Koninklijk Besluit van 19 januari 2011
gepubliceerd op 27 januari 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2010206544
pub.
27/01/2011
prom.
19/01/2011
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

19 JANUARI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerpbesluit dat wij de eer hebben voor te leggen ter ondertekening door uwe Majesteit beoogt het wijzigen van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector.

Op 1 april 2010 is een wijziging van het toepassingsgebied van het paritair comité 331 in werking getreden voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector. Deze wijzing heeft een verandering van paritair comité met zich gebracht voor verschillende werkgevers - inzonderheid uit de sector van de kinderopvang - die bijgevolg een paritair comité verlaten waar ze recht hadden op de structurele vermindering om over te stappen naar het paritair comité 331 waar ze binnen het toepassingsgebied van de sociale maribel vallen.

Deze wijziging zorgt voor een belangrijke verhoging van de loonkost van de werknemers en dreigt een belangrijk verlies aan werkgelegenheid te veroorzaken met als gevolg ook een verlies aan opvangplaatsen voor de kinderen tussen 0 en 3 jaar.

Derhalve wordt een uitzonderlijke en voorlopige maatregel voorgesteld met als doel deze plotse meerkost inzake lonen gedeeltelijk te compenseren om zo de werkgelegenheid bij deze werkgevers te behouden in afwachting dat ze in aanmerking kunnen komen voor het eventueel toekennen van een subsidie in het kader van de sociale Maribel.

Inderdaad, zonder deze aanpassing verliest de werkgever die veranderd is van paritair comité, het voordeel van de structurele vermindering zonder nog de mogelijkheid te hebben om een subsidie te genieten vanwege het fonds sociale maribel waarvan hij afhangt. Men moet dus voorkomen dat tijdens deze periode (die ten laatste afloopt het eerste kwartaal van 2012) waarin hij geen van beide voordelen geniet, de tewerkstelling van betrokken werknemers gevaar loopt ingevolge de verhoging van de loonkost ten laste van de werkgever.

Het artikel 1 bepaalt dat de dotaties voor de jaren 2010, 2011 en 2012 van het fonds sociale maribel voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector met een niet structureel bedrag worden verhoogd.

Deze enveloppe wordt berekend op basis van het aantal werknemers of vervangers die bij de werkgevers betrokken bij deze verandering van paritair comité de structurele vermindering genoten voor het kwartaal voorafgaand aan de wijziging van paritair comité.

Concreet wil dit zeggen dat de werkgever die de wijziging van paritair comité ondergaat, een bedrag X zal toegekend krijgen maximaal gelijk aan het aantal werknemers die een structurele vermindering genoten aan het eind van het kwartaal voorafgaand aan de verandering.

Deze X zal ieder kwartaal aangepast worden op basis van het aantal werknemers of vervangers van deze werknemers die de structurele vermindering zouden genoten hebben indien de wijziging van paritair niet zou plaatsgevonden hebben.

Bijvoorbeeld : Op 1 april 2010 verandert een werkgever van paritair comité. In het voorafgaand kwartaal genoten 10 van zijn werknemers de structurele bijdragevermindering.

Tijdens het derde kwartaal 2010 stelt hij maar 8 werknemers meer te werk die de structurele vermindering hadden kunnen genieten. Zijn aandeel in de trimestriële enveloppe zal dan 8 bedragen.

Indien zijn aantal werknemers in het volgende kwartaal 11 bedraagt, dan zal zijn aandeel berekend worden op basis van 10 en dit omdat het doel erin bestaat de bestaande werkgelegenheid te vrijwaren zonder daarbij meer rechten te genieten dan een andere werkgever die reeds voordien ressorteerde onder het systeem sociale Maribel.

De periode om in aanmerking te komen voor de uitzonderlijke enveloppe loopt tot 31 december 2010, datum waarop de betrokken werknemers zullen moeten veranderd zijn van paritair comité.

De voorlopige enveloppe dooft uit op het einde van het eerste kwartaal 2012 enerzijds om zo rekening te houden met de periode van 8 kwartalen vanaf 1 april 2010 die nodig is om de nieuwe N van de sociale Maribel te definiëren en anderzijds om deze uitzonderlijke enveloppe af te bakenen.

De toewijzing van deze uitzonderlijke dotatie verloopt onder de verantwoordelijkheid van het Maribel fonds dat zorgt voor de verdeling ervan onder de bij de wijziging van paritair comité betrokken werkgevers overeenkomstig het aantal werknemers die per werkgever in aanmerking werden genomen voor het berekenen van deze dotatie.

Het artikel 2 stelt de inwerkingtreding vast van dit koninklijk besluit.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en getrouwe dienaars, De Minister van Sociale Zaken, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Werk, Mevr. J. MILQUET

19 JANUARI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, artikel 35, § 5, vervangen bij de wet van 22 december 2003 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004, 27 december 2005, 27 december 2006 en 17 juni 2009;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 9 november 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris van Begroting, gegeven op 16 november 2010;

Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op 7 december 2010;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de wijziging van het toepassingsgebied van het paritair comité 331 voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, die plaatsvond op 1 april 2010, zorgt voor een belangrijke verhoging van de loonkost van de werknemers en dreigt een belangrijk verlies aan werkgelegenheid te veroorzaken met als gevolg ook een verlies aan opvangplaatsen voor de kinderen tussen 0 en 3 jaar.

Inderdaad, zonder deze aanpassing verliest de werkgever die veranderd is van paritair comité, het voordeel van de structurele vermindering zonder nog de mogelijkheid te hebben om een subsidie te genieten vanwege het fonds sociale maribel waarvan hij afhangt. Men moet dus voorkomen dat tijdens deze periode (die ten laatste afloopt het eerste kwartaal van 2012) waarin de werkgever geen van beide voordelen geniet, de tewerkstelling van betrokken werknemers gevaar loopt ingevolge de verhoging van hun loonkost.

Gelet op het advies nr 48.969/1 van de Raad van State, gegeven op 30 november 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de Minister van Werk en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 61 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 december 2002, 31 december 2003, 18 juli 2005, 31 juli 2009 en 13 juni 2010 wordt hersteld als volgt : "Art. 61 De dotaties voor het jaar 2010, 2011 en 2012 van het fonds sociale maribel voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector worden alle drie verhoogd met een niet-recurrent bedrag Y berekend als volgt : voor het tweede, derde en vierde kwartaal 2010, Y = 375,94 euro*X; voor de vier kwartalen van 2011, Y = 387,83 euro*X; noor het eerste kwartaal 2012, Y = 387,83 euro*X. Waarbij X gelijk is aan de som van de globale prestatiebreuken van alle betrokken werknemers waarvoor de globale prestatiebreuk ten minste 0,49 bedraagt.

Met betrokken werknemers wordt bedoeld : - de werknemers van wie de werkgevers tussen 1 april 2010 en 31 december 2010 overgestapt zijn van een paritair comité dat niet behoorde tot het toepassingsgebied van de sociale maribel naar het paritair comité 331 ingevolge een wijziging van het toepassingsgebied van dit paritair comité, en voor wie de structurele vermindering zoals bedoeld in Titel IV, Hoofdstuk 7, Afdeling 2 van de programmawet (I) van 24 december 2002, werd toegekend voor het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal gedurende hetwelk deze transfer plaatsvond; - de vervangers van deze werknemers die het recht op de structurele vermindering zouden geopend hebben onder het paritair comité dat niet tot het toepassingsgebied van de sociale maribel behoort.

Voor de kwartalen van 2010 die voorafgaan aan het kwartaal vanaf wanneer de transfer plaatsvond, is X gelijk aan nul;

De globale prestatiebreuk is de prestatiebreuk zoals bedoeld in artikel 2, 2°, h) van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van Titel IV, Hoofdstuk 7, Afdeling 2 van de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen.

De berekening van Y gebeurt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid per betrokken kwartaal, ten laatste zeven maanden na het einde van het betrokken kwartaal.

De bedragen worden gereserveerd om de werkgelegenheid te vrijwaren bij de werkgevers die tussen 1 april 2010 en 31 december 2010 overgestapt zijn van een paritair comité dat niet behoorde tot het toepassingsgebied van de sociale Maribel naar het paritair comité 331 ingevolge de wijziging van het toepassingsgebied van dit paritair comité die plaatsgreep op 1 april 2010.

Het fonds is verantwoordelijk voor de toewijzing aan de betrokken werkgevers van deze aanvullende dotaties en voor het verdelen ervan overeenkomstig het aantal werknemers die de structurele vermindering genoten op het moment dat de werkgever van paritair comité veranderde."

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2010.

Art. 3.De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid en de minister bevoegd voor Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 januari 2011.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^