Koninklijk Besluit van 15 juli 2004
gepubliceerd op 01 september 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende de versoepeling van de arbeidsorganisatie

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004202345
pub.
01/09/2004
prom.
15/07/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

15 JULI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende de versoepeling van de arbeidsorganisatie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971;

Gelet op de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 juni 1987;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende de versoepeling van de arbeidsorganisatie.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 juli 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971.

Wet van 17 maart 1987, Belgisch Staatsblad van 12 juni 1987.

Koninklijk besluit van 18 juni 1987, Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987.

Bijlage Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001 Versoepeling van de arbeidsorganisatie (Overeenkomst geregistreerd op 28 september 2001 onder het nummer 58985/CO/126) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking.

Onder "arbeiders" worden verstaan : arbeiders en arbeidsters.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet geen afbreuk aan de arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971) en haar uitvoeringsbesluiten, noch aan de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking.

Zij wordt gesloten in het raam van de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen (Belgisch Staatsblad van 12 juni 1987) en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 juni 1987 (Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987).

Zij wordt bovendien gesloten in uitvoering van de wet van 26 juli 1996 met betrekking tot de bevordering van de tewerkstelling en de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996) en van het koninklijk besluit van 24 februari 1997 houdende nadere voorwaarden met betrekking tot de tewerkstellingsakkoorden in uitvoering van de artikelen 7, § 2, 30, § 2 en 33 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 11 maart 1997) en het centraal akkoord 2001-2002. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen De hiernavolgende bepalingen zijn van toepassing op de arbeidsregimes omschreven in de hoofdstukken III en IV.

Art. 3.De gemiddelde arbeidsduur. § 1. De effectieve conventionele arbeidsduur is vastgesteld op gemiddeld 37 uur 20 per week. § 2. In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 1993, betreffende de arbeidsduur, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 september 1994 (Belgisch Staatsblad van 9 november 1994), moet de arbeidsduur in de onderneming op een van de volgende wijzen worden toegepast : - 40 uren/week en 16 compensatiedagen; - 39 uren/week en 10 compensatiedagen; - 38 uren/week en 4 compensatiedagen; - 37 uur 20/week en geen compensatiedagen. § 3. De wekelijkse arbeidsduur van toepassing in de onderneming dient gemiddeld over het kalenderjaar te worden gerespecteerd. Het arbeidsreglement dient het begin en het einde van de periode van 12 maanden te vermelden, binnen dewelke de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur dient te worden gerealiseerd.

Art. 4.Meerurenkrediet 60 uren.

In de loop van de in artikel 3, § 3, vermelde referteperiode, mag op geen enkel ogenblik de totale duur van de verrichte arbeid de toegelaten gemiddelde arbeidsduur over dezelfde referteperiode, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week die reeds in deze referteperiode verlopen zijn, overschreden worden met meer dan zestig uren.

Art. 5.Inhaalrust. § 1. Alle uren die boven het normale daguurrooster of weekuurrooster, zowel in een voltijdse als in een deeltijdse arbeidsregeling, worden gepresteerd, geven recht op inhaalrust in dezelfde periode van 12 maanden vastgelegd in het arbeidsreglement. De inhaalrust moet in ieder geval worden toegekend zodra de in artikel 4 bedoelde grens van 60 uren wordt overschreden en vooraleer de werknemer opnieuw meeruren kan presteren. § 2. In ieder geval zal de inhaalrust worden toegekend vooraleer de arbeider/ster tijdelijk werkloos wordt gesteld om economische redenen.

Van deze regel kan alleen worden afgeweken wanneer in de ondernemingsovereenkomst een periode wordt vastgelegd gedurende dewelke de arbeiders/sters collectief de verkregen inhaalrust zullen nemen.

Art. 6.Betaling.

De betaling van de arbeidsuren die boven het normale uurrooster worden gepresteerd, gebeurt op het ogenblik dat ze worden ingehaald. Voor zover deze uren zich situeren binnen de hogervermelde grenzen geven zij geen recht op betaling van een overurentoeslag. HOOFDSTUK III. - Uurroosters in toepassing van artikel 20 bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971)

Art. 7.Dag- en weekgrens.

De overschrijding van de normale uurroosters van de onderneming is mogelijk binnen de hiernavermelde begrenzing. § 1. De daggrens.

Het aantal uren dat beneden of boven de dagelijkse grens van de arbeid, zoals deze is vastgesteld in het normale uurrooster, mag worden gepresteerd mag per dag niet meer dan twee uren bedragen.

In ieder geval mag de dagelijkse arbeidsduur de 9 uren niet overschrijden. § 2. De weekgrens.

Het aantal uren dat beneden of boven de wekelijkse grens van de arbeid, zoals deze is vastgesteld in het normale uurrooster, mag worden gepresteerd, mag per week niet meer dan vijf uren bedragen.

In ieder geval mag de wekelijkse arbeidsduur de 45 uren nooit overschrijden. § 3. Tewerkstelling op zaterdag (productie).

In het raam van het meerurenkrediet wordt de tewerkstelling op zaterdag voor productie beperkt tot maximum 12 zaterdagdagen, à rato van 5 uren per zaterdag.

Art. 8.Procedure. § 1. De invoering van deze uurroosters geschiedt overeenkomstig de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement (artikelen 11 en 12 van de wet van 6 maart 1971 - arbeidswet). § 2. Wanneer ingevolge de wettelijke procedure tot wijziging van het arbeidsreglement, werkgever en werknemers er niet in slagen tot een regeling te komen, kan de werkgever het beperkt paritair comité vatten ter verzoening.

Het beperkt paritair comité doet uitspraak binnen de drie werkdagen.

Art. 8bis.In de ondernemingen zonder overlegorgaan, kan de werkgever toetreden tot een sectoraal modeluurrooster en stuurt hiervoor een toetredingsakte naar de voorzitter van het paritair comité waarop hij de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement inzet. HOOFDSTUK IV. - Nieuwe arbeidsregelingen in toepassing van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 3 december 1987 (Belgisch Staatsblad van 8 december 1987), betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen

Art. 9.Dag- en weekgrens.

De overschrijding van de normale uurroosters van de onderneming is mogelijk binnen de hierna genoemde dubbele begrenzing. § 1. De daggrens.

Het aantal uren dat beneden of boven de dagelijkse grens van de arbeid, zoals deze is vastgesteld in het normale uurrooster, mag worden gepresteerd, mag per dag niet meer dan twee uren bedragen.

In ieder geval mag de dagelijkse arbeidsduur de 10 uren niet overschrijden. § 2. De weekgrens.

Het aantal uren dat beneden of boven de wekelijkse grens van de arbeid zoals deze is vastgesteld in het normale uurrooster, mag worden gepresteerd, mag per week niet meer dan acht uren bedragen.

In ieder geval mag de wekelijkse arbeidsduur de 47 uren nooit overschrijden.

Art. 10.Tewerkstelling op zaterdag. § 1. In afwijking van artikel 8 van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 1993 betreffende de arbeidsduur (koninklijk besluit van 15 september 1994, Belgisch Staatsblad van 9 november 1994), is tewerkstelling op zaterdag mogelijk. § 2. De activiteiten die op zaterdag zullen worden uitgevoerd moeten worden omschreven in de ondernemingsovereenkomst waarvan sprake in artikel 15. § 3. Voor de ondernemingen die het zaterdagwerk in de in § 2 voornoemde omstandigheden wenst in te schakelen, zullen soortgelijke beloningsvoorwaarden worden vastgesteld als voorzien in artikel 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001 tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden.

Art. 11.Tewerkstelling op zaterdag is eveneens mogelijk wanneer het geheel of een deel van de activiteiten van een onderneming wordt georganiseerd in het stelsel van de vierdagen-week, conform de procedure zoals bepaald in artikel 15 en mits goedkeuring van het paritair comité.

Art. 12.Tewerkstelling op zondag. § 1. Standenbouwers.

De werknemers belast met het opbouwen van standen voor nationale of internationale beurzen mogen tewerkgesteld worden op zondag, voor zover de werkzaamheden ressorteren onder het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking. § 2. Transport.

Transportwerkzaamheden in het raam van het internationaal vervoer mogen geschieden vanaf zondag 12 uur voor zover hieromtrent een akkoord bestaat op het vlak van de onderneming, opgenomen in de overeenkomst waarvan sprake in artikel 15. § 3. Voor de onderneming die het zondagwerk zoals voorzien in §§ 1 en 2 wenst in te schakelen, zullen soortgelijke beloningsvoorwaarden worden vastgesteld als voorzien in artikel 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001 tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden.

Art. 13.Vrijwilligheid.

De inschakeling van de werknemers in de nieuwe arbeidsregeling kan slechts op vrijwillige basis geschieden conform de bepalingen van artikel 5, b), van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 juni 1987 (Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987).

Art. 14.Faciliteiten.

De regeling in de onderneming dient samen te gaan met de invoering op ondernemingsvlak van faciliteiten voor de betrokken arbeiders. De modaliteiten hiertoe dienen voor te komen in de ondernemingsovereenkomst, waarvan sprake in artikel 15. Zo kan de recuperatie voor deze uren aangewend worden tot dekking van afwezigheden die noch voorzien zijn in de reglementering op het "klein verlet" of verlof om "familiale reden" noch in conventionele bepalingen ter zake.

Art. 15.Procedure. § 1. Het gebruik en de invoering van een nieuwe arbeidsregeling, moeten het voorwerp uitmaken van een overleg resulterend in een overeenkomst op ondernemingsvlak, tussen de syndicale delegatie en de werkgever, of bij ontstentenis, opgesteld in de schoot van de ondernemingsraad, of bij ontstentenis, in de schoot van het comité voor veiligheid, of bij ontstentenis, met de vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de onderneming. De voornoemde overeenkomst dient gevoegd te worden bij het arbeidsreglement. § 2. De ondernemingen die van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken delen hun ondernemingsovereenkomst vooraf mede per aangetekend schrijven aan de voorzitter van het paritair comité. Het beperkt comité dient binnen derdig dagen na ontvangst van dit schrijven, zijn goedkeuring hieromtrent te verlenen. § 3. Het beperkt paritair comité kan zijn goedkeuring intrekken ten aanzien de onderneming die misbruik maakt van de overuren of waar zwartwerk wordt vastgesteld. § 4. Het invoeren van de nieuwe arbeidsregelingen in de individuele ondernemingen zal een positieve weerslag moeten hebben op de werkgelegenheid cfr. artikel 6 van de hogervermelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, gesloten in de Nationale Arbeidsraad. Deze positieve weerslag is te concretiseren in de ondernemingsovereenkomst door onder andere de vermindering van de tijdelijke werkloosheid, de eventuele vermindering van het aantal afdankingen, het vermijden van interimarbeid, en daar waar mogelijk over te gaan tot het scheppen van bijkomende arbeidsplaatsen, enz. § 5. Een evaluatie zal om de zes maanden geschieden op het niveau van de individuele ondernemingen, die gebruik maken van de nieuwe arbeidsregelingen HOOFDSTUK V. - Deelsector spaanplaten - Veredelen van platen

Art. 16.Bij invoering van de continu of semi-continu systemen in voornoemde deelsector, en voor zover deze niet geschiedt volgens de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971), kunnen deze ondernemingen ten allen tijde gebruik maken van de bepalingen voorzien in de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen (Belgisch Staatsblad van 12 juni 1987) en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 juni 1987 (Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987), op voorwaarde dat hieromtrent een akkoord wordt gesloten op ondernemingsvlak volgens de procedure omschreven in artikel 15. Deze overeenkomst zal tevens de loon- en arbeidsvoorwaarden in bedoelde regelingen omvatten. HOOFDSTUK VI. - Begeleidingsmaatregelen

Art. 17.De arbeider/ster die 55 jaar of ouder is en ten minste 20 nachtprestaties bewijst, zoals voorgeschreven bij het Ministerieel besluit van 3 juni 1997 (Belgisch Staatsblad van 13 juni 1997) heeft recht op een ander werk dat beter aan zijn fysische en professionele mogelijkheden beantwoordt.

Indien er geen alternatief werk kan worden aangeboden, kan de arbeidsovereenkomst worden beeindigd door de arbeider/ster zelf of door de werkgever.

Zolang hij/zij werkloos is en gedurende vijf jaar heeft hij/zij recht op een aanvullende werkloosheidsvergoeding van 4 000 BEF (99,16 EUR) per maand ten laste van de werkgever. HOOFDSTUK VI. - Toepassingsduur - Overgangsbepalingen - Geschillen

Art. 18.Toepassingsduur.

Deze overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur en treedt in werking op 1 januari 2001. Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1999 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen.

Zij kan door één der partijen worden opgezegd, mits inachtneming van een opzeggingstermijn van 6 maanden, bij een ter post aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het paritair comité.

Indien na verloop van de opzeggingsperiode geen nieuwe sectorale overeenkomst tot stand komt, zijn de bepalingen voorzien in de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van de nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen (Belgisch Staatsblad van 12 juni 1987) en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 juni 1987 (Belgisch Staatsblad van 26 juni 1987) opnieuw ten volle van toepassing.

Art. 19.Overgangsbepalingen. § 1. De in de ondernemingen ingestelde experimenten tot herschikking van de arbeidstijd in toepassing van het koninklijk besluit nr. 179 van 30 december 1982 betreffende de experimenten voor aanpassing van de arbeidstijd in de ondernemingen met het oog op de herverdeling van de beschikbare arbeid (Belgisch Staatsblad van 20 januari 1983) blijven ten volle van toepassing in de betrokken ondernemingen, volgens de voorwaarden vermeld in de overeenkomsten tot invoering van deze experimenten. § 2. Bij het stopzetten van deze experimenten dient de onderneming zich te schikken naar de inhoud van deze overeenkomst.

Art. 20.Geschillen.

In geval van niet-naleving van of van een geschil over de toepassing van deze collectieve overeenkomst in de onderneming zal de meest gerede partij de andere partij hiervan in kennis stellen bij aangetekend schrijven.

Binnen de viertien dagen, wordt op het vlak van de individuele onderneming naar een oplossing gestreefd.

Indien er geen akkoord tot stand komt binnen de gestelde termijn, wordt de toepassing van de overeenkomst opgeschort en wordt het geschil aanhangig gemaakt bij de voorzitter van het paritair comité.

Onverminderd de bevoegdheid van de rechtbank zal het verzoeningsbureau van het paritair comité uitspraak doen binnen de dertig dagen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende de versoepeling van de arbeidsorganisatie Model wijziging arbeidsreglement "kleine flexibiliteit" (in te voegen als bijlage bij het arbeidsreglement -goedkeuring overeenkomstig procedure wijziging arbeidsreglement)

Artikel 1.De gemiddelde arbeidsduur in de onderneming is 37 uur 20.

De normale wekelijkse arbeidsduur bedraagt : ..... uren, waarvoor ..... compensatiedagen worden verleend. Er dienen op jaarbasis dus ..... uren te worden gepresteerd.

Art. 2.Uurrooster van toepassing in de onderneming.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld * Detailleren volgens toepassing in de onderneming of verwijzen naar de bestaande artikels in het arbeidsreglement. Aanvullen met eventuele andere uuroosters voor bepaalde afdelingen, bij voorbeeld laden en lossen, transport, ...

Art. 3.Alternatief uurrooster met overschrijdingsuren. 3.1. Commentaar. + 2 uren met een maximum van 9 uren per dag; + 5 uren met een maximum van 45 uren per week.

Weekgrens Worden er 38 uren per week gewerkt, dan is het maximum 38 + 5 = 43 uren.

Worden er 39 uren per week gewerkt, dan is het maximum 39 + 5 = 44 uren.

Worden er 40 uren per week gewerkt, dan is het maximum 40 uren per week gewerkt, dan is het maximum 40 + 5 = 45 uren.

Daggrens.

Worden er 7,6 uren per dag gewerkt, dan is het maximum niet 7,6 + 2, maar wel 9 uren.

Worden er 7,8 uren per dag gewerkt, dan is het maximum niet 7,8 + 2, maar wel 9 uren.

Worden er 8 uren per dag gewerkt, dan is het maximum 8 + 2, maar wel 9 uren. 3.2. Voorbeelden.

Uurrooster bis in 40 uren week.

Maandag tot en met vrijdag : van 7 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 30 m. = + 5 uren per week; + 1 uur per dag.

Uurrooster bis in 38 uren week.

Als het normaal uurrooster is : Maandag tot en met donderdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 30 m.

Vrijdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 14 u. 30 m.

Dan kan bis uurrooster zijn : Maandag tot en met donderdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 17 u. 30 m. (+ 1).

Vrijdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 30 m. (+ 1)/max. + 5 (maximum 9 u./dag en 45 u./week) 3.3 Standaard-alternatief uurrooster (men kan kiezen voor één of meerdere uurroosters).

Uurrooster bis in 39 uren week.

Maandag tot en met donderdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 17 u. 30 m. (4 x 9).

Vrijdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 30 m. (1 x 8)/44.

Uurrooster ter in 39 uren week.

Maandag tot en met donderdag : van 7 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 17 u. 30 m. (4 x 9).

Vrijdag : van 7 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 30 m. (1 x 8)/44.

Uurrooster quater in 39 uren week Maandag tot en met donderdag : van 7 u. 30 m. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 17 u. (4 x 9).

Vrijdag : van 7 u. 30 m. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. (1 x 8)/44.

Art. 4.Uurrooster met inhaaluren (U kan kiezen voor één of meerdere uurroosters (4.2) of voor inhaalrustdagen (4.3) 4.1. Voorbeeld : uurrooster ter in 38 uren week (7 u. 36 m./dag) Als normaal uurrooster is : maandag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 06 m.; dinsdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 06 m.; woensdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 06 m.; donderdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 06 m.; vrijdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 16 u. 06 m.

Dan kan het uurrooster zijn : maandag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 06 m. (- 1 u.); dinsdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 06 m. (- 1 u.); woensdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 06 m. (- 1 u.); donderdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 06 m. (-1u); vrijdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 06 m. (- 1 u.)/5 u.

Of kan het ook zijn : maandag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 30 m. (- 36 m.); dinsdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 30 m. (- 36 m.); woensdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. (- 66 m.); donderdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. (- 66 m.); vrijdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 14 u. 30 m. (- 96 m.)/300 m. of 5 u. 4.2. Standaard uurrooster met inhaaluren 39 uren week. uurrooster bis in 39 uren week : Maandag tot en met donderdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 30 m.(4 x 7).

Vrijdag : van 8 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 14 u. 30 m. (1 x 6)/34.

Uurrooster ter in 39 uren week.

Maandag tot en met donderdag : van 7u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 14 u. 30 m. (4 x 7).

Vrijdag : van 7 u. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 13 u. 30 m. (1 x 6)/34.

Uurrooster quater in 39 uren week Maandag tot en met donderdag : van 7 u. 30 m. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. (4 x 7).

Vrijdag : van 7 u. 30 m. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 14 u. (1 x 6)/34.

Uurrooster quinquies in 39 uren week.

Maandag tot en met donderdag : van 7 u. 30 m. tot 12 u. en van 12 u. 30 m. tot 15 u. 30 m. (4 x 7,5).

Vrijdag : van 7 u. 30 m. tot 11 u. 30 m. (1 x 4)/34 4.3. Inhaalrustdagen.

De aldus gepresteerde meer-uren zullen worden ingehaald in volle rustdagen.

Deze inhaalrustdagen worden genomen in overleg tussen werkgever en werknemer, met in achtneming van wat bepaald in artikel 7.

Art. 5.Wanneer wordt overgegaan van het normale uurrooster naar een overschrijdingsuurrooster of een inhaaluurrooster worden de werknemers op voorhand verwittigd.

Dit gebeurt individueel of bij aanplakking van een bericht, ten laatste drie werkdagen voor de invoering van het nieuwe arbeidsregime.

Art. 6.Overeenkomstig artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001 met betrekking tot de versoepeling van de arbeidsorganisatie wordt het loon voor de gepresteerde meeruren betaald op het ogenblik dat de inhaalrust wordt genomen (2). (2) Opmerking : Op de individuele rekening van de werknemer moeten volgende gegevens worden opgenomen : - ofwel de werkelijk gepresteerde uren; - ofwel de "normale uren" en de "meeruren" en de "inhaalrusturen" enerzijds en de "overuren" en "compensatie-uren" anderzijds.

Art. 7.Overeenkomstig artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001 met betrekking tot de arbeidsorganisatie kan de arbeider/ster slechts tijdelijk werkloos worden gesteld wanneer alle meeruren zijn ingehaald.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^