Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 april 2000
gepubliceerd op 31 mei 2000

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2000022361
pub.
31/05/2000
prom.
16/04/2000
ELI
eli/besluit/2000/04/16/2000022361/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

16 APRIL 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, inzonderheid op artikel 35, § 1, vervangen bij de wet van 26 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 24 december 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 1 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, inzonderheid op artikel 1;

Gelet op de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 maart 2000;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 21 maart 2000;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de omstandigheid dat deze bepalingen op 1 april 2000 in werking moeten treden en dat de werkgevers dan ook dringend alle zekerheid moeten bekomen over de toepassing van deze vermindering vanaf deze datum.

Bovendien moeten de Rijksdienst voor sociale zekerheid en de sociale secretariaten dringend de toepassingsregels voor de vermindering met zekerheid kennen, zowel om de informatie over deze vermindering aan de werkgevers mee te delen, als om de informaticaprogramma's voor de berekening van en het toezicht op deze vermindering uit te werken;

De spoedbehandeling is tevens gemotiveerd doordat de inwerkingtreding op 1 april 2000 is vereist, enerzijds omdat de wettelijke basis, zijnde artikel 35, § 1 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid der werknemers, in werking getreden op 1 april 1999, een mechanisme bevat waardoor een aanpassing van de bijdragevermindering slechts mogelijk is op 1 april van elke jaar, en anderzijds omdat op dat ogenblik, overeenkomstig artikel 103 van de wet van 24 december 1999 houdende sociale bepalingen eveneens de terugvordering van de ten onrechte genoten maribel-bis en maribel-ter bijdragevermindering start;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 maart 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en van Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot uitvoering van artikel 35, § 1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 3°, elfde lid, wordt aangevuld als volgt : " Voor de werknemers van categorie 1 en 3 is F* = 39.000 BEF voor t = 2"; 2° § 2, 1°, a., wordt vervangen als volgt : « a. de lastenverlaging hangt af van de zone waarin de loonmassa S van de werknemer zich situeert. Hiertoe onderscheidt men vijf zones die afgebakend worden door de waarden S0, S1, S2 en S3 : S0 is gelijk aan 103.479 BEF;

S1 is gelijk aan 131.105 BEF voor t = 1 en 134.425 BEF voor t hoger dan 1;

S2 is gelijk aan 151.775 BEF voor t = 1, is gelijk aan S3 voor t hoger dan 1 voor de werknemers van categorie 1 en 3 en is gelijk aan 161.988 BEF voor t hoger dan 1 voor de werknemers van categorie 2;

S3 is gelijk aan 186.160 BEF voor t = 1 en, voor t hoger dan 1, 210.000 BEF voor de werknemers van categorie 1 en 186.160 BEF voor de werknemers van categorie 2 en 3. » 3° § 2, 1°, c., 3), wordt vervangen als volgt : « 3) S is groter dan S1 en kleiner of gelijk aan S2 : voor t = 1 : R(t) = M(i) + 21.206 - 0,5509 (S - S1), waar i de waarde krijgt van 1, 2 of 3 volgens de categorie waartoe de werknemer behoort; voor t = 2 : R(t) = M(i) + 21.206 - |ga (S - S1), waar i de waarde krijgt van 1, 2 of 3 volgens de categorie waartoe de werknemer behoort en waarbij |ga = 0,1895 voor de werknemers van categorie 1, |ga = 0,5509 voor de werknemers van categorie 2 en |ga = 0,3821 voor de werknemers van categorie 3.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2000.

Art. 3.Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Aalst, 16 april 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, L. ONKELINX De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^