Koninklijk Besluit van 18 november 2013
gepubliceerd op 02 december 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimo

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2013003400
pub.
02/12/2013
prom.
18/11/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

18 NOVEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat wij aan Uwe Majesteit ter ondertekening voorleggen heeft tot doel de nauwkeurigheid en dus de rechtszekerheid te verhogen van de patrimoniale informatie die wordt bijgehouden door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (AAPD).

Dat gebeurt door bij dit ontwerp, dat zijn rechtsgrond vindt in artikel 141 van de hypotheekwet, een aanvullende identificatieregel te bepalen om aldus nieuw te creëren kadastrale percelen beter te kunnen identificeren in akten of stukken die aan hypothecaire openbaarmaking zijn onderworpen.

Gelet op het belang ervan voor de burger, staat de hypothecaire openbaarmaking van een eigendomsmutatie - in het verleden zoals in de toekomst - prioritair bij de verwerking ervan in de patrimoniumdocumentatie die door de overheid wordt bijgehouden.

De AAPD heeft bovendien als taak meegekregen de afzonderlijke verwerkingen die eigendomsmuterende akten nu nog ondergaan in de verschillende diensten van die administratie (overschrijving op het hypotheekkantoor, ontleding van de akte op het registratiekantoor, aanpassing van de kadastrale legger op het kadaster en eventuele aanpassing van de perceelsgrenzen) te integreren. Die integratie wordt gerealiseerd in het lopende STIPAD-project (Système de Traitement Intégré PatrimoniumDocumentatie).

Het is dus van essentieel belang dat de identificatie van een onroerend goed dat het voorwerp is van een eigendomsmutatie die in de registers van de hypotheekbewaringen openbaar moet worden gemaakt, zo nauwkeurig mogelijk is.

Thans zou die nauwkeurigheid in heel wat gevallen beter kunnen.

Partijen bij een eigendomsmuterende overeenkomst beschouwen een afbakeningsplan nog al te vaak als nodeloos gemaakte kosten en zien dan ook af van het opmaken ervan, zodat de notaris bij het opstellen van de authentieke akte moet terugvallen op vermeldingen in de voorgaande mutatieakten waar mogelijks al fouten in geslopen zijn of die de actuele toestand niet geheel precies meer weergeven.

Notarissen van hun kant zijn bij het opstellen van een akte niet altijd in de eerste plaats bekommerd om een nauwkeurige beschrijving van de geografische ligging en om een zo precies mogelijke opgave van de omvang van het betrokken onroerend goed (cf. veelvuldig voorkomen in het gedeelte van de akte waarin de kadastrale beschrijving wordt gegeven van formules als : "gekadastreerd of gekadastreerd geweest zijnde"; formules als "zonder waarborg van maat of oppervlakte, al ware het verschil één/twintigste of meer"; verkoop van kavels zonder opmeting ervan,...). Vanuit hun opleiding concentreren zij zich vooral op de zuiver juridische aspecten van (bijvoorbeeld) de verkoopovereenkomst. Nochtans kan een onnauwkeurigheid wat de geografische ligging of de omvang van een onroerend goed betreft, evenzeer aanleiding zijn tot juridische twisten als een onnauwkeurigheid in de weergave van de modaliteiten van de overeenkomst.

Onnauwkeurigheden in de beschrijving van de geografische ligging kunnen vermeden worden door de invoering van een systeem van "prekadastratie", in plaats van het huidige systeem van "postkadastratie". Tot op heden wordt de kadastrale beschrijving maar gewijzigd nadat authenticiteit is gegeven aan de eigendomsmuterende overeenkomst. Met het systeem van de prekadastratie zal, voordat de notaris de authentieke akte laat verlijden, de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie al een nieuwe identificatie toekennen aan het uit de overdracht voort te spruiten nieuw kadastraal perceel.

Uiteraard neemt de notaris dan die identificatie op in zijn beschrijving van het onroerend goed in de authentieke verkoopakte, en wordt die identificatie dan gebruikt in het kader van de patrimoniumdocumentatie van de overheid.

Wanneer het bekomen van die identificatie wordt gekoppeld aan de voorafgaandelijk neerlegging bij de diensten bevoegd voor de kadastrale documentatie van een plan van afbakening van de nieuwe kavel, kunnen bovendien veel betwistingen over de precieze ligging en omvang van het nieuwe perceel worden vermeden.

Artikel 141 van de Hypotheekwet bepaalt : "De vermelding van de onroerende goederen waarvoor een openbaar te maken akte of stuk is opgemaakt, bevat de volgende gegevens : geografische ligging (gemeente, straat of gehucht, politienummer), kadastrale beschrijving, zoals blijkt uit een uittreksel, minder dan een jaar oud, uit de kadastrale legger, aard en oppervlakte. Indien sedert de overschrijving van de laatste titel de gegevens betreffende de geografische ligging en de kadastrale beschrijving gewijzigd zijn, moeten die gegevens zoals ze blijken uit die titel eveneens worden vermeld.

Betreft het verdiepingen of gedeelten van verdiepingen van een onroerend goed bedoeld in artikel 577bis, § 11, van het Burgerlijk Wetboek, dan moet de vermelding tevens conform de gegevens zijn van de overgeschreven basisakte en van de overgeschreven akten die de basisakte hebben gewijzigd.

In de akte of het stuk waarvan de openbaarmaking vereist is, wordt de eigendomstitel van de desbetreffende onroerende goederen vermeld en de laatst overgeschreven titel indien hij minder dan dertig jaar oud is.

De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen.".

Artikel 141 van de Hypotheekwet verleent aan Uwe Majesteit aldus de bevoegdheid om de in datzelfde artikel vermelde identificatieregels met betrekking tot onroerende goederen waarvoor een openbaar te maken akte of stuk is opgemaakt, aan te vullen.

Bij dit ontwerp van besluit wordt in artikel 2 ervan een nieuwe identificatieregel opgelegd. Met de vereiste van vermelding van de voor het perceel gereserveerde perceelsidentificatie, wordt het stelsel van de prekadastratie van toepassing gemaakt wanneer de akte of het stuk leidt tot de creatie van een nieuw kadastraal perceel.

De invoering van een prekadastratiesysteem is ondergeschikt aan de neerlegging van een plan van afbakening dat de elementen bevat die toelaten het nieuwe perceel te vormen.

Aldus verhoogt de nauwkeurigheid en dus ook de rechtszekerheid van de door de Federale Overheid bijgehouden patrimonium-documentatie en kunnen in de toekomst vele van de betwistingen waarvan hoger sprake, worden vermeden.

De sanctie bij het niet naleven van de nieuwe identificatieregel bestaat in het mogelijks weigeren door de hypotheekbewaarder, bij toepassing van artikel 143 van de Hypotheekwet, van de overschrijving in zijn register van de authentieke mutatieakte.

De resterende artikelen van het ontwerp van besluit bevatten enerzijds de technisch-juridische omkadering van de na te leven nieuwe identificatieregel (modaliteiten van aanvraag, aflevering, delegaties aan de Minister bevoegd voor Financiën om technische regels vast te stellen) en anderzijds de inwerkingtreding van het besluit in twee fasen.

INTERACTIE MET ANDERE BEPALINGEN De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (artikel 646 en volgende) en van het Veldwetboek (artikel 38 en volgende) erkennen het recht van de eigenaar om zijn eigendom af te palen.

Volgens artikel 3 van de wet van 11 maart 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011125 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/03/2003 numac 2003011126 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom. 11/03/2003 pub. 28/03/2003 numac 2003000221 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot organisatie van een systeem voor het controleren van de geautomatiseerde stemming door middel van het afdrukken van de uitgebrachte stemmen op papier en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, d type wet prom. 11/03/2003 pub. 17/04/2003 numac 2003000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende verschillende wijzigingen van de wetgeving inzake de verkiezing van het Europees Parlement evenals zijn bijlage sluiten dat de titel en het beroep van de landmeters-experten beschermt (BS van 6 juni 2003), vallen onder de professionele activiteiten van de landmeter-expert : - de afpaling van terreinen - het opmaken en ondertekenen van plannen die moeten dienen voor een grenserkenning, voor een mutatie, voor het regelen van gevallen van gemeenheid en voor gelijk welke akte of proces-verbaal, welke in een identificeren van grondeigendom voorzien en welke ter hypothecaire overschrijving of inschrijving kunnen worden voorgelegd.

De uitoefening van de in dit artikel beschreven beroepsactiviteit valt eveneens onder de bevoegdheid van de landmeters-experten in overheidsdienst bij de uitoefening van hun opdrachten als ambtenaar.

Deze bepalingen zijn niet strijdig met onderhavig besluit. Dit laatste legt niet de verplichting op om beroep te doen op een landmeter-expert voor de aanmaak van plannen. Een van de objectieven van het besluit is om over plannen te beschikken om de bijwerking van de perceelsdocumentatie toe te laten. De administratie heeft niet als taak te oordelen over de bevoegdheid of de juridische bekwaamheid van de auteur van het plan, maar wel over de kwaliteit van het geleverde plan.

Het is nochtans duidelijk dat wanneer de vervaardiging van een plan een hoge professionele kennis vereist ten gevolge van de complexiteit van de configuratie van de eigendomsgrenzen, het vanzelfsprekend is dat men beroep doet op een professional. Deze vaststelling staat los van het huidige project.

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING Artikel 1 Dit artikel definieert een aantal begrippen.

De bijkomende identificatieregel treft enkel de documenten of akten waarop artikel 141 van de Hypotheekwet toepassing vindt. Worden dus niet geviseerd door de bijkomende identificatieregel : de onderhandse akten. Nochtans houdt niets een eigenaar of een andere aanvrager tegen om aan de administratie gereserveerde identificaties te vragen of om een plan van afbakening neer te leggen voor zo'n akte.

De definitie van "plan van afbakening" is het onderwerp van discussie geweest met de vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen van landmeters-experten. Deze professionelen maken verschillende soorten plannen op : opmetingsplannen, afpalingsplannen, verkavelingsplannen, verdelingsplannen,... Elk van die soorten van plannen heeft zijn eigen finaliteit en vervaardigingsregels. Wat essentieel is dat elk van die plannen geschikt is om de perceelsgrenzen uit te zetten op het terrein en op te nemen in de documentatie van de AAPD. De definitie van "gereserveerde perceelsidentificatie" behoeft geen verdere commentaar.

In § 2 wordt bepaald wat onder "nieuw te creëren kadastraal perceel" dient te worden verstaan. Dat begrip is dus naast het begrip "akte" een sleutelelement in de precieze toepassing van het ontwerp van koninklijk besluit.

Artikel 2 Artikel 2, § 1 bepaalt de aanvullende identificatieregel.

De nieuwe identificatieregel omvat twee luiken : enerzijds de referte aan het plan van afbakening en anderzijds de gereserveerde perceelsidentificatie.

Het tweede lid komt tegemoet aan de vraag van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en van de beroepsverenigingen van de landmeters-experten om samen met de openbaar te maken akte een plan van het betreffende onroerende goed te kunnen neerleggen. Voor de administratie volstaat de voorafgaande neerlegging van een plan en zijn referte in de akte. Het is dus niet meer noodzakelijk om dit plan nog eens te hechten aan de akte die voor openbaarmaking op het hypotheekkantoor wordt aangeboden. Anderzijds is daar niets op tegen, op voorwaarde dat geen enkele grenswijziging werd aangebracht ten opzichte van het eerder neergelegd origineel.

Wat het eerste luik van de nieuwe identificatieregel betreft maakt artikel 2, § 2 een uitzondering voor de nog op te richten gebouwen. De administratie beschikt over een kopie van deze plannen via de stedenbouwkundige dienst. Het is dus niet nodig om deze plannen nog eens te vragen (uiteraard moeten in de akte wel de gereserveerde identificaties gebruikt worden). Dit geldt niet voor de bestaande gebouwen onderworpen aan gedwongen mede-eigendom : in dit geval wordt er een plan geëist.

Artikel 2, § 3 betreft het geval waarin een perceel in verschillende kavels is verdeeld.

Wanneer de overeenkomst slechts een deel van een perceel betreft, heeft de administratie in principe enkel het plan nodig betreffende dat gedeelte en is een opmeting van het resterende gedeelte van het oude perceel niet vereist.

Daarentegen, in het geval van een verdeling in verschillende kavels, moet de administratie ook beschikken over een plan van het geheel om de nieuwe kadastrale percelen te kunnen vormen. Bij de verkoop van een kavel in een verkaveling met verschillende kavels blijft deze informatie onmisbaar.

De opmeting van de omtrek wordt uitdrukkelijk vereist om de veel voorkomende praktijk tegen te gaan waarbij verkavelingsprojecten worden uitgevoerd zonder enige opmeting. Het hoeft geen betoog dat de realisatie van dergelijke verkaveling aanleiding geeft tot heel wat geschillen inzake eigendomsafbakening.

Het laatste lid van § 3 laat toe om de aanmaak van de percelen te verfijnen als er slechts kleine verschillen zijn tussen het verkavelingsproject en de realisatie (belangrijke verschillen worden vermeden door de opmeting van de omtrek).

Artikel 3 Artikel 3 bepaalt de modaliteiten van de aanvraag tot het bekomen van de referte van het afbakeningsplan. Dat gebeurt door de neerlegging van het plan bij de diensten bevoegd voor de kadastrale documentatie.

Verder handelt het artikel over de voorwaarden en modaliteiten van aflevering van die referte.

Artikel 4 Dit artikel voorziet de modaliteiten van de aanvraag van gereserveerde perceelsidentificaties en behoeft geen bijzondere commentaar.

Artikel 5 Dit artikel verleent delegatie aan de Minister bevoegd voor Financiën om de inhoud te bepalen van het in te dienen plan van afbakening.

Vermits dergelijk plan mede de basis zal vormen voor de bijwerking van het kadastrale luik van de patrimoniale informatie, moet het beantwoorden aan een aantal minimumvereisten die grotendeels van technische aard zijn. In deze context moet nog worden opgemerkt dat in het kader van dit besluit het opmaken van een plan van afbakening geen monopolie is van de landmeters-experten, hoewel uiteraard best op een landmeter-expert beroep zal gedaan worden wanneer het gaat om complexe opmetingen.

Voorts wordt het aan dezelfde Minister overgelaten om indien nodig aanvullende regels vast te stellen wat betreft de aanbieding van een plan van afbakening en wat betreft de aanvraag en de aflevering van de referte aan het plan en van de nieuwe gereserveerde perceelsidentificaties.

Artikel 6 De administratie is momenteel in staat om de referte aan het plan van afbakening af te leveren. De aflevering van de gereserveerde perceelsidentificatie hangt af van de operationalisering van STIPAD, het geïntegreerd behandelingssysteem van de AAPD. Om deze reden voorziet artikel 6 een inwerkingtreding in twee fasen.

In zijn advies 54.049/2 van 23 september 2013, stelt de Raad van State voor om op een nauwkeurige manier de bepalingen te identificeren die betrokken zijn bij de gefaseerde inwerkingtreding. De administratie heeft de tekst echter niet gewijzigd omdat artikel 6 duidelijk de neerlegging van het plan en de aflevering van de perceelsidentificatie scheidt. Deze twee onderwerpen zijn daarentegen nauw met elkaar verbonden in het dispositief, de aanduiding van de referenties van het dispositief met betrekking tot het één of het andere onderwerp zou een complexe oefening zijn en zou niet bijdragen aan een betere leesbaarheid.

Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, K. GEENS

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 54.049/2 van 23 september 2013 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de administratie van het kadaster en van de aflevering door die administratie van een nieuwe identificatie' Op 23 augustus 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de administratie van het kadaster en van de aflevering door die administratie van een nieuwe identificatie' .

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 23 september 2013.

De kamer was samengesteld uit Yves KREINS, kamervoorzitter, Pierre VANDERNOOT en Martine BAGUET, staatsraden, Sébastien VAN DROOGHENBROECK en Marianne DONY, assessoren, en Anne-Catherine VAN GEERSDAELE, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur .

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine BAGUET. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 23 september 2013.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

AANHEF Het eerste lid moet worden gesteld als volgt : "Gelet op de wet van 16 december 1851 tot herziening van het hypothecaire stelsel, artikel 141, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995;".

DISPOSITIEF Artikel 6 De tekst moet worden herzien zodat duidelijk wordt aangegeven welke bepalingen van het ontwerp op de tiende dag na de bekendmaking van het besluit in het Belgisch Staatsblad in werking treden en van welke bepalingen de inwerkingtreding door de minister van Financiën moet worden geregeld.

DE GRIFFIER, Anne-Catherine VAN GEERSDAELE DE VOORZITTER, Yves KREINS

18 NOVEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot aanvulling van de identificatieregels van onroerende goederen in een aan hypothecaire openbaarmaking onderworpen akte of stuk, en tot regeling van de voorafgaande neerlegging van een plan bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie en van de aflevering door die algemene administratie van een nieuwe identificatie FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de hypotheekwet van 16 december 1851 tot herziening van het hypothecair stelsel, artikel 141, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 9 februari 1995;

Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikel 504;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 22 februari 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 26 juli 2013;

Gelet op het advies 54.049/2 van de Raad van State gegeven op 23 september 2013 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat een volledigere en nauwkeurigere identificatie van de onroerende goederen in akten en stukken waarvan de openbaarmaking in een hypotheekkantoor vereist is, bijdraagt tot een grotere rechtszekerheid van de overdrachten van die goederen.

Overwegende dat het van belang is dat de juridische eigendomstoestand, gecreëerd door de opeenvolgende overdrachten van zakelijke rechten, nauwkeurig in de kadastrale bescheiden wordt weergegeven;

Overwegende dat om dat objectief te bereiken, het van belang is dat elke akte voldoende gegevens bevat om de kadastrale documentatie aan te passen en dat in het geval van overdracht van een gedeelte van een kadastraal perceel, het noodzakelijk is om over een plan te beschikken dat toelaat het kadastraal plan bij te werken;

Overwegende dat de geïntegreerde verwerking van de akten en documenten bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie noodzaken tot het gebruik van eenduidige identificaties voor de aanduiding van de goederen;

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° een akte : een akte of een stuk bedoeld in artikel 141 van de hypotheekwet;2° een plan van afbakening : een plan dat toelaat de grenzen te bepalen van een onroerend goed dat het onderwerp is van een akte;3° een gereserveerde perceelsidentificatie : een kadastraal perceelnummer gereserveerd in de database van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie met het oog op een latere kadastrering. § 2. Voor de toepassing van dit besluit worden met een nieuw te creëren kadastraal perceel gelijkgesteld : 1° een deel van een perceel dat afkomstig is uit een bestaand kadastraal perceel;2° een perceel dat op het niet-gekadastreerde openbaar domein word gewijzigd of gecreëerd;3° een privatieve kavel te creëren in het kader van de artikelen 577-2 en 577-3 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 2.§ 1. Wanneer een akte een nieuw te creëren kadastraal perceel betreft, wordt in de akte de identificatie van dat perceel aangevuld met : 1° de referte aan een plan van afbakening;2° de voor dat perceel gereserveerde nieuwe perceelsidentificatie. De notaris of de openbare ambtenaar kan bij de akte het plan van afbakening voegen waarop enkel de gereserveerde perceelsidentificatie en de handtekeningen van de partijen mogen worden toegevoegd. § 2. Voor een te creëren privatieve kavel in het kader van de artikelen 577-2 en 577-3 van het Burgerlijk Wetboek is de referte aan een plan van afbakening echter niet vereist wanneer de kavel zich bevindt in een nog op te richten, in oprichting zijnde of nieuw opgericht gebouw. § 3. In geval van een verdeling in verschillende kavels bevat het in § 1 bedoelde plan van afbakening het geheel van de kavels en is de omtrek ervan het resultaat van een opmeting.

In geval bij de overdracht van een kavel de definitieve afbakening ervan niet overeenstemt met die op het plan van het geheel, bevat de akte eveneens de referte aan een plan van afbakening eigen aan die kavel.

Art. 3.De neerlegging van het plan van afbakening bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie geldt als een aanvraag tot aflevering van de in artikel 2 bedoelde referte.

Binnen de twintig kalenderdagen vanaf de neerlegging van het plan levert de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie de in artikel 2 bedoelde referte af indien het neergelegde plan voldoet aan de regels overeenkomstig artikel 5 vastgelegd door de Minister van Financiën, of licht ze de aanvrager in van de redenen van de niet-aflevering van die referte.

Art. 4.De nieuwe gereserveerde perceelsidentificatie wordt aangevraagd bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie maakt de gereserveerde perceelsidentificatie aan in afwachting van de creatie van het nieuwe kadastraal perceel en deelt ze binnen de twintig kalenderdagen te rekenen vanaf het indienen van de aanvraag mee, voor zover die aanvraag de nodige gegevens bevat en mits er overeenkomstig artikel 3 een plan van afbakening is neergelegd.

De bepaling van de nieuwe gereserveerde perceelsidentificatie geschiedt uitsluitend op grond van de gegevens vermeld in de aanvraag.

Art. 5.De minister bevoegd voor Financiën bepaalt de inhoud evenals de nadere regels inzake de aanbieding van het in artikel 2 bedoelde plan.

Hij bepaalt eveneens de nadere regels betreffende de aanvraag en de aflevering van de referte aan het plan en van de nieuwe gereserveerde perceelsidentificatie.

De minister bevoegd voor Financiën kan de verplichting opleggen om samen met het plan een document neer te leggen dat een geautomatiseerde verwerking van het plan toelaat.

Art. 6.De bepalingen van dit besluit die de voorafgaande neerlegging van een plan betreffen, treden in werking de 1ste januari 2014.

De bepalingen die het gebruik van de gereserveerde perceelsidentificatie betreffen, treden in werking op een door de Minister van Financiën vast te stellen datum.

Art. 7.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 november 2013.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, K. GEENS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^