Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 februari 2006
gepubliceerd op 11 april 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de modaliteiten met betrekking tot het opmaken en uitreiken van legitimatiekaarten voor de arbeiders van de bouwnijverheid

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006200556
pub.
11/04/2006
prom.
16/02/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

16 FEBRUARI 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de modaliteiten met betrekking tot het opmaken en uitreiken van legitimatiekaarten voor de arbeiders van de bouwnijverheid (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de modaliteiten met betrekking tot het opmaken en uitreiken van legitimatiekaarten voor de arbeiders van de bouwnijverheid.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 februari 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het bouwbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2001 Modaliteiten met betrekking tot het opmaken en uitreiken van legitimatiekaarten voor de arbeiders van de bouwnijverheid (Overeenkomst geregistreerd op 9 november 2001 onder het nummer 59608/CO/124) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen.

Met "arbeiders" worden de arbeiders en de arbeidsters bedoeld. HOOFDSTUK II. - Aard van het voordeel

Art. 2.Het "Fonds voor bestaanszekerheid van de arbeiders uit het bouwbedrijf" maakt een document op, "legitimatiekaart" geheten, dat een overzicht geeft van de prestaties van de bouwvakarbeider tijdens een welbepaalde referteperiode en dat onder bepaalde voorwaarden het recht opent op de vorstvergoeding en de vergoeding-bouw, bedoeld bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de toekenning van aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders uit de bouwnijverheid. HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de automatische uitgifte van de legitimatiekaarten

Art. 3.Het fonds voor bestaanszekerheid maakt automatisch de legitimatiekaart op voor de arbeiders die in de referteperiode prestaties hebben gehad in dienst van een of meer ondernemingen bedoeld bij artikel 1, die werden aangegeven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Art. 4.Onder "refertejaar" verstaat men : het volledige kalenderjaar dat het dienstjaar van de legitimatiekaart onmiddellijk voorafgaat.

Het dienstjaar van de legitimatiekaart is de periode waarin de legitimatiekaart onder bepaalde voorwaarden het recht opent op de vorstvergoeding en de vergoeding-bouw, bedoeld bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de toekenning van aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders uit de bouwnijverheid.

Het dienstjaar, ook de geldigheidsduur van de legitimatiekaart genoemd, begint op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende jaar.

Art. 5.De prestaties die bij het automatisch opmaken van de legitimatiekaart in aanmerking worden genomen, worden berekend volgens het stelsel van de 6 dagenweek en omvatten : 1° de werkelijk gepresteerde dagen of de door het gewaarborgd loon in toepassing van de wet op de arbeidsovereenkomsten en de in de bouwnijverheid van toepassing zijnde wettelijke of conventionele bepalingen, gedekte dagen;2° de dagen van arbeidsonderbreking ten gevolge van : a) een arbeidsongeval of een beroepsziekte, aanleiding gevend tot schadeloosstelling, zoals bepaald in artikel 16, 1°, van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot vaststelling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, tot een beloop van de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid bepaald bij artikel 18, 1°, van voormeld koninklijk besluit;b) een ongeval van gemeen recht of een gewone ziekte, zoals bepaald in artikel 16, 2°, van voornoemd koninklijk besluit van 30 maart 1967, voor de bij artikel 18, 2° en 3°, van voormeld koninklijk besluit bepaalde maximumduur;c) rust bij bevalling, zoals bepaald in artikel 16, 3°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967, tot beloop van de duur bepaald bij artikel 18, 4°, van voormeld koninklijk besluit;d) gebeurtenissen die samenhangen met de militaire dienst, zoals bepaald in artikel 16, 4°, 5° en 6°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967, voor de bij artikel 18, 5° van voormeld koninklijk besluit bepaalde maximumduur;e) vervullen van burgerplichten, zoals bepaald in artikel 16, 7° van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;f) uitoefening van een openbaar mandaat, bedoeld in artikel 16, 8°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;g) uitoefening van een opdracht, bedoeld in artikel 16, 9° en 10°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;h) deelneming aan cursussen, stages of studiedagen, bedoeld in artikel 16, 11° en 12°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;i) profylactisch verlof, bedoeld in artikel 16, 18°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;j) stopzetting van werk, bedoeld in artikel 16, 14° en 15°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;k) educatief verlof, bedoeld in artikel 16, 17°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;l) profylactisch verlof, bedoeld in artikel 16, 18°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;n) zwangerschapsverlof, bedoeld in artikel 16, 19°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967;3° de dagen van tijdelijke werkloosheid waarvoor de arbeiders de vorstvergoeding heeft ontvangen, bedoeld bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de toekenning van aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders uit de bouwnijverheid;4° de rustdagen, toegekend in het kader van de arbeidsduurvermindering, waarvoor de arbeider de vergoeding ten laste van het fonds voor bestaanszekerheid heeft ontvangen;5° de dagen van economische werkloosheid, bedoeld in artikel 16, 16°, van voormeld koninklijk besluit van 30 maart 1967, naar rato van 5 dagen per voorafgaande legitimatiekaart "rechthebbende".

Art. 6.Naargelang van het aantal dagen dat conform artikel 5 in aanmerking wordt genomen, worden twee types van legitimatiekaarten uitgereikt : 1° de legitimatiekaart "rechthebbende" die recht geeft op de aanvullende werkloosheidsuitkeringen, zoals bedoeld bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de toekenning van aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders ui de bouwnijverheid. In de algemene regeling wordt deze kaart toegekend : - aan de arbeiders jonger dan 52 jaar, indien zij in de loop van de referteperiode ten minste 200 dagen, zoals bedoeld in artikel 5, bewijzen; - aan de arbeiders van 52 tot 56 jaar, indien zij in de loop van de referteperiode ten minste 175 dagen, zoals bedoeld in artikel 5, bewijzen; - aan de arbeiders van 57 jaar en ouder, indien zij in de loop van de referteperiode ten minste 150 dagen, zoals bedoeld in artikel 5, bewijzen.

Voor arbeiders jonger dan 57 jaar en in het bezit van het vereiste aantal voorafgaande opeenvolgende legitimatiekaarten "rechthebbende", worden, ter versoepeling van de algemene regels, die hierboven bedoelde minimumprestaties overeenkomstig de volgende tabel vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° De legitimatiekaart "niet-rechthebbende" voor de arbeiders die de hierboven vermelde minimumprestaties tijdens het refertejaar niet bereiken. Deze legitimatiekaart "niet-rechthebbende" verleent geen recht op de vorstvergoeding en de vergoeding-bouw, bedoeld bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de toekenning van aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders uit de bouwnijverheid. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen betreffende de betwistingen met betrekking tot de legitimatiekaarten die automatisch worden uitgegeven

Art. 7.Een arbeider die van het fonds voor bestaanszekerheid een legitimatiekaart "niet-rechthebbende" heeft ontvangen en die van mening is dat het aantal in aanmerking genomen dagen, zoals bepaald in artikel 5, 1° tot 4°, iet met de werkelijkheid overeenstemt, kan door middel van een speciaal formulier, een aanvraag voor een legitimatiekaart "rechthebbende" indienen bij het fonds voor bestaanszekerheid. Dit formulier kan worden bekomen bij de syndicale organisaties of bij het fonds voor bestaanszekerheid.

Bij deze aanvraag dienen de nodige bewijzen worden gevoegd die, al naargelang de aard van de in aanmerking ten nemen dagen, moeten worden afgeleverd door de werkgever (gepresteerde en gelijkgestelde dagen, bedoeld bij artikel 5, 1° en 2°), het gewestelijk bureau van de RVA (vorstdagen, bedoeld bij artikel 5, 3°), of de uitbetalingsinstelling (rusdagen, bedoeld bij artikel 5, 4°).

Indien na onderzoek blijkt dat het totaal van de bijkomende dagen, gevoegd bij de dagen van de legitimatiekaart "niet-rechthebbende", ten minste gelijk is aan de minimumprestaties, zoals bepaald in artikel 6, 1°, zal het fonds voor bestaanszekerheid een legitimatiekaart "rechthebbende" opmaken.

Art. 8.Een arbeider die van het fvb een legitimatiekaart "niet-rechthebbende" heeft ontvangen en die van mening is dat hij, gezien zijn voorafgaande legitimatiekaarten "rechthebbende", voldoende dagen economische werkloosheid, zoals bepaald in artikel 5, 5°, in aanmerking kan laten nemen, kan door middel van een speciaal formulier, een aanvraag voor een legitimatiekaart "rechthebbende" indienen bij het fonds voor bestaanszekerheid. Dit formulier kan worden bekomen bij de syndicale organisaties of bij het fonds voor bestaanszekerheid.

Bij deze aanvraag dienen de nodige voorafgaande legitimatiekaarten "rechthebbende" te worden vermeld.

Indien na onderzoek blijkt dat het aantal in aanmerking genomen dagen economische werkloosheid, gevoegd bij het totaal aantal dagen van de legitimatiekaart "niet-rechthebbende", ten minste gelijk is aan de minimumprestaties, zoals bepaald in artikel 6, 1°, zal het fonds voor bestaanszekerheid een legitimatiekaart "rechthebbende" opmaken.

Art. 9.Een arbeider die van het fonds voor bestaanszekerheid een legitimatiekaart "niet-rechthebbende" heeft ontvangen en die van mening is dan hij aanspraak kan maken op de toepassing van de versoepeling van de algemene regels inzake minimumprestaties, zoals bedoeld bij artikel 6, 1°, 3de lid, kan door middel van een speciaal formulier, een aanvraag voor een legitimatiekaart "rechthebbende" indienen bij het fonds voor bestaanszekerheid. Dit formulier kan worden bekomen bij de syndicale organisaties of bij het fonds voor bestaanszekerheid.

Bij deze aanvraag dienen de nodige voorafgaande opeenvolgende legitimatiekaarten "rechthebbende" te worden vermeld.

Indien na onderzoek blijkt dat het totaal aantal dagen van de legitimatiekaart"niet-rechthebbende", ten minste gelijk is aan de minimumprestaties, zoals bepaald in artikel 6, 1°, 3de lid, zal het fonds voor bestaanszekerheid een legitimatiekaart "rechthebbende" opmaken.

Art. 10.Een arbeider die van het fonds voor bestaanszekerheid meerdere legitimatiekaarten "niet-rechthebbende" heeft ontvangen, waarvan het samengevoegde aantal dagen ten minste gelijk is aan de minimumprestaties, zoals bedoeld bij artikel 6, 1°, kan door middel van een speciaal formulier, een aanvraag voor een legitimatiekaart "rechthebbende" indienen bij het fonds voor bestaanszekerheid. Dit formulier kan worden bekomen bij de syndicale organisaties of bij het fonds voor bestaanszekerheid.

Bij deze aanvraag dienen de ontvangen legitimatiekaarten "niet-rechthebbende" te worden vermeld.

Indien na onderzoek blijkt dat het samengevoegde aantal dagen van de legitimatiekaarten "niet-rechthebbende", ten minste gelijk is aan de minimumprestaties, zoals bepaald in artikel 6, 1°, zal het fonds voor bestaanszekerheid een legitimatiekaart "rechthebbende" opmaken. HOOFDSTUK V. - Bepalingen betreffende de legitimatiekaarten bij gelijkstelling die in bijzondere gevallen kunnen worden aangevraagd door arbeiders die in het refertejaar onvoldoende prestaties hebben

Art. 11.In afwijking van artikel 6, kunnen de arbeiders die zich in een van de bijzondere gevallen bevinden zoals hieronder bepaald bij artikels 12 tot 21, bij gelijkstelling een legitimatiekaart "rechthebbende" verkrijgen.

Art. 12.Jonge arbeiders (gelijkstellingen A1 en A2) Arbeiders die op het ogenblik van de eerste indiensttreding in de bouwsector jonger zijn dan 22 jaar, kunnen een legitimatiekaart "rechthebbende" krijgen in toepassing van de gelijkstelling A1.

Te vervullen voorwaarden : 1° gemiddeld 16,7 dagen (200/12den) per maand hebben gewerkt tussen de datum van indiensttreding in de bouwsector en de einddatum van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart, of de datum waarop de aanvraag wordt ingediend indien deze zich eerder situeert;2° ten minste 30 dagen effectieve prestaties hebben na de indiensttreding in de bouwsector. Afwijkingen op de gestelde leeftijdsgrens De arbeider die de gelijkstelling A1 aanvraagt, mag ouder zijn dan 21 jaar indien hij in het refertejaar of het daaropvolgende jaar zijn studies heeft beëindigd, of heeft gewerkt onder een leercontract dat werd beëindigd in het refertejaar of het daaropvolgende jaar.

De arbeider jonger dan 23 jaar, die de legitimatiekaart "rechthebbende" geldig voor het vorige dienstjaar heeft gekregen in toepassing van een gelijkstelling, kan de legitimatiekaart "rechthebbende" voor het eerstvolgende dienstjaar ontvangen (gelijkstelling A2).

Te vervullen voorwaarden : 1° gemiddeld 16,7 dagen (200/12den) per maand hebben gewerkt tussen 1 januari van het jaar volgend op het refertejaar of de werkelijke datum van indiensttreding indien deze zich later situeert, en de einddatum van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart (of de datum van indiening van de aanvraag indien deze zich bevindt voor het einde van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart).2° ten minste 30 dagen effectieve prestaties tussen 1 januari van het jaar waarin het dienstjaar een aanvang neemt en de indieningsdatum van het dossier.

Art. 13.Arbeiders die een beroepsopleiding hebben gevolgd met het oog op het aanleren van een bouwberoep (gelijkstellingen B en Bbis ).

Arbeiders die in het refertejaar of het daaropvoglende jaar een beroepsopleiding hebben gevolgd met het oog op het aanleren van een bouwberoep, kunnen na hun indiensttreding in de bouwsector, de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling B. Te vervullen voorwaarden : 1° een basisopleiding-bouw hebben gevolgd in een opleidingscentrum van de VDAB, de FOREm, Bruxelles-Formation of het Arbeitsamt, of in een centrum dat door deze diensten en door het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" is erkend, of via een Individuele Beroepsopleiding in de onderneming (IBO).Een attest dat de vormingscyclus en de einddatum van de opleiding vermeldt, moet worden voorgelegd; 2° gemiddeld 16,7 dagen (200/12den) per maand hebben gewerkt tussen de dag na het einde van de beroepsopleiding en de einddatum van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart of de datum waarop de aanvraag wordt ingediend indien deze zich eerder situeert;3° ten minste 30 dagen effectieve prestties hebben na de indiensttreding in de bouwsector. Arbeiders die de legitimatiekaart "rechthebbende", geldig voor het vorige dienstjaar bezitten, en die in het refertejaar een beroepsopleiding-bouw hebben gevolgd, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling Bbis.

Te vervullen voorwaarden : 1° de legitimatiekaart "rechthebbende", geldig voor het vorige dienstjaar, bezitten.2° een beroepsopleiding-bouw (basisopleiding, bijscholings-opleiding of vervolmakingsopleiding) hebben, gevolgd in een opleidingscentrum van de VDAB, de FOREm, Bruxelles-Formation of het Arbeitsamt, of in een centrum dat door deze diensten en door het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" is erkend.Een attest met vermelding van de dagen waarop de opleiding werd gevolgd, moet worden voorgelegd; 3° het totaal van het aantal gewerkte dagen in het refertejaar in de bouwsector, gevoegd bij het aantal dagen beroepsopleiding, moet minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°.

Art. 14.Arbeiders die door een bureau voor arbeidsbemiddeling van de VDAB, de BGDAB, de FOREm of het Arbeitsamt in een andere sector werden tewerkgesteld (gelijkstelling C).

Arbeiders die in het refertejaar door een bureau voor arbeidsbemiddeling van de VDAB, de BDGAB, de FOREm of het Arbeitsamt in een andere sector waren tewerkgesteld, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling C, wanneer zij het werk hervatten in de bouwsector.

Te vervullen voorwaarden : 1° het totaal van het aantal gewerkte dagen in het refertejaar in de bouwsector, gevoegd bij het aantal gewerkte dagen in de onderneming(en) van de andere sector, moet minstens gelijk zijn aan de vereiste minimuprestaties bepaald in artikel 6, 1°;2° gemiddeld 16,7 dagen (200/12den) per maand hebben gewerkt tussen de datum van indiensttreding in de bouwsector en de einddatum van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart of de datum waarop de aanvraag wordt ingediend indien deze zich eerder situeert;3° ten minste 30 dagen effectieve prestaties hebben na de indiensttreding in de bouwsector.

Art. 15.Arbeiders ouder dan 21 jaar die voor de eerste maal in de bouwsector werken of die het werk hervatten (gelijkstelling DA, D2 en D bij uitbreiding).

Arbeiders ouder dan 21 jaar die na het begin van het refertejaar voor de eerste maal in de bouwsector komen werken, of die na het begin van het refertejaar het werk hervatten in de bouwsector, nadat zij in het voorgaande refertejaar niet in de bouwsector waren tewerkgesteld, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling D1.

Te vervullen voorwaarde : de prestaties in de bouwsector in een periode van 4 opeenvolgende kwartalen die zich situeren tussen 1 oktober van het refertejaar en de einddatum van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart, moeten minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°.

Afwijking op de geldigheidsduur van de toegekende legitimatiekaart De legitimatiekaart "rechthebbende" die wordt afgeleverd in toepassing van de gelijkstelling D1, is geldig vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de vereiste minimumprestaties, zoals vastgesteld in artikel 6, 1°, worden bereikt.

Arbeiders ouder dan 21 jaar die de legitimatiekaart "rechthebbende" geldig voor het voorgaande dienstjaar hebben ontvangen in toepassing van de gelijkstelling D1, kunnen de legitimatiekaart voor het lopende dienstjaar bekomen in toepassing van de gelijkstelling D2.

Te vervullen voorwaarde : gemiddeld 16,7 dagen (200/12den) per maand hebben gewerkt tussen het begin van de geldigheidsduur van de legitimatiekaart van het vorige dienstjaar, die werd afgeleverd in toepassing van de gelijkstelling D1, en de einddatum van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart of de datum waarop de aanvraag wordt ingediend indien deze zich eerder situeert.

Arbeiders die het werk hervatten in de bouwsector, nadat zij ingevolge een ontslag door een werkgever van de bouwsector ofwel volledig werkloos zijn geweest, ofwel tewerkgesteld in een andere sector, ofwel een zelfstandige activiteit hebben uitgeoefend, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling D bij uitbreiding.

Te vervullen voorwaarden : 1° het totaal van het aantal gewerkte dagen in het refertejaar in de bouwsector, gevoegd bij ofwel het aantal gewerkte dagen in de onderneming(en) van de andere sector, ofwel het aantal dagen van volledige werkloosheid, ofwel het aantal dagen van zelfstandige activiteit, moet minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°;2° de prestaties in de bouwsector na de werkhervatting in de bouwsector, moeten minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°. Afwijking op de geldigheidsduur van de toegekende legitimatiekaart De legitimatiekaart "rechthebbende" die wordt afgeleverd in toepassing van de gelijkstelling D bij uitbreiding, is geldig vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de vereiste minimumprestaties, zoals vastgesteld in artikel 6, 1°, worden bereikt.

Art. 16.Arbeiders die door een bureau voor arbeidsbemiddeling van de VDAB, de BGDAB, de FOREm of het Arbeitsamt in een openbaar bestuur werden tewerkgesteld (gelijkstelling E).

Arbeiders die in het refertejaar of het daaropvolgende jaar het werk hervatten in de bouwsector, nadat zij door een bureau voor arbeidsbemiddeling van de VDAB, de BGDAB, de FOREm of het Arbeitsamt in een openbaar bestuur waren tewerkgesteld, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling E. Te vervullen voorwaarde : de prestaties in de bouwsector tijdens de geldigheidsduur van de legitimatiekaart die de aangevraagde legitimatiekaart voorafgaat, moeten minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°.

Art. 17.Arbeiders die met vrucht een industriële leerovereenkomst hebben beëindigd (gelijkstelling F).

Arbeiders die in de bouwsector worden tewerkgesteld, nadat zij in het refertejaar of het daaropvolgende jaar met vrucht een industriële leerovereenkomst hebben beëindigd, kunnen een legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling F. Te vervullen voorwaarde : 1° door een werkgever van de bouwnijverheid worden aangeworven met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur;2° een attest betreffende het beëindigen van de industriële leerovereenkomst, afgeleverd door het Paritair leercomité, moet worden voorgelegd.

Art. 18.Arbeiders die als instructeur/moniteur waren tewerkgesteld in een centrum voor beroepsopleiding van de VDAB, de FOREm, Bruxelles-Formation of het Arbeitsamt (gelijkstelling G) Arbeiders die in de loop van het refertejaar instructeur/moniteur waren in een centrum voor beroepsopleiding van de VDAB, de FOREm, Bruxelles-Formation of het Arbeitsamt, of in een centrum dat door deze diensten en door het "Fonds voor vakopleiding in de bouwnijverheid" is erkend, en die in het refertejaar of het daaropvolgende jaar het werk hervatten in de bouwsector, kunnen een legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling G. Te vervullen voorwaarden : 1° het totaal van het aantal gewerkte dagen in het refertejaar in de bouwsector, gevoegd bij het aantal gepresteerde dagen in het centrum voor beroepsopleiding, moet minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°;2° gemiddeld 16,7 dagen (200/12den) per maand hebben gewerkt tussen de datum van indiensttreding in de bouwsector en de einddatum van de geldigheidsduur van de aangevraagde legitimatiekaart of de datum waarop de aanvraag wordt ingediend indien deze zich eerder situeert;3° ten minste 30 dagen effectieve prestaties hebben na de indiensttreding in de bouwsector.

Art. 19.Arbeiders die na een langdurige arbeidsongeschiktheid het werk hervatten in de bouwnijverheid (gelijkstelling H).

De arbeiders die na een langdurige arbeidsongeschiktheid het werk voltijds hervatten in de bouwnijverheid tijdens het refertejaar of het daaropvolgende jaar, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling H. Te vervullen voorwaarden : 1° het totaal van het aantal dagen arbeidsongeschiktheid tijdens het refertejaar, gevoegd bij het aantal gewerkte dagen in het refertejaar in de bouwsector, moet minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties in artikel 6, 1°;2° de arbeidsongeschiktheid moet een aanvang hebben genomen terwijl de betrokkene in dienst was van een bouwonderneming. Onder diezelfde voorwaarden kan de legitimatiekaart "rechthebbende" eveneens worden toegekend aan de arbeiders die het werk deeltijds hervatten in de bouwnijverheid tijdens het dienstjaar of het daaropvolgende jaar : - hetzij met toestemming van de adviserende geneesheer van de verzekeringsinstelling bij arbeidsongeschiktheid ingevolge ziekte of ongeval van gemeen recht; - hetzij na aanvaarding van de door de wetsverzekeraar voorgestelde wedertewerkstelling bij arbeidsongeschiktheid ingevolge arbeidsongeval.

Art. 20.Arbeiders die hun beroepsloopbaan geheel of gedeeltelijk onderbroken hebben (gelijkstelling I).

De arbeiders die tijdens het refertejaar hun beroepsloopbaan geheel of gedeeltelijk onderbroken hebben, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling I. Te vervullen voorwaarden : 1° het totaal van het aantal dagen loopbaanonderbreking tijdens het refertejaar, gevoegd bij het aantal gewerkte dagen in het refertejaar in de bouwsector, moet minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°;2° de betrokkene moet zijn loopbaan onderbroken hebben in overeenstemming met de algemene reglementering inzake beroepsloopbaanonderbreking (afdeling 5 van hoofdstuk IV van de Herstelwet van 22 januari 1985) of met één van de volgende bijzondere reglementeringen : - ouderschapsverlof; - loopbaanonderbreking voor palliatieve verzorging; - loopbaanonderbreking voor medische bijstand; 3° de loopbaanonderbreking moet een aanvang genomen hebben terwijl de betrokkene in dienst was van een bouwonderneming. Het aantal dagen loopbaanonderbreking die voor een arbeider, tijdens zijn volledige loopbaan, in aanmerking kunnen genomen worden voor de toekenning van legitimatiekaarten "rechthebbende", bedraagt maximaal 312.

Indien de betrokkene tijdens zijn loopbaanonderbreking een activiteit uitoefent in de bouwnijverheid als zelfstandige in bijberoep, kan hij niet genieten van deze gelijkstelling.

Art. 21.Arbeiders die in een van de lidstaten van de Europese Unie in de bouwnijverheid hebben gewerkt (gelijkstelling J).

Arbeiders die in een van de lidstaten van de Europese Unie hebben gewerkt in dienst van een privé-onderneming die normaal werken uitvoert die behoren tot bedrijfstakken die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, en die in het refertejaar of het daaropvolgende jaar in dienst treden van een onderneming bedoeld in artikel 1, kunnen de legitimatiekaart "rechthebbende" bekomen in toepassing van de gelijkstelling J. Te vervullen voorwaarde : het totaal van het aantal gewerkte dagen in het refertejaar in dienst van een privé-onderneming die normaal werken uitvoert die behoren tot bedrijfstakken die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, gevoegd bij het aantal gepresteerde dagen in dienst van een onderneming bedoeld in artikel 1, moet minstens gelijk zijn aan de vereiste minimumprestaties bepaald in artikel 6, 1°.

Art. 22.De legitimatiekaarten "rechthebbende" bij gelijkstelling, zoals hierboven beschreven in de artikels 12 tot en met 21, moeten door middel van een speciaal formulier worden aangevraagd bij het fonds voor bestaanszekerheid.

Deze formulieren kunnen worden bekomen bij de syndicale organisaties of bij het fonds voor bestaanszekerheid. Bij de aanvraag moeten de nodige bewijsstukken worden gevoegd van de prestaties in de bouwnijverheid en, indien nodig, van de activiteiten buiten de bouwsector.

De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid bepaalt in voorkomend geval, die documenten of attesten moeten worden voorgelegd.

Art. 23.Het aantal werkdagen in de bouwnijverheid waarnaar in de toekenningsvoorwaarden van artikelen 12 tot en met 21 wordt verwezen, is uitgedrukt in het stelsel van de zesdagenweek. Als werkdagen worden aanzien de dagen die volgens het artikel 5, 1°, 2°, 3° en 4° in aanmerking worden genomen voor de automatische uitgifte van de legitimatiekaarten.

Art. 24.Voor het minimum aantal prestaties van 30 dagen dat voorkomt in de toekenningsvoorwaarden van de gelijkstellingen A1, A2, B, C en G, komen enkel de werkelijke arbeidsdagen, zoals bedoeld bij artikel 5, 1°, in aanmerking.

Art. 25.Het gemiddeld aantal te bewijzen prestaties waarnaar in de toekenningsvoorwaarden van artikels 12 tot 20 wordt verwezen, bedraagt in principe 16,7 dagen (200/12den) per maand.

Indien evenwel de arbeider in toepassing van de algemene regeling of de versoepelde regeling, zoals beschreven in artikel 6, 1°, minder dan 200 dagen moet bewijzen om een legitimatiekaart "rechthebbende" te bekomen, dan wordt het gemiddelde aantal dagen per maand dat de arbeider moet hebben gewerkt overeenkomstig verminderd. Het gemiddelde aantal gewerkte dagen per maand wordt dan berekend door de verminderde minimumprestaties,zoals bepaald in artikel 6, 1°, te delen door 12.

Art. 26.De legitimatiekaart "rechthebbende" die bij gelijkstelling wordt uitgereikt in de bijzondere gevallen, zoals beschreven in artikelen 12 tot en met 21, draagt in de vakken bestemd voor de prestaties de vermelding "ASS" (assimillatie), en verleent, zoals de automatisch uitgegeven legitimatiekaart "rechthebbende" recht op de aanvullende werkloosheidsuitkeringen, zoals bedoeld bij de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de toekenning van aanvullende werkloosheidsuitkeringen aan de arbeiders uit de bouwnijverheid. HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen

Art. 27.De bij artikel 23 van de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid voorziene patronale instelling is belast met de administratieve, boekhoudkundige en financiële organisatie van de verrichtingen die voortvloeien uit de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 28.De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid mag : a) de verzending van de legitimatiekaart, opgemaakt op naam van arbeiders die ten onrechte ontvangen vergoedingen niet terugbetalen, uitstellen;b) de legitimatiekaarten ontnemen aan de arbeiders van wie het bewezen is dat zij sluitwerk verrichten. Worden geacht sluitwerk te verrichten, de werklozen of de door een arbeidsovereenkomst verbonden arbeiders die gedurende hun vrije uren een ambachts- of handelsactiviteit verrichten, die tot een beroepsspecialiteit behoort die eigen is aan de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren. Hieronder valt niet voor eigen rekening uitgevoerd onbezoldigd werk, dat louter met de behoeften van het huisgezin van de betrokkenen verband houdt.

Art. 29.De bijzondere gevallen die niet op grond van de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden opgelost, worden door de meest gerede partij voorgelegd aan de raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid.

De raad van bestuur van het fonds voor bestaanszekerheid zal met een gunstig vooroordeel de aanvragen onderzoeken van bouwvakarbeiders tot het bekomen van een legitimatiekaart "rechthebbende", wanneer ze hun herintrede doen in de sector na een periode van volledig werkloosheid en derhalve geen recht hadden op vorstvergoedingen. HOOFDSTUK VII. - Geldigheidsduur

Art. 30.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 oktober 2001 en is gesloten voor een onbepaalde duur, met dien verstande dat ze allen tijde kan worden aangepast aan bepalingen van andere in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten.

Zij kan bij eenparig akkoord van de partijen worden opgezegd met in achtneming van een opzeggingstermijn van twee jaar. De opzegging wordt betekend bij aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 februari 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^