Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 19 april 2006
gepubliceerd op 18 mei 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector"

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006201274
pub.
18/05/2006
prom.
19/04/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 APRIL 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector" (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, betreffende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector".

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 19 april 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota's (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 2005 Statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector" (Overeenkomst geregistreerd op 1 augustus 2005 onder het nummer 75866/CO/117-211) HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, doel, duur

Artikel 1.Er wordt vanaf 1 januari 1997 een fonds voor bestaanszekerheid opgericht voor de werklieden, werksters en bedienden, tewerkgesteld in de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel, alsook voor de werkgevers behorend tot deze paritaire comités, genaamd "Fonds voor bestaanszekerheid van de petroleumsector".

Art. 2.De zetel van het fonds bevindt zich in het arrondissement Brussel : Kunstlaan 39, bus 4, te 1040 Brussel.

Art. 3.Het fonds heeft tot doel : 1° de bijdragen vereist voor zijn werking te innen via de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;2° de organisatie te financieren van de initiatieven voor de opleiding en de tewerkstelling van risicogroepen onder de werkzoekenden in het raam van de uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel, en in het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel.

Art. 4.Het fonds wordt voor de looptijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgericht. HOOFDSTUK II. - Beheer

Art. 5.Het fonds wordt beheerd door een raad van beheer, paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de meest representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties.

De raad van beheer bestaat uit 10 leden, hetzij 5 vertegenwoordigers van de werknemers en 5 vertegenwoordigers van de werkgevers, aangeduid door het Paritair Comité voor de petroleumnijverheid en -handel en door het Paritair Comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel.

Het mandaat van de leden van de raad van beheer wordt niet vergoed.

Art. 6.Elk jaar wordt door de raad van beheer een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris aangeduid.

Wanneer vijf beheerders dit vragen, roept de voorzitter de raad in vergadering bijeen uiterlijk binnen tien dagen volgend op de ontvangst van het verzoek.

Art. 7.De raad van beheer wordt door de voorzitter bijeengeroepen.

Deze is ertoe gehouden de raad ten minste eenmaal per jaar bijeen te roepen.

De oproepingen vermelden de agenda.

De raad kan slechts geldig beslissen over de punten die op de agenda voorkomen en enkel wanneer er ten minste de helft van de leden deel uitmakend van de werknemersafvaardiging en ten minste de helft van de leden van de werkgeversafvaardiging aanwezig is.

De verslagen van de zittingen van de raad zullen in het notulenboek ingeschreven worden. Ze worden ondertekend door de voorzitter of zijn plaatsvervanger en door de secretaris.

De leden van de raad zullen uiterlijk voor de volgende zitting een afschrift van de beraadslagingen ontvangen.

De afschriften of uittreksels van de notulen die bij de rechtbank of elders moeten gedeponeerd worden zijn ondertekend door de voorzitter van de raad van beheer en door twee beheerders waarvan één van de zijde van de werknemers, de andere van die van de werkgevers.

Wanneer tot de stemming moet overgegaan worden, dient een gelijk aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is het getal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de jongste leden).

De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de stemmers genomen.

De beheerders kunnen echter niet deelnemen aan de beraadslagingen waarbij zij persoonlijk belang hebben. Hun onthouding wordt in de notulen vermeld.

Art. 8.De raad van beheer heeft tot taak het fonds te beheren en alle maatregelen te nemen die voor zijn goede werking zijn vereist.

Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het beheer en de administratie van het fonds en de verwezenlijking van zijn doel.

De raad van beheer treedt op in rechten in naam van het fonds op vervolging en ten verzoek van de voorzitter en van de ondervoorzitter.

Hij kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan één of meer van zijn leden, en zelfs aan derden.

Art. 9.Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad een speciale volmacht heeft verleend, zal het fonds geldig tegenover derden vertegenwoordigd zijn door de gezamenlijke handtekeningen van drie beheerders (twee van de zijde van de werknemers één van de zijde van de werkgevers) zonder dat deze beheerders enigerlei beslissing of een bijzondere volmacht moeten overleggen.

Art. 10.De beheerders zijn alleen verantwoordelijk wat de uitvoering van hun mandaat betreft en persoonlijk gaan ze, omwille van hun beheer, geen enkele verbintenis aan ten opzichte van de verplichtingen van het fonds. HOOFDSTUK III. - Financiering

Art. 11.Het fonds wordt gespijsd door de bijdragen op de loonmassa van 0,20 pct. verschuldigd door de werkgevers aangesloten of niet bij de Belgische petroleum Federatie, evenals door de interesten uit de belegde fondsen.

Art. 12.De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid is belast met de inning van de bijdragen : vanaf 1 januari 2006, voor elk kwartaal : 0,40 pct. op de loonmassa.

De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zal ieder kwartaal de door hem geïnde bijdragen storten op de door het fonds geopende financiële rekening bij de FORTIS BANQUE onder het nummer : 001-1950434-34.

De bedragen moeten op het credit van deze rekening ingeschreven zijn uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal. HOOFDSTUK IV. - Rechthebbenden

Art. 13.De werkgevers, die deelgenomen hebben aan initiatieven voor de opleiding en de tewerkstelling van risicogroepen worden in het kader van voormeidde sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten door het fonds bij het einde van de looptijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst terugbetaald op basis van een alsdan in te dienen rechtvaardigingsformulier, ten belope van 13 maal het bedrag zoals vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst inzake loonvoorwaarden 2005-2006 vermeerderd met de patronale sociale zekerheidsbijdragen en desgevallend de afscheidspremie. HOOFDSTUK V. - Rekeningen

Art. 14.Het dienstjaar neemt een aanvang op 1 januari en sluit op 31 december.

Art. 15.Elk jaar, en uiterlijk in de loop van de maand december, wordt het budget voor het volgend jaar onderworpen aan de goedkeuring van de betrokken paritaire comités.

Art. 16.De rekeningen van het verlopen jaar worden op 31 december afgesloten.

Art. 17.Een revisor brengt over zijn opdracht eenmaal per jaar verslag uit bij de in artikel 1 vermelde paritaire comités, die er een afschrift van overmaken aan de Minister. HOOFDSTUK VI. - Ontbinding, vereffening

Art. 18.Het fonds wordt van rechtswege ontbonden op het einde van de looptijd.

Art. 19.Met het oog op de terugbetaling door het fonds aan de ondernemingen, die deelgenomen hebben aan de initiatieven tot vorming van risicogroepen, zal de rekening bij de FORTIS BANK aangehouden worden tot uiterlijk 30 juni 2007.

Art. 20.Het gebeurlijk saldo wordt overgemaakt aan het "Tewerkstellingsfonds" van het Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2006.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 april 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^