Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 september 2002
gepubliceerd op 05 maart 2003

Koninklijk besluit tot regeling van bepaalde onregelmatige prestaties van zekere personeelsleden van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2003022047
pub.
05/03/2003
prom.
20/09/2002
ELI
eli/besluit/2002/09/20/2003022047/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 SEPTEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot regeling van bepaalde onregelmatige prestaties van zekere personeelsleden van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 107, tweede lid, van de Grondwet;

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11, § 1, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 6 juli 2000;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, gegeven op 28 juli 2000;

Gelet op de adviezen van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 oktober 2000;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 26 februari 2001;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 6 juni 2001;

Gelet op protocol nr. 402 van 5 december 2001, van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten;

Gelet op het besluit van de Ministerraad, over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van één maand;

Gelet op het advies 33.201/1 van de Raad van State; gegeven op 30 mei 2002 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Er wordt een compensatie voor onregelmatige prestaties toegekend aan de eerstaanwezend sociaal controleurs en aan de sociaal controleurs van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die zondag- of nachtwerk verrichten.

Art. 2.Zondagprestaties zijn die welke op een zondag of wettelijke erkende feestdag, tussen 0 en 24 uur worden verricht.

Art. 3.Nachtprestaties zij die welke tussen 22 uur en 4 uur worden verricht. Met nachtprestaties worden gelijkgesteld de prestaties verricht tussen 18 uur en 8 uur, voor zover zij eindigen te of na 22 uur of beginnen te of vóór 4 uur.

Art. 4.§ 1. Voor de nachtprestaties kunnen de personeelsleden bedoeld in artikel 1 een recuperatie bekomen aan 200 % van de gepresteerde tijd. § 2. Voor de zondagprestaties kunnen de personeelsleden bedoeld in artikel 1 kiezen voor één van twee volgende formules : 1. vergoeding van 2/1976 van de jaarlijkse gezamenlijke brutobezoldiging per gepresteerd uur en recuperatie aan 100 % van de gepresteerde tijd;2. vergoeding van 1/1976 van de jaarlijkse gezamenlijke brutobezoldiging per gepresteerd uur en recuperatie aan 200 % van de gepresteerde tijd. § 3. De recuperatie wordt toegekend onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijks vakantieverlof.

De betaling van de vergoedingen gebeurt ten laatste op de laatste werkdag van de maand volgend op het indienen van de correcte aanvraag bij de betaaldienst.

Art. 5.De voordelen voorzien in dit besluit kunnen niet gecumuleerd worden met andere voordelen voor dezelfde prestaties.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001.

Art. 7.Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 september 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^