Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 19 april 2001
gepubliceerd op 28 april 2001

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2001022296
pub.
28/04/2001
prom.
19/04/2001
ELI
eli/besluit/2001/04/19/2001022296/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 APRIL 2001. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 35, §§ 1 en 2, gewijzigd door de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 25 januari 1999 en 24 december 1999 en het koninklijk besluit van 25 april 1997;

Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, inzonderheid op de artikelen 10, § 1, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 30 januari 1986, 22 juli 1988, 12 augustus 1994 en 7 juni 1995, 18, § 1, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 23 mei 1985, 7 januari 1987, 22 juli 1988, 19 december 1991, 10 juli 1996 en 9 oktober 1998, § 2, A gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 januari 1987, 19, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 14 oktober 1985, 7 januari 1987, 22 juli 1988, 13 november 1989, 9 december 1994 en 29 november 1996.

Gelet op de voorstellen van de Technische geneeskundige raad, gedaan tijdens zijn vergadering van 1 februari 2000;

Gelet op het advies, uitgebracht door de Dienst voor geneeskundige controle op 1 februari 2000;

Gelet op de beslissingen van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen van 28 februari 2000 en van 16 mei 2000;

Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole van 29 mai 2000;

Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 19 juni 2000;

Gelet op het voorstel van de Minister van Sociale Zaken van 28 september 2000;

Gelet op het advies van de Technische geneeskundige raad van 24 oktober 2000;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 november 2000;

Gelet op de akkoordbevinding Onze Minister van Begroting, van 12 januari 2001;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de omstandigheid dat de rechthebbenden van de verplichte verzekering voor geneeskundige zorgen die een radiotherapeutische behandeling ondergaan in toenemende mate geconfronteerd worden met belangrijke bijkomende kosten, door het feit dat de thans geldende nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen niet toelaat de behandelingskosten voldoende te dekken; dat het van belang is dat de diensten radiotherapie op een afdoende wijze gefinancierd worden om een goede werking te waarborgen evenals kwaliteitsvolle zorgen aan de rechthebbende van de verzekering, die lijden aan een dikwijls zeer zware aandoening; dat bijgevolg het onderhavig besluit zo snel mogelijk dient genomen en gepubliceerd te worden;

Gelet op advies 31.266/1 van de Raad van State gegeven op 13 februari 2001met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 10, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 30 januari 1986, 22 juli 1988, 12 augustus 1994 en 7 juni 1995 worden de woorden "specialist voor radiotherapie" vervangen door "specialist voor radiotherapie-oncologie"

Art. 2.In artikel 18, van dezelfde bijlage, § 1, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 23 mei 1985, 7 januari 1987, 22 juli 1988, 19 december 1991, 10 juli 1996 en 9 oktober 1998, § 2, A, gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 januari 1987 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1.Worden beschouwd als verstrekkingen die de bekwaming van geneesheer, specialist voor radiotherapie-oncologie (X), vereisen : A. Behandeling van de aandoeningen opgenomen in artikel 19, § 1 A.1. Behandeling I. Behandeling met uitwendige bestraling : één of meer lokalisaties met hoge energie of gammatherapie (lineaire accelerator, telekobalt, neutronen, protonen) 444113 - 444124 Forfaitair honorarium voor een een-voudige uitwendige bestralingsreeks van 1 tot 10 fracties voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 1, 5 of 6 . K 500 444135 - 444146 Forfaitair honorarium voor een een-voudige uitwendige bestralingsreeks van minstens 11 tot 35 fracties voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 2, 5 of 6 . K 1200 444150 - 444161 Forfaitair honorarium voor een complexe uitwendige bestralingsreeks voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 3, 5 of 6 . K 1600 444172 - 444183 Forfaitair honorarium voor een complexe uitwendige bestralingsreeks voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 4 . K 2000 444194 - 444205 Forfaitair honorarium voor een uitwendige bestralingsreeks met uitsluitend elektronen voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 9 . K 300 Onder complexe uitwendige bestraling wordt verstaan een bestraling waarbij het doelgebied is omschreven aan de hand van een CT en/of kernspintomografie van minstens 20 vlakken waarbij in minstens 10 verschillende vlakken het doelgebied en plaats van de kritieke organen werd vastgelegd en op basis waarvan individuele bestralingsopzetten worden vervaardigd.

De verstrekkingen met uitwendige bestraling zijn tijdens dezelfde bestralingsreeks niet cumuleerbaar met verstrekkingen voor een conventionele behandeling of met curietherapie behoudens de uitzonderingen waarin wordt voorzien voor de gecombineerde behandeling bij patiënten van categorie 5 of 6.

De verstrekking 444194 - 444205 kan niet gecumuleerd worden met verstrekkingen uit de rubriek A2 (bijkomende honoraria).

II. Behandeling met curietherapie : één of meer lokalisaties met één fractie of met gefractioneerde curietherapie met een interval van minstens 5 dagen 444216 - 444220 Forfaitair honorarium voor exclusieve curietherapie voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 7 . K 500 444231 - 444242 Forfaitair honorarium voor exclusieve curietherapie voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 9 . K 300 444253 - 444264 Forfaitair honorarium voor exclusieve curietherapie voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 8 . K 1200 444275 - 444286 Forfaitair honorarium voor exclusieve curietherapie voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 10 (restenosepreventie) . K 300 De verstrekking 444231 - 444242 en 444275 - 444286 kunnen niet gecumuleerd worden met verstrekkingen uit de rubriek A2 (bijkomende honoraria). 444290 - 444301 Forfaitair honorarium voor curietherapie gecombineerd met uitwendige bestralingsreeks voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 5 . K 800 444312 - 444323 Forfaitair honorarium voor curietherapie gecombineerd met uitwendige bestralingsreeks voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 6 . K 500 De verstrekkingen met curietherapie zijn tijdens dezelfde bestralingsreeks niet cumuleerbaar met verstrekkingen voor een conventionele behandeling of met uitwendige bestraling behoudens de uitzonderingen voorzien voor de gecombineerde behandeling bij patiënten van categorie 5 of 6.

III. Conventionele behandeling met x-stralen 50 tot 300 kV 444334 - 444345 Forfaitair honorarium voor een conventionele behandeling (röntgentherapie 200 tot 300 KV, contacttherapie 50 KV) van 1 tot 15 fracties voor een patiënt die beantwoordt aan de criteria of lijdt aan een aandoening opgenomen in categorie 11 . K 300 De verstrekking 444334 - 444345 is tijdens dezelfde bestralingsreeks niet cumuleerbaar met verstrekkingen uit rubriek A 2 (bijkomende honoraria).

A 2. Bijkomende honoraria bij behandelingen van de aandoeningen opgenomen in artikel 19, § 1 444356 - 444360 Forfaitair honorarium voor de voorbereidingen met simulator van een behandeling met uitwendige bestraling of curietherapie, per bestralingsreeks voor een patiënt van categorie 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8, eerste simulatie . K 300 444371 - 444382 Forfaitair honorarium voor de voorbereidingen met simulator van een behandeling met uitwendige bestraling of curietherapie, per bestralingsreeks voor een patiënt van categorie 2, 3, 4, 5, 6 of 8, tweede simulatie . K 150 De verstrekking 444371 - 444382 (tweede simulatie) kan per bestralingsreeks slechts éénmaal vergoed worden voor de patiënten van categorie 2, 3, 4, 5 of 6 indien in de loop van dezelfde uitwendige bestralingsreeks, een dosis van 50 GY (of BED g 55) op het doelgebied overschreden wordt of voor patiënten van categorie 5, 6 of 8 behandeld met een gefractioneerde curietherapie met een interval van minstens 5 dagen. 444393 - 444404 Forfaitair honorarium voor de berekening van de individuele dosisverdeling van een behandeling met uitwendige bestraling of curietherapie voor patiënten van categorie 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8, eerste planning . K 250 444415 - 444426 Forfaitair honorarium voor de berekening van de individuele dosisverdeling van een behandeling met uitwendige bestraling of curietherapie voor patiënten van categorie 2, 3, 4, 5, 6 of 8, tweede planning . K 125 De verstrekking 444415 - 444426 kan per bestralingsreeks slechts éénmaal vergoed worden voor de patiënten van categorie 2, 3, 4, 5 of 6 indien in de loop van dezelfde uitwendige bestralingsreeks, een dosis van 50 GY (of BED g55) op het doelgebied overschreden wordt of voor patiënten van categorie 5, 6 of 8 behandeld met een gefractioneerde curietherapie met een interval van minstens 5 dagen enkel na uitvoering van een tweede simulatie (444371 - 444382). 444430 - 444441 Bijkomend honorarium bij de verstrekking 444393 - 444404 (eerste planning) voor de berekening van de individuele driedimensionele dosisverdeling voor uitwendige bestraling voor patiënten van categorie 3, 4, 5 of 6 . K 125 444452 - 444463 Bijkomend honorarium bij de verstrekking 444393 - 444404 (eerste planning) voor de individuele dosisberekening met gebruik van een intensiteitsmodulatieprogramma voor bestraling met multileafcollimator voor patiënten van categorie 3, 4, 5 of 6 . K 100 444474 - 444485 Honorarium voor gammagrafie bij een patiënt behandeld met uitwendige bestraling van categorie 1, 2, 3, 4, 5 of 6, maximum 4 per bestralingsreeks . K 25 444496 - 444500 Honorarium voor on-line-imaging bij een patiënt behandeld met uitwendige bestraling categorie 1, 2, 3, 4, 5 of 6, maximum 4 per bestralingsreeks . K 25 444511 - 444522 Honorarium voor in-vivo dosimetrie bij patiënten behandeld met uitwendige bestraling van categorie 1, 2,3, 4, 5 of 6, maximum 4 per bestralingsreeks . K 25 De verstrekkingen 444474 - 444485 en 444496 - 444500 zijn tijdens eenzelfde bestralingsreeks niet cumuleerbaar. 444533 - 444544 Bijkomend honorarium voor bestraling met een multileafcollimator voor de patiënten van categorie 3 4, 5 of 6, per bestralingsreeks . K 150 444555 - 444566 Bijkomend honorarium bij curietherapie voor gebruik van een automatische afterloading apparaat op afstand voor de patiënten van categorie 5, 6, 7 of 8, per bestralingsreeks . K 100 De verstrekking 444555 - 444566 is slechts éénmaal vergoedbaar in geval van gefractioneerde curietherapie. 444570 - 444581 Maskers of individuele fixatiesystemen bij uitwendige bestraling voor de patiënten van categorie 1 voor de regio hoofd en hals en voor de patiënten van categorie 2, 3, 4, 5 of 6, per bestralingsreeks . K 125 444592 - 444603 Individuele blokken bij een behandeling met uitwendige bestraling en/of curietherapie van patiënten van categorie 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8, per bestralingsreeks . K 75 De verstrekkingen 444592 - 444603 en 444533 - 444544 zijn tijdens éénzelfde bestralingsreeks niet cumuleerbaar.

De verstrekking 444592 - 444603 is slechts éénmaal vergoedbaar in geval van gefractioneerde curietherapie.

B. Andere behandelingen 442116 - 442120 Bestraling van bloed of bloedderivaten met het oog op transfusie bij immuno-gecompromitteerde patiënten, per eenheid . K 7 De verstrekking 442116 - 442120 mag alleen in rekening gebracht worden samen met de verstrekking 149170 - 149181 of verstrekking 474655 - 474666 uitgevoerd bij dezelfde immuno-gecompromitteerde patiënt. 2. in § 2, punt A littera a), wordt de lijst van verstrekkingsnummers "440215 - 440226, 440414 - 440425, 440613 - 440624 of 440812 - 440823", door de lijst van verstrekkingsnummers "444216 - 444220, 444231 - 444242, 444253 - 444264, 444275 - 444286, 444290 - 444301 of 444312 - 444323" vervangen.

Art. 3.Artikel 19 gewijzigd door de koninklijke besluiten van 14 oktober 1985, 7 januari 1987, 22 juli 1988, 13 november 1989, 9 december 1994 en 29 november 1996 wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1. De verstrekkingen opgenomen in artikel 18, § 1 worden enkel vergoed aan rechthebbenden die voldoen aan één van de hierna vermelde criteria of lijden aan één van hierna vermelde aandoeningen : Categorie 1 Patiënten behandeld met uitwendige bestraling wegens volgende maligne en niet-maligne aandoeningen : Maligne tumoren : - metastasen (bot, hersenen, huid, lever, weke delen) Niet-maligne aandoeningen - heterotope botaanmaak - hypersplenisme (miltbestraling) - radiocastratie (ovarieel) - preventie gynecomastie (bestraling borst bij prostaatcarcinoma) Categorie 2 Patiënten behandeld met uitwendige bestraling met curatief oogmerk of met oog op definitieve tumorcontrole binnen een bestraald gebied wegens maligne of één van de volgende niet-maligne aandoeningen : Niet-maligne aandoeningen : - maculadegeneratie - Graves'exophtalmie - vertebrale hemangiomen - hypophysetumoren - goedaardige hersentumoren, ook meningeomen en craniopharyngeomen - cerebrale arterioveneuze malformaties of hemangiomen - chordoma - midline granuloma - agressieve fibromatose - spondylitis ankylosans Categorie 3 - Driedimensionele behandelingen bij patiënten van categorie 1 of 2 wegens hersentumoren, hoofd-hals tumoren (behalve larynx TI T2NO), longtumoren, prostaat, cervix, pancreas - Mantelvelden (ziekte van Hodgkin) of infradiafragmatische complexe grote velden (ziekte van Hodgkin, testis of ovarium-carcinomen of lymfomen) - Complexe velden voor medulloblastomen of ependymomen en andere kindertumoren - Hyperfractionering bij patiënten van categorie 1 of 2 Categorie 4 - Totale lichaamsbestraling in het kader van een beenmerg-transplantatie - Peroperatieve elektronenbestraling of foto-nenbestraling via lineaire versneller uitgerust met specifieke applicatoren.

De dosimetrische karakteristieken van de applicatoren moeten individueel voor elke beschikbare elektronenergie in 3 dimensies zijn opgemeten. - Totale huid elektronentherapie (minimaal 15 fracties) De dosimetrische karakteristieken van de gebruikte velden en hun aansluitingen moeten opgemeten zijn. - Stereotactische radiotherapie voor AVM behandeling, meningiomen, hypofysetumoren en acusticus neurinomen, of bij maligne hersentumoren kleiner dan 3 cm. - Radiotherapie met gemoduleerde intensiteit (IMRT) bij patiënten van categorie 3 volgens eén der volgende technieken : tomotherapie, statische gesegmenteerde bundels (min 15 segmenten), dynamische multileafcollimatie (sliding window, close-in, dynamische wig is geen IMRT), patiëntindividueel vervaardigde compensatoren of IMAT. Minstens 15 fracties dienen volgens IMRT toegediend te worden.

Voor de technieken met statische bundelincidenties, dienen de berekende fluentieprofielen van elke bundel bij het patiëntdossier te worden gevoegd.

Categorie 5 Patiënten behandeld met een combinatie van curietherapie en externe bestraling voor localisaties in neus-keel- en orengebied, oog, huidepitheliomen van meer dan 3 cm, sarcomen, pelvische, retroperitoneale en cerebrale lokalisaties.

Beide behandelingstypes zijn cumuleerbaar tijdens éénzelfde behandelingsperiode.

Categorie 6 Patiënten behandeld met een combinatie van curietherapie en externe bestraling voor borsttumoren en intraluminele toepassingen op slokdarm, bronchus of galwegen.

Beide behandelingstypes zijn cumuleerbaar tijdens éénzelfde behandelingsperiode.

Categorie 7 Patiënten die beantwoorden aan de criteria of lijden aan een aandoening opgenomen in categorie 1, exclusief behandeld met curietherapie.

Categorie 8 Patiënten die beantwoorden aan de criteria of lijden aan een aandoening opgenomen in categorie 2, exclusief behandeld met curietherapie.

Categorie 9 Patiënten exclusief behandeld met curietherapie of electronen wegens volgende maligne of niet-maligne aandoeningen : Maligne tumoren : - huidepitheliomen van minder dan 3 cm zonder metastasen.

Bij ontstentenis van fotografisch bewijs wordt elk huidepithelioom zonder metastase geacht de 3 cm niet te overschrijden.

Niet-maligne aandoeningen - keloiden, keratoacanthoma - pterygium Categorie 10 Patiënten behandeld met intraluminele curietherapie voor coronaire of vasculaire restenosepreventie na angioplastie.

Categorie 11 Patiënten behandeld met conventionele bestraling of contacttherapie voor een van volgende maligne of niet-maligne aandoeningen.

Maligne tumoren : - huidepitheliomen van minder dan 3 cm zonder metastasen Bij ontstentenis van fotografisch bewijs wordt elk huidepithelioom zonder metastase geacht de 3 cm niet te overschrijden.

Niet-maligne aandoeningen : - keloiden, keratoacanthoma - pterygium § 1bis. De verstrekkingen van artikel 18 § 1 van oncologische aard kunnen voor de patiënten van categorie 1 tot en met 8 enkel worden vergoed na het uitvoeren van een voorafgaandelijk multidisciplinair consult (prestatie nr. 350335 - 350346). § 1ter Onder complexe uitwendige bestraling wordt verstaan een bestraling waarbij het doelgebied is omschreven aan de hand van een CT en/of kernspintomografie van minstens 20 vlakken waarbij in minstens 10 vlakken het doelgebied en plaats van de kritieke organen werd vastgelegd op basis waarvan individuele bestralingsopzetten worden vervaardigd.

Onder fractie wordt verstaan één bestralingszitting per dag van één of meer velden.

Onder hyperfractionering wordt verstaan de meerdere bestralingszittingen per dag van één of meer velden met een tussen-periode van minstens 4 uren.

Curietherapie mag vergoed worden in een of meerdere fracties dewelke worden beschouwd als een bestralingsreeks.

Onder doelgebied wordt verstaan de tumor zelf, met een veiligheidsmarge om medisch en fysische redenen, samen met aangrenzende weiknoopgebieden die in dezelfde zitting worden behandeld.

De herhaling van een bestralingsreeks van éénzelfde doelgebied binnen hetzelfde jaar, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van de eerste bestralingsreeks, mag niet aangerekend worden behoudens wanneer vooraf een aanvraag om herhaling op basis van een schriftelijk verslag opgemaakt door de geneesheer-coördinator van een multidisciplinair consult voor akkoord aan de adviserend geneesheer werd voorgelegd.

Deze bepaling is niet van toepassing voor patiënten van categorie 2 behandeld met herbestraling door curietherapie met curatief oogmerk of met het oog op een definitieve tumorcontrole voor recidief of tweede tumor binnen éénzelfde doelgebied.

De herhaling van een externe bestralings-reeks van een ander doelgebied tijdens hetzelfde jaar, mag voor de patiënten van categorie 1 en 2 slechts driemaal aangerekend en vergoed worden. § 2. De honoraria voor de verstrekkingen inzake nucleaire geneeskunde omvatten de kosten welke met die onderzoekingen verband houden.

Nochtans is de prijs van de gebruikte producten niet begrepen in de honoraria die zijn vastgesteld voor de behandelingen en voor de tests met radioactieve isotopen, exclusief de radioactieve producten die worden gebruikt voor alle verstrekkingen van artikel 18, § 2, B, e. § 3. De honoraria voor de radiotherapeutische verstrekkingen en voor de behandelingen met radioactieve isotopen mogen tijdens eenzelfde bestralingsreeks maxium tweemaal gecumuleerd worden met de honoraria voor raadpleging in de spreekkamer van de geneesheer. § 4. Voor de radiotherapeutische verstrekkingen is de bekwaming van geneesheer-specialist voor radiotherapie-oncologie vereist, behoudens voor de oppervlaktetherapieën bedoeld onder de code 444334 - 444345 die mogen gehonoreerd worden wanneer ze verricht worden door een geneesheer erkend als geneesheer-specialist voor dermatologie-venereologie. § 5. De geneesheren die zijn erkend als specialist voor een ander specialisme dan radiotherapie-oncologie, mogen de verstrekkingen inzake radiotherapie aanrekenen die verwant zijn met hun specialisme.

De geneesheren die zijn erkend als specialist voor een ander specialisme dan nucleaire geneeskunde, mogen de verstrekkingen inzake nucleaire geneeskunde aanrekenen die verwant zijn met hun specialisme.

Nochtans mogen de verstrekkingen inzake curietherapie en nucleaire geneeskunde alleen worden verricht door de geneesheren en in de inrichtingen die, overeenkomstig de ter zake geldende wettelijke bepalingen, ertoe gemachtigd zijn radioactieve stoffen onder zich te houden en te gebruiken tot geneeskundige doeleinden. § 5bis. De apothekers en de licentiaten in de wetenschappen die door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, zijn erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten en die bovendien door dezelfde Minister als bevoegd zijn erkend om tests met radio-isotopen in vitro te verrichten, mogen die in artikel 18, § 2, B, e, opgenomen verstrekkingen aanrekenen welke overeenstemmen met de groepen van verstrekkingen inzake klinische biologie waarvoor zij zijn erkend.

Nochtans mogen die verstrekkingen alleen worden verricht door de apothekers en de licentiaten in de wetenschappen en in de inrichtingen die overeenkomstig de ter zake geldende wettelijke bepalingen, ertoe gemachtigd zijn radioactieve stoffen onder zich te houden en te gebruiken tot geneeskundige doeleinden. § 5ter. De geneesheren specialist voor klinische biologie, die door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, zijn erkend om in het raam van de klinische biologie tests met radio-isotopen in vitro uit te voeren, mogen de in artikel 18, § 2, B, e, opgenomen verstrekkingen aanrekenen.

Nochtans mogen die verstrekkingen alleen worden verricht door de geneesheren, specialist voor klinische biologie, die overeenkomstig de terzake geldende wettelijke bepalingen ertoe gemachtigd zijn radio-actieve stoffen onder zich te houden en te gebruiken tot geneeskundige doeleinden. § 5quater. De geneesheren die vóór 19 maart 1985 door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, ertoe zijn gemachtigd radio-isotopen onder zich te houden en te gebruiken tot geneeskundige doeleinden in de aanwendingen in vitro en die, hoewel ze hun oorspronkelijke erkenning behouden, van vorenvermelde Minister bovendien een getuigschrift hebben bekomen waaruit hun bevoegdheid inzake nucleaire geneeskunde in vitro blijkt, mogen de in artikel 18, § 2, B, e), opgenomen verstrekkingen inzake nucleaire geneeskunde uitvoeren voor de patiënten die hun door een ander geneesheer worden gestuurd, net als voor hun eigen patiënten. § 5quinquies. Met betrekking tot de 22 ver-strekkingen uit artikel 18, § 2, B, e), beoogd onder de nummers 433134 - 433145, 433031 -433042, 433053 - 433064, 433075 - 433086, 433090 - 433101, 433112 - 433123, 433016 -433020, 434571 - 434582, 434335 - 434346, 434394 - 434405, 434593 - 434604, 434615 -434626, 434313 - 434324, 343630 - 434641, 434652 - 434663, 434674 - 434685, 436170 -436181, 436192 - 436203, 436214 - 436225, 436236 - 236240, 438093 - 438104 en 438115 -438126 en die eveneens in artikel 24 voorkomen onder de nummers 541391 - 541402, 541413 -541424, 541435 - 541446, 541450 - 541461, 541472 - 541483, 541494 - 541505, 542010 -542021, 546114 - 546125, 546136 - 546140, 546151 - 546162, 546173 - 546184, 546195 -546206, 546210 - 546221, 546232 - 546243, 546276 - 546280, 546291 - 546302, 548310 -548321, 548332 - 548343, 548354 - 548365, 548376 - 548380, 556253 - 556264 et 556275 -556286, dient te worden opgemerkt, dat de verstrekkers die bevoegd zijn om deze 22 analyses uit de nucleaire klinische biologie uit te voeren, eveneens de verwante overeenstemmende 22 verstrekkingen uit artikel 24 mogen uitvoeren en aanrekenen.

Die toegang tot de 22 verstrekkingen uit artikel 24 geldt slechts zolang de voornoemde 22 verstrekkingen eveneens substantieel volgens de isotopenmethode worden verricht § 6. De honoraria voor de curietherapeutische verstrekkingen en de behandelingen met radioactieve isotopen dekken de manipulaties voor het aanbrengen van de producten : curiepunctuur, intracavitaire applicaties inclusief de dilatatie van de baarmoederhals, vervaardigen van gemouleerde oppervlaktetoestellen of herbruikbare toestellen, die de radioactieve bron bevatten.

De radioactieve producten gebruikt voor curietherapie of metabole behandelingen worden terugbetaald op basis van het koninklijk besluit van 2 september 1980 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering tegemoetkomt in de kosten van de farmaceutische specialiteiten en daarmee gelijkgestelde producten.

De gemouleerde toestellen met loodprotectie vervaardigd voor curietherapie bij neus-, keel en orenindicaties worden beschouwd als individuele blokken en mogen aangerekend worden onder verstrekking 444592 - 444603.

De tandprothesen die de radioactieve bron bevatten mogen aangerekend worden onder verstrekking 317295 - 317306 en vergoed volgens de modaliteiten voorzien in artikel 15, § 7.

De heelkundige handelingen en anesthesieën die nodig zijn voor de applicaties van radioisotopen, mogen worden aangerekend volgens de voor die specialismen gelden de bepalingen. § 7. De radiografische onderzoekingen die worden verricht voor de controle op het aanbrengen van radifere toestellen of voor de controle op de centrages van de teleradiotherapiebehandelingen, mogen worden aangerekend overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn inzake röntgendiagnose, met uitsluiting van de radiografieën die met therapietoestellen of een simulatietoestel worden genomen. § 8. Benevens het volgnummer van de verstrekkingen inzake nucleaire geneeskunde, moeten ook de typen van de tests en scintigrafieën die zijn opgenomen in artikel 18, § 2, B, a), b), c), op de getuigschriften voor verstrekte hulp worden vermeld.

Benevens het volgnummer van de radiotherapie-verstrekkingen moeten de begin- en einddatum van de bestralingsreeks, het aantal zittingen en de respectievelijke data op het getuigschrift voor verstrekte hulp worden vermeld. § 8bis. De centra voor radiotherapie zijn verplicht deel te nemen aan de activiteiten van de Peer Review Commissie, ingesteld door het Ministerie van Volksgezondheid. Deze Peer Review Commissie rapporteert jaarlijks aan het RIZIV de globale resultaten van de toetsing in functie van verdere correcties en/of aanpassingen van de nomenclatuur.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Evenwel moeten de behandelingen die begonnen werden vóór het in werking treden van dit koninklijk besluit en die beëindigd werden na deze datum, aangerekend worden op basis van de verstrekkingsnummers, omschrijvingen en toepassingsregels die voorzien waren vóór het in werking treden van dit besluit.

Art. 5.Onze Minister van Sociale Zaken en Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 19 april 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, F. VANDENBROUCKE.

^