Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 13 februari 2005
gepubliceerd op 28 februari 2005

Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding en van het stelsel van het recht tot kennisname van de overheden, instellingen en personen die de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2004000645
pub.
28/02/2005
prom.
13/02/2005
ELI
eli/besluit/2005/02/13/2004000645/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 FEBRUARI 2005. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding en van het stelsel van het recht tot kennisname van de overheden, instellingen en personen die de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Artikel 6, § 3, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003 en gewijzigd bij de programmawet van 9 juli 2004, stelt voor elke houder van een elektronische identiteitskaart het recht in om kennis te nemen van alle overheden, instellingen en personen die, gedurende de laatste zes maanden, de hem betreffende informatiegegevens bij het bevolkingsregister of bij het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven alsmede van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienstinlichting en veiligheid van de Krijgsmacht.

Dit ontwerp bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit recht op kennisname dat voorafgaande technische wijzigingen op het niveau van het Rijksregister vereiste.

Elke houder van een elektronische identiteitskaart zal rechtstreeks dit recht kunnen uitoefenen zich aansluitend op de website van het Rijksregister van de natuurlijke personen en op de website van zijn gemeente, indien zij een dergelijke toepassing ontwikkeld heeft.

Bij de adviesaanvraag aan de Raad van State maakte dit ontwerp van besluit deel uit van een ontwerp van koninklijk besluit tot bepaling van eveneens het stelsel van de rechten tot inzage en verbetering van de op de identiteitskaart opgeslagen elektronische gegevens en van de in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen opgenomen informatiegegevens.

Aangezien de aanwending van het recht tot kennisname voorafgaande technische wijzigingen op het vlak van het Rijksregister vereiste en deze aanpassingen een bepaalde tijd in beslag hebben genomen, werd er besloten, teneinde de aanwending van de voormelde rechten tot inzage en verbetering niet te vertragen, het eerste ontwerp op te splitsen in twee afzonderlijke ontwerpen van koninklijk besluit. Het stelsel van de rechten tot inzage en verbetering van de gegevens die op elektronische wijze opgeslagen zijn op de identiteitskaart en van de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen werd inmiddels vastgesteld bij het koninklijk besluit van 5 juni 2004 (Belgisch Staatsblad 21 juni 2004).

Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL

ADVIES 36.677/2 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 27 februari 2004 door de Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot vaststelling van het stelsel van de rechten tot inzage en verbetering van de gegevens die op elektronische wijze opgeslagen zijn op de identiteitskaart en van de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen en tot vaststelling van het stelsel van de kennisname van de overheden die deze informatiegegevens hebben geraadpleegd", heeft op 24 maart 2004 het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. 1. De gemachtigde ambtenaar heeft bevestigd dat het ontworpen koninklijk besluit regels vaststelt voor de uitoefening, door de houder van de elektronische identiteitskaart van zijn persoonlijke prerogatieven en dat derden met de uitoefening daarvan niets uit te staan hebben.Door de aangelegenheid die bij de voorliggende tekst wordt geregeld, moet deze tekst dan ook duidelijk worden onderscheiden van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten, waarbij de houder van de identiteitskaart in relatie treedt met derden "telkens als de houder het bewijs van zijn identiteit dient te leveren" (1).

Die preciseringen en beperkingen zouden in het verslag aan de Koning uiteengezet moeten worden. 2. De gemachtigde ambtenaar heeft bevestigd dat de procedure waarvan sprake is in artikel 3, § 3, alleen betrekking heeft op de inzage bij de gemeente, die bij paragraaf 2 wordt geregeld, en niet op die waarin paragraaf 1 voorziet ("on line" raadpleging).Soortgelijke waarborgen als die welke vervat zijn in artikel 8 van het koninklijk besluit van 3 april 1984 betreffende de uitoefening van het recht op toegang en verbetering door de personen ingeschreven in het rijksregister van de natuurlijke personen (RRNP) en in artikel 7 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het recht op toegang tot de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister en betreffende het recht op verbetering van deze registers, dienen bijgevolg in het ontworpen besluit te worden opgenomen wat de on line raadpleging betreft, aangezien voor die procedure dezelfde beschermende maatregelen moeten gelden als die waarin voor de inzage bij de gemeenten is voorzien. 3. In artikel 5 dient de datum van 1 maart 2004, die geldt als datum van inwerkingtreding van het recht om kennis te nemen van de overheden die het bevolkingsregister of het Rijksregister geraadpleegd hebben, te worden gewijzigd teneinde rekening te houden met de datum waarop het ontworpen koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.4. Teneinde te zorgen voor eenvormigheid met de relevante bepalingen van zowel de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten (2) als met de besluiten tot uitvoering van die wet (3), behoort in alle bepalingen van het ontwerp te worden gewerkt met het begrip "identiteitscertificaat" ("certificat d'identité" in de Franse tekst) in plaats van met het begrip "authentificatiecertificaat" ("certificat d'authentification" in de Franse tekst). De kamer was samengesteld uit : De heren : Y. Kreins, kamervoorzitter, J. Jaumotte en Mevr. M. Baguet, staatsraden, Mevr. B. Vigneron, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer J. Regnier, eerste auditeur-afdelingshoofd.

De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. Jaumotte.

De griffier, B. Vigneron.

De voorzitter, Y. Kreins. (1) Zie artikel 1, tweede lid, van het besluit.(2) Zie inzonderheid artikel 6, § 2, derde lid, 2°, en § 5, van de wet.(3) Zie inzonderheid artikel 3, § 4, derde lid en vierde lid, 1°, van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten. 13 FEBRUARI 2005. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding en van het stelsel van het recht tot kennisname van de overheden, instellingen en personen die de informatiegegevens die zijn opgenomen in de bevolkingsregisters of in het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, inzonderheid op artikel 6, § 3, derde lid, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 9 juli 2004;

Gelet op het advies nr. 36.677/2 van de Raad van State, gegeven op 24 maart 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het recht op kennisname vermeld in artikel 6, § 3, tweede lid, 3°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, treedt in werking op de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 2.Elke houder van een elektronische identiteitskaart waarvan de handtekenings- en identiteitscertificaten geactiveerd zijn, kan steeds kennisnemen van alle overheden, instellingen en personen die, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens bij het Rijksregister van de natuurlijke personen hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven alsmede van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht, door middel van een met een computer, aangesloten op Internet, verbonden leestoestel en met behulp van de Internetsite van het Rijksregister.

Elke houder van een elektronische identiteitskaart waarvan de handtekenings- en identiteitscertificaten geactiveerd zijn, kan steeds kennisnemen van alle overheden, instellingen en personen die, gedurende de laatste zes maanden, zijn gegevens bij het bevolkingsregister hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke overheden die belast zijn met de opsporing en bestraffing van misdrijven alsmede van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht, door middel van een met een computer, aangesloten op Internet, verbonden leestoestel en met behulp van de Internetsite van zijn gemeente, indien daar een dergelijke toepassing ontwikkeld is.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 13 februari 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL

^