Koninklijk Besluit van 12 mei 2015
gepubliceerd op 18 mei 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerleg

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2015003180
pub.
18/05/2015
prom.
12/05/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015003180

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN


12 MEI 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie door die algemene administratie van een nieuwe identificatie


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat wij aan Uwe Majesteit ter ondertekening voorleggen heeft tot doel het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie door die algemene administratie van een nieuwe identificatie, te verbeteren.

Ter herinnering, dit besluit heeft tot doel de nauwkeurigheid en dus de rechtszekerheid te verhogen van de patrimoniale informatie die wordt bijgehouden door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie door de voorafgaande neerlegging van een plan van afbakening en het gebruik van eenduidige perceelsidentificaties in de akten en documenten die ter hypothecaire overschrijving aangeboden worden.

De wijzigingen die aan Zijne Majesteit voorgelegd worden, zijn het gevolg van een jaar ervaring en wijzigen het project niet fundamenteel.

De wijzigingen zijn: 1. De toelating om op het exemplaar van het plan van de landmeter-expert de referte toe te voegen die daaraan door de administratie in het kader van onderhavig besluit werd gegeven.Dit gegeven wijzigt niets aan de inhoud van het plan maar vergemakkelijkt de mededeling ervan tussen de landmeter-expert en de notaris. 2. De opheffing van de uitzondering bepaald in artikel 2, § 2 oud, voor de nog op te richten gebouwen die nutteloos werd door de wijziging van artikel 26 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en artikel 1 van de Hypotheekwet.Deze voorschriften stimuleren de voorafgaande neerlegging van het plan voor alle akten, met inbegrip van de basisakten met betrekking tot nog op te richten gebouwen. 3. De noodzaak om dezelfde normen te doen naleven voor de plannen die niet bij toepassing van dit besluit (artikel 3, derde lid) worden neergelegd, maar in het kader van artikel 26 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en artikel 1 van de Hypotheekwet. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, Johan VAN OVERTVELDT

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 57.372/3 van 4 mei 2015 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie' Op 3 april 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie'.

Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 28 april 2015. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Jeroen Van Nieuwenhove en Koen Muylle, staatsraden, Johan Put, assessor, en Annemie Goossens, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Dries Van Eeckhoutte, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo BAERT, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 4 mei 2015.

STREKKING VAN HET ONTWERP 1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het aanbrengen van wijzigingen aan het koninklijk besluit van 18 november 2013 `tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie', waarvan de draagwijdte wordt toegelicht in het verslag aan de Koning dat bij het ontwerp is gevoegd. ONDERZOEK VAN DE TEKST (1) Aanhef 2. Aangezien bij het ontwerp een verslag aan de Koning is gevoegd, dienen de consideransen in de aanhef geschrapt te worden.Dat verslag is immers het uitgelezen instrument om nadere toelichting bij het te nemen besluit in op te nemen.

Artikel 2 3. De gemachtigde gaf volgende toelichting over de draagwijdte van artikel 2 van het ontwerp: "Artikel 1, vierde lid, van de Hypotheekwet voorziet onder bepaalde voorwaarden, voor de reeds in de bij het KB van 18/11/2013 voorziene de plannendatabank opgenomen plannen (afbakeningsplannen en andere) in een onweerlegbaar vermoeden van overschrijving samen met de akte zonder aanbieding van deze plannen.Artikel 26, derde lid W.Reg. voorziet de uitzondering op de verplichting tot registratie voor dergelijke plannen. Deze bepalingen werden ingevoerd om op een vlotte wijze tot elektronische aanbieding ter registratie en hypotheken van de akten te kunnen overgaan.

Bedoeling van artikel 2 derde lid is de desbetreffende plannen bij hun aanbieden aan de plannendatabank te doen voldoen aan dezelfde technische vormvereisten voorzien bij het KB van 18/11/2013 en zijn uitvoerend MB, als de afbakeningsplannen. Thans worden soms plannen aangeboden welke niet aan deze standaarden voldoen en dus niet/of niet correct in de plannendatabank kunnen worden opgenomen." En hij verklaarde voorts: "Met verwijzing naar ons telefonisch onderhoud bevestig ik u dat de neerlegging van andere dan afbakeningsplannen in de plannendatabank van de AAPD louter facultatief is, met name om te kunnen genieten van de vrijstelling van registratieformaliteit voorzien bij artikel 26 Wb Reg en van het vermoeden van overschrijving voorzien bij art 1, 4de lid. voormelde wettelijke bepalingen zijn vormen van administratieve vereenvoudig en toepassingen van het `only once' principe.

Bij de huidige aanpassing van het KB wordt geen bijkomende verplichting tot neerlegging in de plannendatabank opgelegd, doch wordt enkel voorzien dat plannen die men facultatief wenst neer te leggen in de plannendatabank ook aan de technische vormvereisten voor opname in deze databank voldoen." 4. In de tekst van het ontworpen artikel 3, derde lid, van het koninklijk besluit van 18 november 2013 wordt het best gepreciseerd dat het derde lid van artikel 26 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en het vierde lid van artikel 1 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 worden geviseerd. Hierover om toelichting gevraagd, bevestigde de gemachtigde dat het de bedoeling is dat ook het eerste lid van artikel 3 van het koninklijk besluit van 18 november 2013 van toepassing is op de in het ontworpen derde lid bedoelde neerlegging van plannen.

Gelet daarop stelle men het nieuwe lid dat wordt toegevoegd aan artikel 3 van het van het koninklijk besluit van 18 november 2013 als volgt: "Het eerste en het tweede lid gelden ook bij het neerleggen van plannen bedoeld in artikel 26, derde lid, 2°, van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en in artikel 1, vierde lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851." De griffier, Annemie GOOSSENS De voorzitter, Jo BAERT _______ Nota (1) Het opschrift van het koninklijk besluit van 18 november 2013 moet in heel het ontwerp, alsook in het verslag aan de Koming, correct worden overgenomen en in de Franse tekst moet "...biens..." in plaats van "...immeubles..." geschreven worden.

12 MEI 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de hypotheekwet van 16 december 1851 tot herziening van het hypothecair stelsel, artikel 141, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995;

Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikel 504;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 6 maart 2015;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 1 april 2015;

Gelet op het advies 57.372/3 van de Raad van State gegeven op 4 mei 2015 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 2013 tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de referte aan het plan," ingevoegd tussen de woorden "plan van afbakening voegen waarop enkel" en de woorden "de gereserveerde perceelsidentificatie";2° paragraaf 2 wordt opgeheven.

Art. 2.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende : "Het eerste en het tweede lid gelden ook bij het neerleggen van plannen bedoeld in artikel 26, derde lid, 2°, van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en in artikel 1, vierde lid, van de Hypotheekwet van 16 december 1851.".

Art. 3.Artikel 1, eerste lid, 2°, van dit besluit treedt in werking op 1 juli 2015.

Art. 4.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 mei 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT


begin


Publicatie : 2015-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^