Koninklijk Besluit van 19 september 2014
gepubliceerd op 25 september 2014

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden en van het koninklijk

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2014003344
pub.
25/09/2014
prom.
19/09/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

19 SEPTEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden en van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, strekt tot aanpassing van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden (hierna "het koninklijk besluit van 14 juni 1994") en van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten (hierna "het koninklijk besluit van 26 mei 1994" en "de wet van 6 augustus 1993"), om in het effectenvereffeningsstelsel dat door de Nationale Bank van België wordt beheerd, rekening te houden met de Europese ontwikkelingen inzake het opzetten van een technisch platform (Target2-Securities of T2S genoemd), dat tot doel heeft één Europese markt te creëren voor diensten van effecten.

Dit impliceert met name dat de regels van het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België en meer in het bijzonder de regels die gelden voor bedragen uitgedrukt in vreemde munten, geactualiseerd moeten worden.

Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 Dit artikel voorziet in een uitbreiding van de categorieën van bemiddelaars waarvan de rekeningen voor effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden zijn toegelaten tot het effectenvereffeningsstelsel dat door de Nationale Bank van België wordt beheerd en brengt een verduidelijking aan in de definitie van het begrip "vreemde munten".

De categorieën van bemiddelaars waarvan de rekeningen voor effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden zijn toegelaten tot het effectenvereffeningsstelsel dat door de Nationale Bank van België wordt beheerd, moeten worden uitgebreid tot alle deelnemers die een overeenkomst hebben gesloten om toe te treden tot het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België. Deze uitbreiding heft elke beperking op met betrekking tot de deelnemers die effectenrekeningen uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden mogen aanhouden, vergemakkelijkt het verhandelen van effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden en verbetert bijgevolg de werking van het effectenvereffeningsstelsel.

Voorts wordt voorgesteld een verduidelijking aan te brengen in de definitie van het begrip « vreemde munten », om de werking van het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België af te stemmen op dat van het nieuwe platform Target2-Securities (hierna T2S).

Er dient immers rekening te worden gehouden met de kenmerken van het toekomstige T2S-systeem, dat opgevat is als een multivalutasysteem.

Het T2S-systeem is een project van het Eurosysteem dat tot doel heeft een technisch platform tot stand te brengen waaraan de centrale effectenbewaarinstellingen het beheer zullen toevertrouwen van hun activiteiten inzake de afwikkeling van effecten in centralebankgeld, onder geharmoniseerde voorwaarden. De werking van dit systeem zal zich uitstrekken tot buiten het eurogebied. T2S is een technisch instrument dat ook gebruikt zal kunnen worden door de centrale banken van landen die niet tot het eurogebied behoren en van andere centrale banken die wensen deel te nemen door hun valuta ter beschikking te stellen voor afwikkelingen in centralebankgeld in T2S. Met T2S wordt dus een grensoverschrijdend systeem van afwikkeling in real time tot stand gebracht. De doeltreffendheid van dit afwikkelingssysteem houdt met name verband met het feit dat het gebaseerd is op een zogenaamd 'geïntegreerd' model, dat inhoudt dat de transacties op de effectenrekeningen die bij de centrale effectenbewaarinstellingen worden aangehouden en op de speciale speciënrekeningen die in de boeken van de centrale banken zijn geopend, rechtstreeks beheerd en geboekt worden in het T2S-platform.

Het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België zal deelnemen aan het T2S-systeem en zal bijgevolg diensten moeten kunnen verstrekken in de vreemde munten die deelnemen aan T2S. In de definitie van het begrip "vreemde munten" moet bijgevolg een verduidelijking worden aangebracht om een onderscheid te kunnen maken tussen de valuta's die wel en niet deelnemen aan T2S. Het begrip « vreemde munten » wordt dus aangevuld met het begrip « valuta's die deelnemen aan het T2S-systeem ». Aangezien het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België verantwoordelijk is voor de financiële dienst van de valuta's die deelnemen aan T2S, zullen de transacties met effecten uitgedrukt in een van die valuta's op een gestandaardiseerde wijze worden verwerkt, conform de regels voor transacties met effecten uitgedrukt in euro.

Artikel 2 Het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België is verantwoordelijk voor de financiële dienst van de vreemde munten die deelnemen aan T2S. Voor de vreemde munten die niet deelnemen aan T2S, beperkt het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België zich tot het meedelen aan de emittent, in voorkomend geval de deelnemer, van de bedragen van de effecten die op de effectenrekeningen zijn ingeschreven. De wisselkoersen gepubliceerd door de Europese Centrale Bank worden automatisch in de databases van het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België opgenomen. De termijn van twee werkdagen is dus niet langer nodig.

Artikel 2 schaft de termijn van "twee werkdagen" af voor transacties met effecten in valuta's die niet deelnemen aan Target2-Securities. De informatie zal worden meegedeeld op de bankwerkdag voor de vervaldag.

Bijgevolg mogen er geen overdrachten tussen deelnemers plaatsvinden op de bankwerkdag die voorafgaat aan een interestvervaldag of een datum van terugbetaling.

Artikel 3 Als beheerder van het effectenvereffeningsstelsel is de Nationale Bank van België ertoe gehouden de verschuldigde roerende voorheffing voor de inkomsten toegekend aan de houders van niet-vrijgestelde rekeningen (N-rekeningen) in te houden en aan de Staat te storten. Het bedrag van de roerende voorheffing dat ten laste komt van de deelnemer wordt op de vervaldag van de inkomsten ingehouden door de Bank in euro. Wanneer het bedrag van de inkomsten uitgedrukt is in een vreemde munt, gebeurt de omzetting in euro op basis van de indicatieve koers van de betrokken munt die bekendgemaakt is op de tweede bankwerkdag voor de vervaldag.

De wisselkoersen gepubliceerd door de ECB worden tegenwoordig automatisch opgenomen in de databases van het effectenvereffeningsstelsel van de Bank. De termijn van twee werkdagen is bijgevolg niet meer nodig. Er wordt dus voorgesteld de regel te actualiseren en te bepalen dat de omzetting geschiedt op basis van de indicatieve koers die bekendgemaakt is op de bankwerkdag voor de vervaldag van de inkomsten.

Het begrip « bankwerkdag » moet eveneens geactualiseerd worden.Artikel 3, 2° stemt de definitie van 'bankwerkdag' af op de werkdagen van het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België. Het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België zal op bepaalde dagen functioneren, ook wanneer alle bankactiviteiten in België zijn opgeschort.

Deze uitbreiding van het begrip "bankwerkdag" blijkt noodzakelijk te zijn met het oog op de tenuitvoerlegging van het T2S-platform. Zodra het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België deel zal uitmaken van het T2S-systeem, zal het functioneren op de openingsdagen van het T2S-systeem. Dit betekent dat alle verrichtingen in een munt van een land dat niet is toegetreden tot de euro, vereffend zullen worden door het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België voor zover de vereffeningsdag geen feestdag is voor dit land, ook al is de vereffeningsdag een feestdag in België.

Artikel 4 Voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 2 en 3 van dit besluit moeten interne uitvoeringsmaatregelen worden genomen opdat het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België toegang zou hebben tot het T2S-platform. Deze bepalingen zullen bijgevolg in werking treden op 1 juli 2015.

Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer trouwe dienaar De Minister van Financiën, K. GEENS

Raad van State afdeling Wetgeving Advies 56.457/2/V van 23 juli 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden en van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten' Op 6 juni 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van zestig dagen, een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden en van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten'.

Het ontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 23 juli 2014. De kamer was samengesteld uit Jacques Jaumotte, staatsraad, voorzitter, Martine Baguet en Bernard Blero, staatsraden, Marianne Dony, assessor, en Anne Catherine Van Geersdaele, griffier. Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jacques Jaumotte.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 23 juli 2014.

Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de Regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de Regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Onderzoek van het ontwerp Aanhef 1. In het eerste lid moet alleen nog de precieze rechtsgrond van de artikelen 1 en 2 van het ontwerp (1) bepaaldelijk worden vermeld, namelijk alleen artikel 4, § 2, 1°, van de wet van 2 januari 1991 `betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium', vervangen bij de wet van 15 december 2004.(2) 2. Tussen het derde en het vierde lid moet een lid worden ingevoegd teneinde te verwijzen naar het koninklijk besluit van 26 mei 1994 `over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten', aangezien dat koninklijk besluit bij artikel 3 van het ontwerp wordt gewijzigd.(3) Dispositief Artikel 1 In de inleidende zin moet alleen melding worden gemaakt van de nog geldende wijzigingen(4) - namelijk de wijzigingen die niet doelloos zijn geworden als gevolg van latere wijzigingen - die zijn aangebracht in artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 `tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden', dit wil zeggen alleen de wijzigingen die daarin aangebracht zijn bij het koninklijk besluit van 5 december 2011.

Artikel 2 In de inleidende zin moeten de wijzigingen worden vermeld die bij het koninklijk besluit van 26 november 1998 zijn aangebracht in artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 juni 1994.

Artikel 3 In de inleidende zin moet worden gepreciseerd dat artikel 11 van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 is vervangen bij het koninklijk besluit van 26 november 1998.

Artikel 4 Het ontworpen tweede lid dient zich aan als een bepaling waarin de Koning zichzelf een machtiging verleent. Een dergelijke bepaling heeft geen juridische betekenis en moet worden weggelaten.Mocht het mogelijk blijken een datum van inwerkingtreding vast te stellen die vóór 1 juli 2015 valt, dan zou het immers volstaan een nieuw koninklijk besluit in die zin aan te nemen.

De griffier, Anne-Catherine Van Geersdaele De voorzitter, Jacques Jaumotte _______ Nota's (1) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 23. (2) De Koning kan bijzondere regels vaststellen voor (...) het aanhouden op rekening, door de instellingen die rekeningen bijhouden, van in vreemde valuta's of in rekeneenheden uitgedrukte gedematerialiseerde effecten." (3) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbevelingen 29 en 30. (4) Ibid., aanbeveling 113.

19 SEPTEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden en van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, artikel 4, § 2, 1°, vervangen bij de wet van 15 december 2004;

Gelet op de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen, artikel 7, § 2;

Gelet op de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten, artikel 16;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten;

Gelet op het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden;

Gelet op advies CON/2014/13 van de Europese Centrale Bank, gegeven op 12 februari 2014;

Gelet op het advies van de inspecteure van Financiën, gegeven op 7 maart 2014;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 22 april 2014;

Gelet op advies 56.457/2/V van de Raad van State, gegeven op 23 juli 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 juni 1994 tot vaststelling van de regels van toepassing op het aanhouden op rekening van gedematerialiseerde effecten uitgedrukt in vreemde munten of in rekeneenheden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder e) vervangen als volgt : « e) iedere andere deelnemer die toegelaten is tot het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België.»; 2° het enige lid van paragraaf 3 wordt het eerste lid en wordt aangevuld met de woorden « en die niet deelnemen aan Target2-Securities.»; 3° paragraaf 3 wordt aangevuld met twee leden, luidende : « Transacties met effecten die uitgedrukt zijn in een valuta die deelneemt aan Target2-Securities worden door het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België verwerkt volgens dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op transacties met in euro uitgedrukte effecten. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder Target2-Securities verstaan een door het Eurosysteem aan centrale effectenbewaarinstellingen geleverde dienst voor de gemeenschappelijke, neutrale en grensoverschrijdende afwikkeling van transacties met effecten op basis van een levering van effecten tegen betaling in centralebankgeld, die steunt op een gemeenschappelijk technisch platform dat geïntegreerd is met de real-time brutovereveningssystemen van centrale banken. ».

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 november 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden « de tweede bankwerkdag » vervangen door de woorden « de bankwerkdag.»; 2° in paragraaf 2 worden de woorden « gedurende de periode van twee bankwerkdagen » vervangen door de woorden « op de bankwerkdag.»; 3° in paragraaf 3 wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin : « Voor de deelnemers aan het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België wordt onder bankwerkdag verstaan een werkdag van het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België. ».

Art. 3.In artikel 11 van het koninklijk besluit van 26 mei 1994 over de inhouding en de vergoeding van de roerende voorheffing overeenkomstig hoofdstuk I van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de transacties met bepaalde effecten, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 november 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de tweede bankwerkdag » vervangen door de woorden « de bankwerkdag »;2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bankwerkdag verstaan een werkdag van het effectenvereffeningsstelsel van de Nationale Bank van België.».

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 2 en 3, die in werking treden op 1 juli 2015.

Art. 5.De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 september 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, K. GEENS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^