Koninklijk Besluit van 18 februari 2014
gepubliceerd op 09 april 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werkli

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2014201047
pub.
09/04/2014
prom.
18/02/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

18 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf (PC 302) ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, artikel 51, § 1, vervangen bij de wet van 30 december 2001 en gewijzigd bij de wet van 4 juli 2011, en § 3, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 26 juni 1992;

Gelet op het advies van het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, gegeven op 28 november 2013;

Gelet op advies 55.005/1 van de Raad van State, gegeven op 30 januari 2014 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat sterke en onvoorziene schommelingen in de vraag omwille van klimatologische omstandigheden en van fenomenen buiten de wil van de werkgevers in de horecasector, tot gevolg hebben dat deze werkgevers verplicht worden tijdens bepaalde periodes van het jaar de arbeidsovereenkomsten van hun werknemers tijdelijk te schorsen;

Overwegende dat het arbeidsintensief karakter van de sector en het gebrek aan gekwalificeerde werknemers belangrijke inspanningen vergt inzake de opleiding van werknemers en het behoud van dit menselijk kapitaal in de sector;

Overwegende dat de regeling van gedeeltelijke arbeid, ten gevolge van deze uitzonderlijke omstandigheden voor de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren, onvermijdelijk voor een langere duur dan drie maanden moet ingevoerd worden opdat de continuïteit van de tewerkstelling in de sector op een vlotte manier gewaarborgd wordt;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf.

Art. 2.Bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken, mag de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden volledig worden geschorst, of mag er een regeling van gedeeltelijke arbeid worden ingevoerd vanaf de zevende dag volgend op deze van de kennisgeving.

De kennisgeving geschiedt bij aangetekend schrijven gericht aan de werknemer.

Art. 3.De duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken mag drie maanden niet overschrijden.

Wanneer de volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst de maximumduur van drie maanden heeft bereikt, moet de werkgever gedurende een volledige arbeidsweek de regeling van volledige arbeid opnieuw invoeren, alvorens een nieuwe volledige schorsing of een regeling van gedeeltelijke arbeid kan ingaan.

Art. 4.De regeling van gedeeltelijke arbeid mag voor een duur van ten hoogste zes maanden worden ingevoerd indien zij minder dan drie arbeidsdagen per week of minder dan één arbeidsweek per twee weken omvat.

Wanneer de regeling minder dan één arbeidsweek per twee weken omvat, moet de week waarin er gewerkt wordt ten minste twee arbeidsdagen omvatten. Bij ontstentenis hiervan mag de duur van de regeling van gedeeltelijke arbeid vier weken niet overschrijden.

Wanneer de regeling van gedeeltelijke arbeid de maximumduur van zes maanden heeft bereikt, moet de werkgever gedurende een volledige arbeidsweek de regeling van volledige arbeid opnieuw invoeren, alvorens een volledige schorsing of een nieuwe regeling van gedeeltelijke arbeid kan ingaan.

Art. 5.Het maximum aantal werkloosheidsdagen in een regeling van gedeeltelijke arbeid wordt vastgesteld op vier dagen wanneer het een wekelijkse regeling betreft. Wanneer er één week per twee weken gewerkt wordt, wordt dit maximumaantal gebracht op acht in een arbeidsregeling van vijf dagen per week en op tien in een arbeidsregeling van zes dagen per week.

Art. 6.Met toepassing van artikel 51, § 1, vijfde lid, van de wet van 3 juli 1978, vermeldt de bij artikel 2 bedoelde kennisgeving de datum waarop de volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst zal ingaan en de datum waarop deze schorsing een einde zal nemen en de data waarop de werklieden werkloos zullen gesteld worden.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 april 2014 en treedt buiten werking op 31 maart 2016.

Art. 8.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 februari 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. Wet van 29 december 1990, Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991.

Wet van 26 juni 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992.

Wet van 30 december 2001, Belgisch Staatsblad van 31 december 2001.

Wet van 4 juli 2011, Belgisch Staatsblad van 19 juli 2011.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^