Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 juli 2004
gepubliceerd op 06 augustus 2004

Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden waarin het Beheerscomité van het Fonds voor de beroepsziekten kan beslissen tot het opzetten van een pilootproject inzake preventie teneinde de verergering van rugaandoeningen te voorkomen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2004022659
pub.
06/08/2004
prom.
16/07/2004
ELI
eli/besluit/2004/07/16/2004022659/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

16 JULI 2004. - Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden waarin het Beheerscomité van het Fonds voor de beroepsziekten kan beslissen tot het opzetten van een pilootproject inzake preventie teneinde de verergering van rugaandoeningen te voorkomen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, inzonderheid op artikel 6bis, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van het Fonds voor de beroepsziekten van 14 april 2004;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 19 april 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 17 mei 2004;

Gelet op het advies nr. 37.417/1 van de Raad van State, gegeven op 24 juni 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder : - « het Fonds » : het Fonds voor de beroepsziekten; - « het revalidatiecentrum » : het organisme met hetwelk het Fonds voor de beroepsziekten een overeenkomst heeft afgesloten; - « het programma inzake preventie » : het programma dat tot doel heeft de verergering van rugaandoeningen of de overgang naar het chronische karakter van de ziekte te voorkomen en de werkhervatting bij de werknemers, blootgesteld aan zwaar rugbelastend werk, te bevorderen.

Art. 2.Een pilootproject zoals bedoeld in artikel 6bis van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, inzake de preventie van rugaandoeningen kan worden opgezet, mits aan volgende voorwaarden is voldaan : 1° het pilootproject richt zich tot de personen die onder de toepassing van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsiekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, valt en die tewerkgesteld is in de ziekenhuizen, psychiatrische ziekenhuizen en rust- en verzorgingstehuizen, waarvan het erkenningnummer bij het RIZIV valt onder de categorieën 710, 720 en 750 en onderworpen is aan een periodieke gezondheidsbeoordeling op basis van het koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het manueel hanteren van lasten, in zoverre dit rechtsreeks verband houdt met het verzorgen van zieken of bedlegerigen;2° de persoon moet zich via de preventieadviseur arbeidsgeneesheer kandidaat stellen voor een programma inzake preventie;3° de persoon die zich kandidaat stelt voor een programma inzake preventie, moet zich in de volgende situatie bevinden : a) arbeidsongeschikt zijn ten gevolge van : - hetzij frequente mechanische lendenpijnen, met of zonder uitstraling naar de ruggenmergwortels, sedert tenminste 4 weken tot maximum 3 maanden; - hetzij een herval van mechanische lendenpijnen binnen een periode van een jaar, sedert ten minste 1 week tot maximum 3 maanden; - hetzij een chirurgische ingreep in het gebied van de lendenwervelkolom sedert tenminste 4 weken tot maximum 3 maanden; b) zich in een gezondheidstoestand bevinden die vanuit medisch oogpunt aanwijzingen vertoont om het programma inzake preventie te volgen;4° het Fonds stelt de personen tot wie het pilootproject zich richt, voorafgaandelijk in kennis van het programma inzake preventie;5° het Fonds sluit met het revalidatiecentrum een overeenkomst af waarin de samenwerkingsmodaliteiten worden bepaald;6° het Fonds neemt de kosten van het programma inzake preventie ten laste, verminderd met de tussenkomst van de verplichte verzekering voor gezondheidszorgen en uitkeringen;7° het Fonds voorziet erin dat de persoon die een programma inzake preventie volgt aanspraak kan maken op een tussenkomst van het Fonds ter dekking van sommige onkosten die hiermee gepaard gaan, zonder dat die tussenkomst minder mag bedragen dan de helft van de bewezen onkosten, beperkt evenwel tot maximaal 250 euro;8° de werkgever, die op vraag van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of op vraag van het Comité voor Preventie en bescherming, de preventie-adviseur ergonomie of op diens vraag een ergonoom van het revalidatiecentrum belast met een ergonomisch onderzoek van de werkpost, ontvangt, op voorlegging van een kopie van het gemotiveerd verslag, een forfaitair bedrag van 250 euro van het Fonds waarmee de aantoonbare onkosten van dat ergonomisch onderzoek geheel of gedeeltelijk moeten gecompenseerd worden;9° het Fonds stelt een procedure vast voor de indiening en de beoordeling van de aanvragen, en voor de controle op de correcte aanwending van de financiële middelen die het Fonds in het kader van dit besluit inzet;10° het Fonds richt een begeleidingscommissie op waarvan het Beheerscomité de samenstelling bepaalt.Deze begeleidingscommissie evalueert het project regelmatig en brengt hierover verslag uit aan het Beheerscomité.

Art. 3.De duur van het pilootproject is één jaar.

Art. 4.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2004.

Gegeven te Brussel, 16 juli 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het Werk, Mevr. K. VAN BREMPT

^