Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 12 januari 2011
gepubliceerd op 09 februari 2011

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juli 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot toekenning van een eindejaarspremie

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2010206461
pub.
09/02/2011
prom.
12/01/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

12 JANUARI 2011. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juli 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot toekenning van een eindejaarspremie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het hotelbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juli 2010, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot toekenning van een eindejaarspremie.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 januari 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het hotelbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juli 2010 Wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot toekenning van een eindejaarspremie (Overeenkomst geregistreerd op 27 september 2010 onder het nummer 101764/CO/302) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werknemers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "werknemers" verstaan : de mannelijke en de vrouwelijke werknemers. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden en modaliteiten van toekenning

Art. 2.De partijen komen overeen aan de werknemers zoals bepaald in artikel 1 een eindejaarspremie toe te kennen.

Art. 3.Het recht voor de werknemers op een eindejaarspremie ontstaat wanneer aan de in de § 1 en/of § 2 vermelde voorwaarden werd voldaan : § 1. De voltijdse en deeltijdse werknemers dienen in de loop van het kalenderjaar minstens twee maanden ononderbroken door een arbeidsovereenkomst te zijn gebonden. § 2. De tijdelijke werknemers, ook "extra's" genoemd, die in onderbroken periodes bij dezelfde werkgever zijn tewerkgesteld, dienen in de loop van het kalenderjaar tenminste 44 dagen arbeidsprestaties te verrichten en dit onafgezien van de duur van de dagprestaties.

Art. 4.De werknemer die bij beslissing van de werkgever wordt ontslagen, behalve wanneer dit ontslag geschiedt op grond van dringende reden, behoudt het recht op een eindejaarspremie voor zover werd voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 4bis.Indien de individuele arbeidsovereenkomst een einde neemt door overmacht, behoudt de werknemer het recht op een eindejaarspremie voor zover werd voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Door "overmacht" dient verstaan : te worden de beëindiging van de individuele arbeidsovereenkomst door fysische of psychische ongeschiktheid die vastgesteld wordt door een medisch attest.

Art. 5.De werknemer die niet voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst en die bij beslissing van de werkgever wordt ontslagen, behalve wanneer dit ontslag geschiedt op grond van dringende reden, behoudt het recht op een eindejaarspremie voor zover hij drie jaar ononderbroken door een arbeidsovereenkomst was gebonden in dezelfde onderneming.

Art. 6.De werknemer die uit vrije wil de onderneming verlaat heeft geen recht op een eindejaarspremie, wat ook zijn anciënniteit weze.

De werknemer behoudt het recht op eindejaarspremie wanneer : - hij uit vrije wil de onderneming verlaat en zijn ontslag geeft op 31 december van het kalenderjaar, bij het beëindigen van zijn dienst overeenkomstig zijn uurrooster, zoals vermeld in het arbeidsreglement; - hij uit vrije wil de onderneming verlaat en waarvan de effectief gepresteerde opzegtermijn een einde neemt ten vroegste op 31 december; - hij uit vrije wil de onderneming verlaat en op verzoek van zijn werkgever geen arbeid hoeft te presteren tijdens de opzegtermijn, die werd betekend aan de werkgever en een einde neemt ten vroegste op 31 december of in het daaropvolgende kalenderjaar; - hij uit vrije wil de onderneming verlaat om zijn wettelijk pensioen op te nemen. HOOFDSTUK III. Vaststelling van het bedrag van de eindejaarspremie

Art. 7.Het bedrag van de eindejaarspremie wordt vastgesteld voor de voltijdse werknemer en de tijdelijke werknemer prorata van het aantal dagen effectieve aanwezigheid van de werknemer in de onderneming; voor de deeltijdse werknemer pro rata van het aantal uren effectieve aanwezigheid van de werknemer in de onderneming.

Art. 7bis.Voor de voltijdse tewerkgestelde werknemers en de tijdelijke werknemers die voldoen aan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk II van deze overeenkomst, wordt 1/12e van het in artikel 10 bepaalde bedrag van de eindejaarspremie toegekend per schijf van 21,666 dagen effectieve aanwezigheid in het regime van vijf dagen en van zesentwintig dagen effectieve aanwezigheid in het regime van zes dagen.

Art. 8.Door effectieve aanwezigheid dient te worden verstaan de dagen of uren dat de werknemer fysisch in de onderneming aanwezig is in uitvoering van de uurregeling vermeld in zijn arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement.

Art. 9.Enkel de volgende dagen worden met effectieve aanwezigheid gelijkgesteld : 1. de dagen van algehele arbeidsongeschiktheid als gevolg van een arbeidsongeval; 2. de dagen begrepen in de eerste twaalf maanden van de periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid volgend op een tijdelijk algehele arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat het erkend percentage van tijdelijke arbeidsongeschiktheid tenminste gelijk is aan 66 pct.; 3. de rustperiode voor zwangerschap en bevalling : 7 weken vóór en 8 weken na de bevalling.Indien de werkneemster haar beroepsbezigheid op minder dan zeven weken vóór haar bevalling heeft stopgezet, dan wordt de gelijkstelling verlengd met een termijn die overeenkomt met de periode gedurende welke zij met werken is voortgegaan vanaf de zevende week voor de bevalling; 4. de dagen van gewone wederoproeping onder de wapens waarvan de duur vierenzeventig of zesenzestig dagen niet mag overschrijden, naar gelang de werknemer al dan niet deelneemt aan de vorming van reservekaders;5. de dagen gewijd aan de vervulling van burgerplichten (voogd, lid van een familieraad, getuige in rechte, gezworene, kiezer, lid van een stembureau);6. de dagen gewijd aan de uitoefening van een openbaar mandaat en syndicale verplichtingen bedoeld in artikel 16, 9° en 10° van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemeen uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders (Belgisch Staatsblad van 6 april 1967), gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1970 (Belgisch Staatsblad van 30 juli 1970);7. de dagen van deelneming aan stages of studiedagen die aan de arbeidsopleiding of aan vakbondsvorming zijn gewijd en worden georganiseerd door de representatieve werknemersorganisaties of door de bevoegde Minister erkende gespecialiseerde instituten, naar rata van maxima 12 dagen per jaar;8. de dagen van werkstaking of lock-out, volgens de voorwaarden voorzien in artikel 19 van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;9. de periode van tijdelijke werkloosheid; 10a. de dagen begrepen in een ononderbroken ziekteperiode van minstens zes maanden. De gelijkstelling is beperkt tot een periode van maximum zes maanden en de te betalen premie voor deze periode is gelijk aan 50 pct. van het bedrag dat zou dienen betaald te worden indien de werknemer zou gewerkt hebben; 10b. de dagen begrepen in een ononderbroken ziekteperiode van maximum een week (zeven kalenderdagen) in de loop van het kalenderjaar waarop de eindejaarspremie betrekking heeft, op voorwaarde dat deze afwezigheid verantwoord wordt door een medisch attest. Duurt de ziekteperiode langer dan een week, dan is er geen gelijkstelling met effectieve aanwezigheid.

De gelijkstelling duurt zolang de gecumuleerde ziekteperiodes niet meer bedragen dan één week (7 kalenderdagen) gedurende het kalenderjaar; 11. voor de gepensioneerden : de periode na opruststelling en dit tot 31 december van het lopend jaar;12. de militaire dienst, voor zover de belanghebbende werkzaam was in een firma vallend onder de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst op het ogenblik dat hij deze verlaat om zijn dienstplicht te vervullen, met een maximum van zes maanden gelijkstelling;13. de extra wettelijke vakantieperiode die door de werkgever aan de vreemde werklieden die naar hun land terugkeren wordt toegekend;14. de periode tussen de datum van het overlijden en 31 december van het lopend jaar, met een maximum van zes maanden gelijkstelling bij het overlijden van een werknemer in dienst gedurende de periode vóór 31 december van het lopend jaar;15. de periode van het brugpensioen tijdens hetwelk de werknemer in brugpensioen wordt gesteld voor de bruggepensioneerden.Deze gelijkstelling geldt voor alle stelsels van brugpensioen die van toepassing zijn voor zover het initiatief genomen wordt door de werkgever. Dit betekent dat per "gepresteerde" maand één twaalfde van het bedrag van de eindejaarspremie wordt toegekend en voor de maanden van het brugpensioen 20 pct. van het resterende bedrag van de premie en dit tot 31 december van het lopend kalenderjaar; 16. de wettelijke vakantiedagen;17. de betaalde feestdagen;18. de inhaalrustdagen toegekend in het kader van de wetgeving op de arbeidsduurvermindering;19. de dagen toegekend in toepassing van de wetgeving op het educatief verlof;20. de dagen kort verzuim zoals bepaald in het koninklijk besluit van 28 augustus 1963;21. de extralegale vakantiedagen die aan de werknemer worden toegekend in uitvoering van een collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 10.Voor voltijds tewerkgestelde werknemers en deeltijdse werknemers stemt het maximum bedrag van de eindejaarspremie overeen met vier en één derde weekloon voor zover de werknemers voldoen aan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk II en onverminderd de bepalingen van de artikelen 7, 7bis en 12.

Art. 10bis.Voor tijdelijke werknemers vergoed op basis van een uurloon stemt het maximumbedrag van de eindejaarspremie overeen met het laatst toegepaste uurloon vermenigvuldigd met 173,33 in het arbeidsregime van 40 uur per week.

Voor tijdelijke werknemers vergoed op basis van het dienstpercentage wordt het laatst toegepaste forfaitair dagloon in het vijfdagenstelsel vermenigvuldigd met 21,666.

Art. 11.Onder "loon" wordt verstaan : de uurlonen, weeklonen, forfaitaire daglonen of de maandlonen welke van toepassing zijn in de maand december van het kalenderjaar waarop de eindejaarspremie betrekking heeft.

Voor de werknemers die in de loop van het kalenderjaar de onderneming verlaten worden voor de berekening van het bedrag van de eindejaarspremie die lonen in aanmerking genomen die van toepassing zijn op het ogenblik dat zij de onderneming verlaten.

Art. 12.Voor de deeltijdse tewerkgestelde werknemers die voldoen aan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk II van deze overeenkomst wordt 1/12e van het in artikel 10 bepaalde bedrag van de eindejaarspremie toegekend per schijf van zoveel uren effectieve aanwezigheid als bekomen wordt door volgende vergelijking : gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de deeltijdse werknemer x 52 weken gedeeld door 12 maanden.

Art. 12bis.Voor de tijdelijke werknemers die voldoen aan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk II van deze overeenkomst wordt 1/12e van het in artikel 10bis bepaalde bedrag van de eindejaarspremie toegekend per schijf van zoveel dagen effectieve aanwezigheid als bekomen wordt door volgende vergelijking : totaal aantal gepresteerde uren tijdens kalenderjaar gedeeld door 8 = aantal dagen gedeeld door 21,666 = prorata van de eindejaarspremie. HOOFDSTUK IV. - Datum en wijze van betaling

Art. 13.Uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de eindejaarspremie betrekking heeft zal het "Waarborg en Sociaal Fonds voor hotel-, restaurant-, café- en aanverwante bedrijven", bij middel van een cheque aan de werknemer het bedrag van de netto eindejaarspremie betalen.

De werknemer kan vragen zijn netto-eindejaarspremie te storten op zijn bankrekening voor zover hij geëigende formulier behoorlijk ingevuld en gecertificeerd door zijn financiële instelling aan het "Waarborg en Sociaal Fonds voor de hotel-, restaurant-, café- en aanverwante bedrijven", heeft overgemaakt. Indien het fonds niet beschikt over het formulier wordt aan de werknemer ambtshalve zijn netto-eindejaarspremie met een circulaire cheque overgemaakt.

Door netto-eindejaarspremie dient verstaan te worden de eindejaarspremie zoals vastgesteld in de hoofdstukken II en III van huidige collectieve arbeidsovereenkomst, verminderd met de wettelijke inhoudingen die door de werkgever dienen verricht te worden. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 14.De verworven gunstiger voorwaarden welke de werknemers van sommige ondernemingen inzake eindejaarspremie worden toegekend blijven gehandhaafd.

Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 maart 1991, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, tot toekenning van een eindejaarspremie, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 december 1991, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten van 11 december 1991, van 31 mei 1995, van 25 juni 1997, van 14 februari 2001 en van 30 juni 2003, respectievelijk algemeen verbindend verklaard door de koninklijke besluiten van 26 juni 1992, 8 december 1995, 5 juli 1998, 17 februari 2002, en van 5 mei 2004, en de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 januari 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf tot toekenning van een eindejaarspremie, geregistreerd, onder het nummer 91035/CO/302.

Art. 16.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2011.

Zij wordt gesloten voor een onbepaalde tijd en kan door elk van de partijen worden opgezegd op 1 januari van ieder kalenderjaar. De opzegging wordt bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het hotelbedrijf en aan de daarin vertegenwoordigde organisaties betekend vóór 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2011.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

^