Koninklijk Besluit van 15 november 2020
gepubliceerd op 09 december 2020
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen met vaste dienst

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2020043941
pub.
09/12/2020
prom.
15/11/2020
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2020043941

MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING


15 NOVEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen met vaste dienst


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van de militairen, artikel 9bis, § 2, ingevoegd bij de wet van 27 maart 2003 en artikel 10bis, § 2, ingevoegd bij de wet van 27 maart 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/03/2003 pub. 02/04/2003 numac 2003007090 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier sluiten houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier;

Gelet op het protocol van onderhandelingen N-489 van het Onderhandelingscomité van het militair personeel van de Krijgsmacht, gesloten op 7 juni 2019;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 24 januari 2020;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 31 juli 2020;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. 31 juli 2020;

Gelet op het advies 67.930 van de Raad van State, gegeven op 30 september 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Defensie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland wijzigingsbepalingen

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland wordt vervangen als volgt: "

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° militair: de militair en de met militair gelijkgestelde persoon;2° echtgenoot: (a) de echtgenoot of de echtgenote;(b) de persoon die samenwoont overeenkomstig de artikelen 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek;3° kind ten laste: elk kind dat deel uitmaakt van het gezin van de militair en hetzij, voor hetwelk de militair of zijn echtgenoot begunstigde is in een stelsel van kinderbijslag, hetzij, bij gebrek, dat fiscaal ten laste is van de militair of zijn echtgenoot; 4° vaste dienst : een dienstreis in het buitenland, in de deelstand "in normale dienst", waarvan bij aanvang blijkt dat de duur ervan minstens vijf ononderbroken maanden zal bedragen.".

Art. 2.In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/01/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016007049 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het statuut van de militairen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het woord "huisvestingskosten," wordt vervangen door de woorden "vervoerskosten, logementskosten,";2° het woord "vastgesteld" wordt vervangen door de woorden "en van de aanvullende maatregelen vastgesteld".

Art. 3.In het opschrift van hoofdstuk II, van hetzelfde besluit worden de woorden "bij een Belgische, buitenlandse, internationale of supranationale instelling" opgeheven.

Art. 4.In het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk II van hetzelfde besluit, worden de woorden "voor verblijfkosten" vervangen door de woorden "voor vaste dienst".

Art. 5.Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 mei 1965 en 29 januari 2016, wordt vervangen als volgt: "Art. 5 § 1. De militair met vaste dienst geniet van een vergoeding voor vaste dienst.

Rekening houdende met de persoonlijke en familiale situatie van de militair, is deze vergoeding voor vaste dienst onderverdeeld in: 1° een postvergoeding;2° een vergoeding voor logementskosten;3° een vergoeding voor schoolkosten;4° een vergoeding voor makelaarskosten. § 2. De Minister van Defensie bepaalt de aanvullende maatregelen van de in § 1, tweede lid, bedoelde vergoedingen.

De postvergoeding en de vergoeding voor logementskosten zijn maandelijks na vervallen termijn betaalbaar.".

Art. 6.In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "De vergoedingen voor vaste dienst zijn verschuldigd" vervangen door de woorden "De vergoeding voor vaste dienst is verschuldigd";2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 7.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "voor vaste dienst" ingevoegd tussen de woorden "Wanneer de vergoeding" en de woorden "slechts verschuldigd is".

Art. 8.Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1978, 2 juli 1996 en 24 april 2014 wordt vervangen als volgt: "

Art. 8.De tijdelijke opdrachten volbracht in of buiten het land van vaste dienst door de militair met vaste dienst geven aanleiding tot een terugbetaling van de bedragen, die als vervoerskosten, logementskosten, voedingskosten en geringe kosten zijn uitgegeven, binnen de grenzen van een maximum bedrag en van de aanvullende maatregelen vastgesteld door de Minister van Defensie.

De vergoeding voor vaste dienst blijft volledig behouden tijdens de periode van tijdelijke opdracht.".

Art. 9.In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 april 2010 en 29 januari 2016 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden het eerste lid tot het derde lid vervangen als volgt: "De militairen met vaste dienst mogen zich door hun gezin laten vergezellen of hun gezin mag zich bij hen vervoegen. Onder gezin dient te worden verstaan de echtgenoot en de kinderen ten laste."; 2° in paragraaf 2 wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende: "De dienstverplaatsing om de plaats van verblijf in het buitenland te vervoegen uitgevoerd door de militair, alsook de dienstverplaatsing voor de terugkeer worden vergoed volgens de toepasselijke bepalingen voor een tijdelijke opdracht."; 3° in paragraaf 3 wordt het woord "echtgeno(o)t(e)" vervangen door het woord "echtgenoot".

Art. 10.In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "Militairen in vaste dienst buiten de aan België grenzende landen, waaronder ook het Verenigde Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland," vervangen door de woorden "De militairen met vaste dienst"; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De dienstperiode waarna een reis heen en terug wordt toegestaan, wordt bepaald overeenkomstig de toepasselijke bepalingen inzake de uitgezonden agenten opgenomen in de omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.".

Art. 11.Het opschrift van het hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "Hoofdstuk III. - Vergoeding voor vaste dienst".

Art. 12.Het hoofdstuk III van hetzelfde besluit, dat het artikel 12 bevat, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/01/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016007049 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het statuut van de militairen sluiten, wordt vervangen door de artikelen 12 tot 12/17, luidende: "

Art. 12.De militairen met vaste dienst hebben maandelijks recht op een postvergoeding bepaald overeenkomstig de toepasselijke bepalingen voor het berekeningsstelsel van de postvergoedingen van de uitgezonden agenten opgenomen in de omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Voor de toepassing van de functievergoedingscode, van de coëfficiënt van de kosten van het levensonderhoud en van de representatiecoëfficiënt of van andere rangen opgenomen in de voornoemde omzendbrief, wordt er door de directeur-generaal human resources een tabel van gelijkwaardigheid opgesteld in functie van de door de militair beklede posten.

Evenwel, met uitzondering van de officieren die een diplomatieke post bekleden, genieten de militairen met vaste dienst niet van de vergoeding voor passieve representatie en van de voorlopige tegemoetkomingen in de kosten voor actieve representatie.

De directeur-generaal human resources bepaalt de lijst van de diplomatieke posten.

Indien twee echtgenoten tewerk gesteld zijn in eenzelfde of naburig internationaal organisme of diplomatieke post en over een gemeenschappelijke verblijfplaats beschikken, worden de toeslagen voor de aanwezigheid van de echtgenoot op de plaats van vaste dienst voor geen van beide echtgenoten in rekening genomen.

Art. 12/1.De militair met vaste dienst voor wie de logementskosten niet gedragen worden door het ministerie van Landsverdediging of voor wie het logement niet kosteloos ter beschikking wordt gesteld, heeft recht op een maandelijkse vergoeding voor logementskosten.

Naargelang het geval is de vergoeding voor logementskosten forfaitair of gebaseerd op de werkelijk gedragen kosten.

Het maandelijks forfaitair bedrag van de vergoeding voor logementskosten wordt bepaald door het basisbedrag toepasselijk op dat moment voor het land of de stad van vaste dienst en de gezinssamenstelling van de militair in het land van vaste dienst.

Art. 12/2.Het basisbedrag bedoeld in artikel 12/1, derde lid, wordt per land of per stad in euro of in voorkomend geval in vreemde munt, hernomen in de tabel in bijlage aan dit besluit.

Deze bijlage wordt jaarlijks door de directeur-generaal human resources of de door hem aangeduide overheid, aangepast volgens de evolutie van de nationale huurprijzen verspreid door de Organisatie voor Samenwerking en Economische Ontwikkeling.

Art. 12/3.Het maandelijks forfaitair bedrag bedoeld in artikel 12/1, derde lid, wordt bepaald door het basisbedrag van het land of de stad van vaste dienst toepasselijk op de datum van het in functie treden, vermeerderd met 10 procent per echtgenoot en/of kind ten laste die op de verblijfplaats van de militair met vaste dienst verblijft.

Om te genieten van het verhoogde forfaitaire bedrag, dienen de echtgenoot en het kind ten laste gedurende een periode van minstens acht maand per kalenderjaar of berekend volgens een evenredige periode indien het bezetten van de post geen volledig jaar betreft, op de verblijfplaats van de militair in het land van vaste dienst te verblijven.

Iedere wijziging van de gezinssamenstelling op een andere dag dan de eerste van de maand, heeft uitwerking op de eerste dag van de volgende maand.

Art. 12/4.De militair dient ten allen tijde minstens 80 procent van de maandelijkse forfaitaire vergoeding voor logementskosten te kunnen rechtvaardigen als werkelijk gedragen kosten. De verantwoordingsstukken dienen, indien gevraagd door de algemene directie human resources geleverd te worden voor een periode van een jaar of berekend volgens een evenredige periode indien het bezetten van de post geen volledig jaar betreft. De verantwoordingsstukken worden, voor het betreffende land of stad, uitgedrukt in de munt vermeld in de tabel in bijlage aan dit besluit. De werkelijk gedragen kosten zijn de huurprijs, de huurlasten en de verblijftaksen.

In het geval dat de militair voor de inwerking- treding van het huurcontract vaststelt dat hij niet minstens 80 percent van de maandelijkse forfaitaire vergoeding, bedoeld in artikel 12/3, zal kunnen rechtvaardigen, heeft betrokkene recht op een vergoeding van de werkelijk gedragen kosten.

In het geval dat de militair ter gelegenheid van een controle niet minstens 80 percent van de maandelijkse vergoeding, bedoeld in artikel 12/3, kan rechtvaardigen als werkelijk gedragen kosten, zal betrokkene het verschil tussen de ontvangen maandelijkse vergoeding en de werkelijk gedragen kosten aan Defensie terug betalen en dit voor de periode gedurende dewelke hij deze kosten niet kan rechtvaardigen.

De militair kan eveneens kiezen om 40 percent van het basisbedrag bedoeld in artikel 12/2 te ontvangen als forfaitaire vergoeding zonder enige kosten te moeten rechtvaardigen.

De uitbetaling van de vergoeding voor logementskosten gebeurt samen met de postvergoeding en dit in euro tegen de koers van de referentieperiode, zoals bedoeld in artikel 1ter van het ministerieel besluit van 3 februari 1975.

Art. 12/5.Een vergoeding voor schoolkosten wordt toegekend aan de militair met vaste dienst voor elk kind ten laste dat naar school gaat of in een crèche of een gelijkaardige instelling wordt opgevangen: 1° in België;2° in het land waar de militair met vaste dienst met zijn familie verblijft;3° wegens bijzondere omstandigheden, in een aan het land van vaste dienst grenzend land mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur-generaal human resources;4° in het land waar de militair in de loop van het beschouwde schooljaar in dienst was en er met zijn familie verbleef. De school- en de opvanginstellingen bezocht door de kinderen moeten door de overheidsinstanties van het land, bevoegd in dit domein, erkend zijn.

Worden beoogd het kleuter-, lager, secundair, hoger en bijzonder onderwijs.

De opvang van het kind in een crèche of een gelijkaardige instelling is beperkt tot de werkdagen.

Art. 12/6.§ 1. De vergoeding voor schoolkosten wordt berekend op basis van de globale schoolkosten die gedurende het betrokken schooljaar voor ieder kind worden gedragen, ten belope van een maximum bedrag van 6.500 euro. § 2. De in aanmerking te nemen uitgaven zijn: 1° de inschrijvingskosten voor cursussen en examens;2° met het oog op de terugkeer naar België, de kosten voor lessen in één van de Belgische landstalen voor kinderen die het lager en secundair onderwijs alsook het laatste jaar van het kleuteronderwijs volgen en die in het land van vaste dienst verblijven.Deze kosten zijn beperkt tot 1.000 euro per kind per schooljaar; 3° met het oog op het vergemakkelijken van de overgang naar een ander schoolsysteem in het land van vaste dienst of het leren van een andere taal, de kosten voor voorbereidende of inhaallessen.Deze kosten zijn beperkt tot 2.000 euro per kind per volledige periode van vaste dienst; 4° de kosten voor crèche en opvang, enkel tijdens de werkdagen, in het land van vaste dienst voor de kinderen tot en met de leeftijd van 12 jaar; 5° de kosten voor maaltijden indien het kind in België blijft voor een forfaitair bedrag van 1.450 euro per schooljaar; 6° de kosten voor logement indien het kind in België blijft en mits voorlegging van een verantwoordingsstuk, beperkt tot 1.450 euro per schooljaar. § 3. Op het totaalbedrag van schoolkosten bedoeld in § 2 wordt er per kind en per schooljaar een franchise van 830 euro door de militair ten laste genomen. Wanneer voor een beschouwd kind, een studietoelage door de militair of zijn echtgenoot is ontvangen, wordt het bedrag ervan eveneens in mindering gebracht.

Mits voorafgaand akkoord van de Minister van Defensie, kan, op basis van verantwoordingsstukken, het plafond van 6.500 euro voor de vergoeding voor schoolkosten bedoeld in § 1, uitzonderlijk overschreden worden per schoolgaand kind in het kleuter, lager, secundair of bijzonder onderwijs of opgevangen in een crèche of gelijkaardige instelling en dit, in de agglomeratie van de plaats van de vaste dienst. § 4. Daarnaast worden de gemaakte reiskosten in het kader van een gezingshereniging hetzij, voor het kind om de verblijfplaats in het land van vaste dienst te vervoegen wanneer het kind niet in het land van vaste dienst verblijft of hetzij, voor de militair of zijn echtgenoot om het kind in België te bezoeken, vergoed. Deze kosten worden beperkt tot één reis per schooljaar en per kind.

Art. 12/7.De militair bekomt op voorlegging van een verantwoordingsstuk gestaafd door facturen de terugbetaling van het werkelijk betaald bedrag aan makelaarsloon beperkt tot een maximumbedrag dat gelijk is aan driemaal de maandelijkse huur die contractueel werd bepaald.".

Art. 13.Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit, dat de artikelen 13 tot 16 bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 mei 1965, 11 juli 1978 en 29 januari 2016, wordt opgeheven.

Art. 14.In hetzelfde besluit wordt een bijlage ingevoegd die als bijlage is gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 18 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/03/2003 pub. 02/04/2003 numac 2003007090 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier sluiten houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier

Art. 15.In artikel 1, § 5, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/03/2003 pub. 02/04/2003 numac 2003007090 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier sluiten houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 februari 2006 en 29 januari 2016 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "in het buitenland" opgeheven;b) in de bepaling onder 3° worden de woorden "met vaste dienst" vervangen door de woorden "in dienst"; de bepaling onder 4° wordt opgeheven.

Art. 16.In artikel 3, eerste lid, 7°, van hetzelfde besluit worden de woorden "in de deelstand "in normale dienst"," ingevoegd tussen de woorden "in het buitenland," en de woorden "waarvan bij". HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen

Art. 17.De militair met vaste dienst voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en voor wie de logementskosten rechtstreeks ten laste worden genomen door de Staat, kan vragen om deze rechtstreekse ten laste neming door de Staat te behouden.

Art. 18.De uitgaven voor schoolkosten die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit werden gemaakt tijdens het schooljaar gedurende hetwelk dit besluit in werking treedt, komen in aanmerking voor de nieuwe vergoeding voor schoolkosten.

Art. 19.Voor de militair met vaste dienst voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt de begindatum van de op dat ogenblik onvolledige dienstperiode beschouwd als startpunt voor de berekening van de nieuwe dienstperiode bedoeld in artikel 10, 2°, van dit besluit en volgens de regels van dit besluit. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen wijzigingsbepalingen

Art. 20.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.

Art. 21.De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 15 november 2020.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Defensie, L. DEDONDER

Bijlage bij het koninklijk besluit van 15 november 2020 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen met vaste dienst Bijlage bij het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland Het maandelijks basisbedrag van de vergoeding voor logementskosten bedoeld in artikel 12/1, derde lid

Land / Pays Stad / Ville

Bedrag / Montant

Munt / Monnaie

Austria

1000

EUR

Austria - Vienna

2000

EUR

Benin

2000

EUR

Burkina Faso

2000

EUR

Burundi

1800

EUR

Cameroun

2400

EUR

Canada

2500

CAD

Congo

3000

EUR

Egypt

3000

EUR

Estonia

1800

EUR

France

1100

EUR

France - Paris

2700

EUR

Germany

1000

EUR

Germany - Berlin

2000

EUR

Israel

2500

EUR

Italy

1500

EUR

Italy - Rome

2000

EUR

Jordan

2500

EUR

Kenia

2500

EUR

Kuweit

2000

EUR

Latvia

1500

EUR

Lebanon

2000

EUR

Lituania

1500

EUR

Luxembourg

1600

EUR

Morocco

2500

EUR

Netherlands

1000

EUR

Netherlands - The Hague

2000

EUR

Poland

1000

EUR

Portugal

1200

EUR

Russian Federation

3500

EUR

Rwanda

2000

EUR

Serbia

1100

EUR

South Africa

2000

EUR

Spain

1000

EUR

Switzerland

2800

CHF

Tunisia

2000

EUR

Turkey

2000

EUR

Ukraine

2500

EUR

United Arab Emirates

3500

EUR

United Kingdom

1800

GBP

United Kingdom - London

2700

GBP

United States

2300

USD

United States - New York

6300

USD

United States - Washington

2600

USD


Gezien om gevoegd te worden bij het koninklijk besluit van 15 november 2020 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen met vaste dienst.

Brussel, 15 november 2020.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Defensie, L. DEDONDER


begin


Publicatie : 2020-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^