Koninklijk Besluit van 11 december 2019
gepubliceerd op 20 december 2019

Koninklijk besluit tot invoering van een aanvullend pensioen aan sommige personeelsleden van het federaal openbaar ambt, van het gerechtspersoneel en het personeel van de politiediensten

bron
federale overheidsdienst beleid en ondersteuning
numac
2019015781
pub.
20/12/2019
prom.
11/12/2019
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2019015781

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BELEID EN ONDERSTEUNING


11 DECEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot invoering van een aanvullend pensioen aan sommige personeelsleden van het federaal openbaar ambt, van het gerechtspersoneel en het personeel van de politiediensten


VERSLAG AAN DE KONING Sire, A. DOEL VAN HET BESLUIT Het ontwerp van besluit dat ik de eer heb aan de goedkeuring van Uwe Majesteit voor te leggen, heeft tot doel de nodige geldelijke reglementaire basis te voorzien voor een aanvullend pensioen ten gunste van het betrokken contractueel personeel. De koninklijke besluiten betreffende de geldelijke rechten worden in die zin aangepast.

B. BESPREKING VAN HET DISPOSITIEF Aanhef De opmerkingen van de Raad van State werden gevolgd behalve voor wat betreft de opmerking betreffende de voorafgaand vormvereiste voor het personeel van het BIPT. Alhoewel het logisch is als het BIPT het geldelijk statuut van zijn personeel wil wijzigen dat het een voorstel maakt, kan deze vormvereiste niet plaatsvinden als het voorstel tot wijziging van de Federale Staat komt. HOOFDSTUK 1. - Wijzigende bepalingen Artikel 1 Artikel 1 is een eenvoudige technische correctie. De formulering van de betrokken openbare diensten wordt eigenlijk in overeenstemming gebracht met die van artikel 1, 1° en 2°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken.

Artikel 2 Dit artikel is de reglementaire basis die het recht in het geldelijk statuut op een aanvullend pensioen opent. Het aanvullende pensioen is inderdaad een financieel voordeel en geen voordeel met betrekking tot het pensioen van de eerste pijler.

Het eerste lid van artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten wordt aangevuld om dit aanvullend pensioen te vermelden, rekening houdend met het feit dat alleen de werkgever bijdraagt aan dit voordeel. De bijdrage van de werkgever is gelijk aan: - 1 % van de referentiebezoldiging voor 2017; - 1,5 % van de referentiebezoldiging voor 2018; - 3 % van de referentiebezoldiging vanaf 2019.

De referentiebezoldiging vanaf 2019 houdt rekening met: - de door de werkgever bezoldigde periodes voor het betrokken jaar, rekening houdend met het feit dat een wijziging met betrekking tot het deeltijds werken enkel vanaf de eerst dag van de volgende maand in aanmerking komt. Zo zal een personeelslid dat alle dagen van het jaar, zonder loopbaanonderbreking en zonder ziekteverlof, voltijds zal gepresteerd hebben, een percentage van 100 % hebben. Het personeelslid dat heel het jaar voltijds zal gepresteerd hebben maar dat in ziekteverlof zal geweest zijn, ten laste van zijn ziekenfonds voor een periode van drie maanden, zal een percentage van 75 % hebben; - een twaalfde van de brutojaarwedde voor de maand januari, of bij gebrek, van de maand van indiensttreding of de maand van de werkhervatting voor diegene die in loopbaanonderbreking zou geweest zijn. Deze jaarwedde wordt desgevallend aangevuld met een twaalfde van de haard- of standplaatstoelage, een twaalfde van de bonificatieschaal, de specifieke weddetoelagen of -supplementen, gebaseerd op de maand januari of, bij gebrek, op de maand van indiensttreding of van werkhervatting. Voor de personeelsleden die een premie voor competentieontwikkeling genieten in plaats van de bonificatieschalen, komen deze premies eveneens in aanmerking. Dit alles wordt vermenigvuldigd met 13,92 en dan onderworpen aan het hoger vermelde percentage.

Voor de maanden in 2019 vóór de inwerkingtreding van dit besluit is het percentage van de bezoldigde periodes die in aanmerking worden genomen het percentage voor de maand juli 2019. De aldus berekende referentiebezoldiging wordt vermenigvuldigd met het aantal volledige maanden van het eerste semester op de lopende arbeidsovereenkomst op 1 juli 2019, gedeeld door 6. Er wordt dus wel gedoeld op het bestaan van een juridische band. Deze band werd gecreëerd via de op 1 juli 2019 lopende arbeidsovereenkomst. Als de betrokken persoon op 15 februari 2019 werd aangeworven, wordt de referentiebezoldiging gebaseerd op de wedde van februari 2019, vermenigvuldigd met het percentage bezoldigde periodes in juli 2019 en vermenigvuldigd met 3 zesden.

Voor 2018 is de referentiebezoldiging gebaseerd op het salaris van januari 2019, tenzij er sprake is van werkhervatting, en het percentage bezoldigde prestaties in juli 2019, vermenigvuldigd met het aantal hele maanden in 2018 op de lopende overeenkomst op 1 juli 2019 en gedeeld door 12.

Voor 2017 is de referentiebezoldiging gebaseerd op het salaris van januari 2019, tenzij er sprake is van werkhervatting, en het percentage bezoldigde prestaties in juli 2019, vermenigvuldigd met het aantal hele maanden in 2017 op de lopende overeenkomst op 1 juli 2019 en gedeeld door 12.

De bijdrage berekend op de prestaties vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit is geen aanvullend pensioen voor deze periodes, maar een opstartbijdrage op basis van de op 1 juli 2019 lopende arbeidsovereenkomst. In die zin kan men de opmerking van de Raad van State niet volgen wanneer deze beweert dat er een hypothetische discriminatie bestaat tussen het personeelslid dat zijn prestaties op een enkele arbeidsovereenkomst heeft uitgeoefend en degene die ze op verschillende arbeidsovereenkomsten heeft uitgeoefend. Het is geen terugwerkende kracht als zodanig, in welk geval de datum van inwerkingtreding van dit besluit incoherent zou zijn.

Onder werkgever verstaat men niet enkel de werkgever, maar ook de federale Staat wordt als organisator gezien, die de werkgever zou kunnen vervangen. Dit kan betrekking hebben op de administratieve opvolging, inclusief de contacten met de dienstverlener, maar ook en niet noodzakelijk de financiering. In overeenstemming met de beslissing van de Ministerraad van 3 april 2019, zal de FOD Bosa, in zijn hoedanigheid van organisator, de schuldenaar zijn voor de instellingen waarnaar in dit besluit wordt verwezen. Het nodige budget zal hiervoor aan de FOD Bosa worden toegewezen.

Wat het verlof voor de moederschapsbescherming betreft, worden de verloven in hoofdstuk IV - Moederschapsbescherming van de arbeidswet van 16 maart 1971 bedoeld.

De Raad van State betreurt het dat de loopbaanonderbreking om ouderschapsverlof niet in aanmerking wordt genomen, op grond van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet gelezen in samenhang met de Europese Richtlijn 2010/18/EU en het artikel 33 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Opgemerkt moet worden dat dit ontwerp op geen enkele manier het recht op een loopbaanonderbreking om ouderlijke redenen beperkt, net zoals het de sociale rechten en het inkomen van het personeelslid op het moment van deze loopbaanonderbreking niet beperkt of wanneer deze zijn professionele activiteit hervat. Daarom is het niet in acht nemen van de periode niet in strijd met de regelgeving.

Artikel 3 Dit artikel bepaalt dat het voordeel van de aanvullende pensioenen die bij dit besluit zijn ingevoerd vanaf de datum van indiensttreding in aanmerking wordt genomen, maar niet eerder dan 1 januari 2017, zonder echter afbreuk te doen aan de rechten die sommigen elders zouden opgebouwd hebben.

Artikel 4 Dit artikel bepaalt dat de personen die aangeworven zijn via een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten niet genieten van het voordeel van het aanvullende pensioen.

De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten is voldoende gedefinieerd rekening houdend met Titel VII van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten en het koninklijk besluit van 14 juli 1995 waarbij sommige categorieën studenten uit het toepassingsgebied van Titel VII van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten worden gesloten.

Artikel 5 Dit artikel regelt de situatie van het contractueel personeel van de politiediensten zowel op federaal als lokaal niveau.

Wat de rest betreft wordt er doorverwezen naar de toelichting gegeven voor de artikelen 2 tot 4.

Artikel 6 Dit artikel regelt de toestand van de contractuele personeelsleden in beleidscellen op federaal niveau.

Alleen het contractueel personeel dat rechtstreeks aangeworven is door deze cellen, kan krachtens dit artikel genieten van een aanvullend pensioen berekend op basis van hun bezoldiging zoals gedefinieerd in artikel 2 van dit besluit, namelijk op basis van de bezoldiging zoals gedefinieerd in artikel 2 en niet op basis van een toelage, premie of vergoeding die door de bovengenoemde cel zou worden toegekend. Het gedetacheerd personeel moet worden gedekt door hun oorspronkelijke instelling.

Wat de rest betreft wordt er doorverwezen naar de toelichting gegeven voor de artikelen 2 tot 4.

Artikel 7 Dit artikel regelt de toestand van het contractueel gerechtelijk personeel.

Wat de rest betreft wordt er doorverwezen naar de toelichting gegeven voor de artikelen 2 tot 4.

Artikel 8 Dit artikel regelt de toestand van het contractueel personeel van het Federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, zowel voor het naar het Agentschap overgedragen personeel als het bijkomend personeel zoals bedoeld in de afdelingen 1 en 21 van het hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 oktober 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende diverse bepalingen betreffende het personeel van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers.

Wat de rest betreft wordt er doorverwezen naar de toelichting gegeven voor de artikelen 2 tot 4.

Artikel 9 Dit artikel regelt de toestand van het contractueel personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.

Wat de rest betreft wordt er doorverwezen naar de toelichting gegeven voor de artikelen 2 tot 4.

Artikel 10 Dit artikel regelt de toestand van het contractueel wetenschappelijk personeel binnen de wetenschappelijke instellingen.

Wat de rest betreft wordt er doorverwezen naar de toelichting gegeven voor de artikelen 2 tot 4. HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepaling Artikel 11 Dit artikel is een overgangsmaatregel voor personeel dat al een andere aanvullende pensioenregeling zou genieten dan die bedoeld in artikel 2.

Het doel van dit besluit is natuurlijk om een tweede pijler aan te bieden aan diegenen die er geen hebben en niet om de aanvullende pensioenen te verhogen voor degenen die er al een hebben.

Het is effectief zo dat degenen die een minder voordelig systeem hebben, niet zullen aarzelen om de overgang naar het nieuwe systeem te maken. Degenen die een voordeliger systeem zouden hebben, moeten de mogelijkheid hebben dit systeem te behouden, wat is toegestaan.

Onder voordeliger wordt verstaan het systeem waarvoor de werkgeversbijdrage groter is dan of gelijk is aan die voor de jaren 2019 en volgende.

Als zij echter kiezen voor het systeem dat is ingesteld door artikel 2, is deze keuze definitief en alleen van toepassing voor de toekomst, in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. HOOFDSTUK 3. - Eindbepalingen Artikelen 12 en 13 Deze artikelen vergen geen bijkomende commentaren.

Ziedaar, Sire, de krachtlijnen van het besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit voor te leggen.

Met de meeste hoogachting.

De Eerste Minister, S. WILMES De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DE CREM De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Asiel en Migratie, M. DE BLOCK De Minister van Ambtenarenzaken, belast met Wetenschapsbeleid, D. CLARINVAL De Minister van Telecommunicatie en Post, Ph. DE BACKER

RAAD VAN STATE, afdeling Wetgeving, advies 66.482/2/V van 9 september 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot invoering van een aanvullend pensioen aan sommige personeelsleden van het federaal openbaar ambt, van het gerechtspersoneel en het personeel van de politiediensten' Op 25 juli 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Begroting en van Ambtenarenzaken, belast met de Nationale Loterij en Wetenschapsbeleid verzocht binnen een termijn van dertig dagen van rechtswege* verlengd tot 10 september 2019 een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot invoering van een aanvullend pensioen aan sommige personeelsleden van het federaal openbaar ambt, van het gerechtspersoneel en het personeel van de politiediensten'.

Het ontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 9 september 2019. De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Bernard BLERO en Wanda VOGEL, staatsraden, Sébastien VAN DROOGHENBROECK, assessor, en Béatrice DRAPIER, griffier. Het verslag is uitgebracht door Stéphane TELLIER, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wanda VOGEL. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 september 2019.

Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of het ontwerp onder die beperkte bevoegdheid valt, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van alle feitelijke gegevens die de regering in aanmerking kan nemen als zij moet beoordelen of het nodig is een verordening vast te stellen of te wijzigen.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

RECHTSGROND De aanhef van het ontworpen koninklijk besluit blijkt onvolledig te zijn wat betreft de vermelding van de rechtsgronden ervan: 1. In een nieuw eerste lid dient verwezen te worden naar de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet en de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid' dient in de vorm van een overweging vermeld te worden, aangezien die wet de juridische context van het ontwerp vormt. 2. In de aanhef dient melding gemaakt te worden van artikel 4, § 2, 1°, van de wet van 22 juli 1993 `houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken', dat de rechtsgrond vormt van de wijzigingen die aangebracht worden in het koninklijk besluit van 11 februari 1991 `tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten' en in het koninklijk besluit van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2010 pub. 10/06/2010 numac 2010021068 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen sluiten `tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen'.(1) 3. Wat de contractuele personeelsleden van Fedasil betreft, ontleent het koninklijk besluit van 22 oktober 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 `houdende diverse bepalingen betreffende het personeel van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers' zijn rechtsgrond aan artikel 11, § 1, van de wet van 16 maart 1954 `betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut'.(2) Die laatste bepaling moet als rechtsgrond van het ontworpen koninklijk besluit vermeld worden, aangezien dit onder andere strekt tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 oktober 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2.

VOORAFGAAND VORMVEREISTE Artikel 9 van het ontwerp kan maar tot stand komen op voorstel van het BIPT. Er bevindt zich evenwel geen dergelijk voorstel in het dossier.

Er moet op toegezien worden dat deze vormvereiste vervuld wordt.

Vervolgens moet in de aanhef vermeld worden dat deze vormvereiste vervuld is.

ALGEMENE OPMERKINGEN 1. Het ontworpen koninklijk besluit strekt ertoe voor de federale contractuele personeelsleden in een tweede pensioenpijler (2e pijler) te voorzien door de invoering van een aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen", zoals gedefinieerd in artikel 3, 14°, van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Zoals blijkt uit de door de gemachtigde van de minister verstrekte uitleg, is het de bedoeling dat alle contractuele personeelsleden van het federaal openbaar ambt die geen pensioen "2e pijler" genoten, daar voortaan dankzij de voorgenomen regelgeving wel over beschikken.

Het toekennen van een aanvullend pensioen, zoals beoogd in het ontwerp, doet problemen rijzen in het licht van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. 2.1. Zoals de gemachtigde van de minister toelicht, heeft de steller van het ontwerp de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten `houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat' als referentietekst genomen om de werkingssfeer ratione personae van de voorgenomen regelgeving te bepalen.

Twee zaken hebben de steller van het ontwerp evenwel belet de voorgenomen regelgeving van toepassing te maken op alle contractuele personeelsleden van de diensten en instellingen bedoeld in de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten: - de vaststelling dat sommige contractuele personeelsleden reeds een aanvullend pensioen van het type "2e pijler" genoten; - een budgettaire beperking.

Het eerste gegeven vormt een reden om artikel 11 van het ontwerp vast te stellen.

Het tweede gegeven heeft de steller van de tekst ertoe aangezet de werkingssfeer van het ontwerp te beperken tot bepaalde categorieën van contractuele personeelsleden, zoals blijkt uit de nota aan de Ministerraad van 26 april 2019: "[H]et dossier betreffende het aanvullend pensioen van de contractuele personeelsleden van de Federale Staat (...) beoogt in een eerste tijd de geldelijke bepalingen aan te passen voor de contractuele personeelsleden bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, voor de contractuele personeelsleden van de beleidscellen, van de wetenschappelijke instellingen, van de rechterlijke orde, van Fedasil van het BIPT en van de geïntegreerde politie op twee niveaus." Zoals de gemachtigde van de minister aangeeft, zou het ontworpen besluit bijgevolg niet van toepassing zijn op alle contractuele personeelsleden van het federaal openbaar ambt, maar zou de steller van het ontwerp de werkingssfeer ervan in opeenvolgende stappen uitbreiden, waarbij het de bedoeling is ervoor te zorgen dat tegen 2020 alle contractuele personeelsleden een aanvullend pensioen van het type "2e pijler" kunnen genieten.

De lijst van de instellingen die buiten de werkingssfeer van het ontwerp vallen, bevindt zich niet in het dossier dat aan de Raad van State overgezonden is.

De afdeling Wetgeving heeft de gemachtigde van de minister daarvoor gevraagd, maar heeft geen antwoord gekregen. 2.2. Dat de werkingssfeer van de regeling voor het toekennen van het beoogde aanvullend pensioen aldus beperkt wordt, is bij de huidige stand van het dossier en van het verslag aan de Koning in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Zelfs als het de bedoeling van de steller van het ontwerp is om de werkingssfeer van de voorgenomen regelgeving aldus uit te breiden dat alle contractuele personeelsleden van het federaal openbaar ambt ten laatste tegen eind 2020 een pensioen van het type "2e pijler" kunnen genieten, kan een budgettaire beperking op zich geen redelijke verantwoording vormen voor het verschil in behandeling dat erin bestaat dat de contractuele personeelsleden bedoeld in de wet van 22 juli 1993, de contractuele personeelsleden van de beleidscellen, van de wetenschappelijke instellingen, van de rechterlijke orde, van Fedasil, van het BIPT en van de geïntegreerde politie op twee niveaus vanaf 1 juli 2019 dat aanvullend pensioen kunnen genieten, terwijl de contractuele personeelsleden van andere federale instellingen niet in aanmerking komen voor de toekenning van dat aanvullend pensioen, en dit zolang de werkingssfeer van het ontwerp niet uitgebreid is. 3. Volgens artikel 2 van het ontwerp wordt voor de jaren 2017 en 2018 rekening gehouden met de prestaties geleverd door een contractueel personeelslid met een "op 1 juli 2019 lopende arbeidsovereenkomst" om te bepalen welke jaarlijkse bijdrage betaald moet worden voor de opbouw van het beoogde aanvullend pensioen.Dat betekent dat het werk dat in 2017 en 2018 door een contractueel personeelslid verricht is, op basis van eenzelfde arbeidsovereenkomst gepresteerd moet zijn.

Zo zou discriminatie kunnen ontstaan wanneer zou blijken dat een contractueel personeelslid het bedoelde aanvullende pensioen krijgt omdat hij zijn prestaties heeft geleverd op basis van één enkele arbeidsovereenkomst voor de jaren 2017, 2018 en 2019, terwijl een ander contractueel personeelslid dat soortgelijke en dus in principe in aanmerking komende prestaties heeft geleverd op basis van opeenvolgende en dus verschillende arbeidsovereenkomsten, geen recht zou hebben op dat aanvullende pensioen doordat de prestaties die hij eventueel in 2017, 2018 en 2019 heeft geleverd, een andere grondslag hebben dan de "op 1 juli 2019 lopende arbeidsovereenkomst".

De gemachtigde van de minister is verzocht nadere toelichtingen te verschaffen over de arbeidsovereenkomst die in aanmerking wordt genomen om de bijdrage van het beoogde aanvullende pensioen vast te stellen. Hij heeft erop gewezen dat het contractuele personeelslid wiens eerste overeenkomst door middel van aanhangsels verlengd wordt, geacht zal worden prestaties te hebben geleverd op basis van één enkele arbeidsovereenkomst zodat hij zal worden beschouwd als iemand die recht heeft op het aanvullende pensioen voor alle prestaties geleverd vanaf 1 januari 2017. Dat is echter niet de strekking van de ontworpen tekst; deze moet op dat punt worden verduidelijkt.

Voorts vermeldt de gemachtigde van de minister praktische moeilijkheden bij het verifiëren van alle toestanden zoals die bestonden in 2017 en 2018, wat ertoe leidt dat prestaties geleverd in bepaalde periodes voor sommige personeelsleden niet in aanmerking zullen worden genomen omdat het niet mogelijk is bij elke betrokken instelling of administratie de gegevens van elk contractueel personeelslid voor 2017 en 2018 op te vragen.

Die ene praktische moeilijkheid kan op zichzelf onvoldoende rechtvaardigen dat contractuele personeelsleden die over dezelfde periode prestaties hebben geleverd die in principe in aanmerking komen, verschillend worden behandeld.

De afdeling Wetgeving begrijpt immers niet waarom die contractuele personeelsleden die over dezelfde periodes prestaties hebben geleverd, de ene op basis van één enkele arbeidsovereenkomst, de andere op basis van verschillende arbeidsovereenkomsten, en ongeacht of er sprake is geweest van "loopbaanonderbreking", verschillend zouden moeten worden behandeld bij de berekening van de bijdrage die de betrokken werkgever(s) moeten betalen voor het beoogde aanvullende pensioen. Zo is het bijvoorbeeld evident dat een contractueel personeelslid dat tewerkgesteld is door een instelling bedoeld in de wet van 22 juli 1993 of bij een federale overheidsdienst (FOD) en daar in 2017 en 2018 arbeidsprestaties levert, en dat vervolgens in 2019 op basis van een nieuwe arbeidsovereenkomst voor een andere instelling of een andere FOD werkt, niet van de regeling inzake het aanvullende pensioen voor de jaren 2017 en 2018 kan worden uitgesloten op grond van het feit dat het niet om de "op 1 juli 2019 lopende arbeidsovereenkomst" gaat. 4. Artikel 2, § 4, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit van 11 februari 1991, zoals hersteld bij artikel 2, 2°, van het ontwerp, bepaalt dat bij het vaststellen van de referentiebezoldiging voor de jaren vanaf het jaar 2019 "de periodes van verlof verbonden aan de bescherming van het moederschap, omstandigheidsverlof bij geboorte, vaderschapsverlof en adoptieverlof" in aanmerking worden genomen. Die opsomming van verschillende soorten verlof is volgens de toelichtingen van de gemachtigde van de minister exhaustief.

Uit die toelichtingen blijkt echter dat bij de berekening van de bijdrage voor het aanvullende pensioen geen rekening wordt gehouden met een loopbaanonderbreking wegens ouderschap. De steller van het voorontwerp moet een dergelijke uitsluiting kunnen rechtvaardigen in het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, die zelf moeten worden gelezen in het licht van de volgende twee rechtsinstrumenten voor zover de beoogde maatregelen binnen de werkingssfeer daarvan vallen: de Europese richtlijn 2010/18/EU van de Raad van 8 maart 2010 `tot uitvoering van de door BUSINESSEUROPE, UEAPME, het CEEP en het EVV gesloten herziene raamovereenkomst en tot intrekking van Richtlijn 96/34/EG'3 en artikel 33 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Het ontwerp moet grondig worden herzien in het licht van de voorgaande algemene opmerkingen.

Onder dat belangrijke voorbehoud worden de volgende bijzondere opmerkingen geformuleerd.

BIJZONDERE OPMERKINGEN AANHEF 1. In het derde lid van de aanhef hoort enkel artikel 26, vierde lid, van de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten `met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector' te worden vermeld.2. In het achtste lid van de aanhef moeten de woorden ", zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5" worden weggelaten. DISPOSITIEF Artikel 2 In het ontworpen artikel 2, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 moet een duidelijker onderscheid worden gemaakt tussen het complement dat in het derde, het complement dat in het vierde en het supplement dat in het laatste streepje wordt vermeld, door uitdrukkelijk aan te geven welk artikel of onderdeel van een artikel van het koninklijk besluit van 3 maart 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 `houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën' betrekking heeft op de betreffende complementen of het betreffende supplement.

Artikel 6 Uit de toelichtingen van de gemachtigde van de minister blijkt dat de contractuele personeelsleden die onder de werkingssfeer vallen van het koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 `betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest', inderdaad in aanmerking komen voor het aanvullende pensioen dat het ontwerp in het vooruitzicht stelt, met dien verstande dat het ontvangen weddecomplement (de "kabinetspremie") niet in aanmerking komt voor de berekening van de bijdrage voor het aanvullende pensioen.

Op zijn minst zou het verslag aan de Koning op dat punt moeten worden aangevuld.

Artikel 8 De afdeling Wetgeving vraagt zich af of in het koninklijk besluit van 22 oktober 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 niet eerder een artikel 17bis dan een artikel 12bis moet worden ingevoegd, aangezien artikel 17 van dat koninklijk besluit over de bezoldiging van de personeelsleden gaat.

Voorts rijst de vraag of de invoeging van een nieuw artikel niet noopt tot de wijziging van artikel 11, § 1, vierde lid, van het besluit van 22 oktober 2001, dat betrekking heeft op de contractuele personeelsleden afkomstig van diensten die door Fedasil zijn overgenomen.

Artikel 11 In de Franse tekst van artikel 11, tweede lid, van het ontwerp schrijve men "ne s'applique que pour l'avenir".

De griffier, De voorzitter, B. DRAPIER M. BAGUET _______ Nota's * Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus. 1) Zie advies 47.812/4, op 1 maart 2010 gegeven over een ontwerp dat geleid heeft tot het koninklijk besluit van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2010 pub. 10/06/2010 numac 2010021068 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen sluiten `tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen' (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/47812.pdf). 2 Zie in dat verband advies 32.280/3, op 1 oktober 2001 gegeven over een ontwerp dat geleid heeft tot het koninklijk besluit van 22 oktober 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/32280.pdf). 3 Die richtlijn is opgeheven, met uitwerking op 2 augustus 2022, bij richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 `betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad' (PBEU 12 juli 2019, L 188/79).

11 DECEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot invoering van een aanvullend pensioen aan sommige personeelsleden van het federaal openbaar ambt, van het gerechtspersoneel en het personeel van de politiediensten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, de artikelen 37 en 107, tweede lid;

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbare nut, artikel 11, § 1;

Gelet op de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken, artikel 4, § 2, 1° ;

Gelet op de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002;

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 177, § 2, zesde lid en 178, vervangen bij de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2007 pub. 08/05/2007 numac 2007201376 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) type wet prom. 25/04/2007 pub. 01/06/2007 numac 2007009412 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie sluiten;

Gelet op de wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014009 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector type wet prom. 17/01/2003 pub. 24/01/2003 numac 2003014010 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sluiten met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, artikel 26, vierde lid, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006;

Overwegende de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingsstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake de sociale zekerheid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 april 2019;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen aangeworven bij arbeidsovereenkomst in de federale overheidsdiensten;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 oktober 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende diverse bepalingen betreffende het personeel van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009790 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten sluiten betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 houdende het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2010 pub. 10/06/2010 numac 2010021068 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen sluiten tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen;

Gelet op de vrijstelling van een impactanalyse op basis van artikel 8, § 1, 4°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op de adviezen van de Inspecteurs van Financiën, gegeven op 28 maart 2019, 29 maart 2019, 16 april 2019, 23 april 2019 en 6 mei 2019;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 29 april 2019;

Gelet op het protocol nr. 748 van 12 juni 2019 van het Comité voor de federale, gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 60 van 7 juni 2019 van het Onderhandelingscomité voor de griffiers, referendarissen en parketjuristen van de rechterlijke orde;

Gelet op het protocol nr. 462/4 van het Onderhandelingscomité voor de politiediensten, gegeven op 12 juni 2019;

Gelet op het advies van de Raad van Burgemeesters, gegeven op 15 mei 2019;

Gelet op advies nr. 66.482 van de Raad van State, gegeven op 9 september 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voordracht van de Eerste Minister de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Justitie, de Minister van Asiel en Migratie, de Minister van Ambtenarenzaken belast met Wetenschapsbeleid en de Minister van Telecommunicatie en Post en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Wijzigende bepalingen

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/10/2013 pub. 14/11/2013 numac 2013002052 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt sluiten, worden de woorden "het ministerie van Landsverdediging" ingevoegd tussen de woorden "de federale overheidsdiensten," en de woorden "de programmatorische federale overheidsdiensten".

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Er wordt een aanvullend pensioen ingevoerd op basis van een toezegging van het type vaste bijdragen, overeenkomstig de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.De jaarlijkse bijdrage wordt door de werkgever gefinancierd en is gelijk aan: a) 1 % van de referentiebezoldiging 2017 zoals gedefinieerd in § 2 voor het jaar 2017;b) 1,5 % van de referentiebezoldiging 2018 zoals gedefinieerd in § 3 voor het jaar 2018; c) 3 % van de referentiebezoldiging vanaf 2019 zoals gedefinieerd in § 4.". 2° de paragrafen 2, 3 en 4 worden hersteld als volgt : " § 2.De referentiebezoldiging 2017 is het resultaat van de vermenigvuldiging: 1° van de referentiebezoldiging voor het jaar 2019 berekend overeenkomstig § 4;2° met een breuk waarvan de teller bestaat uit het aantal volledige maanden in 2017 op de lopende arbeidsovereenkomst op 1 juli 2019 en waarvan de noemer gelijk is aan 12. § 3. De referentiebezoldiging 2018 is het resultaat van de vermenigvuldiging: 1° van de referentiebezoldiging voor het jaar 2019 berekend overeenkomstig § 4;2° met een breuk waarvan de teller bestaat uit het aantal volledige maanden in 2018 op de lopende arbeidsovereenkomst op 1 juli 2019 en waarvan de noemer gelijk is aan 12. § 4. De referentiebezoldiging voor het desbetreffende jaar vanaf het jaar 2019 is het resultaat van de vermenigvuldiging: 1° van het percentage van de periodes die in het desbetreffende jaar door de werkgever bezoldigd zijn bij voltijdse tewerkstelling, met inbegrip van de periodes van verlof verbonden aan de bescherming van het moederschap, omstandigheidsverlof bij geboorte, vaderschapsverlof en adoptieverlof;2° met een twaalfde van de jaarlijkse brutowedde zoals blijkt uit de toepassing van § 1, alinea 1, 1°, te betalen voor de maand januari of, bij gebrek daaraan, de maand van indiensttreding of van hervatting van het werk, van het betrokken jaar, vermenigvuldigd met 13,92. Een twaalfde van de jaarlijkse brutowedde bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt desgevallend verhoogd met: - 1/12 van de haard- of standplaatstoelage zoals voorzien in het gedelijke statuut van de desbetreffende openbare dienst of instelling, op basis van het in januari vastgestelde recht, of bij gebrek daaraan, de maand van indiensttreding of hervatting van het werk van het betrokken jaar, vermenigvuldigd met 13,92; - 1/12 van de schaalbonificaties bedoeld in het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/10/2013 pub. 14/11/2013 numac 2013002052 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt sluiten betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, of, bij gebrek, 1/12 van het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling als deze verschuldigd is in plaats van het bedrag van de schaalbonificatie, op basis van het in januari vastgestelde recht, of bij gebrek daaraan, de maand van indiensttreding of hervatting van het werk van het betrokken jaar, vermenigvuldigd met 13,92; - 1/12 van het complement bedoeld in artikel 26 van het koninklijk besluit van 3 maart 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, op basis van het in januari vastgestelde recht, of bij gebrek daaraan, de maand van indiensttreding of hervatting van het werk van het betrokken jaar, vermenigvuldigd met 13,92; - 1/12 van het weddecomplement bedoeld in artikel 27 van voormelde koninklijk besluit van 3 maart 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, op basis van het in januari vastgestelde recht, of bij gebrek daaraan, de maand van indiensttreding of hervatting van het werk van het betrokken jaar, vermenigvuldigd met 13,92; - 1/12 van het weddesupplement bedoeld in artikel 32 van voormelde koninklijk besluit van 3 maart 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, op basis van het in januari vastgestelde recht, of bij gebrek daaraan, de maand van indiensttreding of hervatting van het werk van het betrokken jaar, vermenigvuldigd met 13,92;

Voor het percentage van de door de werkgever bezoldigde periodes, bedoeld in het eerste lid, 1°, worden de wijzigingen in verband met deeltijdse arbeid alleen in aanmerking genomen op de eerste dag van de volgende maand.

Voor de periodes voorafgaand aan de opening van het recht op aanvullend pensioen voor de betrokken openbare dienst of instelling, is het percentage van de bezoldigde periodes door de in het eerste lid, 1°, bedoelde werkgever waarmee rekening wordt gehouden dat van de maand juli 2019.

Voor de periode van 1 januari 2019 tot 1 juli 2019, wordt er gehandeld zoals voor het jaar 2018 rekening houdend met het aantal volledige maanden in het eerste semester van 2019 van de lopende arbeidsovereenkomst op 1 juli 2019 en een noemer gelijk aan 6. ».

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit, opgeheven door het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/10/2013 pub. 14/11/2013 numac 2013002052 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt sluiten wordt hersteld als volgt : "Art 3. Onverminderd de bepalingen van artikel 11 van het koninklijk besluit van 11 december 2019 tot invoering van een aanvullend pensioen aan sommige personeelsleden van het federaal openbaar ambt, van het gerechtspersoneel en van de geïntegreerde politie, genieten de personen bedoeld in artikel 1 van het voordeel bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, vanaf hun datum van indiensttreding zoals bepaald in hun op 1 juli 2019 lopende arbeidsovereenkomst, maar ten vroegste op 1 januari 2017.".

Art. 4.Het voormelde koninklijk besluit van 11 februari 1991 wordt aangevuld met een artikel 3bis, luidende : "Art 3bis. In afwijking van artikel 1, artikel 2, § 1, tweede lid, is niet van toepassing op de personen aangeworven met een overeenkomst van tewerkstelling van studenten.".

Art. 5.In het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 januari 2019, wordt in Deel XI, een Titel VI ingevoegd, die het artikel XI.VI.1. omvat, luidende: "Titel VI : Aanvullend pensioen.

Art. XI.VI.1. De contractuele personeelsleden van de federale politie genieten van een aanvullend pensioen onder dezelfde voorwaarden en nadere regels zoals deze bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3bis, van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten.

Het eerste lid is eveneens van toepassing op de contractuele personeelsleden van de lokale politie, met dien verstande dat voor hen onder "werkgever" hun respectieve politiezone wordt verstaan.".

Art. 6.In artikel 10, § 1, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest, wordt het tweede lid aangevuld als volgt : "Ze genieten ook onder dezelfde voorwaarden en nadere regels van een aanvullend pensioen, zoals deze bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3bis, van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten".

Art. 7.In het koninklijk besluit van 10 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2006 pub. 24/11/2006 numac 2006009790 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het personeel van griffies en parketsecretariaten sluiten betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 maart 2019, wordt een Titel V ingevoegd, die het artikel 86 omvat, luidende: « Titel V : Aanvullend pensioen.

Art 86. De contractuele personeelsleden genieten van een aanvullend pensioen onder dezelfde voorwaarden en nadere regels zoals deze bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3bis, van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten.".

Art. 8.In hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 22 oktober 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende diverse bepalingen betreffende het personeel van het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, wordt een afdeling 3 ingevoegd die artikel 17bis bevat, luidende: "Afdeling 3. - Aanvullend pensioen Art 17bis. De contractuele personeelsleden bedoeld in dit hoofdstuk genieten van een aanvullend pensioen onder dezelfde voorwaarden en nadere regels zoals deze bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3bis van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten.".

Art. 9.In het koninklijk besluit van 11 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 houdende het geldelijk statuut van het personeel van het Belgisch Instituut van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende: "

Art. 3bis.De contractuele personeelsleden genieten van een aanvullend pensioen onder dezelfde voorwaarden en nadere regels zoals deze bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3bis van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten.".

Art. 10.In het koninklijk besluit van 2 juni 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2010 pub. 10/06/2010 numac 2010021068 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen sluiten tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen als wetenschappelijk personeel in de federale wetenschappelijke instellingen, wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidende: « Art 2/1. De personen als bedoeld in artikel 1 genieten van een aanvullend pensioen onder dezelfde voorwaarden en nadere regels zoals deze bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3bis, van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen bij arbeidsovereenkomst aangeworven in de federale overheidsdiensten.". HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepaling

Art. 11.In afwijking van artikel 2, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 11 februari 1991 tot vaststelling van de individuele geldelijke rechten van de personen aangeworven bij arbeidsovereenkomst in de federale overheidsdiensten, wordt de op 1 juli 2019 bestaande aanvullende pensioenregeling, wanneer die voordeliger is, behouden voor de contractuele personeelsleden die op 30 juni 2019 in dienst zijn.

De contractuele personeelsleden bedoeld in het eerste lid kunnen er echter op elk ogenblik voor kiezen om over te stappen naar het aanvullend pensioenstelsel bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, van het voormeld koninklijk besluit van 11 februari 1991. Deze overstap is onomkeerbaar en geldt enkel voor de toekomst. HOOFDSTUK I 3. - Slotbepalingen

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking op 1 juli 2019.

Art. 13.Onze ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 december 2019.

FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, S. WILMES De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DE CREM De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Asiel en Migratie, M. DE BLOCK De Minister van Ambtenarenzaken, belast met Wetenschapsbeleid, D. CLARINVAL De Minister van Telecommunicatie en Post, Ph. DE BACKER


begin


Publicatie : 2019-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^