Koninklijk Besluit van 12 december 2018
gepubliceerd op 31 december 2018
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2018206178
pub.
31/12/2018
prom.
12/12/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018206178

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


12 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering


VERSLAG AAN DE KONING Sire, De bedoeling van het besluit dat aan Uw handtekening wordt voorgelegd, is het wijzigen van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering.

Het besluit betreft het artikel 64, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering te voorziene uitzonderingen op het principe van artikel 64, eerste lid, dat stelt dat een werknemer vanaf de eerste dag van de kalendermaand, volgend op deze waarin zijn 65e verjaardag gelegen is, geen aanspraak op werkloosheidsuitkeringen meer kan maken.

Het voorliggende besluit tracht een oplossing te bieden voor de werknemers die in België wonen maar gewoonlijk zijn tewerkgesteld in een aan België grenzend land. Volgens de Europese Verordening (EG) nr. 883/2004 van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, is ten aanzien van deze werknemers het werkland bevoegd inzake de pensioenen, maar het woonland bevoegd inzake de werkloosheid. In geval van ongelijke pensioenleeftijden kan zich de situatie voordoen dat een grenswerknemer die zijn werk verliest enerzijds niet in aanmerking komt voor een werkloosheidsvergoeding (in het woonland) en anderzijds ook niet voor een pensioen (in het werkland). De situatie kan zich in concreto voordoen bij een werknemer die in België woont en in Nederland werkt.

Als hij werkloos is, zal hij volgens de huidige wetgeving geen aanspraak meer kunnen maken op een werkloosheidsuitkering in België vanaf 65 jaar, terwijl hij pas op een latere leeftijd in aanmerking zal komen voor een pensioen volgens de Nederlandse wetgeving.

In zijn advies 64.276/1 van 18 oktober 2018 heeft de Raad van State geoordeeld dat de ontworpen regeling problematisch was in het licht van de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie, omwille van twee redenen: - de ontworpen maatregel was enkel van toepassing op werknemers die, terwijl zij hun hoofdverblijfplaats in België hadden, verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in Nederland en niet op werknemers die verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in andere landen, en; - er is een verschil in behandeling tussen de voornoemde werknemers, aan wie bedoelde uitkeringen langer kunnen worden toegekend, en de andere gerechtigden op die uitkeringen, voor wie het recht eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.

In het licht van deze opmerkingen werd het besluit in belangrijke mate aangepast.

De doelstelling van het voorliggende besluit stemt overeen met de doelstelling van het wetsvoorstel tot versterking van de sociale bescherming van grensarbeiders (Parl. St. Kamer 2017-2018, Doc 54.2597/001). Zoals aangehaald in de toelichting bij dit wetsvoorstel bestaat er in de Belgische pensioenwetgeving een pensioencomplement voor grensarbeiders (artikel 5, § 7, van het koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/12/1996 pub. 04/02/2014 numac 2014000075 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type koninklijk besluit prom. 23/12/1996 pub. 17/11/2015 numac 2015000648 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels).

Artikel 198 van de programmawet (I) van 19 december 2014, heeft dit pensioencomplement evenwel hervormd zodat dat, ondermeer, enkel nog geldt vanaf het moment waarop het pensioen ingaat krachtens de wetgeving van het land van tewerkstelling.

Het voorliggende besluit werd aldus zo aangepast dat dit aansluit bij de specifieke regeling die bestaat voor grensarbeid in de pensioenwetgeving. Het voorliggende besluit biedt dus een oplossing voor deze werknemers die, omwille van de aanpassingen aan de pensioenwetgeving door de programmawet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 19/12/2014 pub. 29/12/2014 numac 2014021137 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten geen of minder pensioenrechten hebben dan dat ze zouden gehad hebben zonder deze wijzigingen. De werknemer zal zo na zijn 65 jaar verder in België een werkloosheidsuitkering kunnen genieten tot hij aanspraak kan maken op zijn buitenlandse pensioenrechten. Het voorliggend besluit beperkt dus het toepassingsgebied niet langer tot enkel de werknemers tewerkgesteld in Nederland maar breidt het toepassingsgebied uit tot de personen die zijn tewerkgesteld in een aan België grenzend land.

Personen die in België wonen maar in een niet-buurland werken, vallen niet onder de maatregel. In de mate dat dergelijke situaties realistisch zijn aangezien de werknemer bij grensarbeid in principe elke dag pendelt, is het verschil in behandeling redelijk verantwoord in die zin dat werknemers in deze situatie nooit werden geviseerd in artikel 5, § 7, van het voormelde besluit van 23 december 1996 en aldus ook niet in een minder gunstige situatie zijn terecht gekomen door de wijziging aan dit artikel door de Programmawet (I) van 19 december 2014.

Ook personen die in België wonen en werken maar in het verleden voor lange tijd hebben gewoond en gewerkt in een ander land, vallen niet onder deze maatregel. Ook hier dient bemerkt te worden dat zij nooit werden geviseerd door het vernoemde artikel 5, § 7. Bijkomend dient te worden opgemerkt dat, in geval zo een persoon in de pensioenwetgeving tijdelijk minder rechten zou hebben op pensioenuitkeringen, dit probleem zijn oorzaak vindt in de afstemming van de pensioenwetgevingen tussen de verschillende landen en dient een oplossing - mocht die nodig zijn - binnen de pensioenwetgeving te worden gevonden. Bij de grensarbeiders situeert het probleem zich bij de afstemming van de Europese regels inzake pensioen en werkloosheid, waarvoor resp. het werkland en het woonland bevoegd zijn. In deze situatie, maar dan ook enkel in deze situatie alleen, kan via de werkloosheid in een oplossing worden voorzien.

Door deze aanpassing steunt de beperking van het toepassingsgebied op een objectief criterium en is aldus redelijk verantwoord, rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betrokken maatregel. Aldus is toegemoet gekomen aan de opmerkingen van de Raad van State.

Artikel 2 van het koninklijk besluit voorziet in een inwerkingtreding op 1 januari 2018, omdat de benadeling van de werknemer die woonachtig was in België terwijl hij in Nederland pensioenrechten heeft opgebouwd zich reeds in het verleden stelt.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Werk, K. PEETERS

ADVIES 64.276/1 VAN 18 OKTOBER 2018 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT 'TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 64 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 25 NOVEMBER 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten HOUDENDE DE WERKLOOSHEIDSREGLEMENTERING' Op 18 september 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Werk verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering'.

Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 2 oktober 2018. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Chantal Bamps, staatsraden, en Greet Verberckmoes, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Wendy Depester, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Chantal Bamps, staatsraad.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 18 oktober 2018. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Door het verhogen van de leeftijd voor het uitkeren van een pensioen in Nederland is de situatie ontstaan dat een werknemer die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft en die verbonden is met een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in Nederland en die volledig werkloos is geworden: - enerzijds, met toepassing van de Belgische werkloosheidsreglementering (artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten 'houdende de werkloosheidsreglementering') vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op deze waarin zijn vijfenzestigste verjaardag gelegen is, geen werkloosheidsuitkering meer kan ontvangen, maar - anderzijds, krachtens de Nederlandse pensioenwetgeving vanaf dat ogenblik nog niet gerechtigd is op een pensioenuitkering. Artikel 1 van het om advies voorgelegd ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe hieraan te verhelpen door het tweede lid van artikel 64 van voormeld koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten te vervangen. De ontworpen regeling beoogt, om recht te kunnen blijven hebben op een werkloosheidsuitkering, de leeftijdsvoorwaarde buiten beschouwing te laten indien gelijktijdig aan een aantal voorwaarden is voldaan (met name moet het gaan om een werknemer die aanspraak maakt op uitkeringen als volledig werkloze (als voltijdse of als vrijwillig deeltijdse werknemer), die geen aanspraak kan maken op een pensioen toegekend door of krachtens een buitenlandse wet en die moet kunnen aantonen dat hij, terwijl hij zijn hoofdverblijfplaats had in België, gedurende een al dan niet ononderbroken periode van minstens 15 jaar verbonden was door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in Nederland).

De ontworpen regeling heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2018 (artikel 2). 3. De rechtsgrond voor het ontworpen besluit wordt geboden enerzijds, door artikel 7, § 1, derde lid, i), van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type besluitwet prom. 28/12/1944 pub. 01/12/2009 numac 2009000782 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Besluit-wet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten 'betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders', dat zoals blijkt uit de vaste adviespraktijk van de Raad van State, afdeling Wetgeving, wordt beschouwd als de algemene rechtsgrond voor de werkloosheidsreglementering [1] en, anderzijds, door artikel 7, § 1septies, derde lid, van diezelfde besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type besluitwet prom. 28/12/1944 pub. 01/12/2009 numac 2009000782 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Besluit-wet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, dat de Koning machtigt om de toekenningsvoorwaarden voor de werkloosheidsuitkeringen vast te leggen. ONDERZOEK VAN DE TEKST Artikel 1 4.1. Het ontworpen artikel 64, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten herneemt de bepaling die op heden terug te vinden is in artikel 64, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten. Om die reden dienen de woorden "volgend op deze" te worden ingevoegd tussen de woorden "na de maand" en de woorden "waarin zijn vijfenzestigste verjaardag" (cfr. Artikel 64, tweede lid, van het koninklijk van 25 november 1991). 4.2. Het ontworpen artikel 64, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten bepaalt dat het eerste lid van voornoemd artikel 64 dat stelt dat de werkloze niet meer kan genieten van uitkeringen vanaf de eerste dag van de kalendermaand, volgend op deze waarin zijn vijfenzestigste verjaardag gelegen is niet van toepassing is op de werknemer die gelijktijdig de volgende voorwaarden vervult: a) de werknemer maakt aanspraak op uitkeringen als volledig werkloze overeenkomstig de artikelen 100 of 103;b) de werknemer kan geen aanspraak maken op een pensioen in de zin van artikel 65, toegekend door of krachtens een buitenlandse wet; c) de werknemer levert het bewijs dat hij gedurende een al dan niet ononderbroken periode van minstens vijftien jaar, en terwijl hij zijn hoofdverblijfplaats had in België, was verbonden met een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in Nederland. 4.2.1. De voorgestelde regeling voorziet ten aanzien van de betrokkenen in een voordeel, doordat zij ook nog na de leeftijd van 65 jaar bedoelde werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten, terwijl voor alle andere uitkeringsgerechtigden het recht op bedoelde uitkeringen eindigt bij het bereiken van die leeftijd. Daarnaast is de toepassing van de regeling beperkt tot werknemers die het bewijs leveren dat zij gedurende een al dan niet ononderbroken periode van minstens vijftien jaar, en terwijl zij hun hoofdverblijfplaats in België hadden, verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in Nederland met uitsluiting van de werknemers die verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in andere landen. Op die wijze wordt een tweevoudig verschil in behandeling gecreëerd tussen categorieën van personen. De vraag rijst of voor dat onderscheid een verantwoording voorhanden is in het licht van het grondwettelijke beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.

Volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof is een verschil in behandeling slechts verenigbaar met de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie, wanneer dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld, rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betrokken maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel. [2] 4.2.2. In zijn advies 62.144/1 van 30 oktober 2017 over een wetsvoorstel 'tot versterking van de sociale bescherming van grensarbeiders' [3] werd met betrekking tot de aanvullingsbepaling van artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten [4] door de Raad van State, afdeling Wetgeving, met verwijzing naar de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, opgemerkt dat het om advies voorgelegde voorstel en de toelichting erbij geen elementen bevatten die redelijkerwijs konden verantwoorden waarom de voorgestelde maatregel enkel van toepassing was op grensarbeiders en niet ook op andere personen die zich in een gelijkaardige situatie kunnen bevinden op grond van de toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004. Tevens werd opgemerkt dat het voorstel evenmin een deugdelijke verantwoording bevatte voor het verschil in behandeling tussen de grensarbeiders, aan wie bedoelde uitkeringen langer konden worden toegekend, en de andere gerechtigden op die uitkeringen, voor wie het recht eindigde bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Er werd in het advies geconcludeerd dat de voorgestelde regeling problematisch was in het licht van de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie. 4.2.3. Door de gemachtigde wordt in het licht van de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie het verschil in behandeling als volgt verantwoord: "De regeling beoogt te vermijden dat een werknemer, die in een buurland heeft gewerkt terwijl hij woonde in België (en na die tewerkstelling in België is blijven wonen), zonder vervangingsinkomen valt omdat hij enerzijds in België de maximumleeftijd voor het gerechtigd zijn op werkloosheidsuitkeringen bereikt, maar anderzijds in toepassing van een buitenlandse regeling nog geen aanspraak kan maken op een pensioen.

De regeling beoogt niet boven de leeftijd van 65 jaar een keuzemogelijkheid tussen ofwel het pensioen ofwel de werkloosheidsuitkering te bieden.

In de praktijk is Nederland het enige buurland waar het pensioen niet vanaf de leeftijd van 65 jaar (of vroeger) kan opgenomen worden. Er is dus in de actuele situatie geen schending van het gelijkheidsbeginsel indien de regeling tot Nederland wordt beperkt.

Indien de situatie in de andere buurlanden zou wijzigen, is dit een nieuw gegeven dat op dat ogenblik moet worden geëvalueerd.

Op termijn stijgt overigens ook de pensioenleeftijd in België en zal de leeftijdsgrens in het artikel 64 hierop afgesteld moeten worden.".

Vraag is echter of deze verantwoording volstaat in het licht van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Het om advies voorgelegde ontwerp en de door de gemachtigde gegeven toelichting bevatten immers geen elementen die redelijkerwijs kunnen verantwoorden waarom de ontworpen maatregel enkel van toepassing is op werknemers die het bewijs leveren dat zij gedurende een al dan niet ononderbroken periode van minstens vijftien jaar, en terwijl zij hun hoofdverblijfplaats in België hadden, verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in Nederland en niet op werknemers die verbonden waren door een arbeidsovereenkomst met een werkgever gevestigd in andere landen. Evenmin wordt een deugdelijke verantwoording gegeven voor het verschil in behandeling tussen de voornoemde werknemers, aan wie bedoelde uitkeringen langer kunnen worden toegekend, en de andere gerechtigden op die uitkeringen, voor wie het recht eindigt bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.

Gelet op het voorgaande is de Raad van State, afdeling Wetgeving, van oordeel dat de voorgestelde bepaling problematisch is in het licht van de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie. 4.3. In subsidiaire orde dient nog te worden opgemerkt dat in elk geval rekening zal moeten worden gehouden met het parlementaire gevolg dat aan het wetsvoorstel waarvan sprake in randnummer 4.2.2 zal worden gegeven.

DE GRIFFIER, Greet VERBERCKMOES DE VOORZITTER, Marnix VANDAMME

12 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type besluitwet prom. 28/12/1944 pub. 01/12/2009 numac 2009000782 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Besluit-wet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 7, § 1, derde lid, i, vervangen bij de wet van 14 februari 1961 en § 1septies, derde lid, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 24 mei 2018;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 12 juli 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 6 september 2018;

Gelet op advies 64.276/1 van de Raad van State, gegeven op 18 oktober 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 maart 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 december 2014, wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling: "Het eerste lid is niet van toepassing: 1° op de werknemer die geen pensioen geniet in de zin van artikel 65, en die uitkeringen als tijdelijk werkloze aanvraagt na de maand waarin zijn vijfenzestigste verjaardag gelegen is, voor zover de tijdelijke werkloosheid niet het gevolg is van een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht die veroorzaakt wordt door de arbeidsongeschiktheid van de werknemer;2° op de werknemer die gelijktijdig de volgende voorwaarden vervult: a) de werknemer maakt aanspraak op uitkeringen als volledig werkloze overeenkomstig de artikelen 100 of 103;b) de werknemer kan geen aanspraak maken op een pensioen in de zin van artikel 65, toegekend door of krachtens een buitenlandse wet;c) de werknemer valt onder de toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en werd gewoonlijk tewerkgesteld in de hoedanigheid van arbeider, bediende of mijnwerker in een aan België grenzend land, op voorwaarde dat hij zijn hoofdverblijfplaats in België heeft behouden en er in principe iedere dag is teruggekeerd; d) de werknemer levert het bewijs dat hij gedurende een al dan niet onderbroken periode van in totaal minstens vijftien jaar verbonden was door een arbeidsovereenkomst met een werkgever voor wie hij overeenkomstig de voorwaarde vermeld onder c) was tewerkgesteld.".

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2018.

Art. 3.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 december 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota's [1] Cfr. adv.RvS 57.604/1 van 1 juli 2015 over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van de artikelen 27, 51, 53, 53bis, 56, 58, 133, 137, 138bis, 142, 143, 144, 145, 146 en 170 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, tot invoeging van een artikel 98ter en tot invoeging van een hoofdstuk Vbis in hetzelfde besluit en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 augustus 2014 tot wijziging van de artikelen 133, 137 en 138bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, in het kader van de Zesde Staatshervorming'. [2] Vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Zie bv.: GwH 17 juli 2014, nr. 107/2014, B.12; GwH 25 september 2014, nr. 141/2014, B.4.1;

GwH 30 april 2015, nr. 50/2015, B.16; GwH 18 juni 2015, nr. 91/2015, B.5.1; GwH 16 juli 2015, nr. 104/2015, B.6; GwH 16 juni 2016, nr. 94/2016, B.3. [3] Parl.St. Kamer, nr. 54-2597/001. [4] Overeenkomstig die bepaling kan de werkloze werknemer die als grensarbeider werkzaam was en die geen volledige pensioenaanspraken in het intern Belgische recht geniet, tot aan de wettelijke of algemeen geldende pensioenleeftijd van toepassing in het buurland waar de pensioenrechten zijn opgebouwd, uitkeringen genieten. .


begin


Publicatie : 2018-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^