Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 mei 1998
gepubliceerd op 27 mei 1998

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen

bron
ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie
numac
1998009366
pub.
27/05/1998
prom.
18/05/1998
ELI
eli/besluit/1998/05/18/1998009366/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 MEI 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de richtlijn 83/189/EEG van 28 maart 1983 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, gewijzigd bij de richtlijn 88/182/EEG van de Raad van 22 maart 1988 en bij de richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 1994;

Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, inzonderheid op artikel 28, 1ste lid, gewijzigd door de wet van 30 januari 1991;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen;

Overwegende dat de sloten te installeren door de wapenhandelaars en -verzamelaars moeten voldoen aan een Nederlandse norm krachtens het voornoemde koninklijk besluit van 24 april 1997;

Overwegende dat er in de praktijk nauwelijks of geen sloten op de markt blijken te zijn die reeds overeenstemmen met deze norm;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, §1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989 en 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de overgangsperiode waarbinnen de betrokkenen hun gebouwen aan de vereisten van het voormelde besluit moeten hebben aangepast, verstrijkt op 15 mei 1998 aanstaande; dat voor wat de sloten betreft, deze datum onhaalbaar is;

Overwegende dat het met het oog op de vrijwaring van de openbare veiligheid dringend noodzakelijk is de bestaande norm voor sloten te vervangen door een technisch haalbare omschrijving, en de lopende overgangstermijn, wat dit punt betreft, te verlengen met de minimale tijd nodig voor het uitvoeren van de aanpassingen;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De veiligheidsmaatregel bedoeld onder het 1° van de bijlage bij het koninklijk besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 1° installatie van hetzij een driepuntsslot dat vijf minuten weerstand biedt, hetzij een combinatie van drie sloten die samen vijf minuten weerstand bieden bij een inbraakproef onder genormaliseerde voorwaarden, en beantwoordend aan de Nederlandse norm NEN 5088/5089 of een vergelijkbare norm, op alle buitendeuren van het gebouw, en installatie van hang- en sluitwerk dat het uitlichten ervan belet op alle ramen van het gebouw die kunnen worden geopend. De plaatser moet attesteren dat het materiaal aan deze voorwaarden voldoet en volgens de regels van de kunst werd geplaatst;".

Art. 2.Artikel 9 van het zelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling : "Een ieder die bij de inwerkingtreding van dit besluit houder is van een erkenning of een vergunning zoals bedoeld in de artikelen 2 tot 8 en 19 tot 21 van het koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van de wapenwet, beschikt vanaf deze inwerkingtreding over een termijn van een jaar om de vereiste veiligheidsmaatregelen te nemen, behalve voor wat betreft de maatregelen 1°, 11°, 17° en 20° a) bedoeld in de bijlage bij dit besluit, waarvoor deze termijn wordt verlengd met vier maanden. Na afloop van deze bijkomende termijn moeten de betrokkenen om de controle bedoeld in artikel 7 verzoeken. De maatregelen 3° tot 8°, 12° en 16° moeten evenwel binnen de twee maanden worden genomen, zonder dat daarna reeds om een controle moet worden verzocht. »

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4.Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 mei 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. TOBBACK De Minister van Justitie, T. VAN PARYS

^