Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 juni 1999
gepubliceerd op 29 september 1999

Koninklijk besluit houdende vaststelling van de procedure met betrekking tot het bewijs van de gelijkwaardige vermindering van bedden zoals bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
1999022818
pub.
29/09/1999
prom.
16/06/1999
ELI
eli/besluit/1999/06/16/1999022818/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

16 JUNI 1999. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de procedure met betrekking tot het bewijs van de gelijkwaardige vermindering van bedden zoals bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging, inzonderheid op artikel 5, § 4, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 59 van 22 juli 1982;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 november 1998;

Gelet op het besluit van de Ministerraad van 4 december 1998 over de adviesaanvraag binnen de termijn van een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 4 mei 1999 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voordracht van Onze Minister belast met Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken, en op advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « het koninklijk besluit van 16 juni 1999 » : het koninklijk besluit van 16 juni 1999 houdende nadere bepaling van de gelijkwaardige vermindering van het aantal bedden zoals bedoeld in artikel 5, § 4, eerste lid, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging;2° « de bijzondere erkenning » : de bijzondere erkenning bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging.

Art. 2.Met het oog op de toepassing van de regeling inzake de tussenkomst van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, dient de inrichtende macht van een ziekenhuis waar, in het kader van het koninklijk besluit van 16 juni 1999, een aanpassing van het aantal bedden wordt doorgevoerd door middel van de reconversie van ziekenhuisbedden tot bedden in een psychiatrisch verzorgingstehuis, een verklaring in te dienen, volgens het model gevoegd als bijlage bij dit besluit, bij de Minister die de vaststelling van de verpleegdagprijs van de ziekenhuizen onder zijn bevoegdheid heeft.

Indien de inrichtende macht van een ziekenhuis beslist in het kader van een koninklijk besluit van 16 juni 1999, een bedvermindering door te voeren door middel van reconversie van ziekenhuisbedden of plaatsen die aanleiding geeft tot de ingebruikname van bedden in een psychiatrisch verzorgingstehuis dan dient de in het eerste lid bedoelde verklaring te worden medeondertekend door de verantwoordelijke(n) van de inrichtende macht van het psychiatrisch verzorgingstehuis.

Teneinde de federale overheid op de hoogte te brengen van de ingediende reconversieaanvraag, dient ook de inrichtende macht van een rustoord waar, in het kader van het genoemde koninklijk besluit, een aanpassing van het aantal bedden wordt doorgevoerd door middel van de reconversie van rustoordbedden tot bedden in een psychiatrisch verzorgingstehuis, de bedoelde verklaring in te dienen;

Art. 3.De in artikel 2 bedoelde verklaring moet de volgende gegevens omvatten : a) het aantal bestaande en erkende bedden of plaatsen per ziekenhuisdienst of het aantal bestaande en erkende rustoordbedden per type op de datum van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad ;b) het aantal psychiatrische verzorgingsbedden dat men in gebruik wenst te nemen evenals de datum waarop dit zou geschieden;c) het aantal bestaande bedden of plaatsen per ziekenhuisdienst dat men gebeurlijk wenst te reconverteren of te sluiten of het aantal bestaande rustoordbedden waarvoor men een bijkomende bijzondere erkenning wenst te bekomen;d) het aantal bedden of plaatsen per ziekenhuisdienst waarover het ziekenhuis of het aantal rustoordbedden waarover het rustoord in de toekomst nog zou beschikken;e) het verschil tussen de sub a) en sub d) bedoelde gegevens;f) het bewijs dat er overleg gepleegd is met het overlegplatform van het gebied waartoe de instelling behoort.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.Onze Minister belast met Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 juin 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister belast met Volksgezondheid, L. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN

BIJLAGE 1 Model van verklaring van het ziekenhuis waar een beddenvermindering d.m.v. reconversie van ziekenhuisbedden of plaatsen die aanleiding geeft tot de ingebruikname van PVT-bedden wordt doorgevoerd of van het rustoord dat een bijkomende bijzondere erkenning wenst te bekomen.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 16 juni 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister belast met Volksgezondheid, L. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN (1) Deze verklaring wordt medeondertekend door de verantwoordelijken van de betrokken inrichtinde macht.

^