Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 14 september 1997
gepubliceerd op 24 september 1997

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de organisatie van de secundaire buiten-beursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten

bron
ministerie van financien
numac
1997003481
pub.
24/09/1997
prom.
14/09/1997
ELI
eli/besluit/1997/09/14/1997003481/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

14 SEPTEMBER 1997. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de organisatie van de secundaire buiten-beursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 inzake het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten;

Gelet op de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, inzonderheid op de artikelen 2, § 4, 30 en volgende;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de organisatie van de secundaire buiten-beursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten;

Gelet op het advies van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen;

Gelet op het advies van het Comité van het Rentenfonds;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd door de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni en 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid ;

Overwegende dat het lastenkohier van de primary dealers in Schatkistwaarden uitgedrukt in franken gewijzigd is sedert 1 mei 1997;

Overwegende dat er reden toe is om het toepassingsgebied van voormeld besluit van 22 december 1995 onverwijld aan te passen om het in overeenstemming te brengen met deze statuutwijziging;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende de organisatie van de secundaire buiten-beursmarkt van de lineaire obligaties, de gesplitste effecten en de schatkistcertificaten, worden 7° en 8° vervangen door de volgende tekst : « 7° bemiddelaar : ieder lid van de markt bedoeld in artikel 2. »

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 2.Dit besluit regelt de markt van de hierna opgesomde transacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten : 1° de transacties die de leden van de markt onderling in eigen naam uitvoeren, hetzij rechtstreeks hetzij met de tussenkomst van één of meerdere personen die optreden als makelaar of lasthebber, met uitzondering evenwel van de transacties waarvoor deze leden uitdrukkelijk overeengekomen zijn om ze uit te voeren buiten de markt georganiseerd door dit besluit;2° de transacties die een lid van de markt en een persoon, die gewoonlijk in België verblijft of er gevestigd is en die geen lid is van de markt, onderling in eigen naam uitvoeren, hetzij rechtstreeks, hetzij met de tussenkomst van één of meerdere personen die optreden als makelaar of lasthebber, met uitzondering evenwel van de transacties waarvoor de beide partijen, die in eigen naam handelen, uitdrukkelijk overeengekomen zijn om ze uit te voeren buiten de markt georganiseerd door dit besluit;3° de transacties die een lid van de markt en een persoon, die gewoonlijk niet in België verblijft of er niet gevestigd is en die geen lid is van de markt, onderling in eigen naam uitvoeren, hetzij rechtstreeks, hetzij met de tussenkomst van één of meerdere personen die optreden als makelaar of lasthebber, in de mate dat de partij, die in eigen naam handelt, en die geen lid is van de markt, het ermee eens is om deze transacties uit te voeren op de markt georganiseerd door dit besluit;4° de transacties die twee personen, die gewoonlijk in België verblijven of er gevestigd zijn en die geen lid zijn van de markt, onderling in eigen naam uitvoeren met de tussenkomst van één of meerdere leden van de markt die optreden als makelaar of lasthebber, met uitzondering evenwel van de transacties waarvoor de beide partijen, die in eigen naam handelen, uitdrukkelijk overeengekomen zijn om ze uit te voeren buiten de markt georganiseerd door dit besluit;5° zonder afbreuk te doen aan de toepassing van artikel 37 van de wet, de transacties die twee personen, die geen lid zijn van de markt en waarvan er ten minste één gewoonlijk niet in België verblijft of er gevestigd is, onderling in eigen naam uitvoeren, met de dubbele voorwaarde dat enerzijds één of meerdere leden van de markt optreden als makelaar of lasthebber, en dat anderzijds de beide partijen, die in eigen naam handelen, overeengekomen zijn om deze transacties uit te voeren op de markt georganiseerd door dit besluit ».

Art. 3.Een artikel 2bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : «

Art. 2bis.§ 1. Zijn van rechtswege lid van de markt bedoeld door artikel 2 : 1° de beleggingsondernemingen bedoeld door boek II, titel II van de wet;2° de in België gevestigde bijkantoren van de beleggingsondernemingen bedoeld door boek II, titels III en IV van de wet;3° de instellingen bedoeld door artikel 2, 3°, a) tot en met c) van de wet. § 2. De kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen gevestigd in een andere Lid-Staat van de Europese Unie kunnen door eenvoudige kennisgeving van hun kant lid worden van de markt bedoeld in artikel 2. § 3. De andere kredietinstellingen en beleggingsondernemingen kunnen lid worden van de markt bedoeld in artikel 2 op hun gemotiveerd verzoek en mits zij de voorwaarden vastgesteld door het reglement bedoeld in artikel 4 naleven. § 4. De kennisgeving bedoeld in de § 2 en het verzoek bedoeld in § 3 brengen de aanvaarding mee van het geheel van de regels die van toepassing zijn op de markt bedoeld in artikel 2. § 5. De aanvaarding van een lastenkohier, bedoeld in artikel 8, lid 3, dat het lidmaatschap van de markt bedoeld in artikel 2 oplegt, geldt als kennisgeving bedoeld in § 2. § 6. De leden van de markt worden op hun eenvoudig verzoek geschrapt van de lijst van de leden van de markt ».

Art. 4.Een artikel 2ter, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : «

Art. 2ter.§ 1. De kennisgeving bedoeld in artikel 2bis, § 2 en het verzoek bedoeld in artikel 2bis, § 6, moeten gericht worden aan de Voorzitter van het Comité bij aangetekende brief of met bericht van ontvangst. Zij treden in werking op de datum vastgesteld door het Comité en ten laatste 8 bankwerkdagen na de dag van ontvangst door de Voorzitter van het Comité. § 2. De aanvragen bedoeld in artikel 2bis, § 3, moeten gericht worden aan de Voorzitter van het Comité bij aangetekende brief of met bericht van ontvangst.

Het Comité onderzoekt de aanvraag tot toelating en kan de overlegging eisen van iedere bijkomende informatie die nuttig is voor zijn onderzoek.

Het Comité spreekt zich uit over de aanvraag binnen de twee maanden na de ontvangst ervan of na de ontvangst van de bijkomende informatie.

Het kan de activiteiten van de aanvrager op de markt bedoeld in artikel 2 beperken tot de transacties in één of meerdere financiële instrumenten die daar verhandeld worden.

De beslissingen van het Comité worden aan de aanvrager betekend bij aangetekende brief of met bericht van ontvangst. Het ontbreken van een beslissing binnen de termijn van twee maanden bedoeld in lid 3 staat gelijk met een verwerping van de aanvraag. § 3. De lijst van de leden van de markt bedoeld in artikel 2 wordt door het Comité opgesteld, bijgehouden en bekendgemaakt op de wijze die het bepaalt. De leden die de prudentiële aanvaarding krachtens dewelke zij toegelaten werden verloren hebben, worden door het Comité van de lijst geschrapt ».

Art. 5.In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, worden tussen de woorden « van een Rentenfonds » en « . Het kan eveneens » de woorden « , zonder afbreuk te doen aan het gebruik van de bevoegdheden toegekend aan het Comité door of krachtens andere wettelijke bepalingen » ingevoegd.

Art. 6.§ 1. Artikel 6, § 2, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 6bis.Beroep tegen een beslissing genomen in toepassing van de artikelen 2ter, § 2, en 6, § 1, kan worden ingesteld bij de Commissie van Beroep die werd opgericht bij artikel 24 van de wet.

De modaliteiten van instelling, van onderzoek en van beoordeling van dit beroep worden bepaald door de reglementering betreffende de procedure van beroep voor de Commissie van Beroep. » § 2. In artikel 6 worden de woorden « § 3 » vervangen door « § 2 ».

Art. 7.Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 11.Zonder afbreuk te doen aan artikel 2, § 3, van de wet en in toepassing van haar artikel 2, § 4, moeten de in België gevestigde beleggers hun transacties in lineaire obligaties, gesplitste effecten en schatkistcertificaten uitvoeren hetzij met een onderneming of een instelling bedoeld in artikel 2, § 1 of § 2 van de wet die optreedt als lasthebber, commissionair, makelaar of tegenpartij, hetzij met een vennootschap van makelarij in financiële instrumenten bedoeld in boek II, titel II van de wet die optreedt in de hoedanigheid van makelaar ».

Art. 8.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 9.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 september 1997.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister, Minister van Financiën en van Buitenlandse Handel, Ph. MAYSTADT

^