Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 juni 2003
gepubliceerd op 29 juli 2003

Koninklijk besluit houdende toekenning van de waardigheid van Eredeken van de Arbeid - Ambachtelijke schoenmakerij en detailhandel in schoenen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2003011385
pub.
29/07/2003
prom.
16/06/2003
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

16 JUNI 2003. - Koninklijk besluit houdende toekenning van de waardigheid van Eredeken van de Arbeid - Ambachtelijke schoenmakerij en detailhandel in schoenen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het besluit van de Regent van 12 maart 1948, betreffende het Commissariaat-generaal der Regering bij de Nationale Arbeids-tentoonstellingen;

Gelet op het besluit van de Regent van 12 november 1948, houdende nadere omschrijving van de officiële modellen der erekentekens van de Arbeid;

Gelet op het koninklijk besluit van 31 juli 1954, houdende goedkeuring der statuten van de Instelling van openbaar nut genoemd "Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België, Albert I -Nationale Arbeidstentoonstellingen";

Gelet op het advies van het bevoegd Nationaal Organiserend Comité, gegeven op 14 april 2003;

Gelet op het gunstig advies van de Commissaris-generaal der Regering bij het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België, gegeven op 13 mei 2003;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid en van Onze Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De waardigheid van Eredeken van de Arbeid wordt toegekend aan de hieronder vermelde persoon, die geacht wordt de nodige hoedanigheden te bezitten om de tradities, alsmede het moreel en het sociaal aanzien van zijn beroep of functie te verpersoonlijken : Baccarne, Joseph P.J.C., Langemark-Poelkapelle

Art. 2.Deze opdracht wordt hem gegeven voor een termijn van vijf jaar. Zij kan een einde nemen vóór het verstrijken van die termijn, indien de titularis ophoudt zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen.

Art. 3.Onze Minister tot wiens bevoegdheid Werkgelegenheid behoort en Onze Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 juni 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Economie, Ch. PICQUE

^