Koninklijk Besluit van 20 december 2016
gepubliceerd op 17 januari 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het e

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2017020022
pub.
17/01/2017
prom.
20/12/2016
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2017020022

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID


20 DECEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het einde van de loopbaan


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat ik de eer heb ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, heeft als doel de pensioenreglementering van de werknemers aan te passen teneinde hierin rekening te houden met wijzigingen die gebeurd zijn in de reglementering op vlak van het tijdskrediet eindeloopbaan. 1. Opzet van het koninklijk besluit Voorliggend ontwerp van koninklijk besluit wijzigt : a) artikel 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, dat voorziet dat (onder de voorwaarden vastgelegd in artikel 34, § 2, 4 van hetzelfde besluit) de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan gelijkgesteld worden met arbeidsperioden in de pensioenreglementering van de werknemers;b) artikel 24bis, eerste lid, punt 9 van het voormeld koninklijk besluit van 21 december 1967.Dit artikel bepaalt het loon op basis waarvan deze de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan, indien ze gelijkgesteld kunnen worden, in aanmerking genomen worden voor de berekening van het pensioen. De gelijkstelling gebeurt op basis van een beperkt fictief loon (d.w.z. het loon dat als basis dient voor het berekenen van het minimumjaarrecht bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de pensioenstelsels) indien dit lager is dan het normaal fictief loon zoals bedoeld in artikel 24bis van het voormeld koninklijk besluit van 21 december 1967. Er zijn echter uitzonderingen voorzien waarvoor de gelijkstelling gebeurt op basis van een normaal fictief loon.

Deze principes worden niet in vraag gesteld door het huidige koninklijke besluit.

Deze twee artikelen verwijzen naar bepaalde bepalingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.

Het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001, dat de reglementaire basis is voor de toekenning van uitkeringen gegeven voor deze vorm van tijdskrediet, is echter grondig gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking en dit met ingang vanaf 1 januari 2015.

Deze wijzigingen hebben betrekking op de toelatingsvoorwaarden (met name de leeftijd) tot deze perioden van tijdskrediet eindeloopbaan en uiten zich in een herschrijven van de artikelen waarnaar de pensioenreglementering van de werknemers verwijst.

Bijgevolg moeten het artikel 24bis, eerste lid, punt 9 en het artikel 34, § 1, O van het voormeld koninklijk besluit van 21 december 1967 in overeenstemming gebracht worden met deze nieuwe bepalingen.

Dit koninklijk besluit maakt een onderscheid tussen enerzijds de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan die geregeld blijven door de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals van kracht voor hun wijziging door het koninklijk besluit van 30 december 2014 en anderzijds de perioden van tijdskrediet eindeloopbaan die onder de toepassing vallen van de nieuwe bepalingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001, in werking getreden op 1 januari 2015. 2. Commentaar van de artikelen Artikel 1 voorziet in diverse wijzigingen aan het artikel 24bis, eerste lid, punt 9 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers. Artikel 1, 1° brengt aan de inleidende zin van het tweede lid een legistieke wijziging aan.

Artikel 1, 2° en 3° vullen in het tweede lid de bepalingen onder 2° en 3° aan met de woorden "zoals van kracht voor 1 januari 2015". De verwijzingen in het tweede lid, 2° en 3° van het artikel 24bis naar het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals van kracht voor 1 januari 2015, vormen de reglementaire basis die de gerechtigden betroffen door de bepalingen onder 2° en 3° toelaten om de gelijkstelling van deze perioden van tijdskrediet te verkrijgen op basis van het normaal fictief loon.

Om dezelfde reden vervangt artikel 1, 4° in het tweede lid, 5° van het artikel 24bis de woorden "van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001" door de woorden "van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals van kracht voor 1 januari 2015".

Artikel 1, 5° voegt tussen het tweede lid en het derde lid (dat het vijfde lid wordt) twee nieuwe leden in.

Het derde lid herneemt de gevallen waarin perioden van tijdskrediet eindeloopbaan, verkregen ten gevolge een eerste aanvraag met ingang na 31 december 2014, eveneens op basis van het normaal fictief loon gelijkgesteld zullen worden.

Het gaat over de gevallen van tijdskrediet eindeloopbaan bedoeld in artikel 6, § 5, 1° en 3° van het koninklijk besluit van 12 december 2001 (verkregen in het kader van ondernemingen in moeilijkheden of herstructurering (1° ) of voor de zware beroepen, de nachtarbeid en door de werknemer tewerkgesteld bij een werkgever binnen het paritair comité bouwbedrijf met een attest ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit (3° )).

Het vierde lid geeft, bij wijze van overgangsmaatregel, aan dat de bestaande bepalingen van het artikel 24bis van toepassing blijven voor perioden van tijdskrediet eindeloopbaan die geregeld blijven door de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals van kracht voor 1 januari 2015 en dit overeenkomstig het artikel 7, derde lid van het voormeld koninklijk besluit van 30 december 2014.

Artikel 2 voorziet in diverse wijzigingen aan het artikel 34, § 1, O van het voormeld koninklijk besluit van 21 december 1967.

Artikel 2, 1° voegt in het tweede lid tussen de woorden "een halftijdse betrekking" en de woorden "wegens uitoefening" de woorden ", zoals van kracht voor 1 januari 2015," in.

Het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals van kracht voor 1 januari 2015, vormt immers de reglementaire basis voor de gevallen van tijdskrediet eindeloopbaan die zijn begonnen voor 1 januari 2015.

Artikel 2, 2° vult het artikel 34, § 1, O van het voormeld koninklijk besluit van 21 december 1967 aan met twee leden.

Het derde lid verwijst naar de huidige bepalingen die de leeftijd van toegang tot deze stelsels van tijdskrediet eindeloopbaan vastleggen.

Het vierde lid geeft, bij wijze van overgangsmaatregel, aan dat de bestaande bepalingen van het artikel 34, § 1, O van toepassing blijven voor perioden van tijdskrediet eindeloopbaan die geregeld blijven door de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals van kracht voor 1 januari 2015 en dit overeenkomstig het artikel 7, derde lid van het voormeld koninklijk besluit van 30 december 2014.

Artikel 3 legt de datum van inwerkingtreding van dit besluit met terugwerkende kracht vast op 1 januari 2015, de datum waarop de hervorming van het tijdskrediet eindeloopbaan in werking getreden is.

Artikel 4 preciseert dat de minister bevoegd voor Pensioenen belast is met de uitvoering van dit besluit.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Pensioenen, D. BACQUELAINE

Raad van State, afdeling Wetgeving advies 59.991/1/V van 31 augustus 2016 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het einde van de loopbaan' Op 1 augustus 2016 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Pensioenen verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het einde van de loopbaan '.

Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 25 augustus 2016. De kamer was samengesteld uit Jan Smets, staatsraad, voorzitter, Pierre Lefranc en Patricia De Somere, staatsraden, Jan Velaers, assessor, en Greet Verberckmoes, griffier. Het verslag is uitgebracht door Wendy Depester, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 31 augustus 2016. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich beperkt tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Wat dat onderzoek betreft geeft het ontwerp van koninklijk besluit aanleiding tot de hierna volgende opmerkingen. 2. De ontworpen regeling vindt voldoende rechtsgrond in artikel 8 van het koninklijk besluit nr.50 van 24 oktober 1967 `betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers'. De verwijzing in het eerste lid van de aanhef naar artikel 108 van de Grondwet is overbodig en moet worden weggelaten. 3. Het verdient aanbeveling, omwille van de rechtszekerheid, dat, zoals is gebeurd in het ontworpen artikel 24bis, eerste lid, punt 9, vierde lid, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 `tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers' (artikel 1 van het ontwerp), ook bij de ontworpen wijzigingen in artikel 34, § 1, O, van hetzelfde besluit (artikel 2 van het ontwerp) uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de regeling vervat in artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 december 2014 `tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking' en bijgevolg artikel 2, 1°, van het ontwerp wordt aangevuld met de volgende zin: "en wordt de zin `In afwijking van het volgende lid, blijft dit lid van toepassing op de gevallen bedoeld in artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.' toegevoegd." De griffier, Greet Verberckmoes De voorzitter, Jan Smets

20 DECEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 24bis, eerste lid, punt 9 en 34, § 1, O, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, betreffende de periodes van tijdskrediet op het einde van de loopbaan FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, artikel 8;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Federale Pensioendienst, gegeven op 25 april 2016;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 mei 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 30 mei 2016;

Gezien de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op het advies nr. 59.991/1/V van de Raad van State, gegeven op 31 augustus 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Pensioenen, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 24bis, eerste lid, punt 9, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 27 februari 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin van het tweede lid worden de woorden "het vorige lid" vervangen door de woorden "het eerste lid";2° in het tweede lid wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden ", zoals van kracht voor 1 januari 2015";3° in het tweede lid wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden ", zoals van kracht voor 1 januari 2015";4° in het tweede lid, 5°, worden de woorden "van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001" vervangen door de woorden "van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001, zoals van kracht voor 1 januari 2015";5° twee leden worden tussen het tweede en het derde lid ingevoegd, luidende : "De in het eerste lid bedoelde beperking is, voor de perioden met recht op onderbrekingsuitkeringen zoals bedoeld in artikel 6 van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001 waarvoor de eerste aanvraag voor onderbrekingsuitkeringen, zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid van het koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, ingaat na 31 december 2014 niet van toepassing op : 1° de gelijkgestelde dagen gelegen in perioden van tijdskrediet toegekend in geval van een bedrijf in moeilijkheden of herstructurering zoals bedoeld in artikel 6, § 5, 1° van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001;2° de gelijkgestelde dagen gelegen in perioden van tijdskrediet toegekend aan de werknemers zoals gedefinieerd in artikel 6, § 5, 3° van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001;3° de eerste 312 gelijkgestelde dagen die vallen onder de toepassing van artikel 34, § 1, O, en die volgen op de maand van de 60e verjaardag. In afwijking van het derde lid blijft het tweede lid van toepassing op de gevallen bedoeld in artikel 7, derde lid van het voormeld koninklijk besluit van 30 december 2014.".

Art. 2.In artikel 34, § 1, O van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 februari 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden ", zoals van kracht voor 1 januari 2015," ingevoegd tussen de woorden "een halftijdse betrekking" en de woorden "wegens uitoefening";2° het wordt aangevuld met twee leden, luidende : "De perioden van inactiviteit die een aanvang nemen vanaf 1 januari 2015 en vanaf de leeftijd voorzien in artikel 6, §§ 1, 2, 3 en 5 van het voormeld koninklijk besluit van 12 december 2001. In afwijking van het derde lid, blijft het tweede lid van toepassing op de gevallen bedoeld in artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking.".

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.

Art. 4.De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 december 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Pensioenen, D. BACQUELAINE


begin


Publicatie : 2017-01-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^