Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 november 2001
gepubliceerd op 05 december 2001

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, samengevat op 18 juli 1966

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
2001002159
pub.
05/12/2001
prom.
16/11/2001
ELI
eli/besluit/2001/11/16/2001002159/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

16 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, samengevat op 18 juli 1966


ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste vakantiekamer, op 28 juni 2001 door de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966", heeft op 29 augustus 2001 het volgende advies gegeven : Aanhef 1. De in het eerste lid van de aanhef opgenomen referentie aan de rechtsgrond van het ontworpen besluit zou nog meer kunnen worden gespecificeerd door te verwijzen naar artikel 53, tweede lid, van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.2. Het tweede lid van de aanhef kan worden aangevuld met een verwijzing naar artikel 12, § 2, van het erin vermelde koninklijk besluit van 8 maart 2001.Het is immers die bepaling die door het ontworpen besluit wordt gewijzigd. 3. Het zevende en het achtste lid van de aanhef dienen, gelet op de meest recente wetgevingstechnische voorschriften, als volgt aan te vangen : « Gelet op het besluit van de Ministerraad, over het verzoek aan de Raad van State om...;

Gelet op het advies 31.913/1/V van de Raad van State, gegeven op 29 augustus 2001, met toepassing van... ».

Artikelen 1 en 2 De gemachtigde van de regering verklaarde aan de auditeur-verslaggever dat het niet in de bedoeling ligt het in artikel 43, § 3, derde lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken bedoelde examen open te stellen voor gelijk welke ambtenaar, maar dat beoogd wordt die toegang enkel te verruimen tot alle ambtenaren van niveau I. Artikel 12, § 2, van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 moet dan, gelet op die intentie, worden aangepast en niet opgeheven.

Artikel 2 van het ontwerp wordt dan zonder voorwerp en dient derhalve te vervallen.

Artikel 3 De Raad van State, afdeling wetgeving, ziet geen reden om af te wijken van de gangbare termijn van inwerkingtreding van besluiten.

Artikel 3 kan dan ook beter vervallen.

De kamer was samengesteld uit : De Heren D. Albrecht Staatsraad, Voorzitter, J. BAERT, J. SMETS, Staatsraden G. De Munter, Toegevoegd griffier De overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. SMETS. Het verslag werd uitgebracht door de heer B. WEEKERS, adjunct-auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de Heer J. DRIJKONINGEN, referendaris.

De griffier, De voorzitter, G. De Munter. A. Albrecht.

16 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, samengevat op 18 juli 1966 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, inzonderheid op het artikel 53, tweede lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966, inzonderheid op het artikel 12, tweede lid;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 maart 2001;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 29 maart 2001;

Overwegende dat voldaan werd aan de voorschriften van artikel 54, tweede lid, van de vorenvermelde gecoördineerde wetten;

Gelet op het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, gegeven op 11 juni 2001;

Gelet op het besluit van de Ministerraad, over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van één maand;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 31.913, gegeven op 29 augustus 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 12, § 2, van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966, wordt gewijzigd als volgt : « § 2. Worden enkel tot het examen toegelaten, de ambtenaren die titularis zijn van een graad van niveau 1. »

Art. 2.Onze Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 november 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen, L. VAN DEN BOSSCHE

^