Koninklijk Besluit van 17 augustus 2013
gepubliceerd op 22 augustus 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2013000528
pub.
22/08/2013
prom.
17/08/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

17 AUGUSTUS 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, De wet van 19 januari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2012 pub. 17/02/2012 numac 2012000081 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type wet prom. 19/01/2012 pub. 17/02/2012 numac 2012000102 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet tot wijziging van de wetgeving met betrekking tot de opvang van asielzoekers sluiten tot wijziging van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsook de wet van 8 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2013 pub. 22/08/2013 numac 2013000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere cat sluiten tot wijziging van dezelfde wet, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn hebben de bevoegdheid van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen uitgebreid. Op grond van de artikelen 57/6/1, 57/6/2 en 57/6/3 kan de Commissaris-generaal beslissen om de asielaanvraag ingediend door een onderdaan van een veilig land van herkomst of door een staatloze die voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats had, een hernieuwde asielaanvraag, en de asielaanvraag van een asielzoeker die reeds in een andere lidstaat van de Europese Unie de vluchtelingenstatus heeft bekomen, niet in overweging te nemen.

Het besluit dat u ter ondertekening wordt voorgelegd, beoogt vooreerst het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen aan te passen aan voornoemde wetswijzigingen. Het ontwerpbesluit geeft hierbij gestalte aan de wil van de wetgever om door middel van een vlotte, kwaliteitsvolle procedure de asielzoeker snel duidelijkheid te geven over zijn asielaanvraag. De werkingsregels die bij de diverse procedures voor het Commissariaat-generaal moeten gehanteerd worden, worden aangepast opdat het mogelijk wordt bepaalde verzoeken om internationale bescherming bij voorrang en/of binnen een kortere termijn te behandelen.

Tegelijkertijd strekt dit besluit er toe een aantal bepalingen van het oorspronkelijk koninklijk besluit te verduidelijken en de huidige praktijk op het Commissariaat-generaal te bevestigen.

Artikelsgewijze commentaar Artikel 1 Artikel 1 breidt het toepassingsgebied van de bepalingen inzake de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal uit naar de behandeling van de asielaanvragen op grond van de artikelen 57/6/1 tot en met 57/6/3 en artikel 57/10 van de wet.

Artikel 57/6/1 ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/01/2012 pub. 17/02/2012 numac 2012000081 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type wet prom. 19/01/2012 pub. 17/02/2012 numac 2012000102 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet tot wijziging van de wetgeving met betrekking tot de opvang van asielzoekers sluiten tot wijziging van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen bepaalt de bevoegdheid van het Commissariaat-generaal tot het niet in overweging nemen van een asielaanvraag ingediend door een asielzoeker die onderdaan is van een veilig land van herkomst of door een staatloze die voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats had, wanneer uit zijn verklaringen niet duidelijk blijkt dat er wat hem betreft een gegronde vrees voor vervolging bestaat in de zin van het internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, zoals bepaald in artikel 48/3 van de wet of dat er zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat hij een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade, zoals bepaald in artikel 48/4 van de wet.

Artikel 57/6/2 ingevoegd bij de wet van 8 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2013 pub. 22/08/2013 numac 2013000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere cat sluiten tot wijziging van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen en van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn breidt de bevoegdheid van het Commissariaat-generaal uit naar het al dan niet in overweging nemen van een meervoudige of hernieuwde asielaanvraag.

Artikel 57/6/3 ingevoegd in dezelfde wet tenslotte breidt de bevoegdheid van de Commissaris-generaal uit naar het niet in overweging nemen van een asielaanvraag van een asielzoeker die reeds in een andere lidstaat van de Europese Unie de vluchtelingenstatus bekomen heeft, indien blijkt dat de persoon in kwestie geen elementen aanbrengt die aantonen dat hij in dit land een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt in de zin van de artikelen 48/3 en 48/4 van onderhavige wet en indien hij opnieuw tot het grondgebied van dit land wordt toegelaten.

Zowel artikel 52, § 2, 4° ; § 3, 3° en § 4, 3°, van de wet als artikel 57/10 van de wet voorzien in de mogelijkheid voor de Commissaris-generaal om een zogenaamde « technische weigering » te nemen bij afwezigheid van de asielzoeker op het geplande gehoor.

Artikel 5 van het besluit bepaalt reeds uitdrukkelijk dat de bepalingen inzake de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal van toepassing zijn in het kader van de behandeling van de asielaanvragen op basis van artikel 52.

Het is duidelijk dat deze bepalingen tevens van toepassing zijn in het kader van de behandeling van de asielaanvragen op basis van artikel 57/10 van de wet. Zo wordt niet alleen in het verslag aan de Koning bij artikel 18 van het basisbesluit van 11 juli 2003, maar ook in het verslag aan de Koning bij de artikelen 9, 10, 11 en 16 van het koninklijk besluit van 18 augustus 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/08/2010 pub. 03/09/2010 numac 2010000489 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten (Belgisch Staatsblad van 3 september 2010) uitdrukkelijk verwezen naar artikel 57/10 van de wet.

Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd, opdat duidelijk is dat de bepalingen inzake de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal ook van toepassing zijn in het kader van de behandeling van de asielaanvragen op basis van artikel 57/10 van de wet.

Artikel 2 Artikel 2 voorziet in een aanpassing van de regel dat de asielzoeker tijdens het geheel van de procedure voor het Commissariaat-generaal minstens eenmaal opgeroepen wordt voor gehoor.

Overeenkomstig artikel 57/6/2 van de wet kan de Commissaris-generaal beslissen om een hernieuwde of meervoudige asielaanvraag al dan niet in overweging te nemen. Artikel 32.3 van Richtlijn 2005/85/EG voorziet in de mogelijkheid van een voorafgaand onderzoek met betrekking tot de vraag of er nieuwe elementen aanwezig zijn die relevant zijn met betrekking tot de definitieve uitkomst van een voorgaande asielaanvraag. Het betreft in essentie de vraag of er alsnog pertinente of manifeste redenen zijn die, gelet op de in het kader van de behandeling van de eerdere aanvraag gedane vaststellingen, een internationale beschermingsstatus wettigen. In dit verband bepalen zowel artikel 12 lid 2, c als artikel 34 lid 2, c van Richtlijn 2005/85/EG dat de bevoegde instantie kan afzien van een persoonlijk gehoor. Het is dan ook mogelijk dat het Commissariaat-generaal op grond van de elementen die aan de Minister of diens gemachtigde dienen te worden meegedeeld, zoals bepaald in artikel 51/8, tweede lid van de wet een beslissing neemt zonder de asielzoeker persoonlijk te horen.

Daar de beslissing om de asielzoeker, die een meervoudige of hernieuwde asielaanvraag indient, al dan niet persoonlijk te horen tot de soevereine appreciatiebevoegdheid van de Commissaris-generaal behoort, wordt een uitzondering geformuleerd op artikel 6, § 1 van hetzelfde besluit. De Commissaris-generaal kan oordelen dat hij, na het gehoor bij de Dienst Vreemdelingenzaken, geen persoonlijk onderhoud met de asielzoeker noodzakelijk acht. De Commissaris-generaal kan afzien van een persoonlijk gehoor wanneer hij op grond van een individueel en inhoudelijk onderzoek van de nieuwe elementen die aan de Minister of zijn gemachtigde werden meegedeeld zoals bepaald in artikel 51/8, tweede lid en artikel 51/10 van de wet, van oordeel is dat hij een beslissing tot al dan niet in overwegingname van de asielaanvraag kan nemen.

Wanneer de Commissaris-generaal tot de vaststelling komt dat er nieuwe elementen zijn die de kans aanzienlijk vergroten dat de asielzoeker voor internationale bescherming - hetzij de vluchtelingenstatus, hetzij de subsidiaire beschermingsstatus- in aanmerking komt, dient de aanvraag in overweging genomen te worden en verder onderzocht te worden. Alvorens dan een zogenaamde beslissing « ten gronde » (een beslissing tot erkenning van de status van vluchteling of tot toekenning van de subsidiaire bescherming of tot weigering ervan op basis van artikel 57/6 van de wet) te kunnen nemen dient de asielzoeker minstens eenmaal opgeroepen te worden voor een gehoor.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de Commissaris-generaal op grond van artikel 12, lid 2, a van de Richtlijn 2005/85/EG kan afzien van een persoonlijk onderhoud indien hij een positieve beslissing (een beslissing tot erkenning van de vluchtelingenstatus of tot toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus) kan nemen op basis van het beschikbare bewijs.

Artikel 3 Artikel 3 voorziet in een aanpassing van artikel 7 van hetzelfde besluit. Dit artikel herhaalt en vervolledigt de verschillende wijzen waarop tot gehoor kan opgeroepen worden conform artikel 51/2 van de wet. Daarnaast bepaalt artikel 7, § 4 van hetzelfde besluit dat er minstens acht werkdagen moeten zijn tussen het verzenden van de oproeping en de datum waarop het gehoor zal plaatsvinden. Deze termijn is voorzien om de asielzoeker toe te laten zich voor te bereiden op het gehoor en desnoods de nodige regelingen te treffen om zich naar Brussel te begeven. Het koninklijk besluit wordt gewijzigd opdat een kortere termijn mogelijk is voor de asielaanvragen waarvan de wetgever verwacht dat de Commissaris-generaal deze verzoeken bij voorrang en/of binnen een kortere termijn behandelt, dit naar analogie met hetgeen reeds geldt voor de onderdanen van de Europese Unie (of van een Staat die partij is bij een Toetredingsverdrag tot de Europese Unie dat nog niet in werking is getreden) en de asielzoekers die worden vastgehouden overeenkomstig artikel 74/5 en 74/6 van de wet.

Van vreemdelingen die afkomstig zijn uit een veilig land van herkomst in de zin van artikel 57/6/1 van de wet wordt vermoed dat zij geen nood hebben aan internationale bescherming gezien zij afkomstig zijn uit een land dat veilig wordt geacht, omdat er in dit land in het algemeen en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 48/3 of 48/4 van de wet. Gezien dit (weerlegbaar) vermoeden dat het land van herkomst veilig is en dat er bijgevolg geen nood is aan internationale bescherming is het de wil van de wetgever dat voor deze categorie van asielaanvragen een versnelde, specifieke procedure wordt uitgewerkt waarbij de Commissaris-generaal sneller tot een uiteindelijke beslissing kan komen, en zo een gunstig effect te hebben op de behandelingstermijn van asielaanvragen uit deze landen. Artikel 57/6/1, laatste lid van de wet bepaalt daarom dat de beslissingen tot niet inoverwegingname ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit een veilig land van herkomst binnen een termijn van vijftien werkdagen dienen genomen te worden.

Daar deze asielaanvragen bij voorrang en binnen zeer korte tijd moeten behandeld worden, dient het gehoor minstens achtenveertig uur na de kennisgeving van de oproeping te kunnen plaatsvinden.

Wanneer een asielzoeker een meervoudige of hernieuwde asielaanvraag indient, verwacht de wetgever dat de Commissaris-generaal zijn beslissing binnen een zeer korte tijd neemt. Artikel 57/6/2, tweede lid van de wet bepaalt immers dat de beslissing van de Commissaris-generaal dient genomen te worden binnen een termijn van acht werkdagen na de overmaking van het asielverzoek door de Minister of diens gemachtigde. De Memorie van Toelichting bij dit artikel verduidelijkt dat van de Commissaris-generaal verwacht wordt dat hij binnen korte tijd een beslissing neemt, en dat zowel voor een beslissing waarmee de asielaanvraag niet in overweging wordt genomen, als voor een zogenaamde beslissing « ten gronde » (een beslissing tot erkenning van de status van vluchteling of tot toekenning van de subsidiaire bescherming of tot weigering ervan) of een (tussen)beslissing waarmee de asielaanvraag in overweging genomen wordt indien de beslissing ten gronde niet binnen korte tijd kan genomen worden.

In zoverre de Commissaris-generaal niet afziet van een persoonlijk gehoor, of indien de Commissaris-generaal een beslissing ten gronde wenst te nemen, is het, gelet op de korte behandelings- en beslissingstermijn die de wetgever voorziet voor meervoudige of hernieuwde asielaanvragen, aangewezen dat het gehoor minstens achtenveertig uur na de kennisgeving van de oproeping kan plaatsvinden.

Ook wat betreft de asielaanvragen van asielzoekers die reeds in een andere EU-lidstaat de vluchtelingenstatus bekomen hebben, kan worden vermoed dat zij geen nood hebben aan internationale bescherming in België precies omdat hen reeds in een andere EU-lidstaat de vluchtelingenstatus werd toegekend. Gezien het (weerlegbare) vermoeden dat de asielzoeker reeds reële bescherming geniet en er bijgevolg geen nood is aan bescherming verleend door de Belgische asielinstanties, wil de wetgever dat er voor onderhavige categorie van asielaanvragen een voorrangsprocedure wordt uitgewerkt waarbij de Commissaris-generaal sneller tot een finale beslissing kan komen.

Artikel 57/6/3 van de wet bepaalt dat de beslissing moet getroffen worden binnen een termijn van vijftien werkdagen. Daar deze asielaanvragen bij voorrang en binnen zeer korte tijd moeten behandeld worden, is het aangewezen dat het gehoor kan plaatsvinden minstens achtenveertig uur na de kennisgeving van de oproeping.

Artikel 52/2, § 1 van de wet bepaalt dat de Commissaris-generaal bij voorrang en binnen een termijn van twee maanden nadat de Minister of diens gemachtigde ter kennis heeft gebracht dat België verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, beslist of de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus al dan niet moet erkend of toegekend worden aan de vreemdeling, indien die zich bevindt in een in artikel 74/6, § 1bis, 8° tot 15°, bedoeld geval. Voor asielzoekers die worden vastgehouden overeenkomstig de artikelen 74/5 en 74/6 van de wet voorziet artikel 7 van onderhavig besluit reeds in een korte oproepingstermijn van minstens achtenveertig uur.

Artikel 52/2, § 2 van de wet stipuleert dat de Commissaris-generaal bij voorrang en binnen een termijn van vijftien werkdagen nadat de Minister of diens gemachtigde ter kennis heeft gebracht dat België verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek beslist of de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus al dan niet moet erkend of toegekend worden aan de vreemdeling indien : 1° de vreemdeling zich bevindt in een welbepaalde plaats zoals bedoeld in artikel 74/8, § 1 of het voorwerp uitmaakt van een veiligheidsmaatregel zoals bedoeld in artikel 68; 2° de vreemdeling zich bevindt in een strafrechtelijke instelling; 3° de Minister of zijn gemachtigde de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen verzoekt om de aanvraag van de betrokken vreemdeling bij voorrang te behandelen; 4° er aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

Daar voor deze categorieën van vreemdelingen een procedure voorzien is waarbij hun asielaanvragen bij voorrang en binnen een korte termijn dienen beoordeeld te worden, dient naar analogie met hetgeen reeds geldt voor de onderdanen van de Europese Unie en de asielzoekers die worden vastgehouden overeenkomstig artikel 74/5 en 74/6 van de wet, het gehoor te kunnen plaatsvinden minstens achtenveertig uur na de kennisgeving van de oproeping.

Voor de vreemdeling die onder artikel 52/2, § 2, 1°, van de wet valt, wordt er op gewezen dat artikel 74/8, § 1 van de wet uitdrukkelijk verwijst naar de artikelen 74/5 en 74/6 van dezelfde wet. Voor de asielzoekers die worden vastgehouden overeenkomstig de artikelen 74/5 en 74/6 van de wet geldt reeds een korte oproepingstermijn van minstens achtenveertig uur, dit conform artikel 7, §§ 3 en 4 van hetzelfde besluit. Bijgevolg dient artikel 7 van hetzelfde besluit slechts in die zin te worden aangepast dat ook voor de overige situaties waarin de wetgever in een prioritaire behandeling voorziet overeenkomstig artikel 52/2 van de wet een korte oproepingstermijn kan gelden. Het betreft aldus nog de gevallen voorzien in artikel 52/2, § 2, 2° tot en met 4° van de wet. De uitzonderingsclausule vervat in artikel 7 van hetzelfde besluit wordt dan ook op zodanige wijze aangepast dat dit voortaan een korte oproepingstermijn voorziet voor alle vreemdelingen die onder artikel 52/2 van de wet vallen.

Artikel 4 Artikel 4 voegt aan artikel 7 van hetzelfde besluit een nieuwe paragraaf toe. In het geval de vreemdeling zich bevindt in een welbepaalde plaats zoals bedoeld in de artikelen 74/8, § 1 en 74/9, §§ 2 en 3 van de wet of het voorwerp uitmaakt van een veiligheidsmaatregel zoals bedoeld in artikel 68 van de wet, moet de beslissing tot al dan niet in overwegingname van de hernieuwde of meervoudige asielaanvraag in de zin van artikel 57/6/2 van de wet getroffen worden binnen de twee werkdagen na overmaking van het asielverzoek door de Minister of diens gemachtigde. Het is daarom redelijk verantwoord dat voornoemde voorrangsprocedure bijkomend versneld wordt en dat het gehoor in plaats van minstens achtenveertig uur minstens vierentwintig uur na de kennisgeving van de oproeping kan plaatsvinden.

Artikel 5 Artikel 5 voorziet in een aanpassing van artikel 19 van hetzelfde besluit. Dit artikel regelt de bijstand van de asielzoeker tijdens de behandeling van de aanvraag op het Commissariaat-generaal. Deze bijstand wordt in de meeste gevallen verleend door de advocaat, en in uitzonderlijke gevallen door de vertrouwenspersoon, die de asielzoeker meebrengt. Artikel 19, § 1 bepaalt dat de advocaat of de vertrouwenspersoon het gehoor kan bijwonen. Paragraaf 2 bepaalt dat de advocaat de mogelijkheid heeft op het einde van het gehoor mondelinge opmerkingen te geven. Er wordt hierbij verduidelijkt dat de advocaat of de vertrouwenspersoon tijdens het gehoor niet mag tussenkomen, daar dit de sereniteit van het gehoor kan verstoren. Het is voor een goed verloop van het gehoor immers niet aangewezen dat de advocaat of de vertrouwenspersoon tijdens het gehoor vragen stelt of opmerkingen formuleert en hierdoor de asielzoeker stoort bij het afleggen van zijn verklaringen. Bovendien is de procedure voor de Commissaris-generaal geen jurisdictionele procedure, maar een administratieve procedure. De rechten van verdediging zijn er niet onverkort van toepassing en er bestaat geen verplichting tot het houden van een tegensprekelijk debat. Daarenboven moet de ambtenaar krachtens artikel 12 van hetzelfde besluit het gehoor leiden en waken over het goede verloop ervan.

Artikel 6 Artikel 6 voorziet in een aanpassing van artikel 22 van hetzelfde besluit. Dit artikel stipuleert dat de asielzoeker zo spoedig mogelijk alle originele stukken, die hij nuttig acht ter ondersteuning van zijn asielrelaas, dient mee te delen aan de Commissaris-generaal.

Overeenkomstig artikel 8.4 van de Richtlijn 2005/85/EG kunnen de lidstaten voorschriften bepalen voor de vertaling van de stukken die relevant zijn voor de behandeling van asielverzoeken. De Belgische wetgeving bevat heden geen enkele bepaling die aan de asielzoeker uitdrukkelijk de verplichting oplegt om de stukken die hij ter staving van zijn asielaanvraag indient bij het Commissariaat-generaal te voorzien van een vertaling. Evenmin bestaat er een wettelijke bepaling die Commissaris-generaal verplicht om anderstalige stukken die door de asielzoeker worden ingediend, in de taal van de procedure om te zetten.

Overeenkomstig artikel 27 van het koninklijk besluit dient de Commissaris-generaal weliswaar de relevante elementen van het verzoek in samenwerking met de verzoeker te beoordelen, maar hieruit kan niet afgeleid worden dat de Commissariaat-generaal verplicht is de asielzoeker bij te staan in zijn inspanningen om internationale bescherming te bekomen en de lacunes in de bewijsvoering van de vreemdeling zelf op te vullen, door bv. anderstalige geschreven stukken die door de asielzoeker worden ingediend, in de taal van de procedure om te zetten. De onderzoeksplicht in hoofde van de Commissaris-generaal staat in een evenredige verhouding met de medewerkingsplicht die in het kader van de bewijsvoering op de asielzoeker rust, en de bewijslast inzake de gegrondheid van een asielaanvraag rust in beginsel op de asielzoeker zelf. Het is aan de asielzoeker om de verschillende elementen van zijn relaas toe te lichten en alle nodige elementen voor de beoordeling van de asielaanvraag aan te reiken. Van elke asielzoeker mag dan ook in beginsel verwacht worden dat hij de door neergelegde stukken, opgesteld in een vreemde taal, laat vertalen (RvS nr. 170 802 van 4 mei 2007).

In de praktijk worden de stukken die door de asielzoeker worden voorgelegd door de diensten van het Commissariaat-generaal vertaald.

Nochtans is er geen enkele rechtsregel die de Commissaris-generaal verplicht om de asielzoeker bij te staan in zijn inspanningen om het statuut van vluchteling te bekomen en de lacunes in de bewijsvoering van de vreemdeling zelf op te vullen (RvS, nr. 164.792 van 16 november 2006). De Commissaris-generaal is dan ook niet verplicht om anderstalige geschreven stukken die door de asielzoeker worden ingediend, in de taal van de procedure om te zetten. Niettemin heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het verleden reeds beslissingen van het Commissariaat-generaal vernietigd, omdat de door de asielzoeker neergelegde stukken niet (integraal) werden vertaald.

De vertaling van alle door de asielzoeker neerlegde stukken heeft echter een niet te onderschatten invloed op de behandelingstermijn van een asielverzoek, terwijl het de wil van de wetgever is om door middel van een vlotte, kwaliteitsvolle procedure de asielzoeker snel duidelijkheid te geven over zijn asielaanvraag. De wetgever legt daarom aan de Commissaris-generaal de verplichting op om bepaalde verzoeken om internationale bescherming bij voorrang en/of binnen korte termijn te behandelen. Bovendien vereist het zorgvuldigheidsbeginsel slechts dat de Commissaris-generaal zijn beslissing neemt met inachtneming van alle relevante feitelijke gegevens van de zaak. Artikel 22 van het KB wordt daarom aangepast, zodat het principe dat de asielzoeker dient te voorzien in een vertaling van de door hem neergelegde stukken bevestigd wordt. Voorts wordt benadrukt wordt dat de Commissaris-generaal niet verplicht is om elk door de asielzoeker neergelegd stuk volledig te vertalen, maar dat hij zich kan beperken tot een vertaling (tijdens het gehoor in aanwezigheid van de tolk of nadien) van de relevante elementen die hij noodzakelijk acht om met kennis van zaken een beslissing te nemen.

Artikel 7 Artikel 7 wijzigt artikel 23, § 1 van hetzelfde besluit. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat het Commissariaat-generaal de stukken die de asielzoeker ter staving van zijn asielaanvraag voorlegt, tijdelijk kan inhouden. De originelen van de ingehouden bewijsstukken worden na onderzoek van de asielaanvraag door het Commissariaat-generaal op eenvoudig verzoek teruggegeven aan de asielzoeker. Ook de advocaat kan de door hem of door de asielzoeker neergelegde stukken met betrekking tot de asielaanvraag ophalen. Dit is evenwel slechts mogelijk indien de raadsman de schriftelijke toelating van zijn cliënt kan voorleggen.

Het vermoeden vervat in artikel 440, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, meer bepaald dat de advocaat verschijnt als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, geldt in casu niet. Dit wettelijk weerlegbaar vermoeden geldt immers enkel wanneer de advocaat voor een rechtscollege verschijnt als de procesvertegenwoordiger van zijn cliënt. Wanneer de raadsman in naam van zijn cliënt de teruggave van de door de vreemdeling neergelegde stavingstukken vraagt, treedt de advocaat op als lasthebber conform het gemeen recht. Hij dient dan ook aan de hand van een duidelijke en bijzondere akte het bewijs te leveren dat hij door zijn cliënt uitdrukkelijk gemachtigd werd om de originele stukken die de vreemdeling heeft neergelegd, in ontvangst te nemen.

Artikel 8 Artikel 8 bepaalt dat de Minister bevoegd voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Dit is het onderwerp van dit ontwerp van koninklijk besluit.

Brussel, 17 augustus 2013.

We hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, Voor de Minister van Justitie, J. VANDE LANOTTE De Staatssecretaris voorAsiel en Migratie, Mevr. M. DE BLOCK

17 AUGUSTUS 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, artikel 57/24, lid 1 ingevoegd door de wet van 14 juli 1987, gewijzigd bij de wet van 15 december 2006;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 augustus 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/08/2010 pub. 03/09/2010 numac 2010000489 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 mei 2013.

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 21 juni 2013.

Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 24 juli 2013 met toepassing van artikel 84, eerste lid 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 5 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten tot regeling van de werking en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 augustus 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/08/2010 pub. 03/09/2010 numac 2010000489 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten, worden de woorden « artikel 57/6/1, artikel 57/6/2, artikel 57/6/3 en artikel 57/10 » gevoegd tussen de woorden « artikel 57/6, eerste lid, 1°, 2°, 3° en 5° » en « van de wet »;

Art. 2.In artikel 6 van hetzelfde besluit, wordt paragraaf 2, opgeheven bij artikel 6 van het koninklijk besluit van 18 augustus 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/08/2010 pub. 03/09/2010 numac 2010000489 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten, hersteld als volgt : « § 2. In afwijking van § 1 kan de Commissaris-generaal in het kader van de behandeling van asielaanvragen op basis van artikel 57/6/2 van de wet afzien van een persoonlijk onderhoud met de asielzoeker wanneer hij van oordeel is dat hij een beslissing kan nemen op basis van een volledige bestudering van de door de asielzoeker aan de Minister of diens gemachtigde verstrekte elementen, zoals bepaald in artikel 51/8 van de wet. »

Art. 3.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de paragrafen 3 en 4, ingevoegd bij koninklijk besluit van 18 augustus 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/08/2010 pub. 03/09/2010 numac 2010000489 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen sluiten, vervangen als volgt : « § 3. Indien de asielzoeker wordt opgeroepen op zijn gekozen woonplaats bij een ter post aangetekende zending of per drager tegen ontvangstbewijs, moet het gehoor minstens acht werkdagen na de datum van verzending van de oproeping voor gehoor plaatsvinden. Voor de onderdaan van de Europese Unie, of van een Staat die partij is bij een Toetredingsverdrag tot de Europese Unie dat nog niet in werking is getreden, voor de asielzoeker die afkomstig is uit een veilig land van herkomst zoals vastgesteld in het koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 57/6/1, vierde lid van de wet, voor de asielzoeker die een volgende asielaanvraag overeenkomstig artikel 51/8 van de wet heeft ingediend, voor de asielzoeker die reeds in een andere lidstaat van de Europese Unie de vluchtelingenstatus bekomen heeft, en voor de asielzoeker van wie de asielaanvraag overeenkomstig artikel 52/2 van de wet dient behandeld te worden, kan het gehoor minstens achtenveertig uur na de kennisgeving van de oproeping plaatsvinden. » « § 4. Indien de asielzoeker wordt opgeroepen door een kennisgeving aan de persoon zelf, kan het gehoor niet vroeger dan acht dagen volgend op de kennisgeving plaatsvinden. Voor de onderdaan van de Europese Unie of van een Staat die partij is bij een Toetredingsverdrag tot de Europese Unie dat nog niet in werking is getreden, voor de asielzoeker die afkomstig is uit een veilig land van herkomst zoals voorzien in het koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 57/6/1, vierde lid van de wet, voor de asielzoeker die een volgende asielaanvraag overeenkomstig artikel 51/8 van de wet heeft ingediend, voor de asielzoeker die reeds in een andere lidstaat van de Europese Unie de vluchtelingenstatus bekomen heeft, en voor de asielzoeker van wie de asielaanvraag overeenkomstig artikel 52/2 van de wet dient behandeld te worden, kan het gehoor minstens achtenveertig uur na de kennisgeving van de oproeping plaatsvinden. »

Art. 4.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende : « § 5. In afwijking van § 3 en § 4 kan, in het geval de vreemdeling zich bevindt in een welbepaalde plaats zoals bedoeld in de artikelen 74/8, § 1 en 74/9, § § 2 en 3 van de wet of het voorwerp uitmaakt van een veiligheidsmaatregel zoals bedoeld in artikel 68 van de wet, het gehoor minstens vierentwintig uur na de kennisgeving van de oproeping plaatsvinden wanneer het asielverzoek een volgende asielaanvraag in de zin van artikel 51/8 van de wet betreft. »

Art. 5.In artikel 19 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : « § 2. De advocaat of de vertrouwenspersoon komt niet tussen tijdens het gehoor, maar heeft de mogelijkheid mondelinge opmerkingen te formuleren op het einde van het gehoor. »

Art. 6.Aan artikel 22 van hetzelfde besluit wordt een nieuw lid toegevoegd, luidend : « De asielzoeker dient de door hem neergelegde stukken, opgesteld in een vreemde taal, te laten vertalen of zelf toe te lichten tijdens het gehoor via de aanwezige tolk. Bij gebreke aan een dergelijke vertaling is de Commissaris-generaal niet verplicht om elk stuk integraal te vertalen. Het volstaat dat de Commissaris-generaal de relevante elementen van de voorgelegde stukken nagaat om met kennis van zaken een beslissing te nemen. »

Art. 7.In artikel 23, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zin « De originelen van de ingehouden bewijsstukken worden na het onderzoek van de asielaanvraag door het Commissariaat-generaal teruggegeven aan de asielzoeker » aangevuld met de woorden « of aan de advocaat, mits voorlegging van een schriftelijke machtiging van de asielzoeker ».

Art. 8.De Minister bevoegd voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 augustus 2013.

FILIP Van Koningswege : Voor de Minister van Justitie, J. VANDE LANOTTE De Staatssecretaris voorAsiel en Migratie, Mevr. M. DE BLOCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^