Koninklijk Besluit van 10 september 2010
gepubliceerd op 26 oktober 2010

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2010204022
pub.
26/10/2010
prom.
10/09/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

10 SEPTEMBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 september 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 december 2009 Permanente vorming (Overeenkomst geregistreerd op 17 februari 2010 onder het nummer 97552/CO/220) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die tot de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid. § 2. Met "bedienden" worden de mannelijke en de vrouwelijke bedienden bedoeld. HOOFDSTUK II. - Kader

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten in uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2009-2010 en van het protocol van sociaal akkoord 2009-2010 van 17 december 2009. HOOFDSTUK III. - Permanente vorming

Art. 3.§ 1. De werkgever is eraan gehouden een volume professionele vorming te organiseren voor de bedienden, overeenstemmend op jaarbasis met 1 pct. van het totaal volume van de gepresteerde arbeidstijd van alle bedienden van de onderneming. § 2. Vanaf 1 januari 2010 is de werkgever eraan gehouden een volume professionele vorming te organiseren voor de bedienden, overeenstemmend op jaarbasis met 1,10 pct. van het totaal volume van de gepresteerde arbeidstijd van alle bedienden van de onderneming.

Art. 4.Met de ondernemingsraad en bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging zal overlegd worden over de opstelling van een opleidingsplan om deze doelstelling te bereiken, waarbij beroep kan gedaan worden op de ondersteuning door het Instituut voor Professionele Vorming (IPV). In deze opleidingsplannen zal bijzondere aandacht uitgaan naar de risicogroepen.

Art. 5.De werkgever dient de informatie over de toepassing van deze maatregel te organiseren zoals artikel 8 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 12 september 1972, gesloten in de Nationale Arbeidsraad tot coördinatie van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden en de reglementering betreffende de sociale balans het voorschrijven.

Paritair commentaar : De werkgever zal op het einde van elk jaar moeten kunnen bewijzen dat hij een aantal uren vorming georganiseerd heeft ten belope van 1 pct./1,10 pct. van het totaal van gepresteerde arbeidsuren van alle bedienden samen.

De sociale partners raden aan deze berekeningen te laten overeenstemmen met deze van de sociale balans.

Het totaal volume arbeidstijd komt overeen met het aantal gepresteerde uren opgegeven in de sociale balans onder de rubriek 101. Het aantal opleidings-uren staat onder de rubrieken 5802/5812, 5822/ 5832 en 5842/5852.

Voor het begrip professionele vorming verwijzen we naar de definitie in de toelichtingsnota van de Nationale Bank met betrekking tot de opleidings-activiteiten opgenomen in de sociale balans. Onder deze opleidingsactiviteiten vallen zowel de formele en de minder formele en informele voortgezette beroepsopleiding als de initiële beroepsopleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever.

De tijd besteed aan professionele vorming dient beschouwd te worden als arbeidstijd vermits de bediende ter beschikking van de werkgever staat. HOOFDSTUK IV. - Onthaal van werknemers

Art. 6.§ 1. Partijen herinneren aan het koninklijk besluit van 25 april 2007 betreffende het onthaal en de begeleiding van werknemers met betrekking tot de bescherming van het welzijn bij de uitvoering van hun werk (Belgisch Staatsblad van 10 mei 2007) § 2. Met de ondernemingsraad en bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging zal overlegd worden over de praktische toepassing van dit koninklijk besluit in de onderneming en met name over de faciliteiten en opleiding van de ervaren werknemers die worden aangeduid voor de begeleiding van de beginnende werknemer. Het IPV zal een kosteloze training aanbieden om deze ervaren werknemers op te leiden voor deze taak. HOOFDSTUK V. - Vorming

Art. 7.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in toepassing van titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 28 december 2006). § 2. Gedurende de jaren 2009-2010 zal het Instituut voor Professionele Vorming (IPV) 0,20 pct. van de brutolonen van de sector aanwenden voor de vorming van werkenden, werkzoekenden en industriële leerlingen.

Drie vierden hiervan, dus 0,15 pct. van de brutolonen, zal door de sector besteed worden aan de vorming van werkenden en werkzoekenden uit de risicogroepen. HOOFDSTUK VI. - Definitie van de risicogroepen

Art. 8.Worden als risicogroepen beschouwd : - de werklozen in het algemeen en werklozen jonger dan 30 jaar in het bijzonder; - de laaggeschoolde werknemers; - de werknemers ouder dan 50 jaar; - de werknemers bedreigd door een herstructurering, een collectief ontslag of een sluiting van onderneming; - de ontslagen werknemers; - de gehandicapten; - de allochtonen; - de industriële leerlingen. HOOFDSTUK VII. - Berekening van de theoretische verplichting tot het aanwerven van jongeren met een startbaanovereenkomst voor de sector

Art. 9.Volgens de recentste statistische gegevens van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven stelden de ondernemingen van de sector met 50 of meer werknemers, op 31 december 2007 samen 52 717 werknemers tewerk.

Op basis van deze gegevens is de sector theoretisch verplicht om voor 1 582 personen startbaanovereenkomsten te sluiten. HOOFDSTUK VIII. - Inspanningen ten voordele van de risicogroepen

Art. 10.Volgende inspanningen zullen worden gedaan tijdens de jaren 2009-2010 : - het aantal industriële leerlingen gespreid over twee jaar zal minstens 200 bedragen; - het aantal werkzoekenden en werkenden uit de risicogroepen dat een IPV-vorming geniet zal jaarlijks minstens 3 000 bedragen; - de vorming van werkzoekenden onder de risicogroepen zal zodanig georganiseerd worden dat de kansen op tewerkstelling in de sector reëel zijn. HOOFDSTUK IX. - Financiering IPV

Art. 11.Sinds 1 januari 2007 en voor onbepaalde duur is de bijdrage van de werkgever per bediende vastgesteld op 0,20 pct. van de lonen. HOOFDSTUK X. - Geldigheidsduur

Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2009 en geldt voor onbepaalde tijd.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 oktober 2007 betreffende de permanente vorming (koninklijk besluit van 1 juli 2008, Belgisch Staatsblad van 31 juli 2008).

De collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door één der partijen, mits een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en aan de erin vertegenwoordigde organisaties.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^