Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 11 juni 2003
gepubliceerd op 31 juli 2003

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de dagbladondernemingen in de vervoerskosten

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2003012336
pub.
31/07/2003
prom.
11/06/2003
ELI
eli/besluit/2003/06/11/2003012336/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

11 JUNI 2003. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de dagbladondernemingen in de vervoerskosten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de dagbladondernemingen in de vervoerskosten.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juni 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2001 Tegemoetkoming van de dagbladondernemingen in de vervoerskosten (Overeenkomst geregistreerd op 13 augustus 2001 onder het nummer 58525/CO/130) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.De huidige collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op, enerzijds, de ondernemingen vallend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, waar dagbladen worden vervaardigd of, in het geval van ondernemingen met een afdeling handelsdrukkerij, op de afdelingen van deze ondernemingen waar dagbladen worden vervaardigd, en, anderzijds, al de werknemers en werkneemsters (verder "werknemers" genoemd) van deze afdelingen, waarvan de functies vermeld staan bij de opsomming en classificatie van de functies onder artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 1995 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden in de Belgische dagbladen (algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 25 juni 1997, Belgisch Staatsblad van 1 januari 1998).

Art. 2.De werkgevers die werknemers tewerkstellen die een transportmiddel gebruiken om zich van hun dagelijkse en gewoonlijke verblijfplaats naar hun werkplaats en omgekeerd te begeven, zijn ertoe gehouden bij te dragen in de kosten van dit vervoer volgens de hierna vermelde modaliteiten.

Art. 3.Kunnen aanspraak maken op een bijdrage die het voorwerp uitmaakt van deze collectieve arbeidsovereenkomst, onder de vorm van een vergoeding, de werknemers die gebruik maken van een openbaar transportmiddel, ander dan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, of een privé-transportmiddel en die een effectief traject van minstens 3 kilometer afleggen om zich te begeven van hun dagelijkse en gewoonlijke verblijfplaats naar de plaats waar de onderneming gevestigd is, alsmede de werknemers die gebruik maken van de transportmiddelen van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. Wordt gelijkgesteld met de plaats waar het bedrijf gevestigd is, elke plaats waar de werknemers door een vervoermiddel eigen aan het bedrijf of hiervoor bekostigd, afgehaald en/of teruggevoerd. HOOFDSTUK II. - Personeelsregister

Art. 4.De plaats van de dagelijkse en gewone verblijfplaats van de belanghebbende (en gebeurlijk die van zijn gezin), dient op het personeelsregister vermeld te worden met aanduiding : - van het aantal kilometer dat de kortste afstand uitmaakt tussen de plaats van verblijf en die van de onderneming; - van het of de vervoermiddelen gewoonlijk gebruikt om zich te begeven naar de werkplaats.

De werknemer ondertekent deze inlichtingen. HOOFDSTUK III. - Tegemoetkoming

Art. 5.De tegemoetkoming van de bedrijven in de vervoerskosten van de werknemers die gebruik maken van de transportmiddelen van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen gebeurt volgens de bepalingen voorzien in de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden (Belgisch Staatsblad van 31 juli 1962) en haar uitvoeringsbesluiten, waarbij evenwel de tussenkomst van de werkgever op 65 pct. gemiddeld wordt gebracht. Het bedrag van de tussenkomst van de werkgever wordt berekend door de bedragen vermeld in de tabellen gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 juli 1962 aan te passen volgens de verhouding 65 (gemiddelde tussenkomst in de dagbladsector)/60 (gemiddelde tussenkomst op interprofessioneel niveau).

Art. 6.Voor de werknemers die verblijven buiten een straal van 5 kilometer is het bedrag van de tegemoetkoming van de werkgever vastgesteld per kilometer (en per effectief gepresteerde dag indien de vervoerskosten dagelijks door de werknemer betaald worden), volgens de volgende modaliteiten : a) wanneer de werknemer gebruik maakt van een openbaar transportmiddel, ander dan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, waarvan de prijs van het vervoer in verhouding tot de afstand staat, is de bijdrage van de werkgever gelijk aan deze toegepast voor de treinkaart voor een overeenstemmende afstand, zonder evenwel 65 pct.van de werkelijke prijs te overschrijden; b) wanneer de werknemer gebruik maakt van een openbaar transportmiddel waarvan de prijs vast is, ongeacht de afgelegde afstand, wordt de bijdrage forfaitair vastgesteld en bedraagt zij 65 pct.van de effectief betaalde prijs, zonder evenwel het bedrag van de werkgeverstegemoetkoming in de prijs van de treinkaart voor een afstand van 7 kilometer te overschrijden; c) wanneer de werknemer gebruikt maakt van een combinatie van de trein en één of meerdere andere gemeenschappelijke openbare vervoermiddelen betaalt - zonder dat in dit bewijs een onderverdeling wordt gemaakt per transportmiddel - gebeurt de tegemoetkoming op basis van de tegemoetkoming voor de treinkaart;d) in de andere gevallen waarin de werknemer gebruik maakt van meerdere gemeenschappelijke openbare transportmiddelen, zijn de regels genoemd in de punten a) en b) van toepassing.De bekomen bedragen worden bij elkaar opgeteld om de tegemoetkoming van de werkgever voor het geheel van de afgelegde afstand vast te stellen.

Art. 7.De werkgever komt tegemoet voor een bedrag van 0,37 EUR (15 BEF) per effectieve arbeidsdag voor de werknemers die verblijven binnen een straal van 5 kilometer en die gebruik maken van een privé of openbaar transportmiddel, ander dan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, om een effectieve afstand af te leggen van minstens 3 kilometer.

Art. 8.Wanneer de werknemer buiten een straal van 5 kilometer woont, en gebruik maakt van een privé-transportmiddel, is de tussenkomst van de werkgever gelijk aan de tussenkomst ten belope van gemiddeld 60 pct. in de prijs van het sociale abonnement (treinkaart), hetzij, per arbeidsdag, aan 1/21e van de maandelijkse bijdrage (berekend tegen gemiddeld 60 pct.).

Art. 9.De werknemers die zich eenmaal per week naar de dagelijkse en gewone verblijfplaats van hun gezin begeven, kunnen mits voorlegging van afdoende bewijzen aanspraak maken op de tegemoetkoming van de werkgever, voorzien bij deze collectieve arbeidsovereenkomst in de artikelen 5, 6, 7 en 8. HOOFDSTUK IV. - Tijdstip betaling

Art. 10.De bedragen bepaald in artikel 5 worden aangepast aan elke wijziging van de tussenkomst in de prijs van een treinkaart vastgelegd door het koninklijk besluit van 10 december 1990 houdende vaststelling van het bedrag van de werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolgde de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden (Belgisch Staatsblad van 14 december 1990).

Art. 11.De betaling van de tegemoetkoming geschiedt gelijktijdig met de uitbetaling van het loon. Het bedrag dekt dezelfde periode als deze van de loonuitbetaling.

Art. 12.Van de uitbetaling van de tegemoetkoming wordt uitdrukkelijk melding gemaakt op de individuele loonsafrekening, onder de rubriek "premies of andere voordelen vrijgesteld van inhoudingen voor de sociale zekerheid".

Art. 13.Elke wijziging in de gegevens vervat in de artikelen 3 tot 9 dient onmiddellijk aan de werkgever gemeld te worden. Elke onregelmatig geïnde som ingevolge onjuiste inlichtingen zal automatisch teruggegeven worden bij de eerste uitkering volgend op de kennis van het feit dat de gegevens, in het bezit van de werkgever, onjuist zijn. HOOFDSTUK V. - Geldigheidsduur

Art. 14.Deze overeenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 april 2001. Zij is gesloten voor onbepaalde duur. De overeenkomst kan worden opgezegd, geheel of gedeeltelijk, door één van de ondertekenende partijen van deze overeenkomst, met een opzegtermijn van drie maand, betekend bij een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf en aan de andere ondertekenende organisaties van deze overeenkomst.

Deze overeenkomst kan bij onderling akkoord tussen de ondertekenende partijen worden gewijzigd of herzien met tussenperiodes van één jaar.

De vragen tot wijziging of herziening gebeuren bij een ter post aangetekend schrijven vóór 30 september van het lopende jaar, met vermelding van de artikelen die voor wijziging en/of herziening vatbaar zijn, evenals de voorgestelde wijzigingen en/of herzieningen.

De organisatie tot wie de vraag tot wijziging en/of herziening gericht is, kan binnen een termijn van één maand na ontvangst ervan, op haar beurt een herziening of wijziging vragen volgens bovenvermelde procedure.

De vraag tot wijziging of herziening wordt gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf en aan de organisaties die deze overeenkomst hebben ondertekend. De wijziging of de herziening, zoals in deze alinea voorzien, vereist geen opzeg van de lopende collectieve arbeidsovereenkomst.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt deze van 30 juni 1993, gesloten in het Paritair Comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf, betreffende de tegemoetkoming van de dagbladondernemingen in de vervoerskosten.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 11 juni 2003.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^