Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 september 1998
gepubliceerd op 09 oktober 1998

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden der instellingen van openbaar nut, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
1998002106
pub.
09/10/1998
prom.
20/09/1998
ELI
eli/besluit/1998/09/20/1998002106/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 SEPTEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden der instellingen van openbaar nut, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, inzonderheid op artikel 1, vervangen bij de wet van 20 december 1995;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de instellingen van openbaar nut, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 juni 1971, 8 april 1977, 14 juli 1987, 13 augustus 1990, 18 september 1992, 14 mei 1993, 2 juni 1993, 13 december 1993, 15 april 1994, 13 maart 1995, 25 oktober 1995, 24 september 1997 en 16 april 1998, op de artikelen 3 en 4, op artikel 6, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 november 1973, op artikel 9, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 oktober 1973, 13 november 1973 en 24 maart 1986, op artikel 11, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 augustus 1971;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 november 1997;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 10 december 1997;

Gelet op het protocol nr. 98/2 van 19 maart 1998 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;

Gelet op het besluit van de Ministerraad van 9 januari 1998 over de adviesaanvraag binnen een termijn van een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 9 juli 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996;

Op voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de instellingen van openbaar nut, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 juni 1971, 13 juli 1971, 8 april 1977, 14 juli 1987, 13 augustus 1990, 18 september 1992, 14 mei 1993, 2 juni 1993, 13 december 1993, 15 april 1994, 13 maart 1995, 25 oktober 1995, 24 september 1997 en 16 april 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 2.Dit besluit wordt toepasselijk verklaard op de leden van het vastbenoemd, stagedoend, tijdelijk en hulppersoneel of het personeel onder arbeidsovereenkomst aangeworven, die behoren tot de hieronder opgesomde instellingen van openbaar nut.

I. Federale overheid 1° de federale instellingen van openbaar nut van de categorieën A, B en D van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut;2° de Controledienst voor de verzekeringen, de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen en de Nationale Loterij;3° de openbare instellingen van sociale zekerheid die zijn opgesomd in artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;4° de Koninklijke schenking. II. Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest 1° de Dienst voor de Scheepvaart; 2° de N.V. Maatschappij van de Brugse Zeevaartinrichtingen; 3° de Sociaal-economische Raad van Vlaanderen;4° de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen, de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen, de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen, de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Vlaams-Brabant;5° de Autonome Raad voor het gemeenschapsonderwijs, wat betreft het personeel van de administratieve diensten;6° de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever;7° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening;8° de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;9° Toerisme Vlaanderen;10° Kind en Gezin;11° het Universitair Ziekenhuis Gent;12° de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij;13° de Vlaamse Landmaatschappij;14° de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs;15° het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap;16° de Vlaamse Onderwijsraad, wat betreft het personeel van het permanent secretariaat;17° het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel;18° het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem;19° het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie;20° de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest;21° de Vlaamse Milieumaatschappij;22° het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen;23° het Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk - technologisch onderzoek in de industrie;24° de Naamloze vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen;25° de Vlaamse Radio- en Televisie-omroep en de instellingen waarvan de bovenvermelde instelling de verplichtingen overgenomen heeft;26° de Vlaamse Vervoermaatschappij. III. Franse Gemeenschap 1° de Belgische Radio- en Televisie van de Franse Gemeenschap;2° het « Centre hospitalier universitaire de Liège ». IV. Waals Gewest 1° de « l'Office de la Navigation »;2° de « Conseil économique et social de la Région wallonne »;3° de « Société régionale wallonne du Logement ». V. Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1° de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het arrondissement Brussel-Hoofdstad;2° het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest;3° het Brussels Instituut voor Milieubeheer;4° het Gewestelijk Agentschap voor netheid;5° de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp;6° de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij;7° de Brusselse Gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;8° de Gewestelijke vennootschap van de haven van Brussel.» VI. Duitstalige Gemeenschap 1° het Belgisch Radio- en Televisiecentrum voor uitzendingen in de Duitse taal;2° het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's;3° de Dienst voor de Duitstalige Gemeenschap voor personen met een handicap alsmede voor de bijzondere sociale bijstandsverlening. VII. Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie VIII. Franse Gemeenschapscommissie 1° het Franstalig Brussels Fonds voor de sociale integratie van de gehandicapten en hun inschakeling in het arbeidsproces;2° het Franstalig Brussels Instituut voor beroepsopleiding.»

Art. 2.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden « ten gunste van de personeelsleden der Rijksbesturen en de andere rijksdiensten en van sommige leden van het personeel der gesubsidieerde onderwijsinrichtingen » vervangen door de woorden « ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector ».

Art. 3.In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden « De Minister onder wiens gezag de in de categorie A van de wet van 16 maart 1954 voorkomende instelling van openbaar nut staat, of het beheersorgaan van de andere instellingen van openbaar nut waarvan het personeel aan dit besluit onderworpen is » vervangen door de woorden « De Minister, de Regering, het College of het beheersorgaan, naargelang van het geval, onder wiens gezag de instelling van openbaar nut staat waarvan het personeel aan dit besluit onderworpen is. »

Art. 4.Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 13 november 1973, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Artikel 6.Voor de toepassing van artikel 14, § 1, 4°, van de voormelde wet van 3 juli 1967 worden de instellingen van openbaar nut van de categorieën A, B of D, naargelang van het geval, die bedoeld zijn in artikel 2 van dit besluit, geacht onder elkaar alsmede met hun overheid een en dezelfde rechtspersoon te zijn.

Al hun personeelsleden worden geacht ertoe te behoren. »

Art. 5.In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 oktober 1973, 13 november 1973 en 24 maart 1986, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt 4° vervangen door de volgende bepaling : « 4° de procedurekosten, de verplaatsingskosten en de uitgaven zoals zij verdeeld zijn in de artikelen 4bis en 28 van het voormelde koninklijk besluit van 24 januari 1969, behalve wanneer het gaat om een tergende en roekeloze eis;» 2° in § 2 worden de woorden « of de wet van 6 juli 1971 houdende oprichting van de Regie der Posterijen » geschrapt.»

Art. 6.Artikel 11 in fine van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 augustus 1971 wordt aangevuld met de volgende bepaling : « op voorwaarde dat deze onderneming niet met het geneeskundig toezicht belast is, overeenkomstig artikel 4, 2°, van dit besluit ».

Art. 7.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 8.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 september 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Ambtenarenzaken, A. FLAHAUT

^