Koninklijk Besluit van 17 augustus 2013
gepubliceerd op 26 augustus 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2013204472
pub.
26/08/2013
prom.
17/08/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

17 AUGUSTUS 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, artikel 4, eerste lid, gewijzigd bij de wetten van 17 juni 2009 en 22 juni 2012;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 juli 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 4 juli 2013;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening gegeven op 11 juli 2013;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, opgelegd door de noodzaak om zo snel mogelijk het geheel van budgettaire maatregelen uit te voeren die door de regering zijn genomen in de maand juni 2013 teneinde snel het overheidstekort te kunnen terugdringen en aldus de genomen verbintenissen, aangegaan door België ten aanzien van de Europese Unie, te respecteren en gemotiveerd door de omstandigheid dat er beslist is dat de prijs van een dienstencheque wordt verhoogd met 0,50 € met ingang van 1 januari 2014, dat om de voorziene besparing te realiseren in 2014 deze maatregel effectief in werking moet treden op 1 januari 2014; dat uit voorgaande prijsstijgingen blijkt dat veel gebruikers vlak voor een prijsstijging nog veel dienstencheques aankopen en dit verschijnsel een groot deel van de voorziene besparing teniet doet en er derhalve een overgangsmaatregel moet voorzien worden die de geldigheidsduur van de dienstencheques, aangekocht of omgeruild vanaf 1 september 2013 tot en met 31 december 2013, beperkt tot en met 30 april 2014 teneinde de voorziene besparing te creëren; dat de uitgiftemaatschappij tijdig de nodige aanpassingen aan de informaticatoepassingen moet kunnen doorvoeren, dat zij pas kan starten met deze noodzakelijke aanpassingen eens ze de rechtszekerheid heeft dat deze maatregel effectief zal doorgevoerd worden; en door het feit dat omwille van voornoemde redenen een adviesaanvraag binnen de 30 dagen te weinig tijd laat om deze beslissing te kunnen realiseren;

Gelet op het advies nr. 53.741/1 van de Raad van State, gegeven op 19 juli 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 maart 2004, 17 januari 2006, 28 april 2008, 28 september 2008, 12 juli 2009, 21 december 2009, 21 december 2010, 28 december 2011 en 20 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "8,50 EUR" worden telkens vervangen door de woorden "9 EUR";2° de woorden "9,50 EUR" worden telkens vervangen door de woorden "10 EUR".

Art. 2.In artikel 8, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "13,54 EUR" worden vervangen door de woorden "13,04 EUR";2° de woorden "8,50 EUR" worden vervangen door de woorden "9 EUR";3° de woorden "12,54 EUR" worden vervangen door de woorden "12,04 EUR";4° de woorden "9,50 EUR" worden vervangen door de woorden "10 EUR".

Art. 3.Artikel 11ter van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2012, wordt vervangen als volgt : "In afwijking van artikel 8 is het bedrag van de tegemoetkoming gelijk aan 13,54 EUR voor elke geldige bestelling van een dienstencheque die vóór 1 januari 2014 is betaald door de gebruiker en waarvan de aanschafprijs 8,50 EUR bedraagt. De datum van betaling is de datum waarop de rekening van het uitgiftebedrijf gecrediteerd werd.

In afwijking van artikel 8 is het bedrag van de tegemoetkoming gelijk aan 12,54 EUR voor elke geldige bestelling van een dienstencheque die vóór 1 januari 2014 is betaald door de gebruiker en waarvan de aanschafprijs 9,50 EUR bedraagt. De datum van betaling is de datum waarop de rekening van het uitgiftebedrijf gecrediteerd werd.

In afwijking van artikel 3, § 2, eerste lid, heeft de dienstencheque die aangekocht wordt vanaf 1 september 2013 tot en met 31 december 2013 een geldigheidsduur tot en met 30 april 2014.

In afwijking van artikel 7, eerste lid, maakt de erkende onderneming de dienstencheques bedoeld in het vorige lid over aan het uitgiftebedrijf vóór 1 juni 2014.

In afwijking van artikel 3, § 3, tweede lid, eerste zin, kunnen de dienstencheques die omgeruild worden vóór 1 januari 2014, omgeruild worden tegen nieuwe cheques met een nieuwe geldigheidsduur tot en met 30 april 2014 voor de gebruiker en met een nieuwe geldigheidsduur tot en met 31 mei 2014 voor de erkende onderneming.

Voor dienstencheques aangekocht vóór 1 januari 2014, die in toepassing van artikel 3, § 3, tweede lid, omgeruild worden na 31 december 2013, zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,50 EUR per dienstencheque eisen.

Voor dienstencheques aangekocht vóór 1 januari 2014, die in toepassing van artikel 3, § 3, derde lid, vervangen worden na 31 december 2013, zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,50 EUR per dienstencheque eisen.".

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014 met uitzondering van artikel 11ter, derde, vierde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals vervangen bij dit besluit dat in werking treedt op 1 september 2013.

Art. 5.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 augustus 2013.

FILIP Van Koningswege : Voor de Minister van Werk, afwezig, De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee J. VANDE LANOTTE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^