Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 12 december 2016
gepubliceerd op 19 januari 2017

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de zeevisserij" (1)

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2016205292
pub.
19/01/2017
prom.
12/12/2016
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

12 DECEMBER 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag, voorheen brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de zeevisserij" (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de zeevisserij;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag, voorheen brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de zeevisserij".

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 december 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de zeevisserij Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 2015 Toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag, voorheen brugpensioen) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de zeevisserij" (Overeenkomst geregistreerd op 3 maart 2016 onder het nummer 132027/CO/143) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de reders die ressorteren onder het Paritair Comité voor de zeevisserij en op sommige werknemers die zij tewerkstellen of tewerkgesteld hebben. HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden

Art. 2.Hebben recht op een aanvullende vergoeding ten laste van het "Zeevissersfonds" en onder de voorwaarden bepaald in artikel 3, de zeevissers die ontslagen worden, behalve wegens dringende redenen in de zin van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978).

Het "Zeevissersfonds" waarborgt in alle gevallen de betaling van de aanvullende vergoeding behalve wanneer de wetgeving op de sluiting van ondernemingen van toepassing is.

Art. 3.§ 1. Komen in aanmerking voor het verkrijgen van het in artikel 2 voorziene recht, de zeevissers waarvan het ontslag werd betekend in de loop van de periode ingaande op 1 januari 2016 en eindigend op 31 december 2016 en die : 1° in de loop van voormelde periode de leeftijd bereiken van 60 jaar;2° 5 500 aangemonsterde dagen, vaartdagen en gelijkgestelde dagen;3° recht hebben op de werkloosheidsuitkeringen. § 2. De leeftijd voorzien in § 1 moet zijn bereikt de dag waarop de arbeidsovereenkomst een einde neemt.

Art. 4.§ 1. Op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zendt de werknemer in dubbel exemplaar aan het sociaal fonds de gegevens met betrekking tot de voorwaarden voorzien in artikel 3.

Bij aanvaarding van de gegevens zendt het "Zeevissersfonds" een exemplaar terug aan de werkgever die na verloop van de opzeggingstermijn, het bewijs van volledige werkloosheid overmaakt aan de betrokken werkman, die dit bewijs aanbiedt aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening om de voorziene werkloosheidsuitkering te bekomen.

Art. 5.Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag gaat in op het einde van de opzeggingstermijn voorzien bij de wet van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/05/2003 pub. 20/06/2003 numac 2003012246 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser sluiten houdende regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser en wordt verleend tot aan de wettelijke pensioenleeftijd.

Diegene die in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvullende vergoeding geniet, wordt voor de toepassing van de sociale wetgeving gelijkgesteld met de werklozen die werkloosheidsuitkeringen genieten. HOOFDSTUK III. - Bedrag en uitkering

Art. 6.Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt berekend zoals vastgesteld volgens de artikelen 5, 6 en 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975), zoals zij achteraf werd gewijzigd door verscheidene collectieve arbeidsovereenkomsten.

Art. 7.De aanvullende vergoeding in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt uitgekeerd aan de gerechtigde in de loop van de eerste week volgend op de maand waarop hij recht heeft op werkloosheidsuitkering.

De uitkering geschiedt op voorlegging van een bewijskrachtig document waaruit blijkt dat de betrokkene de werkloosheidsvergoeding heeft ontvangen.

Art. 8.De aanvullende vergoeding in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag mag niet met andere vergoedingen of toelagen voortvloeiend uit de stopzetting van de bedrijvigheid, verleend krachtens wettelijke, conventionele of reglementaire bepalingen, worden gecumuleerd.

Het in vorig lid bepaald verbod van cumulatie is niet van toepassing op de sluitingsvergoedingen voorzien bij de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van de onderneming (Belgisch Staatsblad van 2 juli 1966) en de inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit zoals voorzien bij artikel 14 van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Art. 9.Tot aan de wettelijke pensioenleeftijd genieten de gerechtigden van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, gedurende de periode dat hen de aanvullende vergoeding wordt uitbetaald, de fiscale aftrek bedoeld in artikel 62bis, § 1, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelasting.

Art. 10.De financiële middelen voor uitbetaling van de aanvullende vergoedingen aan de zeevissers vermeld in artikel 3, worden geput uit het "Zeevissersfonds". HOOFDSTUK IV. - Geldigheid

Art. 11.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2016 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2016.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 december 2016.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^