Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 19 april 2010
gepubliceerd op 24 juni 2010

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen, betreffende de berekening van de aanvullende vergoeding in geval van conventioneel brugpensioen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2010201524
pub.
24/06/2010
prom.
19/04/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 APRIL 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen, betreffende de berekening van de aanvullende vergoeding in geval van conventioneel brugpensioen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen, betreffende de berekening van de aanvullende vergoeding in geval van conventioneel brugpensioen.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 april 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2009 Berekening van de aanvullende vergoeding in geval van conventioneel brugpensioen (Overeenkomst geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer 94237/CO/128.01) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werklieden en werksters en op de werkgevers van de ondernemingen van de leerlooierij die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de leerlooierij en de handel in ruwe huiden en vellen. HOOFDSTUK II. - Berekening van de aanvullende vergoeding in geval van conventioneel brugpensioen

Art. 2.§ 1. In geval de werknemer overgaat van een loopbaanvermindering of een halftijdse betrekking in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001 tot vervanging van de colectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, op het systeem van conventioneel brugpensioen op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen en de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2007 betreffende de verlenging van de toepassing van het brugpensioen op 58 jaar, gebeurt de berekening van de aanvullende vergoeding op basis van het voltijds nettoreferteloon en van de werkloosheidsuitkeringen voor alle dagen van de week. § 2. In geval de werknemer overgaat van een volledige schorsing van de arbeidsprestaties in het kader van het tijdskrediet zoals voorzien in voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis op het systeem van het conventioneel brugpensioen op basis van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 en de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 juni 2005, gebeurt de berekening van de aanvullende vergoeding op basis van het referteloon dat overeenstemt met het arbeidsregime voorafgaand aan de schorsing van de arbeidsprestaties. HOOFDSTUK III. - Geldigheidsduur

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor bepaalde tijd.

Zij treedt in werking op 1 januari 2010 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2011.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 april 2010.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

^