Koninklijk Besluit van 18 september 2018
gepubliceerd op 24 oktober 2018
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Koninklijk besluit betreffende de nadere regels voor de gegevensvergaring, de monitoring en de evaluatie van de federale acties in het kader van de rapporteringsverplichtingen opgelegd door Verordening nr. 517/2014 en Verordening (EU) nr. 525/2013

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2018014397
pub.
24/10/2018
prom.
18/09/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018014397

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU


18 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk besluit betreffende de nadere regels voor de gegevensvergaring, de monitoring en de evaluatie van de federale acties in het kader van de rapporteringsverplichtingen opgelegd door Verordening (EU) nr. 517/2014 en Verordening (EU) nr. 525/2013


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit waarvan wij de eer hebben het Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, vormt het uitvoeringsbesluit van artikel 2, § 2, van de wet van 28 oktober 2016 inzake de wijze van toepassing van Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 en Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG. Artikel 2, § 2, van de bovenvermelde wet machtigt de Koning om de nodige modaliteiten voor het verzamelen van de gegevens, voor de monitoring en voor de evaluatie van de federale acties in het kader van de verplichte rapportage vereist door Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 en Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG te leggen.

Bovendien werd de Dienst aangewezen door het koninklijk besluit van 22 december 2016 belast met het opstellen van dit koninklijk besluit voor de ontwikkeling van de nodige modaliteiten voor het verzamelen van de gegevens, voor de monitoring en voor de evaluatie van de federale acties. Dit werk zal moeten worden uitgevoerd in overleg met de entiteiten en diensten van de Federale Staat die in het bezit zijn van de relevante gegevens en informatie gegevens, met als doel de coherentie van de gegevens en de efficiëntie van de rapportageproces te garanderen. Bovendien zal het rapportageproces op een jaarlijkse cyclus gebaseerd moeten worden. Dat wil zeggen dat de federale acties jaarlijks zullen moeten gemonitord en geëvalueerd worden, op basis van de jaarlijkse verzamelde gegevens. Ten slotte zal het rapportageproces moeten worden uitgewerkt met als doel de tijdige voltooiing, transparantie, nauwkeurigheid, samenhang, vergelijkbaarheid en volledigheid van de gerapporteerde gegevens te waarborgen.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame ontwikkeling, M. C. MARGHEM

18 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk besluit betreffende de nadere regels voor de gegevensvergaring, de monitoring en de evaluatie van de federale acties in het kader van de rapporteringsverplichtingen opgelegd door Verordening (EU) nr. 517/2014 en Verordening (EU) nr. 525/2013 FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 28 oktober 2016 inzake de wijze van toepassing van verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 en Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG, artikel 2, § 2;

Gezien het koninklijk besluit van 22 december 2016 tot uitvoering van artikel 2, § 1, van de wet van 28 oktober 2016 inzake de wijze van toepassing van Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 en Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 15 mei 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 4 juni 2018;

Gelet op de impactanalyse van de regelgeving uitgevoerd, overeenkomstig artikel 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op het advies 63.809/1/V van de Raad van State, gegeven op 30 juli 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende het protocol van Montreal dat de verplichting oplegt om gegevens mede te delen betreffende de handel in stoffen die de ozonlaag aantasten;

Overwegende verordening (EU) nr. 517/2014 die het toepassingsgebied van de vigerende verplichtingen inzake mededeling van informatie uitbreidt tot andere gefluoreerde stoffen die een hoog aarde-opwarmingspotentieel hebben;

Overwegende verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 die de Lidstaten verplicht om de impact van beleidsmaatregelen en -acties die verband houden met de strijd tegen de klimaatveranderingen te rapporteren, te monitoren en te evalueren;

Overwegende dat de verzamelde gegevens nuttig kunnen zijn in het kader van elke context waarin de rapportering van dezelfde soort gegevens vereist zijn, teneinde dubbel werk te voorkomen en de efficiëntie van de federale rapportering mogelijk te maken, onder meer in het kader van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de verdeling van de Belgische klimaat- en energiedoelstellingen voor de periode 2013-2020 en in het kader van het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering;

Overwegende de federale bijdrage tot het nationaal adaptatieplan, goedgekeurd door de Ministerraad van 28 oktober 2016;

Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Definities Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° MMR-Verordening : verordening (EU) nr.525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van beschikking nr. 280/2004/EG; 2° Verordening gefluoreerde broeikasgassen : verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van verordening (EG) nr. 842/2006; 3° De dienst Klimaatverandering : de dienst Klimaatverandering van het Directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;4° Rapportenonderzoek : de revisie van de rapporten die België aflevert in het kader van zijn rapportageverplichtingen door een team van externe experts dat moet antwoorden op vragen om verduidelijking of dat bijkomende inlichtingen moet verstrekken, en die is bekrachtigd door een rapportenonderzoek dat conclusies en aanbevelingen bevat die moeten in overweging genomen worden voor het volgende rapporteringsjaar;5° Methodologie : een geheel van regels, berekeningen, hypotheses en instrumenten (waaronder modellen) die het mogelijk maken om (ex ante of ex post) op een onderbouwde en reproduceerbare wijze de impact van de beleidslijnen en -maatregelen rond broeikasgasemissies te evalueren;6° Beleidslijnen en -maatregelen : elke tussenkomst die erop gericht is de verbintenissen uit te voeren die zijn vervat in artikel 4, § 2, a) en b) van het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering, en die beleidsmaatregelen kunnen omvatten die niet in de eerste plaats tot doel hebben de uitstoot van broeikasgassen te beperken of te verminderen;7° Projecties : de projecties van de anthropische emissies door bronnen en van de absorpties door broeikasgasputten, rekening houdend met de effecten in termen van emissieverminderingen van broeikasgassen van het beleid en de maatregelen die werden aangenomen om de klimaatverandering te milderen, alsook van het beleid en de maatregelen die daartoe zijn gepland;8° Federale bijdrage tot het Nationaal Adaptatieplan Klimaatverandering : het plan dat op de Ministerraad van 28 oktober 2016 werd goedgekeurd;9° Nationaal adaptatieplan : het Plan dat op 19 april 2017 werd goedgekeurd door de Nationale Klimaatcommissie en waarbij adaptatiemaatregelen met nationale draagwijdte werden geïdentificeerd die ertoe strekken de samenwerking te versterken en synergieën inzake adaptatie te ontwikkelen tussen de verschillende regeringen van de federale staat en de gewesten;10° Nationaal systeem voor beleid, maatregelen en projecties : een geheel van institutionele, juridische en procedurele instrumenten die zijn opgezet voor de aangifte van beleidslijnen en -maatregelen en projecties in verband met anthropische emissies door bronnen en absorpties door putten van broeikasgassen die niet door het protocol van Montreal zijn gereglementeerd, overeenkomstig artikel 12 van de MMR-Verordening; 11° Nationaal inventarissysteem : een geheel van institutionele, juridische en procedurele instrumenten die in België zijn opgezet voor de raming van de anthropische emissies door bronnen en absorpties door putten van broeikasgassen die niet door het protocol van Montreal zijn gereglementeerd en voor de aangifte en archivering van inlichtingen in verband met de inventarissen overeenkomstig Beschikking 19/CMP.1 of andere toepasbare beslissingen die zijn aangenomen door de organen van het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering of van het protocol van Kyoto; 12° Strategie voor koolstofarme ontwikkeling : een strategie die werd ontwikkeld overeenkomstig beslissing 1/CP.16, artikel 4.19 van het Akkoord van Parijs en artikel 4 van de MMR-Verordening, teneinde op een duurzame manier de broeikasgasemissies in te perken op lange termijn; 13° Tweejaarlijks rapport : het rapport overeenkomstig beslissing 2/CP.17 van de conferentie van Partijen in het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering of overeenkomstig relevante latere beslissingen aangenomen door de organen van het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en opgesomd in artikel 18 van de MMR-Verordening; 14° Nationale communicatie : rapport overeenkomstig artikel 12 van het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering, zoals bedoeld in artikel 18 van de MMR-Verordening.

Art. 2.Coördinatie en kwaliteit van de gegevens § 1. De dienst Klimaatverandering staat in voor de coördinatie van de rapportage, de compilatie van de gegevens en bezorgt desgevallend de rapporten aan de federale regering. § 2 Deze dienst is tevens verantwoordelijk voor de analyse van de werking van het federale rapportagesysteem en stelt aan de regering verbeteringsmaatregelen voor.

Art. 3.Gegevens in verband met de inventaris van broeikasgassen § 1. Overeenkomstig artikelen 5, 7 en 8 van de MMR-Verordening ontvangt de dienst Klimaatverandering van elke verantwoordelijke entiteit tegen 15 december voorafgaand aan de officiële vervaltermijn voor de rapportering van 15 januari van het jaar X en tegen uiterlijk 15 februari voorafgaand aan de officiële vervaltermijn voor de rapportering van 15 januari van het jaar X de volgende gegevens en inlichtingen tot het jaar X-2 : 1° de vijf jaarlijkse vragenlijst van AIE/Eurostat betreffende de energiestatistieken volgens bijlage B van de verordening (EG) 1099/2008;2° elke statistische indicator of gegeven vereist om de nationale broeikasgasinventaris op te stellen;3° elk ander element dat ertoe strekt de referentiebenadering op te stellen volgens het relevante formaat;4° elke nuttige inlichting die met de gebruikte methodologieën verband houdt;5° elke inlichting die nuttig is voor de redactie van het nationaal inventarisrapport;6° elke aanpassing aan het QA/QC systeem en aan het nationaal inventarissysteem. § 2. De entiteiten die voor de mededeling van deze inlichtingen en gegevens zoals bedoeld in paragraaf 1 verantwoordelijk zijn, zijn de volgende : 1° de DG Energie van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie;2° de FOD Mobiliteit en Vervoer;3° de FOD Financiën;4° elke andere federale entiteit die in het bezit is van relevante gegevens met betrekking tot de broeikasgasinventaris.

Art. 4.Gegevens met betrekking tot beleidslijnen en maatregelen § 1. Overeenkomstig artikelen 12 en 13 van de MMR-Verordening ontvangt de dienst Klimaatverandering vanaf 2019, om de twee jaar en tegen uiterlijk 15 februari, de volgende gegevens vanwege elke verantwoordelijke entiteit : 1° een beschrijving van de maatregelen waarvan de uitvoering onder haar verantwoordelijkheid valt, en die het mogelijk maken om alle informatie te verkrijgen die vereist is krachtens bijlage XI van de uitvoeringsverordening (EU) nr.749/2014; 2° de actualisering van de gegevens die nodig zijn om de effecten van het beleid en van de maatregelen met het oog op de vermindering van de emissies van broeikasgassen te evalueren;3° elke aanpassing aan het nationaal systeem voor beleid, maatregelen en projecties;4° elke actualisering van de strategie voor koolstofarme ontwikkeling; § 2. De verantwoordelijke entiteiten voor de mededeling van de gegevens en inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 zijn : 1° de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie;2° de FOD Mobiliteit en Vervoer;3° de FOD Financiën;4° defensie;5° de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;6° het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling;7° de Regie der Gebouwen;8° elke andere federale entiteit die in het bezit is van relevante gegevens met betrekking tot het beleid en de maatregelen.

Art. 5.Gegevens met betrekking tot de projecties § 1. Overeenkomstig artikel 14 van de MMR-Verordening ontvangt de dienst Klimaatverandering uiterlijk 15 februari van elk jaar de volgende gegevens vanwege elke verantwoordelijke entiteit : 1° in de mate van het mogelijke, de indicatoren gevraagd in tabellen 2 en 3 van bijlage XII van de uitvoeringsverordening (EU) nr.749/2014; 2° de beschrijving van de modellen gebruikt in tabel 4 van bijlage XII van de uitvoeringsverordening (EU) nr.749/2014; 3° de beschrijving van de resultaten van het alternatief scenario op het regionale scenario;4° elk activiteitsgegeven dat nodig is voor het opstellen van de regionale scenario's voor de nationale compilatie, meer in het bijzonder de gegevens in verband met de energiemix en de geïnstalleerde capaciteiten. § 2. De verantwoordelijke entiteiten voor de mededeling van de gegevens en inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 zijn : 1° het Federaal Planbureau;2° de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie;3° de FOD Mobiliteit en Vervoer;4° de FOD Financiën;5° de Regie der Gebouwen;6° elke andere federale entiteit die in het bezit is van relevante gegevens met betrekking tot de projecties.

Art. 6.Gegevens met betrekking tot de nationale adaptatieacties § 1. Overeenkomstig artikel 15 van de MMR-Verordening ontvangt de dienst Klimaatverandering om de twee jaar vanaf 2018 en tegen uiterlijk 15 februari de volgende gegevens vanwege elke verantwoordelijke entiteit : 1° de inlichtingen in verband met de uitvoering of planning van (genomen of geplande) adaptatiemaatregelen waarvoor zij verantwoordelijk is, in het bijzonder de acties die zijn voorzien in de Federale Bijdrage tot het Nationaal Adaptatieplan aan de klimaatverandering en in het Nationaal Adaptatieplan.Deze inlichtingen omvatten de belangrijkste doelstellingen, de incidentiecategorie gelinkt aan de bedoelde klimaatverandering, de voorziene/toegewezen budgetten, de uitvoeringsgraad en, voor zover mogelijk, de opvolgingsindicatoren; 2° elke relevante inlichting in het kader van de adaptatie aan de klimaatveranderingen. § 2 De verantwoordelijke entiteiten voor de mededeling van de gegevens en inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 zijn : 1° de FOD Mobiliteit en Vervoer;2° infrabel;3° de FOD Binnenlandse Zaken;4° defensie;5° de FOD Buitenlandse Zaken;6° de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie;7° de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;8° het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI);9° de POD Wetenschapsbeleid;10° elke andere federale entiteit die in het bezit is van relevante gegevens met betrekking tot de adaptatie aan de klimaatveranderingen.

Art. 7.Gegevens met betrekking tot de financiële en technologische ondersteuning verleend aan de ontwikkelingslanden § 1. Overeenkomstig artikel 16 van de MMR-Verordening, ontvangt de dienst Klimaatverandering tegen uiterlijk 1 september van elk jaar vanwege elke verantwoordelijke entiteit : 1° de financiële gegevens met betrekking tot de Belgische ontwikkelingshulp en andere multilaterale of bilaterale bijdragen volgens het formaat van de CTF-tabellen 7 tot 9 van de biënnale rapporten;2° elke informatie die relevant is met betrekking tot de activiteiten in verband met de technologietransfert en de capaciteitsversterking. § 2. De verantwoordelijke entiteiten voor de mededeling van de gegevens en inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 zijn : 1° het DG Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;2° elke andere federale entiteit die in het bezit is van relevante informatie met betrekking tot de financiële en technologische ondersteuning verleend aan ontwikkelingslanden.

Art. 8.Gegevens met betrekking tot het gebruik van de opbrengst van de veiling en van kredieten die uit projecten zijn voortgevloeid § 1. Overeenkomstig artikel 17 van de MMR-Verordening ontvangt de dienst Klimaatverandering tegen uiterlijk 15 juli van elk jaar vanwege elke verantwoordelijke entiteit alle informatie die vereist is krachtens bijlage XIII van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 749/2014. § 2. De verantwoordelijke entiteiten voor de mededeling van de gegevens en inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 zijn : 1° het DG Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;2° elke andere federale entiteit die in het bezit is van relevante informatie met betrekking tot het gebruik van de opbrengst van veilingen en kredieten die uit projecten zijn voortgevloeid.

Art. 9.Gegevens met betrekking tot de tweejaarlijkse rapporten en nationale Communicaties § 1. Overeenkomstig artikel 18 van de MMR-Verordening ontvangt de dienst Klimaatverandering om de twee jaar voor de tweejaarlijkse rapporten vanaf 2019, of om de vier jaar voor de Nationale Communicaties vanaf 2021, tegen uiterlijk 30 juni, de volgende gegevens vanwege elke verantwoordelijke entiteit : 1° elke aanvullende relevante informatie bij artikelen 3 tot 7 van dit besluit, overeenkomstig de richtlijnen van de tweejaarlijkse rapporten en Nationale Communicaties van het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering;2° elke informatie overeenkomstig de richtlijnen van de Nationale Communicaties van het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering voor de hoofdstukken Nationale Omstandigheden, Onderzoek en systematische waarneming en Sensibilisering, opvoeding en opleiding. § 2. De verantwoordelijke entiteiten voor de mededeling van de gegevens en inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 zijn : 1° de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, meer in het bijzonder het DG Energie;2° het Federaal Planbureau;3° de FOD Mobiliteit en Vervoer;4° de Regie der Gebouwen;5° de FOD Financiën;6° het DG Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;7° het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI);8° de POD Wetenschapsbeleid;9° de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;10° defensie;11° elke andere federale entiteit die in het bezit is van relevante gegevens met betrekking tot de biënnale rapporten en Nationale communicaties.

Art. 10.Gegevens met betrekking tot de gefluoreerde broeikasgassen § 1. Overeenkomstig artikel 10 van de Verordening gefluoreerde broeikasgassen, meldt de dienst Klimaatverandering aan de Commissie : 1° elke wijziging aan de certificatie- en opleidingsprogramma's;2° elke bijkomende relevante informatie die de Commissie in staat kan stellen om zicht te krijgen op de uitvoering van de Verordening gefluoreerde broeikasgassen. § 2. Overeenkomstig artikel 25 van de Verordening gefluoreerde broeikasgassen, meldt de dienst Klimaatverandering aan de Commissie elke wijziging aan de van toepassing zijnde strafbepalingen bij schending van de verordening, alsook elke maatregel nodig om die uit te voeren.

Art. 11.Entiteiten betrokken bij het rapportenonderzoek § 1. De entiteiten verantwoordelijk voor de mededeling van de informatie en gegevens bepaald in te artikelen 3 tot 10, kunnen eveneens gecontacteerd worden om aanvullende gegevens en verduidelijkingen te verstrekken, en antwoord te geven op de vragen die bij het rapportenonderzoek worden gesteld. § 2. De dienst Klimaatverandering licht de verantwoordelijke entiteiten in over de organisatie van de onderzoeken, en verstrekt tijdig de praktische details die noodzakelijk zijn voor hun deelname.

Art. 12.Opheffing Het koninklijk besluit van 22 december 2016 tot uitvoering van artikel 2, § 1, van de wet van 28 oktober 2016 inzake de wijze van toepassing van Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 en Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG wordt opgeheven.

Art. 13.Uitvoering De minister bevoegd voor Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 18 september 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Leefmilieu, M. C. MARGHEM


begin


Publicatie : 2018-10-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^