Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 15 maart 2021
gepubliceerd op 16 april 2021

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 april 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen, betreffende de arbeidsvoorwaarden

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2021030438
pub.
16/04/2021
prom.
15/03/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

15 MAART 2021. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 april 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen, betreffende de arbeidsvoorwaarden (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 10 april 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen, betreffende de arbeidsvoorwaarden.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 maart 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen Collectieve arbeidsovereenkomst van 10 april 2020 Arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 25 mei 2020 onder het nummer 158556/CO/113.04) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen.

De termen "arbeider", "hij", "zij",... verwijzen naar arbeiders en arbeidsters. HOOFDSTUK II. - Uurlonen

Art. 2.Loonklassen met de volgende baremieke bruto minimumuurlonen per 1 januari 2019 : A : 15,14 EUR/u;

B : 15,44 EUR/u;

C : 15,62 EUR/u;

D : 15,81 EUR/u;

E : 16,09 EUR/u;

F : 16,44 EUR/u;

G : 17,21 EUR/u.

Opérateur manuel (h/f)

Classe A

Manuele medewerker (m/v)

Klasse A

Enfournement manuel (h/f)

15,14

Oven belading manueel (m/v)

15,14

Palettisation manuel produits cuits (h/f)

EUR/h

Stapelaar manueel gebakken (m/v)

EUR/u

Nettoyeur (h/f)

Schoonmaker (m/v)


Conducteur de chariot élévateur interne (h/f)

Classe B

Heftruckbestuurder intern transport (m/v)

Klasse B

Ouvrier à la fabrication manuelle (production artisanale) (h/f)

15,44 EUR/h

Vormer (artisanale productie) (m/v)

15,44 EUR/u

Conducteur de tram (h/f)

Trambestuurder (m/v)


Défournement et triage manuel (h/f)

Ovenontlading en triage manueel (m/v)


Trieur ligne automatique (sec/cuit) (h/f)

Sorteerder automatische lijn (droog/gebakken) (m/v)


Démouleur - coupeur (h/f)

Ontkister - slijper (m/v)


Préparateur d'échantillons (h/f)

Stalenvoorbereider (m/v)


Conducteur de bull (h/f)

Classe C

Wiellader bestuurder (m/v)

Klasse C

Collaborateur de production salle barbotine (h/f)

15,62

Productiemedewerker barbotinezaal (m/v)

15,62

Conducteur de chariot élévateur expédition (h/f)

EUR/h

Heftruckbestuurder expeditie (m/v)

EUR/u

Coopérateur de machine - presse semi-automatique (h/f)

Machinemedewerker - semi automatische pers (m/v)


Coopérateur de machine défournement/palettisation (h/f)

Machinemedewerker los/inpak (m/v)


Couleur - Centraliste (h/f)

Gieter - Centralist (m/v)


Opérateur préparation (h/f)

Classe D

Operator voorbereiding (m/v)

Klasse D

Collaborateur labo (h/f)

15,81

Labomedewerker (m/v)

15,81

Collaborateur épuration d'eau (h/f)

EUR/h

Medewerker waterzuivering (m/v)

EUR/u

Opérateur de machine - ligne automatique de pressage (h/f)

Machineoperator - automatische pers lijn (m/v)


Modeleur (h/f)

Modeleerder (m/v)


Opérateur du traitement de surface automatique (h/f)

Operator autornatische oppervlaktebehandeling (m/v)


Traitement de surface (coloration) manuel (h/f)

Manuele oppervlaktebehandeling (kleuring) (m/v)


Opérateur de machine d'empilage/dépilage (h/f)

Operator zet/los machine (m/v)


Veilleur fours et séchoirs (semi)automatique (h/f)

Waker (semi-) geautomatiseerde ovens en drogerijen (m/v)


Opérateur de machine - palettisation (h/f)

Machineoperator - Palettisatie (m/v)


Collaborateur qualité (h/f)

Kwaliteitsmedewerker (m/v)


Conducteur de camion/constructeur de stands (h/f)

Vrachtwagenchauffeur/standenbouw (m/v)


Electricien B (h/f)

Classe E

Electricien B (m/v)

Klasse E

Mécanicien B (h/f)

16,09

Mecanicien B (m/v)

16,09

Magasinier pièces de rechange (h/f)

EUR/h

Magazijnier wisselstukken (m/v)

EUR/u

Surveillant coopératif (h/f)

Meewerkend voorman (m/v)


Electricien A (h/f)

Classe F

Elektricien A (m/v)

Klasse F

Mécanicien A (h/f)

16,44

Mecanicien A (m/v)

16,44

Matricien (h/f)

EUR/h

Matrijzenbouwer (m/v)

EUR/u

Technicien-responsable du processus (h/f)

Technicus - procesbestuurder (m/v)


Contremaître de production (h/f)

Classe G

Meestergast productie (m/v)

Klasse G

Contremaître d'entretien (h/f)

17,21

Meestergast onderhoud (m/v)

17,21

EUR/h

EUR/u


Met ingang van 1 juli 2019 worden alle reële bruto uurlonen verhoogd met 1 pct.

Art. 3.Starter. Een starter is een arbeider die onder gelijk welke vorm van contract, met uitzondering van studentenarbeid (zie artikel 5) één van de bedrijven komt vervoegen.De arbeider die van het ene bedrijf naar het andere overstapt binnen de sector, wordt niet beschouwd als een starter, Er wordt onderscheid gemaakt in het verwerven van het functieloon tussen de functieklasses : - De productiearbeider klasse A en B start aan 97 pct. van het klasseloon zoals bepaald in artikel 2 en evolueert uiterlijk de 3de maand naar 100 pct. van het klasseloon zoals bepaald in artikel 2. - De productiearbeider klasse C en D start aan 97 pct. van het klasseloon zoals bepaald in artikel 2 en evolueert uiterlijk de 7de maand naar 100 pct. van het klasseloon zoals bepaald in artikel 2. - De technische arbeider klasse E start aan 94 pct. van het klasseloon E zoals bepaald in artikel 2, evolueert uiterlijk de 7de maand naar 97 pct. van klasseloon E zoals bepaald in artikel 2 en evolueert uiterlijk de 13de maand naar 100 pct. van het klasseloon E zoals bepaald in artikel 2.

Deze regeling is niet combineerbaar met de wetgeving omtrent jongerenlonen.

Art. 4.Met betrekking tot deze indeling van de functies zoals die door de arbeiders in de bedrijven wordt uitgeoefend in de verschillende klasses wordt bepaald dat deze indeling door de directie gebeurt en wordt deze indeling éénmaal per jaar geëvalueerd in de maand januari. Omtrent deze indeling voert de directie een communicatie rechtstreeks met de betrokkenen.

Art. 5.De verloning van studentenarbeid wordt vastgelegd op een vast loon op basis van de verworven anciënniteit in de sector. De volgende lonen worden toegepast: (uitgedrukt in EUR/uur) :

1ère année de travail étudiant ou année suivante mais sans avoir atteint un cumul de 4 semaines d'activités : 9,88.

1ste jaar student of volgend jaar student die geen 4 weken cumul activiteit heeft opgebouwd : 9,88

2ème année de travail étudiant ou année suivante avec au minimum un cumul de 4 semaines d'activités dans les années précédentes : 10,48.

2de jaar of volgend jaar student met minimaal 4 weken gecumuleerde activiteit in de voorgaande jaren : 10,48.

3ème année de travail étudiant ou année suivante avec au minimum 4 semaines d'activités cumulées en tant que 2ème année de travail étudiant : 11,14.

3de jaar of volgend jaar student met minimaal 4 weken gecumuleerde activiteit als 2de jaar : 11,14.

4ème année de travail étudiant ou année suivante avec au minimum 4 semaines d'activités cumulées en tant que 3ème année de travail étudiant : 11,80.

4de jaar of volgend jaar student met minimaal 4 weken gecumuleerde activiteit als 3de jaar : 11,80.


HOOFDSTUK III. - Arbeid in ploegen

Art. 6.De arbeiders die in drie opeenvolgende ploegen werken, genieten een premie van 8 pct. berekend op het werkelijk verdiend loon. De overlonen welke eventueel voor het werk op zondag worden toegekend, zij uitgesloten voor deze berekening.

Enkel de arbeiders die in een onderbroken drieploegenstelsel werken met een onderbreking in het midden en op het einde van de week, genieten een premie van 8 pct. berekend op het werkelijk verdiend loon.

Art. 7.De arbeiders die in twee ploegen werken - één voor- en/of één namiddag - genieten een toeslag van 6 pct. op zijn/haar uurloon. Het ploegenstelsel kan zich uitstrekken tot een deel van de zaterdagnamiddag. De arbeiders die de zaterdagvoormiddag opkomen, genieten voor de zaterdag een bijkomende premie van 8 pct. berekend het werkelijk verdiende loon.

Art. 8.De arbeiders die in de nacht werken in het vijfdagenstelsel, genieten een premie van 14 pct. berekend op hun uurloon. Voor nachtarbeid aangevat op zaterdag wordt een premie van 33,33 pct. en voor nachtarbeid aangevat op zondag, een premie van 100 pct. toegekend op het uurloon.

Art. 9.Voor het werk op zon- en feestdagen wordt een loonbijslag van 100 pct. toegekend. HOOFDSTUK IV. - Koopkracht

Art. 10.De totale waarde van de maaltijdcheque bedraagt 6,61 EUR per gepresteerde dag.

Bedrijven die gelijktijdig, hetzij voor prestaties van voltijdse werknemers, hetzij voor prestaties van deeltijdse werknemers, hetzij voor beide, verschillende arbeidsregelingen toepassen en die inzake meerprestaties verplicht zijn om artikel 26bis van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten toe te passen, berekenen het aantal dagen door het aantal uren normale werkelijke arbeid, meerprestaties zonder inhaalrust, meerprestaties mits inhaalrust en andere meerprestaties mits inhaalrust die de werknemer tijdens het kwartaal heeft gepresteerd, te delen door het normale aantal uren per dag van de maatpersoon.

Indien deze bewerking een decimaal getal oplevert, wordt het afgerond op de hogere eenheid. Indien het aldus verkregen getal groter is dan het maximum aantal werkbare dagen van de maatpersoon in het kwartaal, wordt het tot dit laatste beperkt.

Het normale aantal uren per dag van de maatpersoon in een 5-dagenweek bedraagt 7,6 uren. Het maximum aantal werkbare dagen in het kwartaal van een maatpersoon in een 5-dagenweek bedraagt 65 (5 x 13).

Het werknemersaandeel in de maaltijdcheque bedraagt 1,09 EUR en het werkgeversaandeel 5,52 EUR. Het werkgeversaandeel in de maaltijdcheque wordt met ingang van 1 januari 2020 (in kader van de omvorming van de indexeringsformule) opgetrokken met 0,54 EUR/cheque. De totale waarde van de maaltijdcheque bedraagt bijgevolg vanaf dat ogenblik 7,15 EUR (werknemersaandeel 1,09 EUR en werkgeversaandeel 6,06 EUR).

Art. 11.Aan de arbeiders die op de payroll stonden - in het 1ste semester van 2019 (in de periode van 1 januari - 30 juni 2019), worden op éénmalige, niet recurrente wijze, eco-cheques toegekend met een totale waarde van 100 EUR, in toepassing van en in overeenstemming met artikel 19quater, § 2 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Deze cheques worden in de loop van september 2019 uitbetaald. De waarde van de eco-cheques wordt geproratiseerd overeenkomstig de wijze van berekening zoals opgenomen in artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98 betreffende de ecocheques, afgesloten in de Nationale Arbeidsraad. HOOFDSTUK V. - Klein verzuim

Art. 12.Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van de werklieden, de dienstboden, de bedienden en de werknemers aangeworven voor de dienst op binnenschepen, voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, hebben de werknemers het recht het werk te verzuimen voor de hiernavolgende redenen en voor een als volgt vastgestelde duur : a) Overlijden van echtgenote of echtgenoot of van wettelijke samenwonende partner of van inwonende kinderen : vanaf de dag van het overlijden tot de dag van de begrafenis met een maximum van vier dagen.b) Syndicale opdrachten : de verloren uren voor het uitoefenen van opdrachten ingevolge syndicale opdrachten in het kader van het paritair subcomité. Het werkverzuim wordt betaald aan 7,6 uren vermenigvuldigd met het uurloon zoals vermeld in artikel 2, verhoogd met de van toepassing zijnde toeslagen. Voor de arbeiders die in een (tijdelijk of permanent) deeltijds regime werken, gebeurt de betaling pro rata het gemiddeld aantal gewerkte uren per week. HOOFDSTUK VI. - Arbeidsduur

Art. 13.De wekelijkse arbeidsduur is bepaald op achtendertig uren.

De wekelijkse arbeidsduur wordt verdeeld over de eerste vijf dagen van de week.

Hij mag gespreid worden tussen de maandagmorgen en de zaterdagmorgen voor de arbeiders die ploegenarbeid verrichten.

Voor de arbeiders vermeld onder artikel 6, 2de lid en artikel 7, 2de lid mogen de ploegen gespreid worden tussen de maandagmorgen tot en met de zaterdagnamiddag. HOOFDSTUK VII. - Bestaanszekerheid

Art. 14.Aan de arbeiders wordt een bestaanszekerheidsvergoeding toegekend

Art. 15.Het recht op bestaanszekerheidsuitkeringen wordt toegepast vanaf het ogenblik dat de arbeider door de werkgever gedeeltelijk werkloos werd gesteld.

Art. 16.Hebben recht op deze bestaanszekerheids-uitkering, alle arbeiders die, onafgezien van hun leeftijd, minstens drie maanden anciënniteit hebben in de ondernemingen die vallen onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen.

Art. 17.De gewettigde afwezigheidsdagen worden met gewerkte dagen gelijkgesteld.

Art. 18.De bestaanszekerheidsvergoeding bedraagt per in aanmerking komende werkloosheidsdag 8,50 EUR per dag. Vanaf 1 juli 2019 verhoogt ze naar 8,60 EUR per dag.

Art. 19.Ze wordt toegekend gedurende maximum 132 dagen per kalenderjaar. Na uitputting van dit aantal bedraagt de bestaanszekerheidsvergoeding 2 EUR per dag conform artikel 51, § 8 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, inzake het gebrek aan werk wegens economische oorzaken.

Art. 20.Het bedrag van de bestaanszekerheid wordt bij elke nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst aangepast.

Art. 21.De bestaanszekerheidsuitkeringen worden betaald op de normale datum van de uitbetalingen van het loon.

Art. 22.Op verzoek van de werkgever, dienen de arbeiders die het voordeel van de bestaanszekerheidsuitkering genieten, onmiddellijk de arbeid te hervatten, met inachtneming nochtans van de wettelijke opzeggingsperiode in het geval zij een andere arbeidsovereenkomst zouden afgesloten hebben. In geval van weigering verliezen zij bij bedoelde werkgever het recht op bestaanszekerheidsuitkering.

Art. 23.Alle onvoorziene of twijfelachtige gevallen kunnen steeds aan de directie van de onderneming of ter bespreking aan het paritair subcomité, worden voorgelegd. HOOFDSTUK VIII. - Eindejaarspremie

Art. 24.De arbeiders die ingeschreven zijn in het personeelsregister van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen en die effectief arbeid hebben verricht in 2019 en/of 2020, hebben recht op een eindejaarspremie waarvan het bedrag voor 2019 en 2020 gelijk is aan het bedrag van het loon van 164,66 uren arbeid berekend op basis van het gemiddelde der conventionele uurlonen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, artikel 2, van toepassing op respectievelijk 1 december 2019 en 1 december 2020.

De premie wordt uitgekeerd in verhouding tot de gewerkte maanden.

Onder "gewerkte maand" wordt verstaan : de maand gedurende dewelke de arbeider minimum tien werkdagen presteert. Voor de arbeiders die in een (tijdelijk of permanent) deeltijds regime werken, gebeurt de betaling pro rata het gemiddeld aantal gewerkte uren per week.

De arbeider die vrijwillig de arbeidsovereenkomst heeft verbroken, behoudt zijn recht op de eindejaarspremie in verhouding tot de gewerkte maanden.

Worden gelijkgesteld met gewerkte dagen : de dagen van ziekte en ongeval tot een maximum van een jaar en van gedeeltelijke werkloosheid gedurende de jaren 2019 en/of 2020.

De in 2019 en 2020 gepensioneerde arbeiders hebben eveneens recht op de eindejaarspremie tot het beloop van de gepresteerde tijd gedurende het voornoemde jaar, alsmede de arbeiders welke in de loop van 2019 en 2020 hun SWT hebben genomen.

De eindejaarspremie wordt betaald tussen 16 en 20 december van het jaar. HOOFDSTUK IX. - Sociale voordelen voorzien in het fonds voor bestaanszekerheid

Art. 25.Betaling van de bijdrage en van de premie Teneinde de nodige fondsen te verzamelen, met het oog op de uitkering van de verschillende voordelen, storten de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen aan het fonds voor bestaanszekerheid een jaarlijkse bijdrage gelijk aan 1,25 pct. van de gedurende het jaar betaalde brutolonen en van de betalingen voor de gelijkgestelde prestaties.

De storting dient in de loop van oktober van elk werkjaar te gebeuren.

Per kalenderjaar worden door de werkgevers van de sector, de nodige informatie doorgegeven om de werking van het fonds voor bestaanszekerheid mogelijk te maken.

Art. 26.Syndicale premie De rechthebbenden zijn : - de arbeiders met minimum één jaar aansluiting bij een vakbond; - de weduwe van een tijdens het jaar waarop de premie betrekking heeft, gesyndiceerde gestorven arbeider; - de gesyndiceerde arbeiders, welke in de loop van het jaar op SWT gaan, hebben eveneens recht op de syndicale premie en dit tot op het ogenblik van de leeftijd waarop het wettelijk pensioen een aanvang neemt. Het bedrag van de syndicale premie halveert vanaf een eerste vol kalenderjaar (januari tot december) SWT; - de gesyndiceerde arbeiders die ziek zijn of getroffen zijn door een arbeidsongeval.

De gesyndiceerde arbeiders die slechts een gedeelte van het jaar waarop de premie betrekking heeft, gewerkt hebben, ontvangen slechts een premie pro rata van hun prestaties tijdens dat jaar.

De partners engageren zich om binnen de schoot van het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen een werkgroep op te richten om de administratieve vereenvoudiging en modernisering van de syndicale premie te onderzoeken.

Art. 27.Andere sociale voordelen a) Voor de arbeiders van de sector werd een Sectoraal Aanvullend Pensioenstelsel ingevoerd vanaf 1 januari 2010.Het fonds voor bestaanszekerheid is de inrichter en staat in voor betaling van de premies. Met ingang van het jaar 2019 betaalt het fonds voor bestaanszekerheid voor elke arbeider een totale netto premie die 0,36 pct. van het "bruto jaarloon" van de arbeider bedraagt (ter vervanging van het vroegere vaste bedrag per jaar netto premie). Dit "bruto jaarloon" wordt voor een voltijdse arbeider die een vol jaar in dienst is, bepaald als het product van zijn reëel uurloon x 38 uur/week x 13/3 weken/maand x 13,92 maand/jaar. Deze door het fonds voor bestaanszekerheid betaalde premie wordt geprorateerd in functie van de tewerkstelling en het tewerkstellingsregime. b) Een premie bij huwelijk of wettelijk samenwonen, van 35,00 EUR per gepresteerd jaar met een maximum van 245,00 EUR op voorwaarde tewerkgesteld te zijn in de pannennijverheid op de datum van het huwelijk en er minstens een jaar ononderbroken verbonden te zijn geweest door een arbeidsovereenkomst.c) Een aanvullende vergoeding bij arbeidsongeval of langdurige ziekte. - een aanvullende vergoeding wordt, vanaf de eenendertigste dag van de arbeidsongeschiktheid, uitgekeerd. Deze bedraagt 4,80 EUR per dag (dagen vergoed door de verzekering of de mutualiteit) met een maximum van 150 dagen. - Bij een progressieve hervatting van het werk na een arbeidsongeval of langdurige ziekte, wordt de aanvullende vergoeding verder betaald tot de volledige werkhervatting of tot het hogervermelde maximum van 150 dagen bereikt is. Het bedrag per dag (dagen vergoed door de verzekering of de mutualiteit) van deze aanvullende vergoeding basis van het bedrag van artikel 27, c), eerste streepje en omgekeerd evenredig aan het percentage van de werkhervatting (uitgedrukt als gemiddeld aantal uren hervatting van de arbeid per week/ normale aantal uren per week). Het normale aantal uren per week in een 5-dagenweek bedraagt 38 uren. - Bij een dodelijk arbeidsongeval wordt een aanvullende vergoeding uitgekeerd van 500,00 EUR. Voor de arbeiders van de sector werd een hospitalisatieverzekering afgesloten vanaf 1 januari 2000. Het fonds voor bestaanszekerheid staat in voor betaling van de premie.

Art. 28.Betwistingen De gevallen van betwisting betreffende de interpretatie van huidige uitvoeringsmodaliteiten kunnen beslecht worden door de raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid. HOOFDSTUK X. - Werkkleding

Art. 29.De arbeiders krijgen op het ogenblik van in diensttreding een pakket PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen), dat onder andere bestaat uit veiligheidsbottines, een veiligheidsbril (indien nodig met individuele correctie), gehoorbescherming indien nodig voor de voorziene werkpost, stootpet of helm, etc. Het courante onderhoud hiervan wordt door de arbeider als een goede huisvader gedragen. De werkgever zorgt ten gepaste tijde voor de nodige vervanging.

De arbeiders hijgen voor de uitvoering van hun functie eveneens een pakket hoge zichtbaarheidswerkkledij (oranje/grijs, reflecterende strips) ter beschikking dat aangepast wordt aan hun functie. De inhoud van het pakket, bestaande uit een combinatie van broek - vest - T-shirt - polo - sweater (of overall of bretelbroek), wordt door de directie voorgesteld en aan de leden van het CPBW voorgelegd.

De terbeschikkingstelling kan de vorm hebben van aankoop of huur door de werkgever. De eigendom blijft bij de werkgever/verhuurder. Het onderhoud (reiniging en herstel) en de vervanging van elementen uit het pakket vallen ten laste van de werkgever. HOOFDSTUK XI. - Anciënniteitsverlof

Art. 30.Aan alle arbeiders die ononderbroken tien jaar anciënniteit hebben in een of meerdere ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen, zal één dag anciënniteitsverlof worden toegekend.

Voor de betrokkenen die ononderbroken vijftien jaar anciënniteit hebben is dit twee dagen. De arbeiders die twintig jaar ononderbroken anciënniteit hebben, hebben recht op 3 dagen anciënniteitsverlof.

De vergoeding wordt betaald aan 7,6 uren vermenigvuldigd met het uurloon zoals vermeld in artikel 2, verhoogd met de van toepassing zijnde toeslagen. Voor de arbeiders die in een (tijdelijk of permanent) deeltijds regime werken, gebeurt de betaling pro rata het gemiddeld aantal gewerkte uren per week.

Arbeiders die een ononderbroken anciënniteit bereikt hebben van 30 jaar in de sector, verkrijgen vanuit het fonds voor bestaanszekerheid in dat jaar éénmalig een geschenkbon ter waarde van 250,00 EUR. Voor arbeiders die in dienst treden met een contract van onbepaalde duur, zonder onderbreking aansluitend (behoudens jaarlijks verlof en/of kortstondige ziekte) aan een tewerkstelling als interim of een contract van bepaalde duur, in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen, tellen de aaneensluitende jaren als interim of contract van bepaalde duur mee voor de berekening van het anciënniteitsverlof.

De arbeiders die aan de sectorale voorwaarden voor voltijds SWT voldoen en die 6 maanden na hun verjaardag, binnen de sector actief blijven, krijgen één extra dag anciënniteitsverlof. Als staving van hun recht op SWT moet een C 17-beroepsverleden worden ingediend. Vanaf 1 juli 2019 worden in dat geval in totaal twee extra dagen anciënniteitsverlof (in plaats van één extra dag anciënniteitsverlof) toegekend, mits aan de voorwaarden vermeld in voorgaande zin voldaan wordt.

Bovendien wordt door de werkgever voor deze arbeiders jaarlijks een bijkomende premie gestort in het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.

De maximumpremie bedraagt 300 EUR per vol jaar bijkomende activiteit en wordt in het aanvangsjaar van de bijkomende activiteit, pro rata berekend volgens het aantal maanden dat er ligt tussen de dag van het ontstaan van het recht op SWT en de dag van storting van de premie, namelijk 30 november 2019 respectievelijk 30 november 2020. Voor de arbeiders die in een (tijdelijk of permanent) deeltijds regime werken, gebeurt deze betaling ook pro rata het gemiddeld aantal gewerkte uren per week. HOOFDSTUK XII. - Mobiliteit

Art. 31.De bestaande collectieve arbeidsovereenkomst van 23 mei 1975 (3367/CO/113.04) tot vaststelling van de werkgeversbijdrage in de vervoerkosten die de arbeider maakt om zich van en naar het werk te begeven, wordt als vol aangast : - verwezen wordt naar de tarieven van het algemeen barema van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 van de Nationale Arbeidsraad bij gebruik van het openbaar vervoer bedraagt de tussenkomst 90 pct. van de prijs van de treinkaarten 2de klasse van de NMBS; - bij gebruik van eigen vervoer bedraagt de tussenkomst 65 pct. van de prijs van de treinkaarten 2de klasse van de NMBS en dit volgens de richtlijnen van het interprofessionele akkoord van 2008. De verwerking van deze tussenkomst gebeurt op basis van de dagvergoeding die verworven wordt per effectief gewerkte dag (5-dagenweek, 38 u/week).

Anderzijds wordt er, ter vervanging van bovengenoemde vergoeding, een fietsvergoeding toegekend van 0,22 EUR per km aan alle arbeiders die zich minstens 75 pct. van de arbeidsdagen met de fiets naar en van het werk begeven. Met ingang van 1 juli 2019 wordt deze fietsvergoeding 0,24 EUR per km.

Met ingang van 1 januari 2020 wordt de fietsvergoeding enkel nog uitgekeerd voor de effectief gefietste kilometers (aantal fietsritten x de bepaalde afstand woon-werk) en wordt deze aangevuld met een tussenkomst in het openbaar vervoer of een tussenkomst in het privé-vervoer bij gebruik van eigen vervoer, voor zover deze van toepassing zijn. Er is bijgevolg vanaf dan geen regeling van een minimaal aantal gefietste dagen/maand meer van toepassing.

Voor het bepalen van het aantal kilometers kan op bedrijfsniveau voor een routeplanner gekozen worden. De berekende kilometers worden, na het bepalen van het al dan niet voldoen aan de minimale 5 km voor wat het gebruik van privé-vervoer betreft, afgerond volgens de normale afronding naar gehele km. Voor de verplaatsing per fiets of met het openbaar vervoer (trein en/of bus) is er tussenkomst van de werkgever, ongeacht de afgelegde afstand.

Op niveau van de onderneming kan deze vergoeding omgezet worden in een mobiliteitsplan. HOOFDSTUK XIII. - Koppeling van de lonen en toeslagen aan het indexcijfer van de afgevlakte index (op basis van de gezondheidsindex)

Art. 32.Alle lonen en toeslagen van de arbeiders worden gekoppeld aan de afgevlakte index (op basis van de gezondheidsindex), maandelijks vastgesteld door het FOD Economie en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 33.De aanpassing van de lonen en toeslagen gebeurt viermaal per jaar, per 1 januari, 1 april, 1 juli en l oktober. In geval van negatieve evolutie van het indexcijfer worden per kwartaal de theoretische lonen berekend en vormen zij de basis voor de volgende kwartaalberekening, rekening houdend met de modaliteiten van artikel 37.

Art. 34.Bij het begin van elk kalenderkwartaal wordt de referte-index opgesteld. Deze wordt bekomen door het rekenkundig gemiddelde te berekenen over de drie indexcijfers van het vorige kwartaal.

De berekening gebeurt tot op twee decimalen zonder enige afronding.

De lonen worden vermenigvuldigd met het quotiënt verkregen door het referte-indexcijfer van het laatste kwartaal te delen door het referte-indexcijfer van het voorlaatste kwartaal. Voormeld quotiënt wordt berekend op vier decimalen zonder afronding.

De lonen en toeslagen uitgedrukt tot 2 cijfers na de komma, berekend volgens de hiervoor bepaalde modaliteiten, worden afgerond naar de hogere of lagere centiem al naar gelang het 3de decimaal 5 bereikt of lager is dan 5.

In toepassing van de voorgaande bepalingen geldt volgend voorbeeld.

Moyenne

Gemiddelde


Juillet 2018

104,94

Juli 2018

104,94

Août 2018

105,10

Augustus 2018

105,10

Septembre 2018

105,23 315,27 : 3 = 105,09

September 2018

105,23 315,27 : 3 = 105,09

Octobre 2018

105,54

Oktober 2018

105,54

Novembre 2018

105,79

November 2018

105,79

Décembre 2018

106,01 317,34 : 3 = 105,78

December 2018

106,01 317,34 : 3 = 105,78

105,78 = 1,0065 105,09

105,78 = 1,0065 105,09


Art. 35.Wanneer bij de aanvang van een periode gelijktijdig een verhoging, voortvloeiend uit de bepalingen betreffende de koppeling van de lonen aan de afgevlakte index (op basis van de gezondheidsindex), en een andere verhoging van de lonen moet toegepast worden, wordt de verhoging ingevolge de koppeling van de lonen aan de afgevlakte index (op basis van de gezondheidsindex) toegepast nadat de lonen met de overeengekomen verhoging werden aangepast.

Deze bepaling geldt niet voor de eerste loonsverhoging in toepassing van een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst die samenvalt met de aanvang van een periode.

Art. 36.De in deze collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde lonen en toeslagen stemmen overeen met het referte-indexcijfer 105,78 zijnde het gemiddelde van de afgevlakte index op basis van de gezondheidsindex) voor de maanden oktober, november en december 2018.

Art. 37.Slechts indien de cumul van opeenvolgende negatieve indexen 1 pct. bereikt, zullen deze negatieve indexen worden toegepast. Bij de eerstvolgende positieve index wordt de nieuwe coëfficiënt toegepast op het theoretische loon van het voorafgaand kwartaal.

Art. 38.Na de kwartaalindexering op 1 januari 2020, wordt er overgeschakeld op een jaarlijkse indexering telkenmale op 1 januari volgens volgende formule (en worden de artikels 33 tot en met 37 vanaf dat ogenblik bijgevolg opgeheven) : Loon januari N = loon december (N-1) x afgevlakte gezondheidsindex december (N-1)/afgevlakte gezondheidsindex december (N-2). (hierin is N het betreffende jaar.) Een eerste indexering volgens deze formule vindt plaats op 1 januari 2021.

De lonen (en toeslagen) uitgedrukt tot 2 cijfers na de komma, berekend volgens de hiervoor bepaalde formule, worden afgerond naar de hogere of lagere centiem al naar gelang het derde decimaal 5 bereikt of lager is dan 5. HOOFDSTUK XIV. - Werkzekerheid en sociale vrede

Art. 39.De werkgevers verbinden zich er toe om gedurende deze collectieve arbeidsovereenkomst geen collectieve afdankingen om economische of technische redenen door te voeren.

Indien door onverwachtse en onvoorziene omstandigheden moet afgeweken worden van deze verbintenis zal de noodzakelijke vermindering van het tewerkgesteld personeel in overleg gebeuren tussen de betrokken werkgevers en de werknemersafgevaardigden, bijgestaan door de gewestelijke vakbondsafgevaardigden.

Zij onderzoeken de volgende mogelijkheden : a) de afbouw van de interimarbeid en tijdelijke contracten;b) bij prioriteit een regime van beurtwerkloosheid invoeren onder een zo groot mogelijk aantal parbeiders, voor zover de kwalificatie van hun functie en de werkorganisatie het toelaten;c) de reclassering en wederaanpassing van het betrokken personeel. Indien op het vlak van de onderneming geen overeenkomst kan worden bereikt, wordt deze aangelegenheid aanhangig gemaakt bij het bevoegd Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen.

Met de locale sociale partners (ondernemingsraad of bij ontstentenis syndicale afvaardiging) wordt overleg gevoerd over de tewerkstellingspolitiek.

Art. 40.De partners engageren zich om de sociale vrede te bewaren tijdens de looptijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst, en geen bijkomende eisen te stellen op het niveau van het paritaire comité en van de ondernemingen in verband met de materies die in deze collectieve overeenkomst zijn vervat. HOOFDSTUK XV. - Nieuwe overeenkomsten ter bevordering van de tewerkstelling in 2019 en 2020

Art. 41.Tewerkstelling onder de vorm van interimarbeid zal worden beperkt. Tijdens overbruggingsperioden die lopen voor het opstarten van een nieuwe productie-eenheid zal bij voorrang de regeling arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur worden toegepast.

De ondernemingsraad en bij ontstentenis de syndicale afvaardiging zal maandelijks geïnformeerd worden over het gebruik van interimarbeid en de overuren. HOOFDSTUK XVI. - Industrieel Leerlingenwezen

Art. 42.Binnen de schoot van het Paritair Subcomité voor de pannenbakkerijen werd in 2012 een paritair leercomité opgericht. HOOFDSTUK XVII. - Opheffing

Art. 43.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt integraal de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 oktober 2019 betreffende de arbeidsvoorwaarden in de pannenbakkerijen (overeenkomst geregistreerd op 22 november 2019 onder het nummer 155414/CO/113.04). HOOFDSTUK XVIII. - Slotbepaling

Art. 44.Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités worden, voor wat betreft de ondertekening van deze collectieve arbeidsovereenkomst, de handtekeningen van de personen die deze aangaan namens de werknemersorganisaties enerzijds en namens de werkgeversorganisaties anderzijds, vervangen door de, door de voorzitter en de secretaris ondertekende en door de leden goedgekeurde notulen van de vergadering.

Art. 45.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2019 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2020.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^