Koninklijk Besluit van 11 november 2019
gepubliceerd op 25 november 2019
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit betreffende het aanvragen door notarissen en geregistreerde gebruikers van hypothecaire inlichtingen en het afleveren ervan door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2019042506
pub.
25/11/2019
prom.
11/11/2019
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2019042506

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


11 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit betreffende het aanvragen door notarissen en geregistreerde gebruikers van hypothecaire inlichtingen en het afleveren ervan door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit waarvan wij de eer hebben het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen betreft de uitvoering van twee artikelen van de hypotheekwet van 16 december 1851: enerzijds artikel 142 - gedeeltelijk - en anderzijds artikel 144, 2° en 3° Het beoogt een verdere stap in de richting van een geautomatiseerd aflevering van de hypothecaire inlichtingen en meer in het bijzonder van bepaalde hypothecaire getuigschriften.

Het behoort tot de essentie zelf van de hypothecaire openbaarmaking dat men kennis kan krijgen van wie de titularissen van onroerende zakelijke rechten op een onroerend goed zijn, van de eventuele hypothecaire inschrijvingen welke die rechten bezwaren, van de ingeschreven voorrechten, evenals van de beslagen en bevelen of andere aanhangig zijnde gerechtelijke procedures (eis tot ontbinding van een verkoop, tot herroeping van een schenking, enz...).

Dat is de reden waarom artikel 127 van de hypotheekwet, wat betreft de in de aanvraag vermelde personen of goederen, de afgifte van hypothecaire inlichtingen voorschrijft en dit onder de vorm van een getuigschrift of van een afschrift van de inschrijvingen of overschrijvingen, of van een getuigschrift dat er geen zijn.

Vermeld artikel 127 verplicht "aan ieder die erom verzoekt" een getuigschrift af te leveren. De recente ontwikkelingen in de wetgeving hebben hieraan niets gewijzigd.

De hypothecaire openbaarmaking draagt in grote mate bij tot de rechtszekerheid van onroerende overdrachten en dus van het grondkrediet en meer algemeen van de onroerendgoedmarkt, wat duidelijk in het algemeen belang is. Bijgevolg is de verwerking van persoonsgegevens met betrekking tot de goederen of personen waarvoor een verzoek om hypothecaire inlichtingen wordt ingediend, rechtmatig overeenkomstig artikel 6.1. e van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna AVG). En de toestemming van de betrokken personen is niet vereist voor de afgifte van vorenbedoelde inlichtingen.

Om het even wie mag dus schriftelijk inlichtingen opvragen bij het bevoegde kantoor rechtszekerheid, dat die aan de aanvrager aflevert op een papieren document.

In deze context beoogt het ontwerp van besluit de aanvraag en het afleveren van de inlichtingen in de mate van het mogelijke te automatiseren, meer bepaald in het geval van talrijke aanvragen van eenzelfde persoon die dan in de regel beroepsmatig zal handelen.

Hierbij wordt vooral gedacht aan de notarissen die, gelet op hun absoluut quasi-monopolie om akten die hypothecair moeten worden overgeschreven of ingeschreven, veruit de meeste aanvragen doen.

Het ontwerp van besluit sluit evenwel andere personen die vrij geregeld aanvragen zouden doen, niet uit. Het biedt bijgevolg ook die personen de mogelijkheid om op geautomatiseerde wijze inlichtingen te vragen en te bekomen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan gerechtsdeurwaarders. In dit kader bepaalt het besluit dat een overeenkomst dient te worden gesloten tussen de aanvrager die de door de administratie ter beschikking gestelde applicatie voor het aanvragen en het bekomen van de inlichtingen wil gebruiken, en de administratie die de applicatie beheert. Daarna wordt de aanvrager beschouwd als een "geregistreerd gebruiker" (zie artikel 1, 2° en 3° ; voor de notarissen zal dat geregeld worden op het niveau van hun beroepsorganisatie) In het ontworpen systeem worden twee hoofdtypes van hypothecaire getuigschriften afgeleverd: de oorspronkelijke getuigschriften en de aanvullende getuigschriften.

De aanvullende getuigschriften kunnen automatisch, of, indien nodig, manueel worden aangemaakt (zie hierna). Of het nu gaat om een geautomatiseerd getuigschrift of om een manueel getuigschrift, het wordt in principe altijd via de applicatie afgeleverd. In geval van overmacht of van technische storing vindt de aflevering plaats op papier of via een beveiligd systeem (art. 12).

Alvorens nader in te gaan op het systeem dat zal worden geïmplementeerd, lijkt een samenvattend overzicht aangewezen.

Overzicht Samengevat: 1° een oorspronkelijk hypothecair getuigschrift vermeldt de hypothecaire formaliteiten die werden uitgevoerd sedert de datum vermeld in de aanvraag tot de datum van de indiening van de aanvraag (art.1, 5° en 6° ); 2° na een oorspronkelijk getuigschrift kunnen een of meerdere geautomatiseerde aanvullende getuigschriften worden aangevraagd, mits de aflevering van het oorspronkelijk getuigschrift niet dagtekent van meer dan zes maanden voordien;3° een manueel aanvullend getuigschrift kan alleen worden aangevraagd na een geautomatiseerd aanvullend getuigschrift dat te complex is, zonder dat er een maximumtermijn is tussen beide;4° na een manueel aanvullend getuigschrift kunnen een of meerdere geautomatiseerde aanvullende getuigschriften worden aangevraagd, mits de aflevering van het manuele getuigschrift waarop ze volgen niet dagtekent van meer dan zes maanden voordien;5° na een manueel aanvullend getuigschrift, gevolgd door een (of meerdere) geautomatiseerd(e) aanvullend(e) getuigschrift(en), kan een ander manueel aanvullend getuigschrift worden aangevraagd maar steeds op voorwaarde dat het geautomatiseerd aanvullend getuigschrift waarop het moet volgen te complex is, enzovoort;6° de geautomatiseerde aanvullende getuigschriften vermelden de hypotheekformaliteiten die werden uitgevoerd sedert de datum van neerlegging van de aanvraag van het oorspronkelijk getuigschrift of van het laatste manueel aanvullend getuigschrift dat eraan voorafgaat;7° een manueel aanvullend getuigschrift vermeldt de hypothecaire formaliteiten uitgevoerd sedert de datum van neerlegging van de aanvraag van het oorspronkelijk getuigschrift of van het laatste voorgaande manueel aanvullende getuigschrift. Er dient te worden opgemerkt dat het begrip "aanvullend getuigschrift" in de zin van dit ontwerp niet volledig overeenstemt met hetzelfde begrip inzake de tarifering (zie art. 1, 12° van het koninklijk besluit van 14 september 2016 tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften).

Het is dus mogelijk dat een aanvullend getuigschrift in de zin van dit besluit onderworpen is aan het tarief dat van toepassing is op een "oorspronkelijk" getuigschrift in de zin van bovengenoemd tariefbesluit.

Ontwikkeling De aanvrager zal steeds eerst een oorspronkelijk hypothecair getuigschrift aanvragen; dat wordt gedefinieerd in artikel 1, 6°. In principe betreft het oorspronkelijk getuigschrift een periode van 30 jaar, maar die periode kan, naargelang de wens van de aanvrager, ook korter of langer zijn.

Inderdaad, rekening houdend met de duur van de geldigheid van de hypothecaire inschrijvingen en van de voorrechten (artikel 90 van de hypotheekwet) betreffen de oorspronkelijke hypothecaire getuigschriften (zie hun definitie in artikel 1, 5° en 6° ) in principe een periode van 30 jaar (in dat geval gaat het uiteraard om een "dertigjarig oorspronkelijk hypothecair getuigschrift") (z. art. 6, § 1, 5°, a)).

In sommige gevallen geeft echter de aanvrager in zijn eerste aanvraag een vroegere of een meer recente datum op vanaf dewelke hij de inlichtingen wenst. Hiervoor kunnen meerdere redenen zijn (vb. het willen identificeren van een vroegere akte om er een kopie van te vragen teneinde heel precies de lasten, afgrenzing of erfdienstbaarheden na te gaan; in geval van een vraag over minder dan 30 jaar zal dat bijvoorbeeld het geval zijn omdat de notaris houder is van de minuten of omdat hij zelf meer recent een overgeschreven akte heeft verleden en de hypothecaire situatie voorafgaand aan die akte dus reeds kent). Het zal gaan om een oorspronkelijk getuigschrift (niet-dertigjarig).

Deze begrippen zijn zo diepgeworteld in de praktijk dat een bijkomende definitie (van het dertigjarig oorspronkelijk hypothecair getuigschrift) overbodig is, temeer omdat artikel 1, 6° reeds "oorspronkelijk hypothecair getuigschrift" definieert.

Vervolgens vraagt een notaris, net voor het verlijden van de akte, in principe een aanvullend getuigschrift aan, dat de periode dekt vanaf zijn eerste aanvraag tot de datum van de aanvraag van dit aanvullend getuigschrift.

In dergelijk geval moeten de notarissen en de geregistreerde gebruikers, na een oorspronkelijk getuigschrift gekregen te hebben, gelet op het doel van de automatisering, vervolgens steeds eerst een geautomatiseerd aanvullend hypothecair getuigschrift (gedefinieerd in artikel 1,7° ) aanvragen. Een dergelijk getuigschrift kan echter alleen worden aangevraagd binnen zes maanden na de aflevering van het oorspronkelijk getuigschrift waaruit het volgt en het vermeldt de formaliteiten die uitgevoerd werden sedert de datum van neerlegging van de aanvraag van het betrokken oorspronkelijk getuigschrift.

In geval van een langere termijn, moet opnieuw een oorspronkelijk getuigschrift worden aangevraagd waarbij bij voorkeur de gevraagde periode wordt beperkt, behalve bij een eventuele vraag van een manueel aanvullend hypothecair getuigschrift.

Er is rekening mee gehouden dat een geautomatiseerd getuigschrift heel ingewikkeld zou kunnen zijn en dat de aanvrager behoefte heeft aan bijkomende of, omgekeerd, minder inlichtingen. Om die reden is het mogelijk gemaakt een manueel aanvullend getuigschrift aan te vragen.

Vanuit automatiseringsoogpunt bepaalt artikel 5 evenwel dat: "De aanvraag van een manueel aanvullend hypothecair getuigschrift is enkel mogelijk indien de complexiteit van het afgeleverde geautomatiseerde aanvullende hypothecair getuigschrift dat verantwoordt".

Er is geen termijn buiten dewelke een manueel aanvullend getuigschrift niet meer kan worden gevraagd.

Omdat niet alle verrichtingen steeds binnen enkele maanden en zelfs binnen zes maanden kunnen worden afgerond, is het mogelijk dat na een eerste geautomatiseerd aanvullend getuigschrift de hypothecaire toestand weer moet worden geactualiseerd.

Wanneer de benodigde aanvullende inlichtingen volgen op een oorspronkelijk getuigschrift, kan men een tweede of zelfs een derde (enz.) geautomatiseerd aanvullend getuigschrift aanvragen maar enkel mits de aflevering van het oorspronkelijk getuigschrift niet dagtekent van meer dan zes maanden voordien.

Wanneer daarentegen de benodigde aanvullende inlichtingen volgen op een manueel aanvullend getuigschrift dat zelf noodzakelijkerwijs (zie hiervoor) werd gevraagd na een of meerdere geautomatiseerde aanvullende getuigschriften (zie hiervoor), is het mogelijk een nieuw geautomatiseerd aanvullend getuigschrift (of meerdere opeenvolgend) aan te vragen, maar enkel mits de aflevering van het manueel aanvullend getuigschrift niet dagtekent van meer dan zes maanden voordien.

Een manueel aanvullend getuigschrift vermeldt in principe de formaliteiten die werden uitgevoerd sedert de datum van neerlegging van de aanvraag van het oorspronkelijk getuigschrift. Wanneer er echter ondertussen reeds een manueel aanvullend getuigschrift werd afgeleverd zullen enkel nog de formaliteiten worden vermeld die sedert de datum van neerlegging van de aanvraag van laatstbedoeld getuigschrift werden uitgevoerd. Dat is logisch omdat de formaliteiten uitgevoerd sedert de datum van neerlegging van de aanvraag van het oorspronkelijke getuigschrift reeds vermeld werden in het voorgaand manueel aanvullend getuigschrift.

De automatisering van de getuigschriften houdt voor de administratie een vereenvoudiging in van de administratieve procedure. De administratie blijft instaan voor de werkings- en onderhoudskosten van de applicatie.

Bovendien en wellicht nog belangrijker is de bijdrage die de automatisering levert aan de verhoging van de rechtszekerheid, doordat de termijnen voor de aflevering van de getuigschriften worden verkort.

Artikel 1 van het ontwerp bevat een aantal definities waaronder in het bijzonder die van hypothecair getuigschrift in het 5° ervan, waarin ook de wijze van bewaring van de datum van aflevering ervan nader wordt bepaald.

Artikel 127, eerste lid, van de hypotheekwet schrijft de aflevering voor van "getuigschriften waarbij worden vastgesteld de overgangen en de toekenningen van zakelijke rechten, alsook de huurcontracten, toegestaan door alle personen, aangewezen in de schriftelijke vorderingen welke hun te dien einde worden gedaan".

Artikel 128, tweede lid, van dezelfde wet bepaalt dat: "Er ontstaat eveneens een recht op schadevergoeding bij het niet vermelden, in de getuigschriften, van een of meer van de bestaande overschrijvingen of inschrijvingen, tenzij de vergissing voortkomt uit de ontoereikendheid van aanduidingen in de aanvraag tot het bekomen van het getuigschrift, die de aanvrager ten laste kan worden gelegd".

Een gezamenlijke lezing van deze bepalingen maakt duidelijk dat de getuigschriften melding moeten maken van de overschrijvingen en de inschrijvingen.

In de regel moeten alle overschrijvingen en inschrijvingen worden vermeld die zijn uitgevoerd betreffende een betrokken persoon en goed in de volledige periode waarop de aanvraag betrekking heeft.

Gelet op het oude tarief, dat gebaseerd was op het aantal vermelde formaliteiten en op het aantal personen ten name van wie de opzoekingen werden uitgevoerd, werd in het door de administratie ter beschikking gestelde aanvraagformulier voor het hypothecair getuigschrift echter bepaald dat de aanvrager kon vragen dat de exploten van bevel of van beslaglegging niet zouden worden vermeld.

Zelfs al beïnvloedt dit de kostprijs van het getuigschrift niet meer, het is toch in het belang van zowel de aanvrager als van de administratie dat die mogelijkheid wordt behouden. Dat is de bedoelding van artikel 1, 5°, tweede lid.

De hiervoor in herinnering gebrachte wetsbepalingen handelen niet rechtstreeks over de kantmeldingen. Ze komen logischerwijze dan ook niet ter sprake in de definitie gegeven in artikel 1, 5°.

Inderdaad, "De randvermeldingen zijn een toebehoren van de gekanttekende formaliteit. Zij hebben geen eigen en onafhankelijk bestaan. (Administratieve cursus "Hypotheekrecht - Voorbereidende cursus voor het examen 'Toetreding' en voor het vakbekwaamheidsexamen - "Fiscaal deskundige - Deel 2", FOD Financiën, Administratie Rechtszekerheid, ed. 30 juni 2017, p. 118-119, nr. 134).

Bovendien, "(...) wanneer de aanvraag om hypothecaire inlichtingen de opzoekingen beperkt tot "enkel vanaf die bepaalde datum" dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen de kantmeldingen van vóór 1 januari 2001 en die vanaf 1 januari 2001.

Kantmeldingen vanaf 1 januari 2001 zijn onmiddellijk te zien in het repertorium van de persoon waarop zij betrekking hebben, met bovendien een aantal links die deze meldingen verbinden met andere formaliteiten. Het is daarom niet te verantwoorden dat deze kantmeldingen niet zouden vermeld worden op het getuigschrift.

Met het oog op coherentie moet het getuigschrift dat een dergelijke kantmelding weergeeft, ook de formaliteit waarmee de kantmelding verbonden is weergeven.

Kantmeldingen van vóór 1 januari 2001 worden enkel vermeld indien de overschrijving of inschrijving waarop ze betrekking hebben zelf worden opgenomen in het getuigschrift" (ibidem).

Dat is de reden, vervolgt de genoemde cursus, waarom een waarschuwing in die zin is opgenomen in elk afgeleverd getuigschrift.

Zie ook de commentaar bij artikel 9.

Overigens, wat aangaat de formaliteiten uitgevoerd sedert 1 januari 2001 (en voor de hypotheekbewaringen die indertijd als pilootproject fungeerden, sedert iets langere tijd), vermelden de afgeleverde getuigschriften de formaliteiten en er wordt automatische een analytisch uittreksel ervan bijgevoegd met inbegrip van de kantmeldingen. Voor de oudere kantmeldingen wordt de tekst van de vermelding, d.w.z. de samenvatting van de akte die tot de melding door de hypotheekbewaarder aanleiding heeft gegeven, eveneens opgenomen.

De artikelen 2 en 3 behoeven geen toelichting.

De applicatie laat niet toe tezelfdertijd een getuigschrift en een kopie of een uittreksel te vragen (art. 4).

Artikel 5 behoeft geen verdere toelichting.

Wat artikel 6 betreft wordt, naast wat hierboven reeds gezegd werd, nog het volgende gepreciseerd : artikel 6, § 3, betreft de hypothese waarin de aanvrager de bedoeling heeft, na een of meerdere hypothecaire formaliteiten betreffende een authentieke akte in verband met een onroerend goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de vraag om inlichtingen, meer in het bijzonder wanneer het gaat om een akte bedoeld in artikel 1, eerste lid van de hypotheekwet, een nieuw getuigschrift te vragen betreffende de persoon die zakelijke rechten op het betreffende onroerende goed heeft verkregen. In dat geval zal de aanvrager deze verkrijger moeten aanduiden en identificeren conform de regels bepaald in paragraaf 1, 3°.

Bij gebreke daarvan zal de aanvrager ertoe gehouden zijn om een nieuwe aanvraag van een oorspronkelijk getuigschrift betreffende die verkrijger in te dienen.

De personen (natuurlijke personen of rechtspersonen) op naam van wie de inlichtingen worden gevraagd zijn alle personen die zakelijke rechten op het betrokken goed kunnen bezitten voor of na (in het kader van paragraaf 3) de uitvoering van de formaliteiten die betrekking hebben op de bedoelde akte.

Paragraaf 3 heeft enkel betrekking op een later verzoek slaande op de verkrijgers van zakelijke rechten, terwijl paragraaf 2 betrekking kan hebben op iedere persoon die door de aanvrager werd geïdentificeerd overeenkomstig de regels bepaald in paragraaf 1 en slaat dus op de voorgaande houders van zakelijke rechten en waarvoor opnieuw inlichtingen zullen worden gevraagd. Hier kan het voorbeeld hernomen worden van een notaris die juist voor het verlijden van de akte een bijkomend getuigschrift aanvraagt dat de periode dekt die is verlopen tussen de neerlegging van zijn eerste aanvraag en de neerlegging van de aanvraag van het aanvullend getuigschrift.

De artikelen 7 en 8 behoeven geen toelichting.

Artikel 9 dat handelt over de aanvraag van een kopie van de bestaande inschrijvingen en overschrijvingen verwijst niet expliciet naar de kantmeldingen, net zo min als dat wordt gedaan in de definitie van het hypothecair getuigschrift in artikel 1, 5° (zie commentaar desbetreffend supra).

Het spreekt echter eveneens voor zich dat wanneer een kopie van een inschrijving of overschrijving wordt afgegeven, deze uiteraard ook de kantmeldingen bevat die in de kant van de inschrijving of de overschrijving is gedaan.

Voor wat de kopies van de akten betreft leverde de hypotheekbewaarder in het tijdperk van de papieren registers leverde de hypotheekbewaarder een afschrift af van de overschrijving en van de eventuele meldingen in de kant (d.w.z., zoals hierboven aangegeven, de samenvatting van de akte die aanleiding gaf tot de melding opgesteld door de bewaring).

Doorgaans leverde hij niet onmiddellijk een volledige kopie af van de in artikel 84 van de hypotheekwet bedoelde borderellen of van de akten van doorhaling. In geval van een uitdrukkelijk verzoek en voor zover dit nog mogelijk was (aangezien de documenten niet werden ingeschreven noch overgeschreven, werden ze gearchiveerd in het hypotheekkantoor, voordat ze naar de griffie van de rechtbank van eerste aanleg werden gestuurd), kon de hypotheekbewaarder in principe een volledig kopie afleveren.

Het zij opgemerkt dat volgens artikel 3 van de hypotheekwet elke eis tot vernietiging van een akte die onderworpen is aan overschrijving, moet worden gekantmeld. Indien de bestreden akte niet is overgeschreven, is een kantmelding niet mogelijk en wordt de eis echt overgeschreven (overschrijving geldt als kantmelding). Deze overschrijving zal uiteraard volledig worden opgenomen wanneer een kopie van de akte wordt aangevraagd. De openbaarmaking is dus even volledig ongeacht of de kantmelding een wel dan niet overgeschreven akte betreft (Traité des hypothèques et de la transcription, E. Genin, nr. 516).

De overige artikelen behoeven geen toelichting, behalve artikel 11, vierde lid, dat bepaalt dat de aanvrager de verantwoordelijke is voor de verwerking in de zin van de AVG. Het spreekt voor zich dat hij slechts verwerkingsverantwoordelijk is wat betreft het gebruik dat hij maakt van de hem afgeleverde inlichtingen, kopieën of uittreksels.

Opsommen voor wat die inlichtingen door de aanvragers kunnen gebruikt worden, is onbegonnen werk.

Hier kan er wel aan herinnerd worden dat "... de hypothecaire openbaarmaking niet van zijn doel mag worden afgewend.

Iemand die een hypothecaire staat heeft verkregen, kan ervan onbeperkt gebruik maken in het kader van de verdediging van zijn belangen, maar hij mag er, zonder zich bloot te stellen aan een vordering tot schadevergoeding, geen ongeoorloofde openbaarheid aan geven door hem, bijvoorbeeld, met slechte bedoelingen in de pers te laten verschijnen (Nancy, 18 juni 1870, Rec. Enr., nr. 7711)" (Vrij vertaald naar : Traité des hypothèques et de la transcription, E. Genin, n° 3356).

Het spreekt eveneens voor zich dat de FOD Financiën verwerkingsverantwoordelijke is vanaf het ontvangen van de aanvraag tot het afleveren van de inlichtingen.

Vermits dit reeds bepaald is in artikel 2 van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/08/2012 pub. 24/08/2012 numac 2012003257 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten sluiten houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten, is het niet aangewezen dit in het besluit te herhalen, gezien ook de Raad van State in het algemeen de pure herhaling van een rechtsnorm (in casu een wet) in een lagere rechtsnorm (dit besluit) afraadt.

Inderdaad, bij gebrek aan afwijking van de voornoemde wet van 2012, geldt deze bepaling uiteraard ook voor de persoonsgegevens die in het kader van de behandeling van de aanvragen en de aflevering van hypothecaire inlichtingen.

Tenslotte, de aanbeveling van de Gegevensbeschermingsautoriteit om in het koninklijk besluit de bewaringstermijn van de gegevens te vermelden wordt uiteraard niet gevolgd omdat daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt. Het spreekt vanzelf dat de administratie de gegevens ten minste gedurende de verjaringstermijn van een eventuele rechtsvordering zal bewaren (zie artikel 2262bis, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek).

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, A. DE CROO

ADVIES 66.454/2/V VAN 28 AUGUSTUS 2019 OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `BETREFFENDE HET AANVRAGEN DOOR NOTARISSEN EN GEREGISTREERDE GEBRUIKERS VAN HYPOTHECAIRE INLICHTINGEN EN HET AFLEVEREN ERVAN DOOR DE ALGEMENE ADMINISTRATIE VAN DE PATRIMONIUMDOCUMENTATIE' Op 18 juli 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice Eerste Minister en Minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude en Minister van Ontwikkelingssamenwerking verzocht binnen een termijn van dertig dagen van rechtswege (*) verlengd tot 3 september 2019 een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het aanvragen door notarissen en geregistreerde gebruikers van hypothecaire inlichtingen en het afleveren ervan door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie'.

Het ontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 28 augustus 2019. De kamer was samengesteld uit Martine Baguet, kamervoorzitter, Wanda Vogel en Christine Horevoets, staatsraden, Christian Behrendt, assessor, en Charles Henri Van Hove, toegevoegd griffier. Het verslag is opgesteld door Stéphane Tellier, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wanda Vogel.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 augustus 2019.

Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of het ontwerp onder die beperkte bevoegdheid valt, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van alle feitelijke gegevens die de regering in aanmerking kan nemen als zij moet beoordelen of het nodig is een verordening vast te stellen of te wijzigen.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Voorafgaande vormvereisten Volgens de bepalingen van het ontwerp moeten persoonsgegevens verwerkt worden, aangezien de aanvrager van hypothecaire inlichtingen bepaalde gegevens moet meedelen en de overgezonden hypothecaire inlichtingen informatie bevatten over de persoon in verband met wie de inlichtingen aangevraagd zijn. (1) Op de vraag of werk gemaakt is van het raadplegen van de Gegevensbeschermingsautoriteit, die de toezichthoudende autoriteit is waarvan sprake is in artikel 36, lid 4, van de AVG, heeft de gemachtigde van de minister geantwoord dat het advies wel aangevraagd maar nog niet ontvangen is.

De steller van het ontwerp moet erop toezien dat dit verplichte voorafgaande vormvereiste naar behoren vervuld wordt.

Indien de tekst van het ontwerp na die raadpleging nog gewijzigd zou worden op punten die losstaan van die waarover dit advies handelt, moet de aldus gewijzigde tekst nogmaals om advies aan de afdeling Wetgeving voorgelegd worden.

Onderzoek van het ontwerp Aanhef 1. In het eerste lid dient de rechtsgrond van het ontworpen koninklijk besluit vermeld te worden met opgave van de nog geldende wijzigingen die deze rechtsgrond ondergaan heeft.(2) Het eerste lid moet dienovereenkomstig aangepast worden. 2. Het derde lid moet ofwel weggelaten worden ofwel als een overweging geredigeerd worden. Dispositief Artikel 1 Het begrip "oorspronkelijk hypothecair getuigschrift" zoals bepaald in artikel 1, 6°, moet worden herzien.

Het kan hoe dan ook niet gedefinieerd worden door te stellen dat het geen geautomatiseerd of manueel aanvullend hypothecair getuigschrift is, welke getuigschriften zelf in de bepalingen onder 7° en 8° gedefinieerd worden door terug te verwijzen naar de oorspronkelijke hypothecaire getuigschriften.

Artikel 5 Met het oog op de overeenstemming met de definities die in artikel 1 gegeven worden, moet in de Franse tekst het woord "hypothécaire" telkens na het woord "certificat" ingevoegd worden.

Deze opmerking geldt mutatis mutandis ook voor de Franse tekst van artikel 6, §§ 1, 5°, b), en 2.

Artikel 6 1. Volgens paragraaf 1, 5°, a), kan het type hypothecair getuigschrift dat gevraagd wordt "een dertigjarig oorspronkelijk hypothecair getuigschrift" zijn.Op de vraag of dat soort getuigschrift, dat in artikel 1 van het ontwerp overigens niet gedefinieerd wordt, verschilt van de andere oorspronkelijke hypothecaire getuigschriften, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "Compte tenu de la durée de validité des inscriptions hypothécaires et des privilèges (article 90 de la loi hypothécaire), les certificats hypothécaires originaires portent en principe sur 30 ans (il s'agira alors évidemment d'un "certificat originaire trentenaire").

Dans certains cas, dans sa première demande, le demandeur précise une date plus ancienne ou plus récente à partir de laquelle il désire avoir les renseignements. Il peut y avoir à cela différents motifs (par ex. la volonté d'identifier un acte antérieur de manière à pouvoir en demander une copie pour vérifier très précisément des charges, délimitations ou servitudes; en cas de demande sur moins de trente ans, ce sera par exemple le cas parce que le notaire est détenteur des minutes ou a lui-même passé un acte transcrit plus récemment et connait déjà la situation hypothécaire antérieure à cet acte). Il s'agira d'un certificat originaire (non trentenaire).

Enfin, juste avant de passer un acte, un notaire demande en principe un certificat complémentaire, couvrant la période écoulée entre sa première demande et la date de demande de ce certificat complémentaire.

Ces notions sont si profondément ancrées dans la pratique qu'une définition serait superflue".

Het verdient aanbeveling die uitleg in het verslag aan de Koning op te nemen. 2. Ook de volgende uitleg van de gemachtigde van de minister, over de bedoeling van de regel die vervat is in paragraaf 3, moet in het verslag aan de Koning opgenomen worden: "L'article 6, § 3 vise l'hypothèse où le demandeur a l'intention de solliciter, après la ou les formalités hypothécaires relatives à un acte authentique portant sur l'immeuble qui a fait l'objet de la demande de renseignements, en particulier s'agissant d'un acte visé à l'article 1, al.1er de la loi hypothécaire, un nouveau certificat concernant la personne qui a acquis des droits réels sur ledit immeuble. Dans ce cas, le demandeur devra désigner et identifier ledit acquéreur conformément aux règles fixées au paragraphe 1er, 3°.

A défaut, le demandeur sera contraint d'introduire une nouvelle demande de certificat concernant ledit acquéreur.

Les personnes (physiques ou morales) dans le chef desquelles les renseignements sont demandés sont toutes les personnes qui sont susceptibles de détenir des droits réels sur le bien concerné avant ou après (dans le cadre du paragraphe 3) les formalités qui auront pour objet l'acte envisagé.

Le paragraphe 3 vise uniquement une demande ultérieure portant sur les acquéreurs de droits réels tandis que le paragraphe 2 peut concerner toute personne identifiée par le demandeur conformément aux règles fixées au paragraphe 1er et vise donc les précédents détenteurs de droits réels et pour lesquels des renseignements seront de nouveau demandés. On peut reprendre l'exemple du notaire qui, juste avant de passer un acte, demande un certificat complémentaire couvrant la période écoulée entre sa première demande et la date de la demande du certificat complémentaire".

De griffier, Ch. Van Hove De voorzitter, M. Baguet _______ Nota's (*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus. (1) Overeenkomstig verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 `betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)' (hierna: de AVG) wordt een andere "verwerkingsverantwoordelijke" aangewezen naargelang het gaat om gegevens over de aanvrager dan wel om gegevens over de persoon in verband met wie de inlichtingen aangevraagd zijn. (2) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 27.

11 NOVEMBER 2019. - Koninklijk besluit betreffende het aanvragen door notarissen en geregistreerde gebruikers van hypothecaire inlichtingen en het afleveren ervan door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de hypotheekwet van 16 december 1851, artikel 142, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, en artikel 144, 2° en 3°, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995, vervangen bij de wet van 21 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 juli 2019;

Gelet op het advies nr. 151/2019 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 4 september 2019;

Gelet op het advies nr. 66.454 van de Raad van State, gegeven op 28 augustus 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het gaat om een louter uitvoeringsbesluit van de bestaande wetgeving en dit besluit op zich geen enkele nieuwe budgettaire weerslag heeft;

Op de voordracht van de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° administratie: de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie;2° aanvrager: een notaris of een geregistreerde gebruiker die hypothecaire inlichtingen aanvraagt;3° geregistreerd gebruiker: een gebruiker die met de administratie een overeenkomst heeft gesloten aangaande het aanvragen en het afleveren van hypothecaire inlichtingen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit; De minister die bevoegd is voor de Financiën of zijn gemachtigde stelt de standaardtekst van deze overeenkomst vast. 4° hypothecaire inlichtingen: hypothecaire getuigschriften, kopieën of uittreksels;5° hypothecair getuigschrift: een document dat, voor een bepaalde periode en met betrekking tot de persoon en het goed vermeld in de aanvraag, de overgeschreven akten vermeldt en de inschrijvingen die het goed bezwaren, rekening houdend met het door de aanvrager gewenste type van formaliteiten; De exploten van bevel en beslag worden niet vermeld wanneer de aanvrager deze uitsluit in zijn aanvraag.

De tijdstempel van de link naar het beeld van het hypothecair getuigschrift, die overeenstemt met de datum van aflevering van het hypothecair getuigschrift, wordt bewaard in de desbetreffende databank van de administratie; 6° oorspronkelijk hypothecair getuigschrift: een hypothecair getuigschrift dat de hypothecaire formaliteiten vermeldt die zijn uitgevoerd vanaf de in de aanvraag vermelde datum tot de datum van indiening van de aanvraag;7° geautomatiseerd aanvullend hypothecair getuigschrift: een hypothecair getuigschrift dat wordt aangevraagd binnen 6 maanden na de aflevering van een oorspronkelijk of een manueel aanvullend hypothecair getuigschrift en dat, automatisch aangemaakt op grond van het refertenummer van dat getuigschrift, de formaliteiten vermeldt die zijn uitgevoerd vanaf de datum van de neerlegging van de aanvraag ervan;8° manueel aanvullend hypothecair getuigschrift: een hypothecair getuigschrift dat manueel wordt aangemaakt. Een dergelijk getuigschrift kan enkel worden aangevraagd na een geautomatiseerd aanvullend hypothecair getuigschrift, dat zelf gevolgd is op een oorspronkelijk hypothecair getuigschrift of een aanvullend automatisch of manueel hypothecair getuigschrift.

Het vermeldt de hypothecaire formaliteiten die zijn uitgevoerd vanaf de datum van de neerlegging van de aanvraag van het oorspronkelijke of manuele aanvullende hypothecaire getuigschrift dat aan het eerste geautomatiseerde aanvullende hypothecaire getuigschrift is voorafgegaan.

TITEL 2. - Aanvraag van hypothecaire inlichtingen HOOFDSTUK 1. - Algemeen

Art. 2.Om de aflevering van hypothecaire inlichtingen aan te vragen gebruikt de aanvrager de daartoe door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gestelde applicatie.

De minister die bevoegd is voor Financiën kan technische voorschriften betreffende het gebruik van die applicatie bepalen.

Art. 3.Indien de applicatie bedoeld in artikel 2 door overmacht of technische storing niet functioneert, kunnen de hypothecaire inlichtingen gevraagd worden door middel van een op papier gestelde aanvraag of door middel van een elektronische aanvraag gestuurd naar een beveiligde elektronische brievenbus van de administratie.

Art. 4.Een hypothecair getuigschrift kan niet tezelfdertijd worden aangevraagd met een kopie of een uittreksel.

Art. 5.De aanvraag van een manueel aanvullend hypothecair getuigschrift is enkel mogelijk indien de complexiteit van het afgeleverde geautomatiseerde aanvullende hypothecair getuigschrift dat verantwoordt. HOOFDSTUK 2. - Vermeldingen in de aanvraag van een oorspronkelijk en van een manueel aanvullend hypothecair getuigschrift

Art. 6.§ 1. In de aanvraag worden de volgende gegevens vermeld: 1° ter identificatie van de notaris: a) de benaming van zijn kantoor;b) zijn standplaats;c) het identificatienummer van zijn kantoor, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, 4° van het Koninklijk Besluit van 19 december 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2018 pub. 08/01/2019 numac 2018032493 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de persoonsgegevens die voorkomen op de elektronische lijst van de kandidaat-notarissen, notarissen-titularis, geassocieerde notarissen en plaatsvervangers bedoeld in artikel 91, eerste lid, 12° van de wet van 25 sluiten tot vaststelling van de persoonsgegevens die voorkomen op de elektronische lijst van de kandidaat-notarissen, notarissen-titularis, geassocieerde notarissen en plaatsvervangers bedoeld in artikel 91, eerste lid, 12° van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 189, v) tot vii), 195 en 196 van de wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie;d) het ondernemingsnummer toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen.2° ter identificatie van de geregistreerde gebruiker: de gegevens vermeld in de overeenkomst;3° ter identificatie van een persoon op naam van wie de inlichtingen worden gevraagd: a) indien het gaat om een natuurlijke persoon: 1) zijn naam en eerste twee voornamen en, in voorkomend geval, zijn eerdere namen en voornamen tijdens de periode waarop de aanvraag betrekking heeft;2) zijn geboortedatum en -plaats;3) als de aanvrager het heeft en het mag gebruiken, het rijksregisternummer toegekend in uitvoering van artikel 2, § 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, of van het identificatienummer van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, tijdens de periode waarop de aanvraag betrekking heeft;b) indien het gaat om een rechtspersoon: 1) zijn naam en, in voorkomend geval, zijn eerdere namen tijdens de periode waarop de aanvraag betrekking heeft;2) als de aanvrager het heeft, het door de Kruispuntbank van Ondernemingen toegekende ondernemingsnummer van de rechtspersoon tijdens de periode waarop de aanvraag betrekking heeft;3) zijn zetel;4) zijn rechtsvorm;5) indien de rechtspersoon te eniger tijd tijdens de periode waarop de aanvraag betrekking heeft een buitenlandse vennootschap was, de datum van oprichting ervan, voor zover de aanvrager daarvan kennis heeft;4° ter identificatie van een betrokken onroerend goed: a) de naam en de NIS-code van de kadastrale afdeling ervan;b) de kadastrale sectie;c) het nummer van het kadastraal perceel;d) de totale oppervlakte;e) de straat, en in voorkomend geval het huisnummer;f) de aard van het goed;g) indien bovenstaande gegevens niet overeenstemmen met de laatst overgeschreven titel, de vermelding van het goed zoals beschreven in die titel;5° de vermelding van het type hypothecair getuigschrift dat wordt gevraagd: a) ofwel een dertigjarig oorspronkelijk hypothecair getuigschrift;b) ofwel een oorspronkelijk hypothecair getuigschrift vanaf een bepaalde datum of een manueel aanvullend hypothecair getuigschrift;6° de vermelding van de gewenste formaliteiten;7° de vermelding of de aanvraag al dan niet dringend is;8° de identificatie van het kantoor van de administratie waaraan de aanvraag wordt gericht; 9°. behalve in geval van toepassing van artikel 3, het refertenummer van de elektronische zending; 10° de referentie aan het dossier van de aanvrager;11° de taal van de aanvraag. § 2. De aanvraag gaat tevens vergezeld van de aanduiding van de personen op naam van wie later een geautomatiseerd aanvullend hypothecair getuigschrift kan worden gevraagd. § 3. De aanvraag mag vergezeld gaan van de aanduiding en identificatie van de verkrijgende personen zoals bepaald in paragraaf 1, 3° op naam van wie later een geautomatiseerd aanvullend hypothecair getuigschrift kan worden gevraagd.

Art. 7.De aanvraag van het oorspronkelijke hypothecair getuigschrift kan vergezeld gaan van een verzoek tot een opzoeking betreffende de vorige eigenaars. HOOFDSTUK 3. - Vermelding in de aanvraag van een geautomatiseerd aanvullend hypothecair getuigschrift

Art. 8.De aanvraag gaat vergezeld van het refertenummer van het oorspronkelijke of het manuele aanvullende hypothecair getuigschrift. HOOFDSTUK 4. - Vermeldingen in de aanvraag van een kopie of een uittreksel

Art. 9.De aanvraag van een kopie van de bestaande inschrijvingen of overschrijvingen gaat vergezeld van de volgende gegevens: 1° het formaliteitsnummer;2° indien de aanvrager die heeft, de datum van de akte of het stuk.

Art. 10.De aanvraag van een uittreksel van de bestaande overschrijvingen gaat vergezeld van de gegevens bedoeld in artikel 9 en van de aanwijzing van het gewenste deel van de akte of van het stuk.

TITEL 3. - Aflevering van hypothecaire inlichtingen HOOFDSTUK 1. - Algemeen

Art. 11.De hypothecaire inlichtingen worden elektronisch afgeleverd via de applicatie vermeld in artikel 2.

De overeenkomstig artikel 3 gedane aanvraag belet niet dat de inlichtingen via die applicatie worden afgeleverd.

De minister die bevoegd is voor Financiën kan technische voorschriften betreffende de aflevering via die applicatie bepalen.

Wat het gebruik betreft van de hypothecaire inlichtingen die hem werden afgeleverd is de aanvrager de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

Art. 12.Indien de applicatie bedoeld in artikel 2 door overmacht of technische storing niet functioneert, geschiedt de aflevering op papier of via een beveiligde elektronische brievenbus van de administratie.

Een aflevering overeenkomstig het eerste lid belet niet de latere aflevering van een geautomatiseerd of manueel aanvullend hypothecair getuigschrift via de in artikel 2 bedoelde applicatie.

Art. 13.De hypothecaire inlichtingen die via de in artikel 2 bedoelde applicatie of via de in artikel 3 bedoelde elektronische brievenbus worden afgeleverd, hebben hetzelfde officiële karakter als deze die door de administratie op papier worden afgeleverd op voorwaarde dat is voldaan aan de bepalingen van artikel 9, § 1 van de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/2014 pub. 04/06/2014 numac 2014203384 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren type wet prom. 05/05/2014 pub. 16/09/2015 numac 2015000482 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren type wet prom. 05/05/2014 pub. 31/03/2015 numac 2015000161 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren sluiten houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren. HOOFDSTUK 2. - Afleveren van hypothecaire getuigschriften

Art. 14.De hypothecaire getuigschriften bevatten: 1° wat betreft het oorspronkelijke en het manuele aanvullende hypothecair getuigschrift: a) de in artikel 1, 5°, eerste en tweede lid bedoelde gegevens;b) de datum waarop de aanvraag bij de administratie ontvangen werd en die werd voorzien van een tijdstempel, zijnde de datum tot wanneer de hypothecaire opzoekingen werden uitgevoerd;c) de datum vanaf wanneer de hypothecaire opzoekingen werden uitgevoerd;d) de datum van de opmaak;e) het refertenummer van het oorspronkelijke of het manuele aanvullende hypothecair getuigschrift.2° wat betreft het geautomatiseerde aanvullende hypothecair getuigschrift: a) de gegevens zoals bepaald in 1°, a), en d);b) de datum vanaf wanneer de aanvullende hypothecaire opzoekingen werden uitgevoerd, zijnde de datum waarop de aanvraag van het oorspronkelijke of het manuele aanvullende hypothecair getuigschrift bij de administratie ontvangen werd en die werd voorzien van een tijdstempel;c) de datum tot wanneer de hypothecaire opzoekingen werden uitgevoerd, meer bepaald de datum tot wanneer de hypothecaire documentatie van het bevoegde kantoor van de administratie werd bijgewerkt in haar applicatie voor wat betreft de etappe "identificeren van de partijen";d) een melding dat één of meerdere hypothecaire formaliteiten nog in verwerking zijn met betrekking tot één of meerdere van de in artikel 6, § 2 en § 3 aangeduide personen, vanaf de datum zoals bepaald onder b) tot en met de datum zoals bepaald onder c);e) het refertenummer van het geautomatiseerde aanvullende hypothecair getuigschrift.

Art. 15.In het in artikel 3 bedoelde geval wordt een kopie van de aanvraag bijgevoegd. HOOFDSTUK 3. - Aflevering van een kopie of een uittreksel

Art. 16.De aflevering van een kopie of een uittreksel gaat vergezeld van het formaliteitsnummer.

In het in artikel 3 bedoelde geval wordt een kopie van de aanvraag bijgevoegd.

TITEL 4. -Slotbepalingen

Art. 17.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.

Het is enkel van toepassing op de aanvragen van oorspronkelijke hypothecaire getuigschriften, kopieën of uittreksels die worden gedaan vanaf die datum en op de aanvragen van geautomatiseerde of manuele aanvullende hypothecaire getuigschriften die daaruit volgen.

Art. 18.De minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 november 2019.

FILIP Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, A. DE CROO


begin


Publicatie : 2019-11-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^