Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 mei 1997
gepubliceerd op 07 oktober 1997

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 september 1991, gesloten in het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, betreffende de eindejaarspremie in de sector voor de montage van bruggen en metalen gebinten

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1997012282
pub.
07/10/1997
prom.
20/05/1997
ELI
eli/besluit/1997/05/20/1997012282/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 MEI 1997. Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 september 1991, gesloten in het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, betreffende de eindejaarspremie in de sector voor de montage van bruggen en metalen gebinten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 september 1991, gesloten in het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, betreffende de eindejaarspremie in de sector voor de montage van bruggen en metalen gebinten.

Art. 2.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 mei 1997.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET Bijlage Paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 september 1991 Eindejaarspremie in de sector voor de montage van bruggen en metalen gebinten (Overeenkomst geregistreerd op 26 september 1991 onder het nummer 28890/CO/111-3) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werklieden van de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, die onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw ressorteren, met uitzondering van die welke tot de sector van de ondernemingen der metaalverwerking behoren.

Onder ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren, wordt verstaan de firma's die gespecialiseerd zijn in het monteren, demonteren, afbreken op openluchtwerven van metalen gebinten en onderdelen van bruggen, reservoirs, gashouders, zwaar ketelwerk, bestanddelen van zware machinebouw, petroleuminstallaties, alsmede het hanteren van zware stukken en het optrekken van metalen stellingen.

Deze ondernemingen werken doorgaans voor rekening van de firma's welke het in vorig lid vermeld materiaal hebben vervaardigd of voor deze welke het hebben gekocht en het gebruik ervan hebben.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is eveneens van toepassing op buitenlandse firma's die in België montagewerken verrichten met buitenlands personeel.

Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "werklieden" verstaan : de werklieden of de werksters. HOOFDSTUK II. - Eindejaarspremie Afdeling I. - Bedrag en basis voor de berekening ervan.

Art. 3.§ 1. Die eindejaarspremie wordt vastgesteld op 8,33 pct. van het jaarlijkse brutoloon : a) met uitsluiting van het loon gewaarborgd in geval van ziekte en van het loon voor bijkomende prestaties;b) vermeerderd met de volgende elementen : - het normaal loon dat overeenkomt met alle afwezigheidsdagen te wijten aan een arbeidsongeval, voor zover belanghebbende in het refertejaar minstens vier weken arbeidsprestaties heeft verricht; - met het normaal loon voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten; - met het normaal loon voor wettelijke feestdagen. § 2. Het loon dat wordt uitbetaald naar aanleiding van compensatiedagen voor overwerk of naar aanleiding van arbeidsduurvermindering of inhaalrustdagen maakt integraal deel uit van het jaarlijks brutoloon dat in aanmerking moet worden genomen bij de berekening van de eindejaarspremie. Afdeling II. - Ogenblik van de betaling

Art. 4.Het bedrag van de eindejaarspremie of het saldo van dat bedrag, indien er bij voorschotten wordt betaald, wordt uitgekeerd in de loop van de maand januari welke volgt op het refertejaar, behalve voor de werklieden die de onderneming verlaten ten gevolge van een in artikel 5, § 3, bepaalde situatie. Afdeling III. - Rechthebbenden

Art. 5.§ 1. Dat bedrag is verschuldigd aan de werklieden die in het personeelsregister van de onderneming zijn ingeschreven op 31 december van het refertejaar. § 2. De rechthebbenden van een tijdens het refertejaar overleden werkman, hebben recht op de eindejaarspremie naar rata van het brutoloon dat betrokkene ontvangen heeft. § 3. Het percentage van 8,33 pct. wordt volgens dezelfde regeling als voorzien in artikel 3 toegepast op het loon van het refertejaar : - in geval van ontslag anders dan om dringende redenen; - in geval van opzegging gegeven door de werkman tijdens de periode van zijn in gedeeltelijke werkloosheidsstelling; - in geval van einde van een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk, of van tijdelijke arbeid in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst nummer 36 van de Nationale Arbeidsraad van 27 november 1981 houdende conservatoire maatregelen betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, of van een vervangingsovereenkomst.

In de voornoemde gevallen geschiedt de betaling van de premie op het ogenblik van het vertrek van de werkman. § 4. De werkman die de sector van de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren niet verlaat gedurende het refertejaar en die tewerkgesteld is geweest bij verschillende werkgevers die onder deze sector ressorteren, ontvangt van elk van hen een gedeelte van de eindejaarspremie dat evenredig is aan de aanwezigheid in de ondernemingen. § 5. Evenzo ontvangt de werkman, die zijn werkgever verlaat gedurende het refertejaar, doch in dienst van diezelfde werkgever terugkeert, een eindejaarspremie welke evenredig is aan zijn gecumuleerde prestaties, voor zover hij aanwezig is bij deze werkgever op 31 december van het refertejaar. § 6. De werkman die de onderneming verlaat wegens brugrustpensioen of pensioen of wegens het einde van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of van een stageovereenkomst heeft recht op een eindejaarspremie naar rata van het brutoloon dat betrokkene ontvangen heeft in de referteperiode. In voornoemde gevallen geschiedt de betaling van de premie op het ogenblik van het vertrek van de werkman. Afdeling IV. - Begrip refertejaar

Art. 6.Voor de toepassing van de voormelde bepalingen, dient onder "refertejaar" te worden verstaan, het kalenderjaar dat aan de uitbetaling van de premie voorafgaat. HOOFDSTUK III Vervanging van collectieve arbeidsovereenkomsten

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de bepalingen van de volgende collectieve arbeidsovereenkomsten : - artikel 21 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 1971, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 31 augustus 1971 (Belgisch Staatsblad van 12 januari 1972), nadien gewijzigd door : 1. artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 1973, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 31 augustus 1973 (Belgisch Staatsblad van 22 september 1973);2. artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juni 1974, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 augustus 1974 (Belgisch Staatsblad van 3 oktober 1974);3. artikel 10 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 1975, tot wijziging van deze van 13 mei 1971, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 juli 1975 (Belgisch Staatsblad van 7 oktober 1975); - de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 1985, betreffende de wijziging van artikel 21 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 1971, geregistreerd onder het nummer 15889/CO/111.3 op 7 april 1986. HOOFDSTUK IV. - Geldigheid

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1991 en is gesloten voor een onbepaalde duur.

Art. 9.Zij kan door een van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden die wordt betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de Voorzitter van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 mei 1997.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld

^