Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 14 maart 2002
gepubliceerd op 18 juli 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector"

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2002012433
pub.
18/07/2002
prom.
14/03/2002
ELI
eli/besluit/2002/03/14/2002012433/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

14 MAART 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector" (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 januari 1958, betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector".

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 maart 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999 Statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector" (Overeenkomst geregistreerd op 8 oktober 1999 onder het nummer 52511/CO/117 & 211) HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, doel, duur

Artikel 1.Er wordt vanaf 1 januari 1997 een fonds voor bestaanszekerheid opgericht voor de werklieden, werksters en bedienden, tewerkgesteld in de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, alsook voor de werkgevers behorend tot deze paritaire comités, genaamd "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector".

Art. 2.De zetel van het fonds bevindt zich in het arrondissement Brussel : Kunstlaan 39, bus 4, te 1000 Brussel.

Art. 3.Het fonds heeft tot doel : 1° de bijdragen vereist voor zijn werking te innen via de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;2° de organisatie te financieren van de initiatieven voor de opleiding en de tewerkstelling van risicogroepen onder de werkzoekenden in het raam van de uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, (geregistreerd ter Griffie van de dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen op 28 oktober 1999 onder het nummer 52852/CO/117) en van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel (geregistreerd ter Griffie van de dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen op 13 augustus 1999 onder het nummer 51902/CO/211), te betalen aan het interprofessioneel minimumloon.

Art. 4.Het fonds wordt voor de looptijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgericht. HOOFDSTUK II. - Beheer

Art. 5.Het fonds wordt beheerd door een raad van beheer, paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de meest representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties.

De raad van beheer bestaat uit 10 leden, hetzij 5 vertegenwoordigers van de werknemers en 5 vertegenwoordigers van de werkgevers, aangeduid door het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en door het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel.

Het mandaat van de leden van de raad van beheer wordt niet vergoed.

Art. 6.Elk jaar wordt door de raad van beheer een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris aangeduid.

Art. 7.De raad van beheer wordt door de voorzitter bijeengeroepen.

Deze is ertoe gehouden de raad ten minste eenmaal per jaar bijeen te roepen.

Wanneer vijf beheerders dit vragen, roept de voorzitter de raad in vergadering bijeen uiterlijk binnen tien dagen volgend op de ontvangst van het verzoek.

De oproepingen vermelden de agenda.

De raad kan slechts geldig beslissen over de punten die op de agenda voorkomen enkel wanneer ten minste de helft van de leden deel uitmakend van de werknemersafvaardiging en ten minste de helft van de leden van de werkgeversafvaardiging aanwezig is.

De verslagen van de zittingen van de raad zullen in het notulenboek ingeschreven worden. Ze worden ondertekend door de voorzitter of zijn plaatsvervanger en door de secretaris.

De leden van de raad zullen uiterlijk voor de volgende zitting een afschrift van de beraadslagingen ontvangen.

De afschriften of uittreksels van de notulen die bij de rechtbank of elders moeten gedeponeerd worden zijn ondertekend door de voorzitter van de raad van beheer en door twee beheerders waarvan één van de zijde van de werknemers, de andere van die van de werkgevers.

Wanneer tot de stemming moet overgegaan worden, dient een gelijk aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is het getal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de jongste leden).

De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de stemmers genomen.

De beheerders kunnen echter niet deelnemen aan de beraadslagingen waarbij zij persoonlijk belang hebben. Hun onthouding wordt in de notulen vermeld.

Art. 8.De raad van beheer heeft tot taak het fonds te beheren en alle maatregelen te nemen die voor zijn goede werking zijn vereist.

Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het beheer en de administratie van het fonds en de verwezenlijking van zijn doel.

De raad van beheer treedt op in rechten in naam van het fonds op vervolging en ten verzoek van de voorzitter en van de ondervoorzitter.

Hij kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan één of meer van zijn leden, en zelfs aan derden.

Art. 9.Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad een speciale volmacht heeft verleend, zal het fonds geldig tegenover derden vertegenwoordigd zijn door de gezamenlijke handtekeningen van drie beheerders (twee van de zijde van de werknemers één van de zijde van de werkgevers) zonder dat deze beheerders enigerlei beslissing of een bijzondere volmacht moeten overleggen.

Art. 10.De beheerders zijn alleen verantwoordelijk wat de uitvoering van hun mandaat betreft en persoonlijk gaan ze, omwille van hun beheer, geen enkele verbintenis aan ten opzichte van de verplichtingen van het fonds. HOOFDSTUK III. - Financiering

Art. 11.Het fonds wordt gespijsd door de bijdragen op de loonmassa van 0,20 pct. verschuldigd door de werkgevers aangesloten of niet bij de Belgische petroleum Federatie, evenals door de interesten uit de belegde fondsen.

Art. 12.De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid is belast met de inning van de bijdragen : - 0,20 pct. per kwartaal.

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zal ieder kwartaal de door hem geïnde bijdragen storten op de door het fonds geopende financiële rekening bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas onder het nummer : 001-1950434-34.

De bedragen moeten op het credit van deze rekening ingeschreven zijn uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal. HOOFDSTUK IV. - Rechthebbenden

Art. 13.De werkgevers, die deelgenomen hebben aan initiatieven voor de opleiding en de tewerkstelling van risicogroepen worden in het raam van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten van 14 april 1997 door het fonds bij het einde van deze collectieve arbeidsovereenkomst terugbetaald op basis van een alsdan in te dienen rechtvaardigingsformulier, ten belope van 13 maal het interprofessioneel minimumloon, vermeerderd met de patronale sociale zekerheidsbijdragen en desgevallend de afscheidspremie. HOOFDSTUK V. - Rekeningen

Art. 14.Het dienstjaar neemt een aanvang op 1 januari en sluit op 31 december.

Art. 15.Elk jaar, en uiterlijk in de loop van de maand december, wordt het budget voor het volgend jaar onderworpen aan de goedkeuring van de betrokken paritaire comités.

Art. 16.De rekeningen van het verlopen jaar worden op 31 december afgesloten.

Art. 17.Een revisor, ten laste van de Belgische petroleum Federatie brengt over zijn opdracht eenmaal per jaar verslag uit bij de in artikel 1 vermelde paritaire comités, die er een afschrift van overmaken aan de Minister. HOOFDSTUK VI. - Ontbinding, vereffening

Art. 18.Het fonds wordt van rechtswege ontbonden op het einde van de looptijd.

Art. 19.Met het oog op de terugbetaling door het fonds aan de ondernemingen, die deelgenomen hebben aan de initiatieven tot vorming van risicogroepen, zal de rekening bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas aangehouden worden tot uiterlijk 31 maart 2001.

Art. 20.Het gebeurlijk saldo wordt overgemaakt aan het Tewerkstellingsfonds van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999 en treedt buiten werking op 1 januari 2001.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 maart 2002.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^