Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 juli 2001
gepubliceerd op 02 augustus 2001

Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2001012658
pub.
02/08/2001
prom.
18/07/2001
ELI
eli/besluit/2001/07/18/2001012658/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 JULI 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, inzonderheid op artikel 6, gewijzigd bij de wet van 29 juni 1983;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 juni 2000 tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan;

Gelet op het advies van het Nationaal Paritair Comité voor de sport;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat, met het oog op het creëren van een grotere rechtszekerheid, de werkgevers en de sportbeoefenaars die zij tewerkstellen onverwijld op de hoogte moeten worden gebracht van de wijziging aangaande de minimumleeftijd die vereist is om, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, op geldige wijze een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De in artikel 6 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars bedoelde leeftijd vanaf welke de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars slechts, en ten vroegste, geldig kan worden aangegaan, wordt, voor de uitoefening van de sporttakken van het basketbal, het voetbal, het volleybal en het wielrennen, als volgt vastgesteld : - voor een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars gesloten voor deeltijdse arbeid welke voorziet in een arbeidsregeling waarbij de betaalde sportbeoefenaar maximaal 80 uren per maand ter beschikking is van de werkgever : 16 jaar, onverminderd de bepalingen die de leerplicht regelen en de bepalingen van de arbeidswet van 16 maart 1971 die van toepassing zijn op jeugdige werknemers; - voor een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars gesloten voor deeltijdse arbeid welke voorziet in een arbeidsregeling waarbij de betaalde sportbeoefenaar meer dan 80 uren per maand ter beschikking is van de werkgever evenals voor een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars gesloten voor voltijdse arbeid : 18 jaar.

Art. 2.Het koninklijk besluit van 26 juni 2000 tot vaststelling, voor de uitoefening van bepaalde sporttakken, van de minimumleeftijd die vereist is om een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars te kunnen aangaan, wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 juli 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 24 februari 1978, Belgisch Staatsblad van 9 maart 1978. Wet van 29 juni 1983, Belgisch Staatsblad van 6 juli 1983.

Koninklijk besluit van 26 juni 2000, Belgisch Staatsblad van 5 juli 2000.

^