Koninklijk Besluit van 13 mei 2015
gepubliceerd op 05 juni 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen en van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk pers

bron
programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid
numac
2015021027
pub.
05/06/2015
prom.
13/05/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2015021027

PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID


13 MEI 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen en van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen stelt een positieve actie in werking die als doel heeft een aantal obstakels waar vrouwen mee geconfronteerd worden op de arbeidsmarkt weg te nemen en op die manier de ongelijkheden tussen de geslachten binnen de eerste twee trappen van de hiërarchie van het personeel van de federale wetenschappelijke instellingen te verminderen.

De bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen ontwikkelde zich in eerste instantie op europees niveau. Artikel 141 van het Verdrag tot oprichting van de europese Gemeenschap is immers de tekst die de grondslag legt voor de beginselen van gelijke kansen en gelijke beloning van mannen en vrouwen. De toepassing van dit gelijkheidsbeginsel wordt met name gerealiseerd door de invoering van europese richtlijnen.

Richtlijn 76/207, gewijzigd door Richtlijn 2002/73 en vervolgens opgeheven en vervangen door Richtlijn 2006/54, geeft toestemming voor positieve acties om de ongelijkheden waarmee vrouwen te maken krijgen te verhelpen. Om niet veroordeeld te worden moeten de positieve acties echter stroken met het specifieke juridische kader dat wordt aangereikt door de richtlijn.

Het arrest-KALANKE dat het Hof van Justitie van de europese Gemeenschappen in 1995 uitsprak met betrekking tot de geldigheid van positieve acties "heeft in heel europa tot grote controverses geleid, wegens de onzekerheid die het arrest heeft geschapen met betrekking tot de wettigheid van quota en andere vormen van positieve actie die bedoeld zijn om het aantal vrouwen in bepaalde sectoren van of op bepaalde niveaus in het arbeidsproces te doen toenemen." Twee jaar later preciseerde het arrest-MARSCHALL van het Hof van Justitie van de europese Gemeenschappen de geldigheidsvoorwaarden voor positieve acties. Zo aanvaardt het Hof de regel van een quotum ten gunste van vrouwen, een geslacht dat ondervertegenwoordigd is in bepaalde betrekkingen, op voorwaarde dat deze positieve actie geen absolute, automatische en onvoorwaardelijke voorrang voor hen ten gevolge heeft. Het Hof is immers van oordeel dat "Voor zover in het ressort van de voor de bevordering bevoegde autoriteit in een te bekleden hoger ambt van een loopbaan minder vrouwen dan mannen werkzaam zijn, moet bij gelijke geschiktheid, bekwaamheid en arbeidsprestatie de voorkeur worden gegeven aan een vrouw, voor zover met de persoon van een medekandidaat verbandhoudende redenen de balans niet in diens voordeel doen doorslaan".

Op 28 maart 2000 heeft hetzelfde Hof in zijn arrest BADECK besloten dat "derhalve is een maatregel volgens welke vrouwelijke kandidaten in sectoren van de openbare dienst waarin zij ondervertegenwoordigd zijn, bij voorrang moeten worden bevorderd, verenigbaar met het gemeenschapsrecht: - wanneer hij vrouwelijke kandidaten met een gelijke kwalificatie als hun mannelijke medekandidaten niet automatisch en onvoorwaardelijk voorrang verleent en - wanneer de sollicitaties worden onderworpen aan een objectieve beoordeling, die rekening houdt met de bijzondere persoonlijke situatie van alle kandidaten." Bij ons, in zijn arrest nr. 17-2009 van 12 februari 2009, in zijn overweging B.22.2, heeft het Grondwettelijk Hof het volgende standpunt ingenomen: "Een maatregel van positieve actie kan slechts worden genomen wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° er moet een kennelijke ongelijkheid zijn;2° het verdwijnen van die ongelijkheid moet als een te bevorderen doelstelling worden aangewezen;3° de maatregel van positieve actie moet van tijdelijke aard zijn en van die aard dat hij verdwijnt zodra de beoogde doelstelling is bereikt; 4° de maatregel van positieve actie mag de rechten van derden niet onnodig beperken." Bij het personeel van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de POD Wetenschapsbeleid, situeert het probleem inzake het gebrek aan evenwicht tussen de geslachten zich voornamelijk in wat men de eerste twee trappen van de hiërarchie noemt, d.w.z. op algemene wijze enerzijds de managementfuncties N, N-1 en N-2 en anderzijds de ambtenaren benoemd in de klassen SW3 en SW4 of A3 en A4.

Begin 2014 zijn in de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de POD Wetenschapsbeleid, slechts 33% van de managers en 20% van de ambtenaren benoemd in de andere klassen vrouwen. De ongelijkheid is dus kennelijk.

Om deze reden introduceert het onderhavige besluit geleidelijk een tweederden-quotum voor de houders van een managementfunctie en het wetenschappelijk personeel behorend tot de andere klassen per federale wetenschappelijke instelling, zonder terug te komen op de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen, noch op de bekwaamheden van de kandidaten voor een aanwijzing of een benoeming, noch op het recht op de hernieuwing van de mandaten. Het doel is de ondervertegenwoordiging van vrouwen geleidelijk te verhelpen.

Immers, indien het wegens deze gecoördineerde wetten onmogelijk is om over te gaan tot het benoemen van een kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht is het tweederden-quotum niet van toepassing.

Door het onderhavige besluit worden de regels welke opgelegd zijn aan de Rijksambtenaren qua bevordering van gendergelijkheid tevens ook van toepassing verklaard op wetenschappelijke personeelsleden. Dit voorschrift laat toe, door verwijzing, toekomstige wijzigingen te voorkomen.

Er werd aldus rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State.

Het ontwerp van besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Financiën, Johan VAN OVERTVELDT De Minister belast met Ambtenarenzaken, Steven VANDEPUT De Staatssecretaris voor Gelijke Kansen en voor Wetenschapsbeleid, Elke SLEURS Raad van State afdeling Wetgeving Advies 56.493/2/V van 23 juli 2014 over en ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van de koninklijke besluiten van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen en van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen' Op 17 juni 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid, toegevoegd aan de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid verzocht binnen een termijn van dertig dagen, van rechtswege verlengd tot 1 augustus 2014 (1), een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van de koninklijke besluiten van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen en van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen'.

Het ontwerp is door de tweede vakantie kamer onderzocht op 23 juli 2014. De kamer was samengesteld uit Jacques Jaumotte, staatsraad, voorzitter, Martine Baguet en Bernard Blero, staatsraden, Marianne Dony, assessor, en Bernadette Vigneron, griffier. Het verslag is uitgebracht door Alain Lefebvre, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jacques Jaumotte.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 23 juli 2014.

Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de Regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de Regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Algemene opmerkingen 1.1. Artikel 16, §§ 1 en 2, van de wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002098 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002097 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden sluiten `ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen' luidt als volgt: " § 1. Een direct of indirect onderscheid op grond van geslacht geeft nooit aanleiding tot de vaststelling van enige vorm van discriminatie wanneer dit direct of indirect onderscheid een maatregel van positieve actie inhoudt. § 2. Een maatregel van positieve actie kan slechts worden uitgevoerd mits naleving van de volgende voorwaarden: - er moet een kennelijke ongelijkheid zijn; - het verdwijnen van deze ongelijkheid moet worden aangewezen als een te bevorderen doelstelling; - de maatregel van positieve actie moet van tijdelijke aard zijn en van die aard zijn dat hij verdwijnt zodra de beoogde doelstelling is bereikt; - de maatregel van positieve actie mag andermans rechten niet onnodig beperken". 1.2. Bij het ontworpen besluit moet een verslag aan de Koning worden gevoegd waarin met cijfermateriaal wordt aangetoond dat er bij het bedoelde personeel van iedere federale wetenschappelijke instelling een kennelijke ongelijkheid tussen de geslachten bestaat en dat het wegwerken van die ongelijkheid een na te streven doelstelling vormt.

Indien zulks verzuimd wordt, kan men immers onmogelijk weten of is voldaan aan de eerste twee voorwaarden die door artikel 16, § 2, van de voornoemde wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002098 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002097 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden sluiten en door de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof(2) worden opgelegd. 1.3. De algemene vergadering van de Raad van State heeft het volgende opgemerkt in advies 49.473/AV, op 26 april 2011 gegeven over een voorstel dat ontstaan heeft gegeven aan de wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/07/2011 pub. 14/09/2011 numac 2011003317 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, het Wetboek van vennootschappen en de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij tene type wet prom. 28/07/2011 pub. 07/12/2011 numac 2011000769 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, het Wetboek van vennootschappen en de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij tene sluiten `tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, het Wetboek van vennootschappen en de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij teneinde te garanderen dat vrouwen zitting hebben in de raad van bestuur van de autonome overheidsbedrijven, de genoteerde vennootschappen en de Nationale Loterij': "13. De onverkort opgelegde verplichting om een quotum na te leven van vrouwen of mannen in de samenstelling van de raad van bestuur van een economisch overheidsbedrijf of van de Nationale Loterij, beknot, naar het zich laat aanzien, niet nodeloos de rechten van de enen of de anderen, echter op voorwaarde: - dat deze verplichting een vergelijking mogelijk maakt van de aanspraken en verdiensten van de kandidaten van verschillend geslacht [...]; - dat door deze verplichting een persoon van een bepaald geslacht slechts moet worden gekozen voor zover de aanspraken en verdiensten van deze persoon vergelijkbaar zijn met die van een of meerdere andere kandidaten van het andere geslacht met wie hij wedijvert en die, zoals hij, geschikt worden bevonden voor de vacante functie.

De quotumregel kan de met benoemingsbevoegdheid beklede overheidsinstantie immers niet ontslaan van de verplichting de aanspraken en verdiensten te vergelijken [...], en het naleven van deze verplichting moet blijken uit de motivering van de akte van benoeming. [...] 14. Het HvJEU heeft meermalen de gelegenheid gehad om de geldigheid te onderzoeken van positieve acties in de overheidssector ter bevordering van een evenwichtige verdeling van de geslachten inzake tewerkstelling.15. Aldus heeft het HvJEU in het arrest Badeck het volgende geoordeeld: `22.[...] het Hof [oordeelde] in punt 33 van het arrest Marschall, dat, anders dan de regeling die in het arrest Kalanke aan de orde was, een nationale regeling die een openingsclausule bevat, de grenzen van de uitzondering van artikel 2, lid 4, van de richtlijn niet overschrijdt indien zij, in elk individueel geval, mannelijke kandidaten met gelijke kwalificaties als vrouwelijke kandidaten waarborgt, dat de sollicitaties worden onderworpen aan een objectieve beoordeling, die rekening houdt met alle criteria betreffende de persoon van de sollicitanten en de aan vrouwelijke kandidaten toegekende voorrang buiten toepassing laat, wanneer één of meer van die criteria de balans ten gunste van de mannelijke kandidaat doen doorslaan. 23. Derhalve is een maatregel volgens welke vrouwelijke kandidaten in sectoren van de openbare dienst waarin zij ondervertegenwoordigd zijn, bij voorrang moeten worden bevorderd, verenigbaar met het gemeenschapsrecht, - wanneer hij vrouwelijke kandidaten met een gelijke kwalificatie als hun mannelijke medekandidaten niet automatisch en onvoorwaardelijk voorrang verleent, en - wanneer de sollicitaties worden onderworpen aan een objectieve beoordeling, die rekening houdt met de bijzondere persoonlijke situatie van alle kandidaten' [...].

Het begrip `openingsclausule' wordt in de rechtspraak van het HvJEU omschreven als de `clausule [...] volgens welke vrouwen niet bij voorrang moeten worden bevorderd, indien met de persoon van een mannelijke kandidaat verband houdende redenen de balans in diens voordeel doen doorslaan' [...].

De toepassing van deze rechtspraak op de opgelegde verplichting om, zonder mogelijkheid ervan af te wijken, een quotum na te leven van een derde vrouwen of mannen in een raad van bestuur zowel in het geval van een economisch overheidsbedrijf als in het geval van de Nationale Loterij, brengt het ernstige risico met zich mee dat die verplichting stuit op de principes van toelaatbaarheid van een positieve actie ten gunste van personen van een bepaald geslacht zoals het HvJEU ze duidelijk heeft gemaakt (...). In een aantal situaties kan de naleving van een dergelijk quotum er immers toe leiden dat een bestuurder wordt gekozen die van het vereiste geslacht is, slechts omdat het quotum niet bereikt is. Deze keuze zal dus onafhankelijk van een objectieve beoordeling van de persoonlijke situatie van alle kandidaten worden gemaakt, omdat, luidens de wet, voorrang moet worden gegeven aan die kandidaat, zelfs al is hij ondergekwalificeerd ten opzichte van andere kandidaten, gegeven het feit dat deze andere kandidaten van het andere geslacht zijn".

In de ontworpen bepalingen wordt het volgende gesteld: "Er wordt (...) afgeweken van het voorgaande lid als, overeenkomstig de voormelde wetten, wegens de resultaten van de selectie, wegens het recht op vernieuwing van het mandaat of wegens de rangschikking van de kandidaten op grond van hun titels en verdiensten, het onmogelijk is om over te gaan tot de aanwijzing of de benoeming van een kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht".

Zoals de afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft opgemerkt met betrekking tot een bepaling, ingevoegd in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 `houdende het statuut van het rijkspersoneel'(3) en identiek aan de voorliggende bepaling, beantwoordt de ontworpen tekst dus aan het begrip openingsclausule zoals het hierboven is uiteengezet. 2. In heel het ontwerp moet, in de Franse tekst, het woord "sexe" in plaats van het woord "genre" worden gebruikt, overeenkomstig de bewoordingen van de wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002098 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002097 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden sluiten `ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen'(4), en zoals het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen in zijn advies van 28 januari 2014 heeft opgemerkt. Bijzondere opmerkingen Aanhef 1. Het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 `houdende het statuut van het rijkspersoneel' verschaft het ontwerp geen rechtsgrond en wordt door het ontwerp niet gewijzigd;het hoeft niet te worden vermeld.

Het derde lid moet dus worden weggelaten.

Het besluit in kwestie kan in het verslag aan de Koning worden vermeld. 2. De woorden "artikel 5, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021029 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 20/03/2008 numac 2008021015 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021028 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen sluiten" in het vierde lid (dat het derde lid wordt) zijn overbodig en moeten worden weggelaten.(5) 3. De woorden "artikel 52, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 juni 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/06/2012 pub. 22/06/2012 numac 2012021090 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit houdende diverse wijzigingen betreffende de statuten van de federale wetenschappelijke instellingen sluiten" in het vijfde lid (dat het vierde lid wordt) zijn overbodig en moeten worden weggelaten.(6) 4. Naar het zich laat aanzien is het advies van de Federale interministeriële commissie voor wetenschapsbeleid, vermeld in het zesde lid (dat het vijfde lid wordt), niet op 17 augustus 2012 maar wel op 3 juli 2012 gegeven.5. Uit artikel 16 van de wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002098 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002097 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden sluiten `ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen' blijkt niet dat het advies van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen een verplicht vormvereiste vormt. Dat advies dient dus als overweging te worden vermeld.

Voorts is dat advies, naar het zich laat aanzien, niet op 27 januari 2014 maar wel op 28 januari 2014 gegeven. 6. Uit artikel 6, § 1, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten `houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging', die op 1 januari 2014 in werking is getreden, vloeit voort dat voor het voorliggende ontwerp, waarover in de Ministerraad moet worden overlegd, in principe een impactanalyse moet worden uitgevoerd. De steller van het ontwerp is evenwel vrijgesteld van dat vormvereiste aangezien de voorliggende tekst betrekking heeft op de "autoregulering van de federale overheid".(7) De aanhef moet die vrijstelling dus vermelden, overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021141 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit houdende uitvoering van titel 2, hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten `houdende uitvoering van titel 2, hoofdstuk 2 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging'.

Dispositief Artikel 1 (ontworpen artikel 5, §§ 6 tot 8, van het voornoemde koninklijk besluit van 20 april 1965) In de inleidende zin moeten alle nog geldende wijzigingen worden vermeld die in artikel 5 van het koninklijk besluit van 20 april 1965 zijn aangebracht.

Artikel 2 (artikel 52, vijfde streepje, van het koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021029 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 20/03/2008 numac 2008021015 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021028 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen sluiten) Als gevolg van de voorgestelde wijziging moet artikel 52, vijfde streepje, luiden als volgt: "Onverminderd de bepalingen van dit statuut, zijn de wetenschappelijke personeelsleden waarop het van toepassing is, onderworpen aan de voorschriften die gelden voor het rijkspersoneel wat betreft: [...] - de bevordering van de gelijkheid van de geslachten".

De Raad van State plaatst vraagtekens bij de strekking van die bepaling; artikel 1 van het ontwerp voegt in het koninklijk besluit van 20 april 1965 `tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen' immers specifieke bepalingen betreffende het personeel van de federale wetenschappelijke instellingen in, die identieke bepalingen van het voornoemde koninklijk besluit van 2 oktober 1937 overnemen.

Artikel 3 De Raad van State begrijpt niet waarom wordt afgeweken van de gebruikelijke regel betreffende de inwerkingtreding van koninklijke besluiten.

Artikel 4 De bevoegdheden van de ministers die met de uitvoering van dit besluit belast zijn, moeten nader worden aangegeven.

De griffier Bernadette Vigneron De voorzitter Jacques Jaumotte _______ Nota's (1) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus.(2) Zie met name GwH 12 februari 2009, nr.17/2009. (3) Zie advies 51.204/4, op 26 april 2012 gegeven over een ontwerp dat ontstaan heeft gegeven aan het koninklijk besluit van 2 juni 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/06/2012 pub. 08/06/2012 numac 2012002027 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel type koninklijk besluit prom. 02/06/2012 pub. 12/06/2012 numac 2012002032 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel. - Addendum sluiten `tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel'. (4) Zie bijvoorbeeld artikel 3, waarvan de Franse tekst luidt als volgt: "La présente loi a pour objectif de créer, dans les matières visées à l'article 6, un cadre général pour lutter contre la discrimination sur base du sexe". (5) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 30, tweede lid. (6) Ibid.(7) Artikel 8, § 1, 4°, van de voornoemde wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten. 13 MEI 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen en van 25 februari 2008 tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, de artikelen 37 en 107, tweede lid;

Gelet op de wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002098 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen type wet prom. 10/05/2007 pub. 30/05/2007 numac 2007002097 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden sluiten ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, artikel 16, § 3;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021029 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 20/03/2008 numac 2008021015 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021028 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen sluiten tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen;

Gelet op het advies van de federale Interministeriële Commissie voor Wetenschapsbeleid, gegeven op 3 juli 2012;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 september 2012;

Overwegende het advies van het Instituut voor de Gelijkheid van vrouwen en mannen, gegeven op 28 januari 2014;

Gelet op de vrijstelling van een impactanalyse op basis van artikel 8, § 1, 4°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op het protocol nr. 156/1 van 20 maart 2014 van het Sectorcomité I - Algemeen Bestuur;

Gelet op het advies nr 56.493/2/v van de Raad van State, gegeven op 23 juli 2014, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Onze Minister belast met Ambtenarenzaken en On-ze Staatssecretaris voor Gelijke Kansen en voor Wetenschapsbeleid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 5 van het koninklijk besluit van 20 april 1965 tot vaststelling van het organiek statuut van de federale wetenschappelijke instellingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 februari 2008 en 12 juni 2012, worden de paragrafen 6 tot 8 ingevoegd, luidende: " § 6. Elke aanwijzing of benoeming mag niet tot gevolg hebben dat meer dan twee derde van de in de eerste graad van de hiërarchie van de instelling gerangschikte betrekkingen, overeenkomstig de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, worden bekleed door personeelsleden van hetzelfde geslacht. Het resultaat wordt in voorkomend geval naar boven afgerond.

Er wordt evenwel afgeweken van het voorgaande lid als, overeenkomstig de voormelde wetten, wegens de resultaten van de selectie, wegens het recht op vernieuwing van het mandaat of wegens de rangschikking van de kandidaten op grond van hun titels en verdiensten, het onmogelijk is om over te gaan tot de aanwijzing of de benoeming van een kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht.

De berekening van de twee derden alsook de voorwaarden voor de eventuele afwijking worden vastgesteld op de dag van de aanwijzing of de benoeming. § 7. Elke aanwijzing of benoeming kan niet als gevolg hebben dat meer dan twee derde van de betrekkingen gerangschikt in de tweede trap van de hiërarchie van de instelling, overeenkomstig de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, worden bekleed door personeelsleden van hetzelfde geslacht. Het resultaat wordt in voorkomend geval naar boven afgerond.

Er wordt evenwel afgeweken van het voorgaande lid als, overeenkomstig de voormelde wetten, wegens de resultaten van de selectie, wegens het recht op de vernieuwing van het mandaat of wegens de rangschikking van de kandidaten op grond van hun titels en verdiensten, het onmogelijk is om over te gaan tot de aanwijzing of de benoeming van een kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht.

De berekening van de twee derden alsook de voorwaarden voor de eventuele afwijking worden vastgesteld op de dag van de aanwijzing of de benoeming. § 8. De gegevens met betrekking tot de tewerkstelling van de geslachten in de twee eerste trappen van de hiërarchie worden per trimester doorgegeven aan de Ministers bevoegd voor Ambtenarenzaken en voor de Gelijke Kansen. Er wordt voorzien in een jaarlijkse evaluatie op de Ministerraad.

Elke dienst legt jaarlijks een actieplan voor aan zijn voogdijminister, met daarin initiatieven die er op gericht zijn om de ondervertegenwoordiging van een bepaald geslacht in de twee eerste trappen van de hiërarchie te corrigeren. De voogdijminister bezorgt deze actieplannen aan de Ministers bevoegd voor Ambtenarenzaken en voor de Gelijke Kansen.

Art. 2.In artikel 52 van het koninklijk besluit van 25 februari 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021029 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 20/03/2008 numac 2008021015 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 april 1965 betreffende het statuut der wetenschappelijke instellingen van de Staat type koninklijk besluit prom. 25/02/2008 pub. 07/04/2008 numac 2008021028 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit tot vaststelling van het geldelijke statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen sluiten tot vaststelling van het statuut van het wetenschappelijk personeel van de federale wetenschappelijke instellingen, wordt de streep 5, opgeheven bij het koninklijk besluit van 12 juni 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/06/2012 pub. 22/06/2012 numac 2012021090 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Koninklijk besluit houdende diverse wijzigingen betreffende de statuten van de federale wetenschappelijke instellingen sluiten, hersteld als volgt: " - de bevordering van de gelijkheid van de geslachten;"

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.

Art. 4.Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 13 mei 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, Johan VAN OVERTVELDT De Minister belast met Ambtenarenzaken, Steven VANDEPUT De Staatssecretaris voor Gelijke Kansen en voor Wetenschapsbeleid, Elke SLEURS


begin


Publicatie : 2015-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^