Koninklijk Besluit van 13 november 2011
gepubliceerd op 30 november 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2011014284
pub.
30/11/2011
prom.
13/11/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

13 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb voor te leggen aan Uwe Majesteit, werd in de Ministerraad overlegd.

Met het oog op de omzetting van Richtlijn 2011/18/EU van de Commissie van 1 maart 2011 tot wijziging van de bijlagen II, V en VI bij Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap moeten de bijlagen II, V en VI bij de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap worden gewijzigd.

Voor de wijziging van de genoemde bijlagen werd geopteerd voor de afkondiging van een koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap en gebaseerd op artikel 1, eerste lid, van de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg.

Vermits de uiterste omzettingsdatum is vastgelegd op 31 december 2011, is de afkondiging van een koninklijk besluit immers de juiste optie.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Eerste Minister, Y. LETERME De Staatssecretaris voor Mobiliteit, E. SCHOUPPE

ADVIES 50.364/4 VAN 19 OKTOBER 2011 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 23 september 2011 door de Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « tot wijziging van de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap », heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het vervangen is bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Onderzoek van het ontwerp 1. Aangezien de afdeling Wetgeving van de Raad van State niet om advies gevraagd is op grond van artikel 3, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten, behoort in de aanhef geen lid, in casu het zesde, gewijd te worden aan de bijzondere motivering van het verzoek om spoedbehandeling.2. Het voorliggende ontwerp beoogt de omzetting van Richtlijn 2011/18/EU van de Commissie van 1 maart 2011 "tot wijziging van de bijlagen II, V en VI bij Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap". Daartoe worden in het thans voorliggende ontwerp de bijlagen II, V en VI (lees : 2, 5 en 6) van de wet van 26 januari 2010 "betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap" vervangen, welke wet voorziet in de omzetting van de voornoemde Richtlijn 2008/57/EG. Met de vervanging van de bijlagen V en VI, van Richtlijn 2008/57/EG, wordt inzonderheid het volgende doel nagestreefd, dat ook bepaald wordt in de vierde overweging van de voornoemde Wijzigingsrichtlijn 2011/18/EU : « 4) Overeenkomstig artikel 17, lid 3, van Richtlijn 2008/57/EG dienen de lidstaten de instanties aan te wijzen die, in het geval van technische voorschriften, worden belast met de uitvoering van de keuringsprocedures. De bijlagen V en VI bij Richtlijn 2008/57/EG dienen derhalve te worden gewijzigd om de door deze instanties toegepaste procedures te specificeren ».

De ontworpen bijlagen V en VI (lees : 5 en 6) (1) van de voornoemde wet van 26 januari 2010 (artikelen 3 en 4 van het onderzochte ontwerp) voorzien in de omzetting van die nieuwe bijlagen.

Met de loutere vervanging van de bijlagen V en VI (lees : 5 en 6) van de voornoemde wet van 26 januari 2010 kunnen nochtans geen nieuwe regels worden ingevoerd die van toepassing zijn op de keuringsverklaringen en -procedures met betrekking tot de conformiteit van de subsystemen met de nationale voorschriften. Er behoort immers eveneens te worden voorzien in een aanvulling van de wetsbepalingen betreffende die conformiteits- en keuringsverklaringen, namelijk de artikelen 22 en 25 ervan, teneinde inzonderheid daarin te verwijzen naar de vereisten die bepaald worden in de voornoemde nieuwe bijlagen. 3. In de artikelen 3 en 4 behoort, overeenkomstig de omgezette Richtlijn 2011/18/EU en de bepalingen van de wet van 26 januari 2010, geschreven te worden « « EG » -keuringsverklaring » en niet « EG-keuringsverklaring ».(1) De huidige bijlagen zijn genummerd met Arabische cijfers.Het ontwerp behoort dienovereenkomstig te worden herzien.

De kamer was samengesteld uit : De heren : P. Liénardy, kamervoorzitter;

J. Jaumotte en L. Detroux, staatsraden;

S. Van Drooghenbroeck, assessor van de afdeling Wetgeving;

Mevr. C. Gigot, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. Chauffoureaux, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Liénardy.

De griffier, C. Gigot.

De voorzitter, P. Liénardy.

13 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg, artikel 1, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 15 mei 2006;

Gelet op de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap;

Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 mei 2011;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 31 augustus 2011;

Gelet op advies 50.364/4 van de Raad van State, gegeven op 19 oktober 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Eerste Minister en de Staatssecretaris voor Mobiliteit en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Gemeenschap wordt het tweede lid aangevuld met de woorden « , gewijzigd bij Richtlijn 2011/18/EU van de Commissie van 1 maart 2011. ».

Art. 2.In artikel 22, § 1, van dezelfde wet, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « In deze gevallen wordt elk subsysteem van structurele aard onderworpen aan de keuringsprocedure zoals bedoeld in bijlage 6, punt 3 »

Art. 3.Artikel 25, § 1, van dezelfde wet, wordt aangevuld met een lid luidende : « De keuringsverklaring stemt overeen met de in bijlage 5, punt 2, vermelde criteria »

Art. 4.In dezelfde wet, wordt bijlage 2 vervangen als volgt : « Bijlage 2. Subsystemen 1. Lijst van subsystemen Voor de toepassing van deze wet wordt het spoorwegsysteem onderverdeeld in subsystemen die overeenkomen met : a) ofwel gebieden van structurele aard : - infrastructuur; - energie; - baanuitrusting voor besturing en seingeving; - boorduitrusting voor besturing en seingeving; - rollend materieel; b) ofwel gebieden van functionele aard : - exploitatie en verkeersleiding; - onderhoud; - telecommunicatietoepassingen voor reizigers en vracht. 2. Beschrijving van de subsystemen Voor elk subsysteem of onderdeel van een subsysteem stelt het Bureau bij de opstelling van het betrokken ontwerp-TSI de lijst op van de interoperabiliteitsonderdelen en -aspecten.Onder voorbehoud van de vaststelling van deze aspecten en interoperabiliteitsonderdelen of van de volgorde waarin de subsystemen aan TSI's worden onderworpen, omvatten de subsystemen : 2.1. Infrastructuur Lopend spoor, wissels, kunstwerken (bruggen, tunnels, enz.), de bij stations behorende infrastructuur (perrons, toegang, voorzieningen voor personen met beperkte mobiliteit, enz.), veiligheids- en beschermingsinstallaties. 2.2. Energie Het elektrificatiesysteem, met inbegrip van de bovenleiding en de baancomponent van het systeem om het stroomverbruik te meten. 2.3. Baanuitrusting voor besturing en seingeving Alle uitrusting op en langs de spoorbaan die nodig is om de veiligheid te waarborgen en voor de besturing en controle van de bewegingen van de op het net toegelaten treinen. 2.4. Boorduitrusting voor besturing en seingeving Alle boorduitrusting die nodig is om de veiligheid te waarborgen en voor de besturing en controle van de bewegingen van de op het net toegelaten treinen. 2.5. Exploitatie en verkeersleiding De procedures en bijbehorende uitrusting die zorgen voor een coherente exploitatie van de verschillende structurele subsystemen, zowel bij normaal functioneren als bij gestoord bedrijf, met inbegrip van de samenstelling en besturing van de treinen, verkeersplanning en verkeersleiding.

De voor grensoverschrijdende diensten vereiste beroepskwalificaties. 2.6. Telematicatoepassingen Evenals bijlage 1 omvat dit subsysteem twee delen : a) de toepassingen ten dienste van de passagiers, met inbegrip van de informatiesystemen voor reizigers vóór en tijdens de reis, reserverings- en betalingssystemen, het bagagebeheer, het beheer van aansluitingen tussen treinen en andere vervoerswijzen;b) toepassingen voor het vrachtverkeer, met inbegrip van de informatiesystemen (continu volgen van goederen en treinen), rangeer- en samenstellingssystemen, reserverings-, betalings- en factureringssystemen, het beheer van aansluitingen met andere vervoerswijzen, het opstellen van begeleidende elektronische documenten. 2.7. Rollend materieel De structuur, het besturings- en controlesysteem van de gehele uitrusting van de trein, de stroomafnemers, de tractie-eenheden en transformatoren, boordapparatuur om het stroomverbruik te meten, het remsysteem, koppeling, loopwerk (draaistellen, assen, enz.) en ophanging, deuren, mens/machine-interface (bestuurder, treinpersoneel, passagiers, voorzieningen voor personen met beperkte mobiliteit), passieve en actieve beveiliging, voorzieningen voor de gezondheid van passagiers en treinpersoneel. 2.8. Onderhoud De procedures, de betrokken uitrusting, de logistieke onderhoudsinstallaties, de reserves waarmee corrigerende en preventieve onderhoudswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd om de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem en de vereiste prestaties te garanderen ».

Art. 5.In dezelfde wet, wordt bijlage 5 vervangen als volgt : « Bijlage 5. « EG »-keuringsverklaring voor subsystemen 1. « EG »-keuringsverklaring van subsystemen De « EG »-keuringsverklaring en de bijgevoegde documenten dienen te worden gedateerd en ondertekend. De « EG »-keuringsverklaring is gebaseerd op de door toepassing van de « EG »-keuringsprocedure voor subsystemen als bedoeld in afdeling 2 van bijlage 6 verkregen informatie. De verklaring moet gesteld zijn in dezelfde taal als die van het technisch dossier en minstens de onderstaande elementen bevatten : - de referenties van de richtlijn; - naam en adres van de aanbestedende dienst of de fabrikant, of diens in de Europese Unie gevestigde gemachtigde (firmanaam en volledig adres en, wanneer het een gemachtigde betreft, ook de firmanaam van de aanbestedende dienst of de fabrikant); - een beknopte beschrijving van het subsysteem; - naam en adres van de aangemelde instantie die de in artikel 23 bedoelde « EG »-keuring heeft uitgevoerd; - de referenties van de documenten in het technisch dossier; - alle tijdelijke of definitieve toepasselijke bepalingen waaraan het subsysteem dient te voldoen en met name, in voorkomend geval, alle exploitatiebeperkingen of -voorwaarden; - indien tijdelijk : de geldigheidsduur van de « EG »-verklaring; - de identiteit van de ondertekenaar.

Wanneer in bijlage 6 naar de « EG »-TKV-verklaring wordt verwezen, zijn de bepalingen van dat deel van toepassing op die verklaring. 2. Keuringsverklaring van subsystemen bij toepassing van nationale voorschriften Wanneer in bijlage 6 wordt verwezen naar de keuringsverklaring van subsystemen bij toepassing van nationale voorschriften, is deel 1 mutatis mutandis van toepassing op die verklaring.»

Art. 6.In dezelfde wet, wordt bijlage 6 vervangen als volgt : « Bijlage 6. « EG »-Keuringsprocedure voor subsystemen 1. ALGEMENE BEGINSELEN De « EG »-keuring van een subsysteem is de procedure volgens welke een aangemelde instantie nagaat of en verklaart dat het subsysteem : - op dusdanige wijze is ontworpen, vervaardigd en geïnstalleerd dat het aan de toepasselijke essentiële eisen voor dat subsysteem voldoet, en - mag worden in dienst genomen. 2. « EG »-KEURINGSPROCEDURE 2.1. Inleiding De « EG »-keuring is de procedure volgens welke een aangemelde instantie nagaat of en verklaart dat het subsysteem : - in overeenstemming is met de toepasselijke TSI('s); - voldoet aan de overige uit het Verdrag afgeleide bepalingen. 2.2. Onderdelen van het subsysteem en stadia 2.2.1 Tussentijdse keuringsverklaring (TKV) Indien de TSI's daarin voorzien of desgevallend op verzoek van de aanvrager, kan het subsysteem worden ingedeeld in bepaalde onderdelen of worden gecontroleerd in bepaalde stadia van de keuringsprocedure.

De tussentijdse keuringsverklaring (TKV) is de procedure waarbij een aangemelde instantie bepaalde onderdelen van het subsysteem in bepaalde stadia van de keuringsprocedure controleert en certificeert.

Na elke TKV verleent de door de aanvrager gekozen aangemelde instantie een tussentijds « EG »-keuringscertificaat waarna de aanvrager desgevallend een tussentijdse « EG »-keuringsverklaring opstelt. In het TKV-certificaat en de TKV-verklaring moet worden vermeld aan welke TSI's de conformiteit van het subsysteem is getoetst. 2.2.2 Onderdelen van het subsysteem De aanvrager kan voor elk onderdeel een TKV aanvragen. Elk onderdeel wordt in elk in punt 2.2.3 beschreven stadium gecontroleerd. 2.2.3 Stadia van de keuringsprocedure Het subsysteem, of bepaalde onderdelen daarvan, wordt gecontroleerd in elk van de volgende stadia : - algemeen ontwerp; - totstandbrenging : constructie van het subsysteem, met name de uitvoering van civieltechnische werken, de fabricage, de montage van onderdelen en de afregeling van het geheel; - testen van het afgewerkte subsysteem.

De aanvrager kan een TKV aanvragen voor het ontwerpstadium (met inbegrip van typetesten) en voor het productiestadium. 2.3. Keuringscertificaat 2.3.1. De voor de « EG »-keuring verantwoordelijke aangemelde instantie beoordeelt het ontwerp, de productie en de tests van het afgewerkte subsysteem en stelt een « EG »-keuringscertificaat op voor de aanvrager, die op zijn beurt een « EG »- keuringsverklaring opstelt. In het « EG »-keuringscertificaat moet worden vermeld aan welke TSI's de conformiteit van het subsysteem is getoetst.

Wanneer de overeenstemming met bepaalde toepasselijke TSI's (in geval van een afwijking, gedeeltelijke toepassing van de TSI's, verbetering of vernieuwing, overgangsperiode in een TSI of een specifiek geval) van het subsysteem niet is gecontroleerd, moet in het « EG »-certificaat exact worden vermeld aan welke TSI's of onderdelen daarvan de aangemelde instantie de conformiteit niet heeft getoetst in het kader van de « EG »-keuringsprocedure. 2.3.2. Een voor de « EG »-keuring van het subsysteem verantwoordelijke aangemelde instantie houdt rekening met een reeds afgegeven « EG »-TKV-certificaat en dient voorafgaand aan de verlening van een « EG »-keuringscertificaat : - na te gaan of het « EG »-TKV-certificaat de toepasselijke eisen van de TSI's volledig dekt; - alle aspecten te controleren die niet worden gedekt door het « EG »-TKV-certificaat, en - de testen van het afgewerkte subsysteem als geheel te controleren. 2.4. Technisch dossier Het technisch dossier bij de « EG »-keuringsverklaring moet de volgende stukken bevatten : - de technische kenmerken van het ontwerp, met inbegrip van de voor het betrokken subsysteem relevante algemene en detailplannen zoals die worden uitgevoerd, elektrische en hydraulische schema's, schema's van de besturingscircuits, een beschrijving van de geautomatiseerde systemen, handleidingen voor bediening en onderhoud, enz.; - een lijst van de interoperabiliteitsonderdelen, als bedoeld in artikel 4, die in het subsysteem zijn verwerkt; - kopieën van de « EG »-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik, waarvan genoemde onderdelen krachtens artikel 14 van de wet voorzien moeten zijn, in voorkomend geval vergezeld van de desbetreffende berekeningen en van een kopie van de processen-verbaal van de testen en onderzoeken die op basis van de gemeenschappelijke technische specificaties door de aangemelde instanties zijn uitgevoerd; - de beschikbare « EG »-TKV-certificaten en, in dergelijk geval, de « EG »-TKV-verklaringen die het « EG »-keuringscertificaat vergezellen, met inbegrip van het resultaat van de geldigheidscontrole van de certificaten door de aangemelde instantie; - een « EG »-keuringscertificaat, vergezeld van de desbetreffende berekeningen en ondertekend door de met de « EG »-keuring belaste aangemelde instantie, waarin wordt bevestigd dat het subsysteem in overeenstemming is met de bepalingen van de toepasselijke TSI's en met vermelding van een eventueel tijdens de uitvoering van de werkzaamheden gemaakt voorbehoud dat niet is ingetrokken; het « EG »-keuringscertificaat dient tevens vergezeld te gaan van de inspectie- en auditrapporten die dezelfde instantie in het kader van haar opdracht heeft opgesteld, zoals gespecificeerd in de punten 2.5.3 en 2.5.4; - de overeenkomstig andere op het Verdrag gebaseerde wetgeving afgegeven « EG »-certificaten; - wanneer op grond van Verordening (EG) nr. 352/2009 van de Commissie de veilige integratie van het subsysteem moet worden aangetoond, dient de aanvrager het in artikel 6, derde lid, van Richtlijn 2004/49/EG bedoelde beoordelingsverslag betreffende de gemeenschappelijke veiligheidsmethoden (CSM) inzake risicobeoordeling op te nemen in het technisch dossier. 2.5. Toezicht 2.5.1. Het doel van het « EG »-toezicht is na te gaan of tijdens de totstandbrenging van het subsysteem de uit het technische dossier voortvloeiende verplichtingen zijn vervuld. 2.5.2. De met het toezicht belaste aangemelde instantie moet permanent toegang hebben tot bouwplaatsen, constructiewerkplaatsen, opslagplaatsen, eventuele locaties voor prefabricage, beproevingsinstallaties en meer in het algemeen alle plaatsen die zij noodzakelijk acht voor de vervulling van haar taak. De aanvrager dient de aangemelde instantie alle documenten te bezorgen die daarbij van nut kunnen zijn, met name de plannen voor de uitvoering van en de technische documentatie met betrekking tot het subsysteem. 2.5.3. De met het toezicht belaste aangemelde instantie voert periodiek audits uit om na te gaan of de bepalingen van de toepasselijke TSI's worden nageleefd, waarna zij een auditverslag voorlegt aan de met de uitvoering belaste bedrijven. Haar aanwezigheid kan vereist zijn bij bepaalde fasen van de werkzaamheden. 2.5.4. Daarnaast kan de aangemelde instantie onaangekondigde bezoeken brengen aan de bouwplaats of de constructiewerkplaatsen. Bij deze bezoeken kan de aangemelde instantie volledige of gedeeltelijke audits uitvoeren. Zij legt een verslag van deze bezoeken voor en, in voorkomend geval, een auditverslag aan de met de uitvoering belaste bedrijven. 2.5.5. Met het oog op de afgifte van een « EG »-verklaring van geschiktheid voor gebruik als bedoeld in deel 2 van bijlage 6, kan de aangemelde instantie toezicht houden op een subsysteem waarin een operabiliteitsonderdeel is gemonteerd teneinde, wanneer de desbetreffende TSI dit voorschrijft, de geschiktheid daarvan voor gebruik binnen de spoorwegsector te beoordelen. 2.6. Depot Het volledige in punt 2.4 bedoelde dossier wordt aan de aanvrager bezorgd ter staving van de « EG »-TKV-certificaten, indien beschikbaar, dat is afgegeven door de hiermee belaste aangemelde instantie, of ter staving van het door de met de « EG »-keuring van het subsysteem belaste aangemelde instantie afgegeven keuringscertificaat. Het dossier moet gehecht worden aan de « EG »-keuringsverklaring, die door de aanvrager wordt ingediend bij de bevoegde instantie waar hij toestemming vraagt voor de indienststelling.

Een kopie van het dossier wordt door de aanvrager bewaard gedurende de volledige levensduur van het subsysteem. Andere lidstaten kunnen desgewenst inzage krijgen in het dossier. 2.7. Publicatie Iedere aangemelde instantie publiceert periodiek alle relevante informatie over : - de ingediende aanvragen om « EG »-keuringen en TKV; - de aanvraag voor de beoordeling van de conformiteit en/of de geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen; - toegekende of geweigerde « EG »-TKV; - toegekende of geweigerde « EG »-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik; - de afgegeven of geweigerde « EG »-keuringscertificaten. 2.8. Taal Dossiers en briefwisseling met betrekking tot de « EG »-keuringsprocedures worden gesteld in een officiële EU-taal van de lidstaat waar de aanvrager is gevestigd, dan wel in een door de aanvrager aanvaarde EU-taal. 3. KEURINGSPROCEDURE WANNEER NATIONALE VOORSCHRIFTEN VAN TOEPASSING ZIJN 3.1. Inleiding Wanneer nationale voorschriften van toepassing zijn, geldt de keuringsprocedure waarbij de aangewezen instantie controleert of en certificeert dat het subsysteem voldoet aan de overeenkomstig artikel 22 aangemelde nationale voorschriften. 3.2. Keuringscertificaat De aangewezen instantie die verantwoordelijk is voor de keuringsprocedure bij toepassing van nationale voorschriften stelt het keuringscertificaat op voor de aanvrager. In dat certificaat wordt precies beschreven aan welke nationale voorschriften de aangewezen instantie de conformiteit van het subsysteem in het kader van de keuringsprocedure heeft getoetst, met inbegrip van de onderdelen waarvoor een afwijking geldt op de TSI of vanwege verbetering of vernieuwing.

Wanneer nationale voorschriften van toepassing zijn voor subsystemen die deel uitmaken van een voertuig bevat het door de aangewezen instantie opgestelde certificaat twee delen : een eerste deel met de referenties van de nationale voorschriften inzake de technische compatibiliteit tussen het voertuig en het betrokken netwerk, en een tweede deel met alle overige nationale voorschriften. 3.3. Technisch dossier Het technisch dossier dat het keuringscertificaat vergezelt wanneer nationale voorschriften van toepassing zijn, moet worden opgenomen in het in punt 2.4 bedoelde technisch dossier en bevat alle technische gegevens die relevant zijn om te beoordelen of het subsysteem voldoet aan de nationale voorschriften ».

Art. 7.De Minister bevoegd voor Spoorvervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 13 november 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, Y. LETERME De Staatssecretaris voor Mobiliteit, E. SCHOUPPE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^