Koninklijk Besluit van 17 augustus 2018
gepubliceerd op 05 september 2018

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2018, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2018203350
pub.
05/09/2018
prom.
17/08/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018203350

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


17 AUGUSTUS 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2018, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2018, gesloten in het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 augustus 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de voedingsnijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 januari 2018 Permanente vorming (Overeenkomst geregistreerd op 5 maart 2018 onder het nummer 144994/CO/118) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de voedingsnijverheid, met uitzondering van de sector van de bakkerijen, de banketbakkerijen die "verse" producten vervaardigen voor onmiddellijke consumptie met zeer beperkte houdbaarheid en verbruikszalen bij een banketbakkerij. § 2. Met "arbeiders" worden de mannelijke en de vrouwelijke arbeiders bedoeld. HOOFDSTUK II. - Permanente vorming

Art. 2.§ 1. De werkgever is eraan gehouden een volume professionele vorming te organiseren voor de arbeiders, overeenstemmend op jaarbasis met 1,30 pct. van het totaal volume van de gepresteerde arbeidstijd van alle arbeiders van de onderneming. § 2. Bij toepassing van artikel 30, § 7 van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact (Belgisch Staatsblad van 30 december 2005) en het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact (Belgisch Staatblad van 5 december 2007), komen de partijen overeen om de vormingsinspanningen in 2017 te behouden op dit niveau. § 3. Vanaf 1 januari 2018 zal de verplichting om 1,30 pct. van de gepresteerde arbeidstijd van alle arbeiders in de onderneming te besteden aan vorming omgezet worden naar gemiddeld 3 dagen vorming per voltijds equivalent per jaar.

Deze 3 dagen zullen geleidelijk verhoogd worden om gemiddeld 5 dagen opleiding te bereiken per voltijds equivalent. § 4. Vanaf 1 januari 2018 beschikt iedere werknemer over een individueel opleidingskrediet van gemiddeld 2 dagen per voltijds equivalent per jaar.

Paritaire commentaar : Het aantal dagen waarvan sprake in voorafgaand artikel betreft een gemiddelde over twee kalenderjaren vanaf 1 januari 2018 (2018-2019, 2020-2021,...). Dit houdt evenwel geen voorafname in van een eventuele verhoging in de komende sectorale onderhandelingen.

Art. 3.§ 1. In de ondernemingen met 20 werknemers en meer zal een opleidingsplan opgesteld worden om de doelstelling uit artikel 2 te bereiken. § 2. Ondernemingen kunnen voor het opmaken van hun opleidingsplan een beroep doen op de ondersteuning van het IPV. § 3. Het opleidingsplan zal met de ondernemingsraad en bij ontstentenis, de vakbondsafvaardiging overlegd worden. De werkgever dient de informatie over de toepassing van deze maatregel te organiseren zoals artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nummer 9 en de reglementering betreffende de sociale balans het voorschrijven. § 4. In het opleidingsplan zal bijzondere aandacht uitgaan naar de risicogroepen en ruime participatie van alle werknemersgroepen. § 5. Om aanspraak te kunnen maken op de finan-ciële tussenkomst van IPV zal de onderneming met meer dan 20 werknemers over een opleidingsplan moeten beschikken opgesteld conform de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2013 inzake het sectoraal model van opleidingsplan (algemeen verbindend verklaard door het koninklijk besluit van 13 juli 2014, Belgisch Staatsblad van 7 januari 2015).

Paritaire commentaar : Tot 31 december 2017 zal de werkgever op het einde van elk jaar moeten kunnen bewijzen dat hij een aantal uren vorming georganiseerd heeft ten belope van 1,30 pct. van het totaal van gepresteerde arbeidsuren van alle arbeiders samen, en 3 dagen vanaf 1 januari 2018.

De maatregel bedoeld in artikel 2, § 3 en § 4 zal het voorwerp uitmaken van een evaluatie na een periode van 2 jaar.

De sociale partners raden aan deze berekeningen te laten overeenstemmen met deze van de sociale balans.

Het totaal volume arbeidstijd komt overeen met het aantal gepresteerde uren opgegeven in de sociale balans onder de rubriek 101. Het aantal opleidingsuren staat onder de rubrieken 5802/5812, 5822/5832 en 5842/5852.

Voor het begrip professionele vorming verwijzen we naar de definitie in de toelichtingsnota van de Nationale Bank met betrekking tot de opleidingsactiviteiten opgenomen in de sociale balans.

Onder deze opleidingsactiviteiten vallen zowel de formele en de minder formele en informele voortgezette beroepsopleiding als de initiële beroepsopleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever.

De tijd besteed aan professionele vorming dient beschouwd te worden als arbeidstijd vermits de arbeider ter beschikking van de werkgever staat. § 6. Elke arbeider beschikt over een initiatiefrecht om een onderhoud te vragen met de verantwoordelijke over zijn opleidingsmogelijkheden.

Tijdens dit onderhoud zal het opleidingsaanbod van IPV bekend gemaakt worden. § 7. De werknemersvertegenwoordigers/leden van de syndicale delegatie zullen het opleidingsaanbod van het IPV ontvangen en dit binnen de onderneming kunnen bekend maken. § 8. De sociale partners bevelen de ondernemingen aan om in de mate van het mogelijke vorming te laten doorgaan tijdens de normale arbeidstijd van de werknemers. HOOFDSTUK III. - Onthaal van werknemers

Art. 4.§ 1. Partijen herinneren aan het koninklijk besluit van 25 april 2007 betreffende het onthaal en de begeleiding van werknemers met betrekking tot de bescherming van het welzijn bij de uitvoering van hun werk (Belgisch Staatsblad van 10 mei 2007). § 2. Met de ondernemingsraad en bij ontstentenis, de vakbondsafvaardiging zal overlegd worden over de praktische toepassing van dit koninklijk besluit in de onderneming en met name over de faciliteiten en opleiding van de ervaren werknemers die worden aangeduid voor de begeleiding van de beginnende werknemer. Het IPV zal een kosteloze training aanbieden om deze ervaren werknemers op te leiden voor deze taak. HOOFDSTUK IV. - Inspanningen ten voordele van de risicogroepen

Art. 5.§ 1. Huidig hoofdstuk wordt gesloten enerzijds in toepassing van titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 28 december 2006) en anderzijds het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van dezelfde wet, laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 19 april 2014 (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013). § 2. Gedurende de jaren 2017-2018 zal de sector 0,15 pct. van de brutolonen besteden aan de vorming van werkenden en werkzoekenden uit de risicogroepen.

Art. 6.Worden als risicogroepen beschouwd : - De werklozen in het algemeen en werklozen jonger dan 30 jaar in het bijzonder; - De laaggeschoolde werknemers; - De werknemers ouder dan 50 jaar; - De werknemers bedreigd door een herstructurering, een collectief ontslag of een sluiting van onderneming; - De ontslagen werknemers; - De gehandicapten; - De allochtonen; - De industriële leerlingen; - De werknemers vermeld in artikel 7, voor zover niet gevat door de voorgaande punten.

Art. 7.Volgende inspanningen zullen worden gedaan tijdens de jaren 2017-2018 : § 1. Het aantal industriële leerlingen gespreid over twee jaar zal minstens 200 bedragen. § 2. Het aantal werkzoekenden en werkenden uit de risicogroepen dat een IPV-vorming geniet zal jaarlijks minstens 3 000 bedragen. § 3. De vorming van werkzoekenden onder de risicogroepen zal zodanig georganiseerd worden dat de kansen op tewerkstelling in de sector reëel zijn. § 4. Een jaarlijkse inspanning van minstens 0,05 pct. (van de 0,15 pct.) van de brutolonen zal gedaan worden voor personen in doelgroepen opgenomen in het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 8 april 2013). § 5. In toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 augustus 2015, wordt ten minste 0,05 pct. van de loonmassa besteed aan initiatieven ten voordele van personen die nog geen 26 jaar oud zijn en tot de risicogroepen behoren. § 6. De in § 5 bedoelde inspanningen worden geconcretiseerd door het sluiten van één of meerdere partnerschapsovereenkomsten tussen het IPV en de ondernemingen, de onderwijs- of vormingsinstellingen of de gewestelijke arbeidsbemiddelings- of opleidingdiensten. § 7. De in § 5 bedoelde inspanningen worden uitgevoerd door : - ingroeibanen zoals beschreven in artikel 3°/1 van het koninklijk besluit van 26 november 2013; - het stageaanbod in de onderneming; - de aanwerving in het kader van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk zoals bedoeld in artikel 7 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten; - het opleidingsaanbod in ondernemingen of in externe instellingen; - de vorming van opleiders; - de investering in het technologisch materiaal; - het gezamenlijk gebruik van opleidingsmateriaal; - de investering in laaggeschoolde jongeren jonger dan 26 jaar die gedurende hun eerste 12 maanden van tewerkstelling recht hebben op een budget van 2 500 EUR voor het volgen van opleidingen bij IPV. De modaliteiten zullen afgesproken worden binnen de raad van beheer van IPV. HOOFDSTUK V. - Berekening van de theoretische verplichting tot het aanwerven van jongeren met een startbaanovereenkomst voor de sector

Art. 8.Volgens de recentste statistische gegevens van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven stelden de ondernemingen van de sector met 50 of meer werknemers op 30 juni 2012 58 308 werknemers tewerk.

Op basis van deze gegevens is de sector verplicht om voor 1 749 personen een startbaanovereenkomst te sluiten. HOOFDSTUK VI. - Financiering IPV

Art. 9.De bijdrage van de werkgever is per arbeider vastgesteld op 0,30 pct. van de lonen.

Art. 10.IPV zal de bijdragen bedoeld in artikel 9 aanwenden voor de vorming van de werkenden, werkzoekenden en industriële leerlingen. HOOFDSTUK VII. - Geldigheidsduur

Art. 11.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2017 en geldt voor onbepaalde tijd. § 2. Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 oktober 2017 betreffende de permanente vorming, afgesloten in de schoot van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid (registratienummer 142893). § 3. De collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door één der partijen, met een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid en aan de erin vertegenwoordigde organisaties.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS


begin


Publicatie : 2018-09-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^