Koninklijk Besluit van 18 december 1998
gepubliceerd op 19 januari 1999
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging

bron
ministerie van financien
numac
1999003020
pub.
19/01/1999
prom.
18/12/1998
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

18 DECEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (ICBE), gewijzigd bij de richtlijnen van de Raad 88/220/EEG van 22 maart 1988 en 95/26/EG van 29 juni 1995;

Gelet op de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, inzonderheid op artikel 122, gewijzigd bij de wet van 5 augustus 1992, en op artikel 123, gewijzigd bij de wet van 5 augustus 1992;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat, omwille van de toegenomen complexiteit van de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 122, § 1, 2°, van de wet van 4 december 1990 die hun activa geheel of gedeeltelijk beleggen in rechten van deelneming uitgegeven door andere instellingen voor collectieve belegging, en het groeiende aandeel van het openbare spaarwezen dat in dergelijke producten wordt belegd, onverwijld een passend reglementair kader moet worden ingevoerd;

Overwegende dat de Effectenbeurs van Brussel heeft beslist de samenstelling van de BEL 20-beursindex te wijzigen met ingang van 15 januari 1999; dat het reglementaire kader onverwijld moet worden verduidelijkt om de instellingen voor collectieve belegging die, in het kader van hun beleggingsbeleid, beleggen in effecten die in een referentie-index zijn opgenomen, in staat te stellen hun beleggingsbeleid verder te zetten met naleving van het beginsel van de risicospreiding;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Besluit :

Artikel 1.In de Franse tekst wordt onder Titel I, Hoofdstuk I, Afdeling 2, van het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking

tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging, het opschrift van Onderafdeling 1 vervangen door het volgende opschrift : « Sous-section 1. - Rémunérations, commissions et frais ».

Art. 2.Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 13.§ 1. Het prospectus vermeldt en raamt alle vergoedingen, provisies en kosten die aan de beleggingsinstelling worden aangerekend. In het prospectus moet inzonderheid worden gepreciseerd op welke wijze de beheersvennootschap, de bestuurders en de personen belast met het dagelijks bestuur van de beleggingsvennootschap alsook de bewaarder worden vergoed.

Het prospectus vermeldt eveneens alle vergoedingen, provisies en kosten die aan de deelnemers worden aangerekend, inzonderheid bij inschrijving, compartimentswijziging of inkoop van hun rechten van deelneming. In het prospectus wordt het tarief gepreciseerd van die vergoedingen, kosten en provisies en in welke mate hierover, eventueel, onderhandeld kan worden. § 2. Alle vergoedingen, provisies en kosten bedoeld in § 1 en in de artikelen 14 en 16 en de wijzigingen hiervan, moeten door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen worden goedgekeurd. § 3. Elke wijziging van de vergoedingen, provisies en kosten bedoeld in § 1 en in de artikelen 14 en 16 in het nadeel van de beleggingsinstelling of van de deelnemers moet vooraf worden aangekondigd, hetzij in twee dagbladen die landelijk of in grote oplage worden verspreid, hetzij via enig ander gelijkwaardig publicatiemiddel, en mag pas ingaan na afloop van een redelijke termijn. »

Art. 3.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 14.Als vergoeding voor al haar intellectuele en administratieve prestaties ontvangt de beheersvennootschap een vast bedrag of een bedrag berekend op basis van het nettoactief van het beleggingsfonds.

Als alle vergoedingen, provisies en kosten die aan het beleggingsfonds worden aangerekend, met uitzondering van de kosten en provisies die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan verrichtingen waarbij activa worden verhandeld, een in het beheersreglement bepaald maximumpercentage van het nettoactief van het beleggingsfonds overschrijden, neemt de beheersvennootschap het overschot ten laste. »

Art. 4.Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 15.Geen enkele vergoeding, provisie of kost mag worden aangerekend aan een beleggingsinstelling die in rechten van deelneming belegt die zijn uitgegeven door een andere beleggingsinstelling die rechtstreeks of onrechtstreeks wordt beheerd door dezelfde vennootschap of door enige andere vennootschap waarmee de beheersvennootschap, de beleggingsvennootschap of de bewaarder is verbonden in het kader van een gezamenlijk beheer of een gezamenlijke controle of door een belangrijke rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming.

In afwijking van het eerste lid mogen aan de beleggingsinstelling die, met toepassing van de artikelen 58, 58bis of 59bis, belegt in rechten van deelneming die zijn uitgegeven door een andere beleggingsinstelling, vergoedingen, provisies en kosten worden aangerekend die voortvloeien uit het administratief beheer van de beleggingsinstelling en, in het bijzonder, het voeren van de boekhouding en het berekenen van de inventariswaarde, evenals de verschuldigde belastingen op de verrichtingen waarbij activa worden verhandeld.

De Commissie voor het Bank- en Financiewezen kan, op de door haar gestelde voorwaarden, een afwijking toestaan van het eerste lid in de door de artikelen 58, 58bis of 59bis bedoelde gevallen. »

Art. 5.Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 16.De inschrijvingsprijs van de rechten van deelneming, die overeenstemt met hun netto-inventariswaarde, mag worden verhoogd met een bedrag, ten gunste van de beleggingsinstelling, tot dekking van de kosten voor de verwerving van de activa, en met een plaatsingsprovisie voor de instellingen die voor de plaatsing zorgen.

Een compartimentswijziging geschiedt op basis van de netto-inventariswaarde van de betrokken rechten van deelneming.

Hieraan mag een bedrag worden toegevoegd ten gunste van de beleggingsinstelling, tot dekking van de kosten voor de verwerving en realisatie van de activa.

Van de uittredingsprijs die overeenstemt met de netto-inventariswaarde van het recht van deelneming, mag ten gunste van de beleggingsinstelling een bedrag worden afgetrokken tot dekking van de kosten voor de realisatie van de activa.

De in het eerste tot derde lid bedoelde bedragen en provisies worden berekend op grond van de netto-inventariswaarde van het recht van deelneming en worden vermeld op een afrekening in twee exemplaren, waarvan één aan de deelnemer wordt bezorgd. »

Art. 6.Artikel 58 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 58.Een beleggingsinstelling mag maximum vijftien percent van haar activa beleggen in rechten van deelneming uitgegeven door : 1° beleggingsinstellingen naar Belgisch recht met veranderlijk aantal rechten van deelneming en die overeenkomstig artikel 120, § 1, van de wet zijn ingeschreven bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en uitsluitend beleggen in de categorieën van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 122, § 1, 1° of 2°, van de wet;2° beleggingsinstellingen naar buitenlands recht met veranderlijk aantal rechten van deelneming en die overeenkomstig artikel 137 van de wet zijn ingeschreven bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen en uitsluitend beleggen in categorieën van toegelaten beleggingen die analoog zijn aan die bedoeld in artikel 122, § 1, 1° of 2°, van de wet;3° andere beleggingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een Lid-Staat van de Europese Unie en beantwoorden aan de voorwaarden van de richtlijn.Alvorens haar belegging te verrichten, dient de beleggingsinstelling hetzij over een verklaring van de bevoegde controle-autoriteit te beschikken, hetzij over het beheersreglement, de statuten of het prospectus, waaruit blijkt dat de beleggingsinstelling waarin zij voornemens is te beleggen, beantwoordt aan de voorwaarden van de richtlijn. »

Art. 7.Een artikel 58bis, dat als volgt luidt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : «

Artikel 58bis.Een beleggingsinstelling kan, met inachtneming van artikel 56, § 1, haar activa beleggen in rechten van deelneming uitgegeven door een beleggingsinstelling naar Belgisch of buitenlands recht met vast aantal rechten van deelneming, voor zover het beleggingsbeleid van deze laatste gericht is op een beleggingscategorie die openstaat voor beleggingsinstellingen naar Belgisch recht, inclusief de instellingen als bedoeld in artikel 106 van de wet. »

Art. 8.Artikel 59, § 2, van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen : « § 2. De beleggingsinstellingen die voornamelijk beleggen in effecten van een referentie-index of effectenkorf, mogen, volgens het beginsel van de risicospreiding, tot 100 % van hun activa beleggen in effecten die in deze index of korf zijn begrepen, voor zover de Commissie voor het Bank- en Financiewezen de keuze van deze index/korf heeft aanvaard en de gekozen index/korf voorkomt in het beheersreglement of de statuten van de beleggingsinstelling.

De portefeuille van de beleggingsinstelling moet steeds vrij nauw aansluiten bij de samenstelling van de gekozen index/korf.

De artikelen 56 en 57 zijn niet van toepassing op deze beleggingsinstellingen. »

Art. 9.Artikel 59, § 3, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Artikel 59, § 4, van hetzelfde besluit wordt artikel 59, § 3.

Art. 10.Een artikel 59bis, dat als volgt luidt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd : «

Artikel 59bis.§ 1. In afwijking van artikel 54, §§ 2 en 3, en van de artikelen 55 tot en met 59, mag een beleggingsinstelling tot honderd percent van haar activa beleggen in rechten van deelneming die zijn uitgegeven door andere beleggingsinstellingen voor zover zij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° zij belegt haar activa in rechten van deelneming uitgegeven door beleggingsinstellingen zoals bedoeld in artikel 58, 1°, 2° en 3°;2° zij mag haar activa niet beleggen in rechten van deelneming van beleggingsinstellingen die zelf meer dan vijftien percent van hun activa beleggen in rechten van deelneming uitgegeven door andere beleggingsinstellingen;3° zij belegt in rechten van deelneming uitgegeven door minimaal vijf verschillende beleggingsinstellingen, zonder meer dan 20 % van haar activa te beleggen in rechten van deelneming uitgegeven door eenzelfde beleggingsinstelling;de beleggingsinstelling mag niettemin tot 35 % van haar activa beleggen in de rechten van deelneming uitgegeven door één welbepaalde beleggingsinstelling; 4° zij mag, met inachtneming van het beginsel van risicospreiding, maximaal 15 % van haar activa beleggen in de beleggingen bedoeld bij artikel 54, § 2. Zij mag in bijkomende orde of tijdelijk liquide middelen houden. Het tijdelijk houden van liquide middelen mag er niet toe leiden dat de belegging in activa bedoeld bij artikel 54, § 2, globaal genomen, niet langer een bijkomend karakter heeft; 5° zij mag gebruik maken van de in artikel 38 bedoelde beleggingsmogelijkheden;6° de hoeveelheid rechten van deelneming die zij in een andere beleggingsinstelling verwerft, mag niet tot gevolg hebben dat, bij realisatie van haar activa, de liquiditeit van haar eigen belegging of de stabiliteit van de beleggingsinstelling waarin zij belegt, in het gedrang zou komen. Het bezit van tien percent van de rechten van deelneming uitgegeven door een andere beleggingsinstelling, wordt vermoed conform te zijn aan het eerste lid.

Een beleggingsinstelling die meer dan tien percent bezit van de rechten van deelneming uitgegeven door een andere beleggingsinstelling, moet in haar jaarverslag verantwoorden dat zij ondanks deze overschrijding voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid. § 2. Indien wordt belegd in een beleggingsinstelling met verschillende compartimenten, wordt, voor de toepassing van dit artikel, elk compartiment beschouwd als een afzonderlijke beleggingsinstelling. § 3. Indien een beleggingsinstelling verschillende compartimenten telt, kunnen één of meer compartimenten gebruik maken van de mogelijkheid waarin dit artikel voorziet. § 4. De in § 1 bedoelde beleggingsinstelling dient in het beheersreglement of in de statuten, in het prospectus en in de periodieke verslagen, de kenmerken te beschrijven van de beleggingsinstellingen waarin zij belegt overeenkomstig dit artikel.

Het prospectus licht inzonderheid de kenmerken toe van het type beleggingsinstellingen of van de beleggingsinstelling waarin permanent meer dan 20 % van de activa zal worden belegd. § 5. Indien een beleggingsinstelling of één van haar compartimenten met toepassing van dit artikel belegt in rechten van deelneming uitgegeven door andere beleggingsinstellingen, moet de specifieke aard van de beleggingsinstelling of van het compartiment blijken uit de naam van de instelling of van het compartiment dan wel uit een verklarende vermelding die aan de naam is toegevoegd. »

Art. 11.In artikel 60, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden "in artikel 59, §§ 2 en 3" vervangen door de woorden "in artikel 59, § 2, en artikel 59bis".

Art. 12.In de Franse tekst van artikel 81, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "chargements, commissions et frais" vervangen door de woorden "rémunérations, commissions et frais".

Art. 13.In de Franse tekst van artikel 90, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "chargements, commissions et frais" vervangen door de woorden "rémunérations, commissions et frais".

Art. 14.In punt 1.14. van het Schema A van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden "als bedoeld in artikel 14" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 16".

Art. 15.In punt 1.15. van het Schema A van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt het woord "bezoldigingen" vervangen door de woorden "vergoedingen, provisies en kosten" en wordt het woord "kosten" vervangen door de woorden "vergoedingen, provisies en kosten".

Art. 16.Een punt 1.16., dat als volgt luidt, wordt in Schema A van de bijlage bij hetzelfde besluit ingevoegd : "Een overzicht van de vergoedingen, provisies en kosten bedoeld in artikel 13, § 1, en de artikelen 14 en 16, opgesteld volgens een schema vastgesteld door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen".

Art. 17.In punt 3.16. van het Schema A van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden "als bedoeld in artikel 14" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 16".

Art. 18.In punt 3.17 van het Schema A van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt het woord "bezoldigingen" vervangen door de woorden "vergoedingen, provisies en kosten" en wordt het woord "kosten" vervangen door de woorden "vergoedingen, provisies en kosten".

Art. 19.Een punt 3.18., dat als volgt luidt, wordt in Schema A van de bijlage bij hetzelfde besluit ingevoegd : "Een overzicht van de vergoedingen, provisies en kosten bedoeld in artikel 13, § 1, en de artikelen 14 en 16, opgesteld volgens een schema vastgesteld door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen".

Art. 20.In punt 4° van het Schema C van de bijlage bij hetzelfde besluit, worden de woorden "beheerskosten" vervangen door de woorden "de vergoedingen, provisies en kosten die aan de beleggingsvennootschap worden aangerekend".

Art. 21.Punt 5° van het Schema C van de bijlage bij dit besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : « 5° de vergoedingen, provisies en kosten die aan de beleggingsinstelling en de deelnemers worden aangerekend : - de beschrijving en de berekeningswijze van de vergoedingen, provisies en bedoeld in artikel 13, § 1, alsook de identiteit van de begunstigde(n) van elk van de vergoedingen, provisies en kosten; - de wijze van berekening en tenlasteneming van de vergoeding van de beheersvennootschap zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid; - het maximumbedrag van de vergoeding, provisie of kost als bedoeld in artikel 14, tweede lid; - het tarief van de kosten en provisies zoals bedoeld in artikel 16. »

Art. 22.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 23.Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 december 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, J.-J. VISEUR

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^