Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 17 februari 1998
gepubliceerd op 19 februari 1998

Koninklijk besluit betreffende het commissariaat-generaal, de raad van bestuur en de raad van overleg van de gerechtelijke politie bij de parketten

bron
ministerie van justitie
numac
1998009131
pub.
19/02/1998
prom.
17/02/1998
ELI
eli/besluit/1998/02/17/1998009131/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 FEBRUARI 1998. Koninklijk besluit betreffende het commissariaat-generaal, de raad van bestuur en de raad van overleg van de gerechtelijke politie bij de parketten


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 april 1919 tot instelling van rechterlijke officieren en agenten bij de parketten, inzonderheid op artikel 6;

Gelet op de wet van 4 maart 1997 tot instelling van het college van procureurs-generaal en tot instelling van het ambt van nationaal magistraat;

Gelet op het koninklijk besluit van 6 mei 1997 betreffende de specifieke taken van de leden van het college van procureurs-generaal;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 1997 houdende de administratieve rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de personeelsleden van de gerechtelijke politie bij de parketten;

Gelet op het advies van de raad van overleg van de gerechtelijke politie bij de parketten, gegeven op 17 december 1997;

Gelet op het protocol nr. 165 van 13 januari 1998 van Sectorcomité III Justitie;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 augustus 1997;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989 en 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het voor de goede werking van het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie bij de parketten en bijgevolg voor de goede werking van de gehele gerechtelijke politie dringend noodzakelijk is binnen het commissariaat-generaal duidelijke organisatiedelen en functies uit te tekenen;

Overwegende dat de regering op 6 december 1996 beslist heeft om op 1 januari 1998 de centrale dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie, voor een adequate vervulling van zijn opdrachten, over te hevelen van de algemene politiesteundienst naar de gerechtelijke politie bij de parketten;

Overwegende dat de regering op diezelfde datum beslist heeft om, ter versterking van het doeltreffend bestrijden van de corruptie, met ingang van 1 januari 1998 binnen de gerechtelijke politie een centrale dienst voor de bestrijding van de corruptie op te richten en deze in eerste instantie van personele middelen te voorzien door het overplaatsen van het gespecialiseerd personeel van het korps van enquêteurs vanuit het Hoog Comité van Toezicht;

Overwegende dat het voor de goede integratie van de voormelde centrale diensten in de gerechtelijke politie aangewezen is deze bij het commissariaat-generaal onder te brengen;

Overwegende dat het dringend noodzakelijk is de graden van het personeel van het commissariaat-generaal en van sommige leden van de raad van bestuur en van de raad van overleg van de gerechtelijke politie in overeenstemming te brengen met de bepalingen betreffende de nieuwe graden en de loopbaan van de gerechtelijke officieren en agenten van het koninklijk besluit van 19 december 1997 houdende de administratieve rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de personeelsleden van de gerechtelijke politie bij de parketten dat in werking is getreden op 1 januari 1998;

Overwegende dat het bijgevolg dringend noodzakelijk is de nieuwe organisatie van het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie bij de parketten op 1 januari 1998 vast te leggen;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I. - Het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie bij de parketten HOOFDSTUK I. - Organisatie van het commissariaat-generaal

Artikel 1.§ 1. Het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie bij de parketten, hierna "het commissariaat-generaal" genoemd, is het centraal orgaan van de gerechtelijke politie bij de parketten en omvat : 1° de afdeling "administratieve en logistieke ondersteuning";2° de afdeling "technische ondersteuning";3° de afdeling "operationele ondersteuning en opsporing"; § 2. De afdeling "administratieve en logistieke ondersteuning" omvat alle niet-operationele administratieve en logistieke diensten. § 3. De afdeling "technische ondersteuning" omvat alle niet operationele technische diensten, met inbegrip van een informaticadienst en de dienst telecommunicatie. § 4. De afdeling "operationele ondersteuning en opsporing" omvat : 1° de bijzondere brigade belast met de repressie van de zware criminaliteit met inbegrip van een sectie voor operationele en bijzondere interventies en een sectie voor de toepassing van bijzondere opsporingstechnieken;2° de centrale dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie;3° de centrale dienst voor de bestrijding van de corruptie;4° de centrale operationele documentatie ten behoeve van de arrondissementsbrigades, de bijzondere brigade en de centrale diensten.

Art. 2.De commissaris-generaal van de gerechtelijke politie, hierna "de commissaris-generaal" genoemd, zorgt voor de algemene leiding over het commissariaat-generaal.

De commissaris-generaal wordt bijgestaan door drie afdelingshoofden bekleed met de graad van adjunct-commissaris-generaal van de gerechtelijke politie. Zij worden hierna "adjunct-commissaris-generaal" genoemd.

Onverminderd de bevoegdheden van de procureurs-generaal staat het commissariaat-generaal onder het gezag van de minister van Justitie door tussenkomst van de commissaris-generaal.

Het college van procureurs-generaal kan een magistraat van het openbaar ministerie aanwijzen die belast wordt met de uitoefening van het gezag van de procureurs-generaal over het commissariaat-generaal.

De commissaris-generaal geeft aan het college van procureurs-generaal en aan de minister van Justitie rekenschap van de werking van het commissariaat-generaal.

Hij stelt een jaarlijks verslag op betreffende de werking van de gerechtelijke politie.

Art. 3.De uitoefening, in naam van het college van procureurs-generaal, van het gezag en het toezicht over de afdeling "operationele ondersteuning en opsporing" geschiedt door één of meerdere magistraten van het openbaar ministerie. Deze magistraat of magistraten worden aangewezen door de minister van Justitie op voordracht van het college.

Op voordracht van de commissaris-generaal en na advies van het college van procureurs-generaal wijst de minister van Justitie de afdelingshoofden aan.

Op voordracht van de commissaris-generaal en na advies van het college van procureurs-generaal, wijst de minister van Justitie onder de gerechtelijke officieren van het commissariaat-generaal de bevelvoerders van de bijzondere brigade en van de centrale diensten aan. HOOFDSTUK II. - Algemene opdrachten van het commissariaat-generaal

Art. 4.Het commissariaat-generaal is belast met : 1° de organisatie van het werk in de brigades alsook met de uitwerking en de eenvormige toepassing van de richtlijnen met betrekking tot de methoden inzake beheer, opsporing en interventie;2° de hiërarchische controle op de werking van de gerechtelijke politie;3° het ter versterking zenden van gerechtelijke agenten en officieren naar de brigades, overeenkomstig de door Ons vastgestelde modaliteiten;4° de voorbereiding en het beheer van het budget toegekend aan de gerechtelijke politie;5° de studie en de voorbereiding van aankopen betreffende de gerechtelijke politie;6° het beheer van de bewapening, de uitrusting en het materieel van de brigades en van het commissariaat-generaal;7° de organisatie en de verspreiding van politiële en operationele informatie;8° de organisatie van de documentatie van de gerechtelijke politie;9° de opleiding van het personeel van de gerechtelijke politie binnen de School voor Criminologie en Criminalistiek, overeenkomstig de door Ons vastgestelde modaliteiten;10° de organisatie van de stage, van de wervings- en bevorderingsexamens en van de opleidingssteun;11° de deelname van de gerechtelijke politie aan de vergaderingen op nationaal en internationaal niveau en haar vertegenwoordiging, alsook met de coördinatie hiervan op de andere niveaus;12° de organisatie van de betrekkingen met de directie en de afdelingen van de Algemene Politiesteundienst, de Commandant van de rijkswacht, de korpsen van gemeentepolitie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie. De opdrachten bedoeld onder 4°, 5° en 10° worden uitgevoerd in samenwerking met het Ministerie van Justitie.

Het commissariaat-generaal is tevens belast met alle taken die het van de procureurs-generaal krijgt opgedragen.

Art. 5.Voor de uitoefening van de bevoegdheden van het commissariaat-generaal ten aanzien van de gerechtelijke politie, handelt de commissaris-generaal door middel van algemene onderrichtingen gericht tot de gerechtelijke officieren die het bevel voeren over een brigade of een dienst. Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid, raadpleegt hij vooraf de raad van bestuur van de gerechtelijke politie.

De commissaris-generaal zendt de ontwerpen van algemene onderrichtingen aan de voorzitter van de raad van overleg van de gerechtelijke politie. Ze zijn uitvoerbaar na het verstrijken van een termijn van één maand die volgt op deze toezending, behalve wanneer de voorzitter van mening is dat zij van aard zijn het strafrechtelijk beleid in gevaar te brengen. In dat geval maakt hij de zaak aanhangig bij de raad van overleg van de gerechtelijke politie, die zich uitspreekt binnen vijftien dagen vanaf de dag van de ontvangst van de ontwerpen door de voorzitter.

Art. 6.Voor het geheel van de gerechtelijke politie onderhoudt de commissaris-generaal dienstbetrekkingen met de minister van Justitie, in het bijzonder in aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het departement behoren. HOOFDSTUK III. - Opdrachten van de afdelingen

Art. 7.De afdeling "administratieve en logistieke ondersteuning" heeft als opdracht aan de brigades de middelen ter beschikking te stellen en hun de steun te verlenen nodig bij de uitvoering van hun wettelijke opdrachten.

Art. 8.De afdeling "technische ondersteuning" heeft als opdracht aan de brigades de nodige technische bijstand te verlenen bij de uitvoering van hun wettelijke opdrachten.

Art. 9.De afdeling "operationele ondersteuning en opsporing" heeft als opdracht : § 1. door tussenkomst van de bijzondere brigade belast met de repressie van de zware criminaliteit : 1° aan de arrondissementsbrigades bijstand te verlenen inzake het onderzoek naar misdaden en wanbedrijven die door hun omvang of hun weerslag nationale of internationale proporties aannemen of kunnen aannemen;2° operationele bijstand te verlenen inzake bijzondere interventies en de toepassing van bijzondere opsporingstechnieken. § 2. door tussenkomst van de centrale dienst voor de bestrijding van de georganiseerde economische en financiële delinquentie : 1° de ernstige en complexe economische, financiële, sociale of fiscale misdaden en wanbedrijven in verband met georganiseerde misdaad op te sporen of de opsporing ervan te ondersteunen, in het bijzonder : a) het witwassen van de opbrengst van ernstige of georganiseerde criminaliteit;b) de ernstige en/of georganiseerde sociale of fiscale inbreuken, met name deze waarbij bijzonder complexe mechanismen worden aangewend, waarbij gebruik wordt gemaakt van procedures van internationale omvang of die een belangrijk nadeel berokkenen aan de Schatkist van de Belgische Staat of van buitenlandse staten;c) de fraude ten nadele van de doelstellingen of de financiële belangen van de Europese Unie;d) het misdrijf van voorkennis;e) het onwettig aantrekken van spaargeld in het openbaar;f) de beurskoersmanipulatie;g) de financiële oplichting.2° het dynamisch beheer en de exploitatie van een geschikte operationele gespecialiseerde documentatie ten behoeve van alle politiediensten. § 3. door tussenkomst van de centrale dienst voor de bestrijding van de corruptie : 1° de ernstige en complexe misdaden en wanbedrijven ten nadele van de materiële of morele belangen van de openbare dienst, en meer in het bijzonder bij het voorbereiden, het gunnen en het uitvoeren van overheidsopdrachten, alsook bij het voorbereiden, het verlenen en het aanwenden van openbare subsidies en bij het verlenen van machtigingen, vergunningen, goedkeuringen en erkenningen, op te sporen of de opsporing ervan te ondersteunen;2° het dynamisch beheer en de exploitatie van een geschikte operationele gespecialiseerde documentatie ten behoeve van alle politiediensten. § 4. het dynamisch beheer en de exploitatie van een geschikte operationele documentatie ten behoeve van de arrondissementsbrigades, de bijzondere brigade en de centrale diensten. Hiervoor wisselen deze diensten alle nuttige informatie uit.

Art. 10.De bijzondere brigade en de centrale diensten treden enkel op : 1° in de gevallen en volgens de modaliteiten bepaald door de richtlijnen van de minister van Justitie of van het college van procureurs-generaal of door de onderrichtingen bedoeld in artikel 5, eerste lid;2° in uitzonderlijke gevallen, na advies van de magistraat of één van de magistraten bedoeld in artikel 3, eerste lid, ter uitvoering van een vordering van de gerechtelijke overheden. HOOFDSTUK IV. - Personeel

Art. 11.De commissaris-generaal en zijn adjuncten worden bijgestaan door gerechtelijke officieren en agenten, waarvan sommige, voor de goede werking van het commissariaat-generaal, worden gedetacheerd vanuit de arrondissementsbrigades, met inbegrip van de eraan verbonden laboratoria voor technische en wetenschappelijke politie.

Het aantal aan het commissariaat-generaal gedetacheerde gerechtelijke officieren en agenten wordt door de minister van Justitie vastgesteld, op voordracht van de commissaris-generaal en op eensluidend advies van de raad van overleg van de gerechtelijke politie. Deze laatste beslist over de verdeling van dat aantal per arrondissementsbrigade.

Art. 12.De in artikel 11 bedoelde detacheringen geschieden door de minister van Justitie, op voordracht van de commissaris-generaal en na advies van de betrokken procureur-generaal. Wanneer de detachering bestemd is voor de bijzondere brigade of voor de centrale diensten, geschiedt de voordracht met inachtneming van het advies van de gerechtelijk officier van het commissariaat-generaal bedoeld in artikel 3, derde lid. De commissaris-generaal doet zijn voordracht na een onderhoud met de betrokkene.

De detachering wordt, behalve in geval van dringende noodzakelijkheid, voorafgegaan door een oproep tot de kandidaten met beschrijving van het uit te oefenen ambt.

De duur van de detachering is vastgesteld op drie jaar. Hij kan op aanvraag van de betrokkene of in het belang van de dienst, onder de in het eerste lid bepaalde voorwaarden, door de minister van Justitie worden ingekort, hernieuwd of verlengd.

Art. 13.Het administratief, logistiek en technisch personeel dat nodig is voor de goede werking van het commissariaat-generaal, wordt door de procureur des Konings te Brussel of door de minister van Justitie ter beschikking gesteld. De minister van Justitie bepaalt het bestand van dat personeel.

De commissaris-generaal geeft advies omtrent de volgende maatregelen, die betrekking hebben op dit personeel : 1° de aanstelling bij het commissariaat-generaal en elke wijziging daarvan;2° de aanvragen om verlof, met uitzondering van de jaarlijkse vakantie;3° de aanvragen tot vermindering van prestaties;4° de bevorderingen en de voordrachten tot bevorderingen. Hij organiseert het werk van dit personeel, bepaalt de werktijden en data van de jaarlijkse vakantie en brengt de bevoegde overheid op de hoogte van feiten die van aard zijn een tuchtprocedure te rechtvaardigen.

TITEL II. - De raad van bestuur van de gerechtelijke politie bij de parketten

Art. 14.§ 1. Er wordt een raad van bestuur van de gerechtelijke politie bij de parketten opgericht, bestaande uit : 1° de commissaris-generaal of zijn vervanger welke hij aanduidt;2° de adjunct-commissarissen-generaal;3° een hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie per rechtsgebied van een hof van beroep. § 2. De hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie bedoeld in § 1, 3° wordt door de procureur-generaal bij het hof van beroep van het rechtsgebied aangewezen op voordracht van de gerechtelijke officieren die het bevel voeren over een arrondissementsbrigade in het rechtsgebied van dat hof. De hoofdcommissarissen worden aangewezen voor een duur van twee jaar, welke kan worden hernieuwd.

Op dezelfde basis wordt een plaatsvervanger aangewezen. § 3. De raad van bestuur wordt voorgezeten door de commissaris-generaal of zijn vervanger.

Wanneer de raad van bestuur advies geeft over materies die de laboratoria voor technische en wetenschappelijke politie aanbelangen, maakt een door het college van procureurs-generaal aangewezen laboratoriumafdelingscommissaris die zorgt voor de technische leiding van een regionaal laboratorium deel uit van die raad.

Wanneer de raad van bestuur advies geeft over de gegadigden voor een functie waaraan de zorg voor de technische leiding van een regionaal laboratorium voor technische en wetenschappelijke politie verbonden is, maken de laboratoriumafdelingscommissarissen die zorgen voor de technische leiding van een regionaal laboratorium deel uit van die raad.

Art. 15.De raad van bestuur geeft advies aan de minister van Justitie of aan de commissaris-generaal over de in artikel 5 omschreven aangelegenheden, en over alle aangelegenheden betreffende de organisatie van de gerechtelijke politie.

Art. 16.Op eensluidend advies van de raad van bestuur, bezorgt de commissaris-generaal de voorstellen tot verandering van administratieve standplaats van de gerechtelijke officieren en agenten aan de minister van Justitie. Daartoe zendt hij de voorstellen aan de betrokken procureur-generaal die ze, samen met zijn advies, binnen een maand na de ontvangst overzendt aan de minister van Justitie. De procedure voor verandering van administratieve standplaats wordt door de minister van Justitie vastgesteld.

De gerechtelijk officier of agent die het voorwerp uitmaakt van een voorstel tot verandering van administratieve standplaats, kan, binnen tien dagen na de kennisgeving van het aan de minister van Justitie overgezonden voorstel, aan de procureur-generaal bij het hof van beroep van het rechtsgebied waarvan de administratieve standplaats van betrokkene is gevestigd, vragen te worden gehoord door het comité tot regeling van de gerechtelijke politie bij de parketten.

Het comité handelt overeenkomstig de artikelen 59 tot 67 van het koninklijk besluit van 19 december 1997 houdende de administratieve rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de personeelsleden van de gerechtelijke politie bij de parketten.

Voor de toepassing van het tweede lid verstaat men onder kennisgeving het tijdstip waarop betrokkene van het voorstel kennis genomen heeft of heeft kunnen nemen.

De gerechtelijk officier of agent die het voorwerp uitmaakt van een voorstel tot verandering van administratieve standplaats zonder dat hij een aanvraag ingediend heeft, wordt gehoord voordat de raad van bestuur een beslissing neemt.

TITRE III. - De raad van overleg van de gerechtelijke politie bij de parketten

Art. 17.Een raad van overleg van de gerechtelijke politie bij de parketten wordt opgericht, bestaande uit : 1° de procureur-generaal belast met de relaties met het commissariaat-generaal of een lid van zijn parket-generaal die er het voorzitterschap van waarneemt;2° in voorkomend geval, de magistraat bedoeld in artikel 2, vierde lid;3° de magistraat of één van de magistraten bedoeld in artikel 3, eerste lid;4° de commissaris-generaal of zijn vervanger welke hij aanduidt;5° per taalrol, een hoofdcommissaris van de gerechtelijke politie die lid is van de raad van bestuur of zijn plaatsvervanger aangewezen door de commissaris-generaal na advies van de raad van bestuur;6° de ambtenaar-generaal aangeduid door de minister van Justitie, of zijn vertegenwoordiger, met raadgevende stem. Indien hij het wenst, woont de minister van Justitie de vergadering van de raad bij; in dat geval zit hij deze voor.

Art. 18.De raad van overleg vergadert op beslissing van de voorzitter die optreedt, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de minister van Justitie of van de commissaris-generaal. Hij vergadert ten minste één keer per trimester.

De raad, wanneer hij regelmatig is samengeroepen, beraadslaagt ongeacht het aantal aanwezige leden. Bij gelijkheid van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

De raad keurt zijn huishoudelijk reglement goed. De commissaris-generaal zorgt voor het secretariaat van de vergaderingen.

Art. 19.De raad van overleg oefent de volgende bevoegdheden uit : 1° hij geeft advies en doet elk voorstel aan de minister van Justitie en aan het college van procureurs-generaal over de materies betreffende de werking van de gerechtelijke politie en over de betrekkingen tussen deze en het openbaar ministerie;2° hij geeft advies aan de commissaris-generaal over de in artikel 4 omschreven materies, wanneer deze de algemene organisatie van de gerechtelijke politie betreffen;3° hij geeft advies aan de minister van Justitie over de ontwerpen van koninklijke en ministeriële besluiten betreffende de gerechtelijke politie. TITEL IV. - Slotbepalingen

Art. 20.Het koninklijk besluit van 2 september 1991 betreffende het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie bij de parketten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 juli 1994 en 30 maart 1995, wordt opgeheven.

Art. 21.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1998.

Art. 22.Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 februari 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

^