken, informatie omtrent de ingebruikname van de woning en desgevallend een betere uitsplitsing van de uitgaven volgens de aard van de werken.

In navolging van het advies van de Raad van State wordt als rechtsgrond voor de aangebrachte wijzigingen ook de algemene uitvoeringsbepaling vervat in artikel 108 van de Grondwet vermeld, naast de uitdrukkelijke machtiging vervat in artikel 14524, § 1, zevende lid, WIB 92.

Wijzigingen aan artikel 6311, § 3, KB/WIB 92 (artikelen 2, 2°, en 3, 3° en 4°, van het besluit) Artikel 6311, § 3, KB/WIB 92 legt de aanrekeningsregels vast voor de belastingverminderingen voor energiebesparende uitgaven als bedoeld in artikel 14524, § 1, WIB 92.

De uitbreiding van de mogelijkheid om bepaalde belastingverminderingen om te zetten in een belastingkrediet (aanvulling van artikel 156bis, eerste lid, WIB 92 met een bepaling onder 3°) vereist vanaf aanslagjaar 2011 ook een aanpassing van artikel 6311, § 3, vijfde lid, 1° en 2°, KB/WIB 92 (artikel 2, 2°, van dit besluit). Het feit dat vanaf aanslagjaar 2012 het maximumbedrag van de belastingvermindering niet meer wordt verhoogd voor verminderingen die verband houden met uitgaven voor thermische zonnepanelen (uitgaven als bedoeld in 14524, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92) maakt het onderscheid tussen de vermindering voor uitgaven voor thermische panelen en de vermindering voor uitgaven voor fotovoltaïsche panelen in artikel 6311, § 3, derde en zesde lid, KB/WIB 92 vanaf aanslagjaar 2012 overbodig (artikel 3, 3° en 4° van dit besluit).

Artikel 4 Door de programmawet van 23 december 2009 is de belastingvermindering voor passiefwoningen vanaf aanslagjaar 2011 uitgebreid met een belastingvermindering voor lage energiewoningen en nulenergiewoningen (artikel 14524, § 2, WIB 92).

Deze uitbreiding vereist een aanpassing van de uitvoeringsbepalingen vervat in artikel 6311bis, KB/WIB 92.

Certificaten (artikel 6311bis , §§ 1 en 2, KB/WIB 92 zoals vastgelegd in artikel 4 van het besluit) Tot en met 2009 konden de « kwaliteitsverklaring passiefhuis » en de « déclaration de qualité de maison passive » uitgereikt door « VZW Passiefhuis-Platform » en « Plate-forme Maison passive ASBL » gelden als certificaat in het kader van de belastingvermindering.

Door de uitbreiding van de maatregel met lage energiewoningen en nulenergiewoningen is er vanaf 2010 een specifiek fiscaal certificaat vereist.

De inhoud van dit certificaat wordt nu bepaald en de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde zal het model ervan vastleggen (artikel 6311bis , § 1, derde lid, KB/WIB 92 zoals gewijzigd door dit besluit).

De certificaten lage energiewoning, passiefwoning en nulenergiewoning kunnen vanaf aanslagjaar 2011 worden uitgereikt door een door de Koning erkende instelling, door de bevoegde gewestelijke administratie of door gelijkaardige instellingen of administraties gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

De « VZW Passiefhuis-Platform » en « Plate-forme Maison passive ASBL » waren reeds door de Koning erkend voor de kalenderjaren 2007, 2008 en 2009.

Deze erkenning wordt met twee jaar verlengd (artikel 6311bis, § 1, eerste lid, KB/WIB 92 zoals gewijzigd door dit besluit).

Net als de door de Koning erkende instellingen moeten ook bevoegde gewestelijke administraties aan de belastingadministratie een afschrift bezorgen van de certificaten die ze uitreiken (artikel 6311bis , § 2, eerste lid, KB/WIB 92 zoals gewijzigd door dit besluit).

Deze verplichting wordt niet opgelegd aan de gelijkaardige instellingen of administraties gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte : certificaten uitgereikt door buitenlandse instellingen of administraties moeten door de belastingplichtige ter beschikking worden gehouden van de administratie (artikel 6311bis , § 2, tweede lid, KB/WIB 92 zoals gewijzigd door dit besluit).

Te compenseren resterende energievraag (artikel 6311bis , § 3, KB/WIB 92 zoals vastgelegd in artikel 4 van het besluit) Een nulenergiewoning is een in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte gelegen woning die voldoet aan de normen van een passiefwoning en waarin de resterende energievraag voor ruimteverwarming en koeling volledig wordt gecompenseerd door ter plaatse opgewerkte hernieuwbare energie (artikel 14524, § 2, vierde lid, WIB 92).

In uitvoering van de machtiging die aan de Koning is verleend en na overleg met de Gewesten, wordt in artikel 6311bis , § 3, eerste lid, KB/WIB 92 zoals ingevoegd door dit besluit, bepaald dat in het kader van de compensatie van de resterende energievraag voor nulenergiewoningen onder de opwekking van hernieuwbare energie wordt verstaan de opwekking van energie door thermische en fotovoltaïsche zonnepanelen en door warmtepompen.

Ook het energieverbruik van deze methodes van opwekken van hernieuwbare energie (bv. het energieverbruik van een warmtepomp) moet worden gecompenseerd door ter plaatse opgewekte energie.

Het aantal kWh hernieuwbare energie dat wordt geproduceerd, moet worden berekend aan de hand van de EPB-methode die op de woning van toepassing is (of wanneer die methode daarin niet voorziet, aan de hand van Europese of internationale procedures) (artikel 6311bis , § 3, KB/WIB 92 zoals ingevoegd door dit besluit).

Artikel 5 De wijzigingen die worden aangebracht aan de artikelen 6311 en 6311bis , KB/WIB 92 treden in beginsel vanaf aanslagjaar 2011 in werking (artikel 5, eerste lid, van het besluit), ook de bepalingen inzake de verplichte vermeldingen op factuur.

Om administratieve overlast voor de aannemers te vermijden, wordt evenwel bepaald dat wanneer op datum van de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad reeds een factuur of een bijlage bij een factuur werd opgemaakt overeenkomstig de huidige bepalingen van artikel 63, § 1, KB/WIB 92, er geen nieuwe factuur of bijlage moet worden opgemaakt (artikel 5, tweede lid, van dit besluit).

De wijzigingen opgenomen in artikel 3 houden evenwel verband met het feit dat vanaf aanslagjaar 2012 het maximumbedrag van de belastingvermindering niet meer wordt verhoogd voor verminderingen die verband houden met uitgaven voor thermische zonnepanelen (uitgaven als bedoeld in 14524, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92) en treden dus logischerwijze ook pas vanaf aanslagjaar 2012 in werking (artikel 5, derde lid, van het besluit).

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS De Staatssecretaris voor de Milieufiscaliteit, toegevoegd aan de Minister van Financiën, B. CLERFAYT

Advies 48.554/1/V van 10 augustus 2010 van de afdeling wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling Wetgeving, eerste vakantiekamer, op 20 juli 2010 door de Staatssecretaris bevoegd voor de Milieufiscaliteit verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de vermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning », heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan.

STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 1. Het om advies voorgelegde ontwerp strekt tot wijziging van het opschrift en een aantal bepalingen van afdeling XXVsepties van hoofdstuk 1 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : KB/WIB 92).Het gaat om uitvoeringsregels met betrekking tot de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning toegekend bij artikel 14524 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 92). 2.1. Voor het merendeel van de ontworpen bepalingen kan rechtsgrond worden gevonden in de onderdelen van artikel 14524 WIB 92 die in de aanhef worden vermeld, namelijk paragraaf 1, zevende lid, en paragraaf 2. 2.2. Voor het vervangen en het wijzigen van artikel 6311 », § 2 KB/WIB 92 (zie artikel 2, A en B, 1 ° en 2°, van het ontwerp) kan geen beroep worden gedaan op de machtigingen vervat in de voormelde bepalingen.

Voor het vaststellen van die regels met betrekking tot de documenten die de belastingplichtige ter beschikking van de fiscus moet houden en welke gegevens die documenten dienen te bevatten om het voordeel van de belastingsvermindering te kunnen genieten - die nodig blijken te zijn voor een juiste toepassing van de wet en de controle erop -, kan worden teruggevallen op de in de aanhef vermelde onderdelen van artikel 14524 WIB 92, gelezen in samenhang met artikel 108 van de Grondwet.

ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef Gelet op wat over de rechtsgrond is opgemerkt, zal vooraan in de aanhef een verwijzing naar artikel 108 van de Grondwet toegevoegd dienen te worden.

Artikel 2 Artikel 2 van het ontwerp is vatbaar voor redactionele verbetering. De indeling ervan is immers weinig overzichtelijk, terwijl ook de gebruikte techniek waarbij artikel 2, B, van het ontwerp wijzigingen bevat aan artikel 6311 KB/WIB 92 met uitwerking vanaf aanslagjaar 2012, zoals het met uitwerking vanaf aanslagjaar 2011 zal zijn vervangen bij artikel 2, A, van het ontwerp, niet bevorderlijk is voor de leesbaarheid en dus voor de rechtszekerheid.

Het opsplitsen van het ontwerp in twee aparte besluiten met in het ene besluit de wijzigingen vanaf het aanslagjaar 2011 en in het andere besluit de wijzigingen die vanaf het aanslagjaar 2012 moeten gelden, zou het geheel al minder complex maken.

Bovendien verdient het aanbeveling om de draagwijdte van de wijzigingen die met het ontwerp worden beoogd telkens toe te lichten in een verslag aan de Koning.

De kamer was samengesteld uit : de heren : M. Van Damme, kamervoorzitter;

J. Baert, S. De Taeye, staatsraden;

J. Velaers, assessor van de afdeling wetgeving.

Mevr. A. Beckers, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door Mevr. I. Verheven, auditeur.

De overeenstemming tussen de Nederlandse en de tekst Franse werd nagezien onder toezicht van de heer P. Lemmens, voorzitter van de kamer.

De griffier, A. Beckers.

De voorzitter, M. Van Damme.

10 SEPTEMBER 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 : - artikel 14524, § 1, zevende lid, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de programmawet van 23 december 2009; - artikel 14524, § 2, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2009 en de programmawet van 23 december 2009;

Gelet op het KB/WIB 92;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 juni 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting van 16 juli 2010;

Gelet op advies 48.554/1/V van de Raad van State, gegeven op 10 augustus 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Onze Staatssecretaris voor de Milieufiscaliteit, toegevoegd aan de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In hoofdstuk I van het KB/WIB 92 wordt het opschrift van afdeling XXVsepties, ingevoegd bij koninklijk besluit van 20 december 2002 en vervangen bij koninklijk besluit van 12 juli 2009, vervangen als volgt : « Afdeling XXVsepties. - Vermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 14524) ».

Art. 2.In artikel 6311 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 20 december 2002 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 2004, 27 januari 2009, 8 februari 2010 en 6 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt : « § 1.De in artikel 14524, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde uitgaven worden slechts in aanmerking genomen voor de in dat artikel vermelde belastingvermindering indien de daarmee verband houdende werken voldoen aan de volgende voorwaarden : A. Uitgaven bedoeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 1° de werken die aan de basis liggen van de uitgaven worden uitgevoerd door een persoon die op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst voor de uit te voeren werken geregistreerd is overeenkomstig artikel 401 van het genoemde Wetboek of op grond van een overeenkomstige bepaling die van kracht is in de Lidstaat van de Europese Unie waar deze persoon is gevestigd;2° wat de vervanging van oude stookketels betreft, komen enkel de volgende types van installatie in aanmerking : - condenserende ketel; - stookketel op hout; - installatie met warmtepomp; - installatie met een systeem van microwarmtekracht-koppeling; 3° de geregistreerde aannemer waarborgt de gelijkvormigheid van de werken op grond van de elementen die zijn opgenomen in bijlage IIbis ;4° de door de geregistreerde aannemer uitgereikte factuur of de bijlage ervan moet : a) de woning aangeven waar de werken worden uitgevoerd;b) voor werken als bedoeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 2° tot 3°bis, van het genoemde Wetboek, de datum van de aanvang van die werken vermelden;c) desnoods, de verdeling van de kosten van de werken opgeven tussen : - de werken die zijn vermeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van het genoemde Wetboek en - de andere werken;d) de volgende formule bevatten : « Verklaring met toepassing van artikel 6311 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Ik, ondergetekende .. . . ., bevestig dat : - ............ (per maatregel de vermeldingen overnemen die worden opgelegd door bijlage IIbis van het KB/WIB 92); - de werken zijn uitgevoerd in een woning die, volgens de informatie verstrekt door (naam van de personen vermeld op de factuur), sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning op (datum van de aanvang van de werken). (verplicht op te nemen vermelding indien werken als vermeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn uitgevoerd) (datum) (naam) (handtekening) »;

B. Uitgaven voor een energie-audit 1° de energie-audit van de woning als bedoeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 7°, van het genoemde Wetboek, wordt uitgevoerd overeenkomstig de geldende gewestelijke wetgeving;2° de factuur voor de energie-audit of de bijlage ervan moet : a) de woning aangeven waarvoor de energie-audit wordt uitgevoerd;b) de volgende formule bevatten : « Verklaring met toepassing van artikel 6311 van het KB/WIB 92 betreffende de energie-audit Ik, ondergetekende .. . . ., bevestig dat : - de energie-audit is uitgevoerd overeenkomstig de geldende gewestelijke wetgeving; - de energie-audit is uitgevoerd voor een woning die, volgens de informatie verstrekt door (naam van de vermeld op de factuur), sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning op (datum van de audit). (datum) (naam) (handtekening). » § 2. De belastingplichtige die het voordeel vermeld in artikel 14524, § 1, van het genoemde Wetboek aanvraagt, moet de volgende documenten ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën houden : - de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de uitgaven die zijn vermeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek; - het betalingsbewijs van de bedragen die voorkomen op die facturen; - desgevallend, de documenten die aantonen dat de woning bij het begin van de werken waarmee de uitgaven verband houden, ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning.

Wanneer op een factuur werken van verschillende aard zijn opgenomen, moet de belastingplichtige eveneens een door de aannemer uitgereikt document ter beschikking houden van de administratie dat toelaat de kosten van die werken als volgt te verdelen : - de werken die zijn vermeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot 6°, van het genoemde Wetboek; - de werken die zijn vermeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 2°, van het genoemde Wetboek; - de werken die zijn vermeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 3°, van het genoemde Wetboek; - de werken die zijn vermeld in artikel 14524, § 1, eerste lid, 3°bis, van het genoemde Wetboek. »; 2° in § 3, vijfde lid, 1° en 2°, worden de woorden « artikel 156bis, eerste lid, 2° » telkens vervangen door de woorden « artikel 156bis, eerste lid, 2° en 3° »;

Art. 3.In artikel 6311 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 20 december 2002 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 2004, 27 januari 2009, 8 februari 2010, 6 april 2010 en bij artikel 2 van dit besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, tweede lid, tweede streepje, worden de woorden « artikel 14524, § 1, eerste lid, 2°, » vervangen door de woorden « artikel 14524, § 1, eerste lid, 2° en 3°bis, »;2° in § 2, tweede lid, wordt het vierde streepje opgeheven;3° in § 3 worden het derde en zesde lid opgeheven : 4° in § 3, vijfde lid, dat het vierde lid is geworden, worden de woorden « in het vierde lid bedoelde groepen » vervangen door de woorden « in het derde lid bedoelde groepen ».

Art. 4.Artikel 6311bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 19 december 2007 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 november 2008 en 10 augustus 2009, wordt vervangen als volgt : « Art. 6311bis . - § 1. Voor de toepassing van artikel 14524, § 2, vijfde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden voor de kalenderjaren 2007 tot en met 2011 de volgende instellingen erkend : - « VZW Passiefhuis-Platform »; - « Plate-forme Maison passive ASBL ».

De "kwaliteitsverklaring passiefhuis" en de "déclaration de qualité de Maison passive" die gedurende de kalenderjaren 2007, 2008 en 2009 werden uitgereikt door de in het eerste lid erkende instellingen, gelden als certificaat bedoeld in artikel 14524, § 2, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek.

Voor de kalenderjaren 2010 en volgende wordt het model van het certificaat vastgelegd door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde. Het certificaat vermeldt de identificatiegegevens en de hoedanigheid van de belastingplichtigen aan wie het wordt uitgereikt, de ligging van de woning waarvoor het wordt uitgereikt, de norm waaraan de woning voldoet en, wat de nulenergiewoningen betreft, de hernieuwbare energiebronnen die worden gebruikt voor de compensatie. § 2. De in § 1, eerste lid, erkende instellingen en de bevoegde gewestelijke administraties bezorgen aan de administratie die bevoegd is voor de vestiging van de inkomstenbelastingen binnen de twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de certificaten als bedoeld in § 1, tweede en derde lid, werden uitgereikt, een elektronisch afschrift van de voormelde certificaten.

Wanneer het in § 1, derde lid, vermelde certificaat is uitgereikt door een gelijkaardige instelling of bevoegde administratie die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, houdt de belastingplichtige dit certificaat ter beschikking van de administratie. § 3. Voor de toepassing van de compensatie als bedoeld in artikel 14524, § 2, vierde lid, van het voormelde Wetboek, wordt onder « opwekking van hernieuwbare energie » verstaan de opwekking van energie door : 1° een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie;2° zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie;3° warmtepompen die gebruik maken van energie die in de vorm van warmte is opgeslagen : - in de omgevingslucht; - onder het vaste aardoppervlak; - in het oppervlaktewater.

Het eventuele energieverbruik van de in het eerste lid vermelde systemen moet eveneens worden gecompenseerd door ter plaatse opgewekte hernieuwbare energie.

Het aantal kWh opgewekte hernieuwbare energie wordt berekend aan de hand van de berekeningsmodaliteiten, met inbegrip van de formules voor de opwekking van hernieuwbare energie en de eventuele correctieparameters, die zijn opgenomen in de door de Richtlijn CE/2006/32 voorziene EPB-methode die op de woning van toepassing is.

Wanneer de EPB-reglementering die lokaal van toepassing is, niet voorziet in een waardering van de productie van hernieuwbare energie, wordt de omzettingsefficiëntie en de verhouding tussen input en output van de systemen en de apparatuur voor de opwekking van hernieuwbare energie beoordeeld aan de hand van de door de Europese Unie vastgestelde procedures of, bij gebrek daaraan, van internationale procedures. »

Art. 5.De artikelen 2 en 4 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2011.

Uitgaven als bedoeld in artikel 6311, § 1, van het KB/WIB 92 waarvoor op de datum van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad reeds een factuur of een bijlage bij een factuur is opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 6311, § 1, van het KB/WIB 92 zoals dit bestond vooraleer het door dit besluit werd gewijzigd, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden inzake de verplichte vermeldingen op de factuur of de bijlage ervan als vermeld in artikel 6311, § 1, A, 4°, en B, 2°, van het KB/WIB 92.

Artikel 3 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2012.

Art. 6.Onze Minister die bevoegd is voor Financiën, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 september 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS De Staatssecretaris voor de Milieufiscaliteit, toegevoegd aan de Minister van Financiën, B. CLERFAYT _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Wet van 10 augustus 2001, Belgisch Staatsblad van 20 september 2001.

Wet van 27 april 2007, Belgisch Staatsblad van 10 mei 2007, ed. 2, err. 24 mei 2007.

Wet van 27 maart 2009, Belgisch Staatsblad van 7 april 2009.

Programmawet van 23 december 2009, Belgisch Staatsblad van 30 december 2009, Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973.

Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatblad van 13 september 1993.

Koninklijk besluit van 20 december 2002, Belgisch Staatsblad van 28 december 2002.

Koninklijk besluit van 23 juni 2004, Belgisch Staatsblad van 7 juli 2004.

Koninklijk besluit van 19 december 2007, Belgisch Staatsblad van 27 december 2007.

Koninklijk besluit van 28 november 2008, Belgisch Staatsblad van 4 december 2008.

Koninklijk besluit van 27 januari 2009, Belgisch Staatsblad van 3 februari 2009.

Koninklijk besluit van 10 augustus 2009, Belgisch Staatsblad van 18 augustus 2009.

Koninklijk besluit van 8 februari 2010, Belgisch Staatsblad van 12 februari 2010.

Koninklijk besluit van 6 april 2010, Belgisch Staatsblad van 13 april 2010.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^