Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 september 1997
gepubliceerd op 18 november 1997

Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Regie der Gebouwen

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
1997002112
pub.
18/11/1997
prom.
18/09/1997
ELI
eli/besluit/1997/09/18/1997002112/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

18 SEPTEMBER 1997. Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Regie der Gebouwen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11, § 1, vervangen door de wet van 22 juli 1993;

Gelet op de wet van 1 april 1971 houdende oprichting van een Regie der Gebouwen, gewijzigd en aangevuld bij de wetten van 28 december 1973, 22 december 1989 en 20 juli 1990;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 3, § 1, 37°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 september 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 april 1995;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 augustus 1997 betreffende hiërarchische indeling van de bijzondere graden waarvan de personeelsleden van de Regie der Gebouwen titularis kunnen zijn;

Gelet op het advies van de Directieraad;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 4 juni 1997;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 4 juni 1997;

Gelet op het protocol van 15 juli 1997 van het Sectorcomité I « Algemeen Bestuur »;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat zonder verwijl de bepalingen inzake vereenvoudiging van de loopbaan en de bevordering door verhoging in weddeschaal voorzien voor de aan de ministeries gemene graden ook dienen te worden toegepast op de loopbanen voor de bijzondere graden bij de Regie der Gebouwen teneinde de continuïteit van de dienst te verzekeren;

Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. De ambtenaren die, op de datum van 1 januari 1994, titularis zijn van één van de hierna in de linkerkolom vermelde geschrapte graden, worden ambtshalve benoemd in de graad die in de rechterkolom voorkomt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van klerk (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 35, 34, 32 en 30 geacht verricht te zijn in de graad van rang 30. § 3. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van vakman (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 34, 32 en 30 geacht verricht te zijn in de graad van rang 30. § 4. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van geschoold arbeider (rang 42) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 44, 43 en 42 geacht verricht te zijn in de graad van rang 42. § 5. De door de in dit artikel bedoelde ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.

Art. 2.§ 1. In afwijking van de artikelen 47 en 53 van het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4 worden de ambtenaren, die op datum van 1 januari 1994, titularis zijn van één van de hierna vermelde geschrapte graden, ambtshalve benoemd tot de graad van technisch adjunct (rang 30) : Adjunct-werkopzichter Adjunct-tekenaar Werkopzichter Adjunct-tekenaar 1e klasse Eerste werkopzichter Eerste adjunct-tekenaar § 2. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch adjunct (rang 30) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 34, 32 en 30 geacht verricht te zijn in de graad van rang 30. § 3. De graad van hoofdtechnisch adjunct kan enkel worden toegekend aan de ambtenaren die titularis zijn van de graad van technisch adjunct en die geslaagd zijn voor een examen voor verhoging in graad, waarvan de nadere regels inzake organisatie worden vastgesteld door de Minister die de Regie der Gebouwen onder zijn bevoegdheid heeft, na advies van de vaste wervingssecretaris. § 4. De door de in dit artikel bedoelde ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.

Art. 3.§ 1. In afwijking van artikel 43 van het koninklijk besluit van 14 september 1994 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 2, 3 en 4 worden de ambtenaren die, op 1 januari 1994 titularis waren van één van de graden die vermeld zijn in de linkerkolom, ambtshalve benoemd in de graden die in de rechterkolom voorkomen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. In afwijking van voormeld artikel 43 van hetzelfde koninklijk besluit van 14 september 1994 worden ook de ambtenaren die op 1 februari 1994 laureaat zijn van het examen voor bevordering in graad tot de graad van eerste tekenaar of controleur van werken ambtshalve benoemd tot de graad van technisch assistent. § 3. De ambtenaren die, op datum van 1 januari 1994, titularis zijn van één van de hierna in de linkerkolom vermelde geschrapte graden, worden ambtshalve benoemd in de graad die in de rechterkolom voorkomt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 4. De ambtenaren die in niveau 2+ benoemd zijn, behouden in dat niveau de anciënniteit verkregen in de graad waarvan ze titularis waren. § 5. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch assistent (rang 26) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 22 en 20 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 6. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van landschapsdeskundige (rang 26) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in de graad van de rang 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 7. In afwijking van § 4 van dit artikel worden voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend technisch helper (rang 26) worden benoemd, slechts de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rang 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 8. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van landschapsdeskundige 1e klasse (rang 27) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in en graad van rang 23 geacht verricht te zijn in de graad van rang 27. § 9. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend technisch assistent (rang 28) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rang 24 geacht verricht te zijn in de graad van rang 28. § 10. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend landschapsdeskundige (rang 28) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rang 24 geacht verricht te zijn in de graad van rang 28. § 11. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van hoofdtechnisch helper (rang 28) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rang 24 geacht verricht te zijn in de graad van rang 28. § 12. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaar die in de graad van eerste conducteur van werken (afgeschafte graad - rang 29) worden benoemd, worden in de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van rang 25 geacht verricht te zijn in de graad van rang 29. § 13. De door de in dit artikel bedoelde ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.

Art. 4.§ 1. De ambtenaren die, op 1 maart 1997, titularis zijn van één van de hierna vermelde geschrapte graden worden ambtshalve benoemd tot de graad van wachter (rang 42).

Wachter (rang 40) Wachter 1e klasse (rang 41) Eerstaanwezend wachter (rang 42) Adjunct-hoofdwachter (rang 43) Hoofdwachter (rang 44) § 2. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van wachter (rang 42) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 44, 43, 41 en 40 geacht verricht te zijn in de graad van rang 42. § 3. De door de in dit artikel bedoelde ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.

Art. 5.§ 1. De ambtenaren die krachtens artikel 3 van dit besluit van ambtshalve benoemd zijn, en de hierna in de linkerkolom voorkomen, worden op 1 maart 1997 ambtshalve benoemd in de graad die in de rechterkolom voorkomt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. Voor de berekening van die graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van landschapsdeskundige (rang 26) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 27, 26, 23 en 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 3. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch assistent (rang 26) worden benoemd, worden in de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 26, 22 en 20 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 4. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van technisch helper (rang 26) worden benoemd, worden in de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 28, 26, 24 en 22 geacht verricht te zijn in de graad van rang 26. § 5. Voor de berekening van de graandanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend landschapsdeskundige (rang 28) worden benoemd, worden in de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 28 en 24 geacht verricht te zijn in de graad van de rang 28. § 6. Voor de berekening van de graandanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van eerstaanwezend technisch assitent (rang 28) worden benoemd, worden in de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 28 en 24 geacht verricht te zijn in de graad van de rang 28. § 7. De door de in dit artikel bedoelde ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.

Art. 6.§ 1. De ambtenaren die, op 1 maart 1997, titularis zijn van de op diezelfde datum, bij het koninklijk besluit betreffende de hiërarchische indeling van de bijzondere graden waarvan de personeelsleden van de Regie der Gebouwen titularis kunnen zijn, geschrapte graad, hierna vermeld in de linkerkolom, worden ambtshalve benoemd tot de graad die in de rechterkolom voorkomt : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren die in de graad van adjunct-adviseur (rang 10) worden benoemd, worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 12, 11 en 10 geacht verricht te zijn in de graad van rang 10. § 3. De door de in dit artikel bedoelde ambtenaren verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.

Art. 7.Het koninklijk besluit van 4 februari 1997 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van de Regie der Gebouwen wordt opgeheven.

Art. 8.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 1997 met uitzondering van de artikelen 1 tot 3 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 1994.

Art. 9.Onze Minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 september 1997.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken, A. FLAHAUT

^