Koninklijk Besluit van 14 april 2013
gepubliceerd op 23 mei 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende goedkeuring van de geplande investeringen ten behoeve van de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie voor de jaren 2012 en 2013

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2013011215
pub.
23/05/2013
prom.
14/04/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

14 APRIL 2013. - Koninklijk besluit houdende goedkeuring van de geplande investeringen ten behoeve van de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie voor de jaren 2012 en 2013


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Algemeen : Krachtens de bepalingen in de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie bestaat het sociale element van de universele dienst in de levering aan de consumenten van bijzondere tariefvoorwaarden aan sommige categorieën van personen. Deze begunstigden zijn hoofdzakelijk ouderen of personen met een handicap met een laag inkomen, alsook personen die een leefloon ontvangen.

Tot de inwerkingtreding van de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie was elke operator die de consumenten openbare telefoondiensten aanbood, verplicht om bijzondere tarieven te verstrekken. Sedert de inwerkingtreding van de wet van 10 juli 2012 rust deze verplichting enkel nog op de operatoren die aan de consumenten een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden en van wie de omzet met betrekking tot de openbare elektronische-communicatiediensten hoger is dan vijftig miljoen euro.

De overige operatoren mogen deze bijzondere tarieven verstrekken, voor zover ze daarvan een kennisgeving hebben ingediend bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna Instituut).

Overeenkomstig artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, is bij het Instituut een databank opgericht.

Deze databank vervult een aantal functies ten behoeve van de operatoren die sociale tarieven toekennen.

Zo gaat zij, nadat de aanvrager van een sociaal tarief zijn aanvraag bij de operator van zijn keuze heeft ingediend, na of de aanvrager aan de wettelijke voorwaarden voldoet om het recht te genieten. Dankzij de databank worden de formaliteiten die de operator bij de toekenning van een sociaal tarief moet vervullen, dus aanzienlijk verminderd. In werkelijkheid vergemakkelijkt het gebruik van de databank dus onmiskenbaar de commerciële betrekkingen tussen de operatoren en hun klanten die een sociaal tarief genieten.

De databank centraliseert de identificatiegegevens van alle begunstigden. Zij maakt het mogelijk om fraude te voorkomen, waarvan de operatoren slachtoffer zouden kunnen zijn. Het bestaan van de databank belet immers dat eenzelfde persoon aanspraak kan maken op het sociale tarief bij twee verschillende operatoren, bijvoorbeeld een operator die vaste diensten aanbiedt en een operator die mobiele diensten aanbiedt.

Wegens de talrijke voordelen die de databank voor de operatoren inhoudt, stelt de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector een mechanisme in dat het mogelijk maakt om de investeringskosten en de onderhoudskosten die worden gemaakt met het oog op de goede werking van de databank, te laten dragen door de operatoren.

Artikel 30, § 5, tweede lid, van de wet van 17 januari 2003 schrijft echter voor dat de kosten voor investering en onderhoud van de databank die dateren van na 31 december 2006 maar mogen worden geëist van de aanbieders van sociale tarieven die op de markt voor openbare telefonie een omzet hebben van meer dan 1.240.000 euro, voor zover de betreffende investeringen zijn goedgekeurd bij een koninklijk besluit dat vastgesteld is na overleg in de Ministerraad.

Het onderhavige koninklijk besluit heeft tot doel door het Instituut geplande investeringen ten voordele van de databank voor de periode van 1 januari 2012 tot 31 december 2013 goed te keuren, zodat de terugbetaling wordt toegestaan.

De terugbetaling van de kosten in verband met deze investeringen en het onderhoud zal vervolgens door het BIPT worden gevraagd op basis van een besluit waarin de methode wordt vastgesteld voor de verdeling van de kosten met betrekking tot de databank en de specifieke berekeningselementen voor de jaren 2012 en 2013 worden bepaald.

Dat besluit van het Instituut zal ook het precieze bedrag vaststellen dat elke operator zal moeten betalen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 30, § 2, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. Eerst moet de databank in staat zijn om rekening te houden met de wijzigingen die door de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie worden aangebracht in het stelsel van de sociale tarieven. Deze wijzigingen hebben met name betrekking op : -het feit van de korting te verlenen op alle tarieven die door de operatoren worden aangeboden en niet langer op het standaardtarief of de standaardtarieven van de operator; - de berekening van sommige kortingen op basis van een procentueel bedrag, dat niettemin geplafonneerd is; - de mogelijkheid om de korting toe te kennen aan personen die een leefloon ontvangen via een ander mechanisme dan de vooraf betaalde kaart; - het gebruik van het globaal belastbaar gezinsinkomen om de drempel voor de toekenning van het recht te bepalen; - de mogelijkheid om de korting te genieten op het abonnementsgeld bij de ene operator en op de gesprekskosten bij een andere operator; - enz.

Het Instituut heeft bovendien plannen om grote projecten te ontwikkelen voor investeringen in en onderhoud van de databank, met name om een volledige automatisering van de behandelde dossiers mogelijk te maken. Dit impliceert de creatie van een computerlink met de databanken van de FOD Financiën (toegang tot de gegevens over inkomsten) en met authentieke bronnen van socialezekerheidsgegevens, in plaats van de lijst van referenties van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (gegevens met betrekking tot het niveau van handicap en gegevens met betrekking tot het statuut van leefloner).

De totale kosten van de investeringen die nodig zijn voor de aanpassing van de databank kunnen daarom worden geraamd op maximumbedragen van : - 300.000 euro om rekening te houden met de nieuwe reglementaire eisen inzake sociale tarieven; - 450.000 euro voor de totstandbrenging van een link met de betreffende databanken.

Bovendien, op basis van de investeringskosten die gedragen zijn in de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2011, kunnen de kosten voor de hosting van de "STTS"-applicatie, de hardware en software worden geraamd op € 400.000 voor de periode van 1 januari 2012 tot 31 december 2013.

Ten slotte, tijdens deze periode van 1 januari 2012 tot 31 december 2013, kunnen de onderhoudskosten, uitgaande van de onderhoudskosten die gedragen zijn in de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2011, worden geraamd op maximaal 200.000 euro.

Het onderhavige besluit staat de investeringen toe die het Instituut plant voor de hierboven bedoelde databank.

Het Instituut zal ermee worden belast een besluit aan te nemen om de terugbetaling te vragen van de investerings- en onderhoudskosten voor de databank met betrekking tot de categorieën van begunstigden van het sociale tarief voor de projecten die beoogd worden in 2012 en 2013.

Het stelt echter plafonds vast waarboven het BIPT geen terugbetaling mag vragen.

Tevens moet worden benadrukt dat de terugbetalingen die het BIPT vraagt, uiteraard zullen plaatsvinden met inachtneming van artikel 30 van de wet van 17 januari 2003, wat inhoudt dat zal worden overgegaan tot een terugbetaling van 90 % van de door het BIPT gedragen investeringskosten.

Artikelsgewijze bespreking :

Artikel 1.Dit artikel definieert een aantal in het besluit voorkomende termen. Voor het overige gelden de definities uit artikel 2 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

Art. 2.Artikel 2 keurt de investeringen in verband met de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie goed die door het BIPT gepland zijn voor de jaren 2012 en 2013.

Het beperkt de bedragen die het Instituut in 2012 en 2013 zal kunnen vragen aan de betrokken aanbieders van sociale tarieven. Het maximumbedrag dat mag worden gevraagd voor de realisatie van de twee betrokken projecten is 750.000 euro. Ook worden de onderhoudskosten vastgesteld in verband met de werking van de databank in 2012 en 2013, waarvan het bedrag door het Instituut mag worden gevraagd. Het Instituut vraagt deze bedragen op het ogenblik dat het opportuun vindt, ook na 2013.

Wat de onderhoudskosten na 2013 of andere investeringskosten betreft, zal het Instituut een nieuwe machtiging van de Ministerraad moeten vragen als het aan de betrokken operatoren de terugbetaling van die kosten wil vragen.

Art. 3.Dit artikel betreft de uitvoering van het besluit.

Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd.

Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar.

De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE

Advies 52.962/4 en 52.963/4 van 20 maart 2013 van de Raad van State, afdeling Wetgeving over een ontwerp van koninklijk besluit houdende goedkeuring van de investeringen met betrekking tot de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 'betreffende de elektronische communicatie voor de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2011' (52.962/4); een ontwerp van koninklijk besluit 'houdende goedkeuring van de geplande investeringen ten behoeve van de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie voor de jaren 2012 en 2013' (52.963/4).

Op 27 februari 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over - een ontwerp van koninklijk besluit 'houdende goedkeuring van de investeringen met betrekking tot de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie voor de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2011' (52.962/4); en over - een ontwerp van koninklijk besluit 'houdende goedkeuring van de geplande investeringen ten behoeve van de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie voor de jaren 2012 en 2013' (52.963/4).

Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 20 maart 2013. De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, Jacques Jaumotte en Bernard Blero, staatsraden, Sébastien Van Drooghenbroeck en Jacques Englebert, assessoren, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Anne Vagman, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Liénardy.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 20 maart 2013. 1. De twee voorliggende ontwerpen beogen de goedkeuring van de investeringen ten behoeve van de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 'betreffende de elektronische communicatie', het ene voor de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2011, het andere voor de jaren 2012 en 2013. Beide geven voor te steunen op artikel 30, § 5, tweede lid, van de wet van 17 januari 2003 'met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector', zoals vervangen bij artikel 66 van de programmawet van 20 juli 2006.

Artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 luidt als volgt; « § 2. Er wordt bij het Instituut een gegevensbank opgericht met betrekking tot de categorieën van begunstigden van het sociale tarief.

Voor zover dit noodzakelijk is voor het toepassen van het sociale tarief heeft de gegevensbank; 1° toegang tot het rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;2° het recht om het identificatienummer van het rijksregister te gebruiken. De operator die door een begunstigde wordt verzocht het sociale tarief te verlenen, stelt de gegevensbank op de hoogte van dit verzoek. Deze laatste gaat na of de betrokken begunstigde het betreffende recht niet reeds geniet bij een andere operator.

Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat aan de voorwaarden voor het verlenen van het sociale tarief is voldaan.

Het Instituut is gerechtigd om, in samenwerking met de aanbieders van het sociale tarief, na te gaan of de begunstigde nog recht heeft op het sociale tarief. Dit recht kan het Instituut maximaal eenmaal om de twee jaar uitoefenen. » Artikel 30, § 2 tot § 5, van de wet van 17 januari 2003 luidt als volgt : « § 2. De terugbetaling van de investerings- en onderhoudskosten van de gegevensbank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, wordt op de volgende manier verdeeld : a) 10 % van de investerings- en 20 % van de onderhoudskosten van de gegevensbank worden in gelijke delen toegerekend aan alle aanbieders van sociale tarieven;b) 40 % van de investerings- en de onderhoudskosten van de gegevensbank worden aan alle aanbieders van sociale tarieven toegerekend in verhouding tot het aantal van hun klanten op wie zij het sociale tarief toepassen;c) 40 % van de investerings- en de onderhoudskosten van de gegevensbank worden aan alle aanbieders van sociale tarieven toegerekend in verhouding tot hun daadwerkelijke gebruik van het systeem voor het beheer van het sociale element van de universele dienst;d) 10 % van de investeringskosten van de gegevensbank worden aan het Instituut toegerekend. § 3. Voor de toepassing van punt a) van de vorige paragraaf wordt geen rekening gehouden met de aanbieders van sociale tarieven die op de markt voor openbare telefonie een omzet hebben van minder dan 1.240.000 euro.

Voor de toepassing van punt b) van de vorige paragraaf wordt het aandeel van de bijdrage die de betrokken aanbieder van sociale tarieven verschuldigd is, elke dag berekend op grond van het aantal klanten op wie hij die dag het sociale telefoontarief toepast.

Voor de toepassing van punt c) van de vorige paragraaf houdt het Instituut rekening met het aantal gegevensopvragingen aan het systeem. § 4. Onverminderd § 2 zijn de kosten in verband met de eventuele installatie en het eventuele gebruik van een computersysteem van het type flux XML/batch voor het beheer van het sociale element van de universele dienst uitsluitend ten laste van de aanbieders van sociale tarieven die van die manier van beheer en verwerking van de informatie gebruik maken voor hun betrekkingen met de databank sociale tarieven.

Voor de toepassing van het vorige lid worden de kosten onder de betrokken aanbieders verdeeld overeenkomstig § 2. § 5. Het Instituut publiceert de methode voor de berekening en de verdeling van de investerings- en onderhoudskosten van de in paragraaf 2 vermelde gegevensbanken en deelt de betrokken aanbieders het bedrag van hun respectievelijke bijdrage mee.

Kosten aangaande investeringen en onderhoud met betrekking tot de in paragraaf 2 vermelde gegevensbanken die na 31 december 2006 plaatsvinden, kunnen op basis van dit artikel enkel worden teruggevorderd op voorwaarde dat de desbetreffende investeringen voorafgaandelijk goedgekeurd werden door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad ». 2. Uit het voorgaande, alsook uit de opschriften en bepalingen van de voorliggende ontwerpen, volgt dat de ontwerpen als voornaamste doel hebben de goedkeuring van de door het Belgische Instituut voor postdiensten en telecommunicatie uitgegeven of nog uit te geven investeringsbedragen met het oog op de aanleg en het beheer van een databank door het BIPT. Ongeacht de gevolgen van een dergelijke goedkeuring voor de terugbetaling van die kosten aan derden, blijft een dergelijke goedkeuring niettemin nog altijd een handeling van hoog toezicht.

Een koninklijk besluit met die strekking is derhalve niet van reglementaire aard in de zin van artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

De adviesaanvragen zijn bijgevolg niet-ontvankelijk.

De griffier, A.-C. Van Geersdaele.

De voorzitter, P. Liénardy.

14 APRIL 2013. - Koninklijk besluit houdende goedkeuring van de geplande investeringen ten behoeve van de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie voor de jaren 2012 en 2013 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, artikel 30, § 5, tweede lid, zoals vervangen door artikel 66 van de programmawet van 20 juli 2006;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 30 augustus 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting van 19 februari 2013;

Gelet op het advies 52.963/4 van de Raad van State, gegeven op 20 maart 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Economie en op advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « Wet »: wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;2° « Instituut »: het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie zoals bedoeld in artikel 13 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.

Art. 2.De investeringen die het Instituut voor de periode van 1 januari 2012 tot 31 december 2013 plant ten behoeve van de databank bedoeld in artikel 22, § 2, van de bijlage bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie worden goedgekeurd voor een totaal bedrag dat vastgesteld is op 1.350.000 euro en dat samengesteld is uit: - 1.150.000 euro investeringskosten; - 200.000 euro onderhoudskosten.

Het Instituut wordt ermee belast om een besluit aan te nemen om voor de periode van 1 januari 2012 tot 31 december 2013 aan de aanbieders investerings- en onderhoudskosten aan te rekenen voor dat bedrag.

Art. 3.De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 april 2013.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^