Koninklijk Besluit van 13 augustus 2011
gepubliceerd op 24 augustus 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit betreffende de betaling van de door de Rijksdienst voor Pensioenen betaalde uitkeringen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2011022291
pub.
24/08/2011
prom.
13/08/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

13 AUGUSTUS 2011. - Koninklijk besluit betreffende de betaling van de door de Rijksdienst voor Pensioenen betaalde uitkeringen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, artikel 31, eerste lid, 2°, gewijzigd bij de wet van 27 juli 1971 en het koninklijk besluit van 19 maart 1990;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, artikel 34, vervangen bij de wet van 6 februari 1976 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 februari 1988;

Gelet op de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden, artikel 17, tweede lid;

Gelet op de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de mindervaliden, artikel 17, zoals luidend voor de opheffing van de genoemde wet;

Gelet op de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, artikel 28, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 30 december 1992, 12 augustus 2000, 19 juli 2001 et 24 december 2002;

Gelet op de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, artikel 14, § 2, 1° en 5°;

Gelet op de wet tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, gecoördineerd op 29 juni 2007, artikel 8, § 1, tweede lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 april 1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 oktober 1991 betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor pensioenen;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 februari 1993 betreffende de betaling per overschrijving van sommige uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor pensioenen;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 mei 2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen, gegeven op 31 mei 2010;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 17 november 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting gegeven op 13 juli 2011;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid; - dat de Europese Commissie op 6 april 2011 een met redenen omkleed advies 2008/4328 uitbrengt dat het Koninkrijk België inzake de betaling van ouderdomspensioenen door België aan rechthebbenden die in andere lidstaten wonen, de krachtens de artikelen 4 en 7 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en de artikelen 45 en 48 van het VWEU op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen; - dat krachtens artikel 258, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de Commissie verzoekt het Koninkrijk België de nodige maatregelen te nemen om aan dit met redenen omklede advies binnen twee maanden na de ontvangst ervan gevolg te geven; - dat de Commissie is gevraagd om deze termijn met twee maanden, de maximale verlengtermijn, te verlengen; - dat deze verlenging stilzwijgend is verleend; - dat de termijn waarbinnen het Koninkrijk de nodige maatregelen dient te treffen, bijgevolg zeer binnenkort verloopt; - dat, in geval geen gevolg wordt gegeven binnen de termijn, de Europese Commissie België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie dreigt te dagen, met alle gevolgen vandien; - dat het besluit dan ook voorziet dat het in werking treedt op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;

Gelet op het advies nr. 50.116/1/V van de Raad van State, gegeven op 28 juli 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Pensioenen, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder: 1° de Rijksdienst: de Rijksdienst voor Pensioenen;2° de Richtlijn: de Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de Richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van Richtlijn 97/5/EG; 3° de E.E.R. : de Europese Economische Ruimte. HOOFDSTUK 2. - De betaling per overschrijving op bankrekening Afdeling 1. - Gerechtigden met hoofdverblijfplaats op het grondgebied

van een lidstaat van de E.E.R.

Art. 2.§ 1. De personen aan wie de Rijksdienst één of meer uitkeringen betaalt per overschrijving, verkrijgen de betaling van die uitkeringen op een persoonlijke zichtrekening. § 2. De betalingen van de uitkeringen worden voor gerechtigden met hoofdverblijfplaats op het grondgebied van een lidstaat van de E.E.R. door de Rijksdienst betaald in EUR of in de valuta van het land van bestemming. Zij worden uitgevoerd op een persoonlijke zichtrekening geopend bij een financiële instelling die gevestigd is op dat grondgebied en erkend is conform de Richtlijn. Afdeling 2. - Gerechtigden met hoofdverblijfplaats op het grondgebied

van een niet-lidstaat van de E.E.R.

Art. 3.§ 1 - De personen aan wie de Rijksdienst één of meer uitkeringen betaalt en die hun hoofdverblijfplaats op het grondgebied van een niet-lidstaat van de E.E.R. hebben gevestigd verkrijgen de betaling van die uitkeringen: 1° op aanvraag, per overschrijving op een persoonlijke zichtrekening;2° bij gebrek aan een aanvraag, door uitgifte van een internationaal betaalmiddel. § 2. De vraag tot betaling op een persoonlijke zichtrekening wordt door de gerechtigde meegedeeld door middel van het formulier dat beschikbaar is bij de Rijksdienst. Deze mededeling kan ook geschieden met een gewone brief aan de Rijksdienst. § 3. De gerechtigde kan op ieder ogenblik door middel van een gewone brief gericht aan de Rijksdienst van de betaling van zijn uitkering per overschrijving afzien.

De gerechtigde die de betaling van zijn uitkering op een andere bankrekening wenst, moet een nieuwe aanvraag aan de Rijksdienst richten.

Onderafdeling 1. - Onderdanen van een lidstaat van de E.E.R.

Art. 4.§ 1. De onderdanen van een lidstaat van de E.E.R., evenals de staatlozen, de erkende vluchtelingen of de bevoorrechte vreemdelingen aan wie de Rijksdienst één of meer uitkeringen betaalt, kunnen de betaling van die uitkeringen verkrijgen op een persoonlijke zichtrekening geopend bij een financiële instelling die gevestigd is op het grondgebied van: 1° hetzij een lidstaat van de E.E.R.; 2° hetzij de Staat waarin zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd. § 2. De betaling op rekening van een financiële instelling die gevestigd is op het grondgebied van : 1° een lidstaat van de E.E.R., geschiedt in EUR of in de valuta van het land van bestemming conform de in artikel 2 bedoelde voorwaarden; 2° de Staat waarin zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd, geschiedt, naar keuze van de gerechtigde, in EUR of in plaatselijke valuta.De transactiekosten van de bij de financiële instelling van de gerechtigde geldende tarifering en de schommelingen van de pensioenbedragen ten gevolge van wisselkoersverschillen en door de bank van de gerechtigde aangerekende kosten, zijn uitsluitend ten laste van de gerechtigde.

Onderafdeling 2. - Onderdanen van een niet-lidstaat van de E.E.R.

Art. 5.Onverminderd afwijkende bepalingen in de door België afgesloten wederkerigheidovereenkomsten, kunnen de onderdanen van een niet-lidstaat van de E.E.R. aan wie de Rijksdienst rechtstreeks één of meer uitkeringen betaalt, de betaling van die uitkeringen verkrijgen op een persoonlijke zichtrekening geopend bij een financiële instelling die gevestigd is op het grondgebied van de Staat waarin zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd De betaling geschiedt, naar keuze van de gerechtigde, in EUR of in plaatselijke valuta. De transactiekosten van de bij de financiële instelling van de gerechtigde geldende tarifering en de schommelingen van de pensioenbedragen ten gevolge van wisselkoersverschillen en door de bank van de gerechtigde aangerekende kosten, zijn uitsluitend ten laste van de gerechtigde. HOOFDSTUK 3. - Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 1. - Betaling op een persoonlijke zichtrekening

Art. 6.§ 1. Het unieke zichtrekening identificatienummer wordt door de gerechtigde meegedeeld door middel van het formulier dat beschikbaar is bij de Rijksdienst.

Deze mededeling kan ook geschieden met een gewone brief aan de Rijksdienst. § 2. De Rijksdienst bevestigt de registratie van het unieke identificatienummer en deelt de reglementaire verbintenissen mee die door de gerechtigde spontaan ten opzichte van de Rijksdienst moeten worden nageleefd.

De gerechtigde verbindt zich ertoe de Rijksdienst spontaan op de hoogte te brengen van iedere gebeurtenis die zijn recht op de uitbetaling van het pensioen kan wijzigen. De pensioengerechtigde is er evenwel van vrijgesteld de Rijksdienst op de hoogte te brengen van elke wijziging van de informatiegegevens bedoeld bij artikel 3, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, en toegankelijk voor de Rijksdienst, voor zover hij deze wijziging heeft medegedeeld aan de bevoegde gemeentelijke administratie. § 3. Het niet naleven van de in paragraaf 2 bedoelde verbintenissen wettigt ten bewarende titel, de onmiddellijke schorsing of herleiding van de lopende betaling. § 4. In voorkomend geval, deelt de Rijksdienst de omstandigheden of gebeurtenissen aan de gerechtigde mee die aanleiding hebben gegeven tot de toepassing van de in paragraaf 3 bedoelde maatregel of verjaring en betekent hij de schuld die het gevolg is van het niet naleven van de door de gerechtigde aangegane verbintenissen. § 5. Het toezenden van stukken aan de gerechtigde betreffende de betaling van de uitkeringen gebeurt op zijn hoofdverblijfplaats.

Van deze verplichting kan, op schriftelijk verzoek van de betrokkene gericht aan de Rijksdienst, binnen de perken van de vigerende wetgeving worden afgeweken. Afdeling 2. - Levensbewijs

Art. 7.§ 1. De Rijksdienst verstuurt, ten minste één maal per jaar, aan de gerechtigden aan wie hij één of meer uitkeringen betaalt een vraag tot afgifte van een levensbewijs, waarvan hij het model bepaalt.

De gerechtigde stuurt het behoorlijk ingevuld levensbewijs binnen de dertig dagen na ontvangst ervan aan de Rijksdienst terug. § 2. Het niet naleven van de verplichting tot aflevering van het levensbewijs leidt tot de schorsing van de betaling van de bedoelde uitkeringen. De betaling van de uitkering en van de eventuele achterstallen worden slechts hernomen bij ontvangst van het gevraagde levensbewijs en, in voorkomend geval, nadat aan de Rijksdienst de nodige bewijsstukken werden overgelegd. § 3. De Rijksdienst kan, in afwijking van de in paragrafen 1 en 2 bedoelde procedure, overeenkomsten sluiten met de financiële instellingen, met instellingen van sociale zekerheid of met iedere andere bevoegde betaalinstelling, die in een geautomatiseerde uitwisseling van sterftedata van gerechtigden voorzien. Afdeling 3. - Verblijfsbewijs

Art. 8.§ 1. Ter controle van het daadwerkelijke verblijf op het Belgische grondgebied verstuurt de Rijksdienst ten minste eenmaal per jaar, de vraag tot afgifte van een verblijfsbewijs, waarvan hij het model bepaalt, aan de gerechtigden op een uitkering die niet overal ter wereld betaalbaar is. De gerechtigde stuurt het behoorlijk ingevuld verblijfsbewijs binnen de dertig dagen na ontvangst ervan aan de Rijksdienst terug. § 2. Het niet naleven van de verplichting tot aflevering van het verblijfsbewijs leidt tot de onmiddellijke schorsing van de betaling van de bedoelde uitkering. De betaling van de uitkering en van de eventuele achterstallen worden slechts hernomen bij ontvangst van het gevraagde verblijfsbewijs en, in voorkomend geval, nadat de bewijsstukken aan de Rijksdienst werden overgelegd dat aan de reglementaire verblijfsvoorwaarden werd voldaan. Afdeling 4. - Betaling van de uitkeringen en machtiging tot

terugvordering

Art. 9.§ 1. De betaling geschiedt door bemiddeling van een financiële instelling, waarvan de werking in België erkend is in toepassing van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en waarmee de Rijksdienst een overeenkomst heeft gesloten.

De in het eerste lid bedoelde overeenkomst stelt de respectieve verantwoordelijkheden van de Rijksdienst en de financiële instelling vast om de regelmatigheid van de overdracht van uitkeringen naar de door de uitkeringsgerechtigde gekozen financiële instelling te verzekeren. Zij stelt eveneens de waarborgen vast die deze financiële instelling aan de Rijksdienst moet verstrekken teneinde ten onrechte of na het overlijden van de gerechtigde met een buitenlandse bankrekening gestorte uitkeringen bij de buitenlandse financiële instellingen terug te vorderen. § 2. De Rijksdienst sluit een overeenkomst met de financiële instellingen van de gerechtigden van in België betaalde uitkeringen, instellingen waarvan de werking in België erkend is in toepassing van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.

De in het eerste lid bedoelde overeenkomst stelt de waarborgen vast die de financiële instellingen die voor de betaling van de uitkeringen op rekening instaan, aan de Rijksdienst moeten verstrekken om in naam van deze laatste de uitkeringen terug te vorderen die ten onrechte of na overlijden van de gerechtigde werden gestort. § 3. Alle betrokken personen laten de gekozen financiële instelling toe alle onverschuldigde uitbetaalde bedragen aan de Rijksdienst terug te betalen, door debitering van hun rekening, binnen de grenzen vastgesteld door de in paragraaf 2 bedoelde overeenkomst.

Deze machtiging blijft van kracht na het overlijden van de gerechtigde. HOOFDSTUK 4. - Wijzigende bepalingen

Art. 10.In artikel 66 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 maart 2004, wordt vervangen als volgt : « De uitkeringen bedoeld in het koninklijk besluit nr.50 van 24 oktober 1967 of in de wet van 20 juli 1990 of in het koninklijk besluit van 23 december 1996 worden in beginsel door de Rijksdienst vereffend door middel van overschrijvingen op een persoonlijke zichtrekening overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 augustus 2011 betreffende de betaling van de door de Rijksdienst betaalde uitkeringen. » 2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: « In afwijking van het eerste en van het tweede lid, gebeurt, bij gebreke aan een correct uniek zichtrekeningsidentificatienummer, de betaling door postassignatie waarvan het bedrag ten huize betaalbaar is in handen van de gerechtigde.»

Art. 11.In artikel 57 van het koninklijk besluit van 29 april 1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 maart 2004, wordt vervangen als volgt : « Het gewaarborgd inkomen wordt door de Rijksdienst betaald door middel van overschrijvingen op een persoonlijke zichtrekening overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 augustus 2011 betreffende de betaling van de door de Rijksdienst betaalde uitkeringen.» 2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: « In afwijking van het tweede en van het derde lid, gebeurt, bij gebreke aan een correct uniek zichtrekeningsidentificatienummer, de betaling door postassignatie waarvan het bedrag ten huize betaalbaar is in handen van de gerechtigde.»

Art. 12.In artikel 40 van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 maart 2004, wordt vervangen als volgt : « De inkomensgarantie wordt door de Rijksdienst betaald door middel van overschrijvingen op een persoonlijke zichtrekening overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 augustus 2011 betreffende de betaling van de door de Rijksdienst betaalde uitkeringen.» 2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende : « In afwijking van het tweede en van het derde lid, gebeurt, bij gebreke aan een correct uniek zichtrekeningsidentificatienummer, de betaling door postassignatie waarvan het bedrag ten huize betaalbaar is in handen van de gerechtigde.» HOOFDSTUK 5. - Opheffingsbepalingen

Art. 13.Worden opgeheven : 1° het koninklijk besluit van 17 oktober 1991 betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 maart 2004 en 15 september 2006;2° het koninklijk besluit van 28 februari 1993 betreffende de betaling per overschrijving van sommige uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 mei 1996, 29 april 1999 en 6 april 2000. HOOFDSTUK 6. - Overgang- en slotbepalingen

Art. 14.De overeenkomsten met de financiële instellingen gesloten krachtens artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 17 oktober 1991 betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen blijven evenwel geldig tot hun vervanging door overeenkomsten in uitvoering van dit besluit.

Art. 15.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 16.De Minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Nice, 13 augustus 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Pensioenen en Grote Steden, M. DAERDEN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^