Koninklijk Besluit van 21 april 2016
gepubliceerd op 04 mei 2016
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit betreffende de erkenning van organismen belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en d

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2016011142
pub.
04/05/2016
prom.
21/04/2016
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2016011142

FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE


21 APRIL 2016. - Koninklijk besluit betreffende de erkenning van organismen belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, artikel 17, § 1, tweede lid, 12° ;

Gelet op de wet van 8 mei 2014 houdende diverse bepalingen inzake energie, artikel 51;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 maart 1966 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor gasvervoer door middel van leidingen, de artikelen 7 en 8;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 juli 1967 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer door middel van leidingen van vloeibare koolwaterstoffen en/of vloeibaar gemaakte koolwaterstoffen, andere dan deze beoogd door artikel 1, littera a), van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, de artikelen 52 en 53;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 februari 1968 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer door middel van leidingen van pekel, natronloog en afvalvloeistoffen, de artikelen 57 en 58;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 mei 1969 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasvormige zuurstof door middel van leidingen, de artikelen 61 en 62;

Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, op 9 september 2015, met toepassing van artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij en met toepassing van artikel 15, lid 7, derde alinea, van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 augustus 2015;

Gelet op het advies van de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, gegeven op 29 février 2016;

Gelet op hat advies van de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, gegeven op 17 februari 2016;

Gelet op advies 58.259/3 van de Raad van State, gegeven op 5 november 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Energie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Dit besluit heeft betrekking op de erkenning door de minister bevoegd voor Energie van de organismen belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen, zoals bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. HOOFDSTUK 2. - Definities

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° AD Energie : de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 2° AD Kwaliteit en Veiligheid : de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie; 3° Minister : de minister bevoegd voor Energie. HOOFDSTUK 3. - Erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. - Juridische vorm

Art. 3.Het erkend organisme wordt opgericht onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of een gelijkwaardige rechtsvorm volgens het recht van de lidstaat van vestiging binnen de Europese Economische Ruimte, met maatschappelijke zetel en centrale administratie in een Staat van de Europese Economische Ruimte. Afdeling 2. - Technisch leidinggevende

Art. 4.Binnen het erkend organisme wordt een persoon aangeduid die instaat voor de leiding en het beheer van de activiteiten waarvoor het organisme erkend is.

Die persoon, hierna technisch leidinggevende genoemd, voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° houder zijn van een diploma van burgerlijk of industrieel ingenieur uitgereikt door een Belgische inrichting van hoger onderwijs of houder van een buitenlands diploma dat erkend werd als gelijkwaardig overeenkomstig de terzake van toepassing zijnde reglementering;2° voldoende kennis hebben van de inhoud en de draagwijdte van de codes, normen en Belgische wetgeving betreffende de integriteit en de veiligheid van installaties voor vervoer door leidingen;3° beschikken over een aangepaste wetenschappelijke en beroepservaring om het erkend organisme met de nodige deskundigheid te kunnen leiden;4° aan het erkend organisme verbonden zijn door een arbeidscontract van onbepaalde duur. Afdeling 3. - Personeel en middelen van het erkend organisme

Art. 5.§ 1. Het erkend organisme, de technisch leidinggevende en het personeel dat belast is met het verrichten van de keuringshandelingen mogen noch de ontwerper, noch de fabrikant, noch de leverancier, noch de installateur zijn van de uitrustingen die zij controleren, noch de gevolmachtigde van die personen. Zij mogen niet rechtstreeks, noch als gevolmachtigde tussenbeide komen bij het ontwerp, de bouw, de verkoop of het onderhoud van die uitrustingen, voor de installaties die moeten gekeurd worden. Dit sluit niet uit dat er technische informatie kan worden uitgewisseld tussen de houder van de vervoervergunning of elke andere betrokken partij en het erkend organisme. § 2. Het erkend organisme en het personeel dat belast is met de keuring verrichten de keuringshandelingen met de grootste beroepsintegriteit en de grootste technische competentie en zijn vrij van elke druk of aansporing, meer bepaald van financiële aard, die hun beoordeling of de resultaten van hun keuring kunnen beïnvloeden, in het bijzonder dewelke uitgaan van personen of groeperingen die belang hebben bij het resultaat van de controle. Het erkend organisme is bovendien vrij van elke druk, meer bepaald van financiële aard, die de omvang van de keuringshandelingen kan beperken waartoe het redelijkerwijze het recht heeft die te verrichten in het raam van de uitvoering van zijn mandaat. § 3. Het erkend organisme beschikt over het nodige personeel om de technische en administratieve taken die gepaard gaan met de uitvoering van de keuring te vervullen. § 4. Het personeel belast met de keuringen beschikt over de vereiste bekwaamheid om de rapporten op te stellen die de concretisering vormen van de uitgevoerde keuringen. § 5. Het erkend organisme beschikt over het nodige materieel om de technische taken die gepaard gaan met de uitvoering van de keuring adequaat te vervullen. § 6. Het personeel belast met de keuringen is aan het erkend organisme verbonden door een arbeidscontract van onbepaalde duur. § 7. Het erkend organisme sluit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af tenzij die aansprakelijkheid door de Staat gedekt is. § 8. Het personeel van het erkend organisme is gebonden door het beroepsgeheim voor alles wat het verneemt bij de uitoefening van zijn functies in het raam van de bepalingen van dit besluit, behalve ten aanzien van de bevoegde administratieve overheden. § 9. Het erkend organisme adresseert aan de AD Energie de habilitatieverklaring van elke nieuwe persoon belast met de keuringen, dit wil zeggen de verklaring waarbij die persoon erkend wordt om autonoom keuringen te verrichten die zijn opgelegd door de wet van 12 april 1965 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Bij de habilitatieverklaring waarin de omvang van de habilitatie vermeld is, wordt een kopie van het aanwervingscontract gevoegd.

De AD Energie kan vragen dat de persoon het bewijs voorlegt dat hij over de nodige competentie beschikt om de door de betrokken wetgeving opgelegd keuringen autonoom te verrichten.

Ingeval de persoon ongunstig wordt beoordeeld wordt door de AD Energie bij een ter post aangetekend schrijven binnen de 30 dagen na de ontvangst van de habilitatieverklaring een notificatie van de schorsing van de verklaring aan het erkend organisme betekend. Het erkend organisme kan pas na een termijn van negentig dagen na de ontvangst van de notificatie van de schorsing een nieuwe habilitatieverklaring voor deze kandidaat indienen. Afdeling 4. - Accreditatieattest

Art. 6.Onder voorbehoud van artikel 16, is het erkend organisme geaccrediteerd volgens de norm NBN EN ISO/IEC 17020 door het Belgisch accrediteringssysteem opgericht bij de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van organismen voor de conformiteitsbeoordeling, alsmede van beproevingslaboratoria of door een equivalente accreditatieinstelling binnen de Europese Economisch Ruimte. Deze accreditatie beoogt de kennis van de Belgische reglementering van toepassing op de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen vast te stellen.

Het erkend organisme voldoet aan de eisen van een type A organisme volgens de norm NBN EN ISO/IEC 17020. Afdeling 5. - Technische competentie

Art. 7.Het erkend organisme beschikt over voldoende technische competentie in de verschillende materies die het moet beheersen voor de correcte uitoefening van zijn mandaat en kan deze competentie aantonen aan de Minister of zijn afgevaardigde. Afdeling 6. - Verplichtingen

Art. 8.De erkende organismen voldoen aan de volgende verplichtingen : 1° normalisatiewerkzaamheden volgen met betrekking tot de uitrustingen waarvoor zij erkend zijn;2° deelnemen aan de werkzaamheden van een sectorale werkgroep die desgevallend op nationaal niveau wordt opgericht om de activiteiten van de erkende organismen te coördineren;3° rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemen aan de werkzaamheden van een sectorale werkgroep die desgevallend op Europees niveau wordt opgericht om de activiteiten van de erkende organismen te coördineren. Afdeling 7. - Naleven van de gegeven instructies

Art. 9.De erkende organismen volgen de instructies op die hen door de Minister of zijn afgevaardigde gegeven worden betreffende de materie waarop dit besluit betrekking heeft. Afdeling 8. - Overdracht van informatie

Art. 10.De erkende organismen verstrekken aan de AD Energie de inlichtingen over : 1° elke wijziging van de statuten die een invloed kan hebben op de naleving van de erkenningsvoorwaarden;2° elke organisatorische of technische wijziging die een invloed kan hebben op de naleving van de erkenningsvoorwaarden;3° elke vervanging van de technisch leidinggevende;4° een jaarverslag met een gedetailleerd overzicht van de activiteiten van het afgelopen jaar, in het raam van het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van de installaties voor vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen.Dit verslag wordt ten laatste op 1 april verstrekt; 5° elke intrekking of wijziging van de accreditatie bedoeld in artikel 6. De elementen bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2°, 3° en 5° worden binnen zeven dagen na hun verwezenlijking verstrekt. Afdeling 9. - Toegang tot informatie

Art. 11.De erkende organismen verstrekken op vraag van de Minister of van zijn afgevaardigde elke informatie die betrekking heeft op de activiteiten en de werking van het organisme of die van belang is voor het toezicht op de toepassing van de bepalingen van de wet van 12 april 1965 en de uitvoeringsbesluiten ervan.

De erkende organismen stellen alle documenten en gegevens ter beschikking van de door de Minister aangewezen afgevaardigden die ermee belast zijn een onderzoek of een audit te verrichten zodat zij hun opdracht kunnen vervullen en kunnen nagaan of de werking van het erkend organisme in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit en of de erkenningsvoorwaarden vervuld zijn. . Op verzoek van deze ambtenaren vertouwd het erkend organisme hen deze dokumenten of een kopie van deze dokumenten toe. HOOFDSTUK 4. - Erkenningsprocedure Afdeling 1. - Aanvraag tot erkenning

Art. 12.§ 1. De aanvraag tot erkenning wordt in drie exemplaren, op papier, samen met een elektronische versie geadresseerd aan de AD Energie bij een ter post aangetekend schrijven en verwijst naar dit besluit. § 2. Bij de aanvraag worden de volgende documenten gevoegd : 1° een afschrift van het diploma van de technisch leidinggevende;2° het curriculum vitae van de technisch leidinggevende;3° de lijst van het personeel van het organisme dat gehabiliteerd is voor de keuringen bedoeld in dit besluit, met de omvang van de habilitatie en kopie van het arbeidscontract;4° een kopie van de statuten van het organisme;5° een kopie van het accreditatieattest en van het bijhorende accreditatiedomein;6° een verklaring dat de burgerlijke aansprakelijkheid van het organisme zal worden gedekt door een verzekeringscontract;na het verkrijgen van de erkenning, en vóór aanvang van de controlewerkzaamheden, wordt het bewijs van deze dekking aan de AD Energie voorgelegd; 7° een dossier waaruit de technische competentie van het organisme blijkt in de verschillende materies die het moet beheersen voor de correcte uitoefening van zijn mandaat. Afdeling 2. - Onderzoek van de aanvraag tot erkenning

Art. 13.Na ontvangst van de aanvraag bedoeld in artikel 12 bevestigt de AD Energie de ontvangst van de aanvraag en onderzoekt of het dossier volledig is binnen de 15 werkdagen.

Indien het dossier onvolledig wordt bevonden, vraagt de AD Energie de ontbrekende stukken binnen een termijn van 30 werkdagen na ontvangst van de aanvraag.

Indien het dossier volledig wordt bevonden op basis van de eisen van artikel 12 wordt de aanvrager daarvan binnen de 10 werkdagen in kennis gesteld. De AD Energie verstuurt een verzoek om advies aan de AD Kwaliteit en Veiligheid die binnen de 60 werkdagen na het verzoek een advies uitbrengt. Dit onderzoek is gebaseerd op de bij het aanvraagdossier toegevoegde stukken en op elk onderzoek dat nodig wordt geacht.

Bij gebrek aan advies van de AD Kwaliteit en Veiligheid binnen de toegestane termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

Na ontvangst van het advies van de AD Kwaliteit en Veiligheid of na afloop van de termijn van 60 werkdagen bedoeld in het derde lid brengt de AD Energie haar voorstel tot toekenning of weigering ter kennis van de Minister binnen de 60 werkdagen na het ontvangst van het advies van de AD Kwaliteit en Veiligheid. Afdeling 3. - Beslissing

Art. 14.Op voorstel van de AD Energie neemt de Minister een beslissing waarbij de erkenning wordt toegekend of geweigerd binnen de 30 werkdagen na het ontvangst van het advies van de AD Energie. Deze beslissing wordt aan het organisme bij een ter post aangetekend schrijven betekend met vermelding van de motieven.

In geval van een ongunstig advies beschikt het organisme over 30 werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de notificatie van het besluit van de Minister om zijn bezwaren aan de Minister mee te delen.

Na onderzoek van die bezwaren en na een eventueel bijkomend onderzoek neemt de Minister, op voorstel van de AD Energie een beslissing waarbij de erkenning wordt toegekend of geweigerd. Deze beslissing wordt aan het organisme en aan de AD Kwaliteit en Veiligheid bij een ter post aangetekend schrijven betekend met vermelding van de motieven.

De beslissing tot toekenning die desgevallend wordt aangevuld met specifieke toekennings-voorwaarden wordt overgenomen in een ministerieel besluit dat bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Afdeling 4. - Erkenningsduur

Art. 15.De erkenningsduur is beperkt tot vijf jaar. De erkenning is hernieuwbaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 17. Afdeling 5. - Bijzondere erkenningsprocedure

Art. 16.De organismen die voor het eerst een erkenning vragen kunnen een aanvraag tot voorlopige erkenning indienen zonder dat zij beschikken over de accreditatie bedoeld in artikel 6 wanneer zij de hierna volgende voorlopige erkenningsprocedure volgen : 1° de erkenningsprocedure van artikel 11, uitgezonderd de bepalingen van § 2, 5°, is van toepassing op de aanvraag tot voorlopige erkenning;2° om te oordelen of het organisme bedoeld in artikel 3 over de nodige bekwaamheid beschikt voor het uitvoeren van de keuringen waarvoor een voorlopige erkenning wordt aangevraagd, kan de AD Energie audits laten uitvoeren door eigen deskundigen of eisen dat de resultaten van een pre-audit uitgevoerd door een accreditatieinstelling worden voorgelegd;3° de aldus verleende erkenning blijft geldig voor een periode van 2 jaar;6 maanden vóór het verstrijken van die periode wordt een erkenningsaanvraag overeenkomstig alle bepalingen van artikel 3 tot 11 ingediend. Afdeling 6. - Hernieuwing van de erkenning

Art. 17.De aanvraag tot hernieuwing van de erkenning wordt bij aangetekende zending, in twee exemplaren, gericht aan de AD Energie ten minste zes maand voor het verstrijken van de geldigheidstermijn van de erkenning en verwijst naar dit besluit. Zij omschrijft het activiteits-domein en de omvang van de activiteiten van de 5 laatste jaren.

De procedure van artikel 12 tot 14 is erop van toepassing. HOOFDSTUK 5. - Toezicht en sancties Afdeling 1.Toezicht

Art. 18.- Het toezicht op de erkende organismen wordt uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van artikel 11. Afdeling 2. - Termijn om zich in regel te stellen

Art. 19.Indien de ambtenaren belast met het toezicht vaststellen dat een erkend organisme niet meer voldoet aan één van de voorwaarden van artikel 4 en 5 of zich niet houdt aan één van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 8, 9 en 10, stellen zij een termijn vast die niet langer dan 3 maanden mag zijn binnen dewelke het erkend organismealsnog zijn verplichtingen moet nakomen. Afdeling 3. - Schorsing of intrekking van de erkenning

Art. 20.De Minister kan de erkenning schorsen of intrekken wanneer de ambtenaren belast met het toezicht vaststellen dat aan een van de bepalingen van artikel 3, 4 en 5 niet meer is voldaan of wanneer het erkend organisme zich niet schikt naar de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 8, 9 en 10.

De Minister kan de erkenning intrekken indien na een periode van drie jaar te rekenen vanaf de datum van de erkenning blijkt dat het erkend organisme geen enkele activiteit heeft ontplooid in het domein van de erkenning of dat die activiteiten verwaarloosbaar zijn of indien niet meer voldaan is aan de voorwaarden van artikel 7. Afdeling 4. - Automatische intrekking

Art. 21.De minister trekt de erkenning in wanneer de accreditatie bedoeld in artikel 6 door de accreditatieinstelling werd ingetrokken of niet hernieuwd is. De intrekking van de erkenning treedt in werking wanneer na afloop van de procedure naar aanleiding van een eventueel beroep van het erkend organisme bij de accreditatieinstelling deze laatste de intrekking of de niet-hernieuwing van de accreditatie bevestigt.

De minister trekt de erkenning in wanneer het erkend organisme weigert zich te schikken naar de bepalingen in artikel 11.

De minister trekt de erkenning in bij stopzetting of overdracht van de activiteiten van het erkend organisme. Afdeling 5. - Mededeling van de sancties

Art. 22.§ 1. De beslissingen genomen in uitvoering van de bepalingen van artikel 19, 20 en 21 worden aan het betrokken erkend organisme bij een ter post aangetekend schrijven meegedeeld.

Indien de beslissing de schorsing of de intrekking van de erkenning als gevolg heeft, treedt zij in werking op de datum van ontvangst van die beslissing. § 2. Betreffende de beslissingen genomen in uitvoering van de bepalingen van artikel 20 beschikt het erkend organisme over 30 dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het schrijven om zijn bezwaren aan de Minister mee te delen. Dat beroep is niet opschortend.

Na onderzoek van die bezwaren en een eventueel bijkomend onderzoek bevestigt of vernietigt de Minister de betrokken beslissing bij een ter post aangetekend schrijven. HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 23.De erkenningen toegekend op basis van de koninklijke besluiten van 11 maart 1966 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor gasvervoer door middel van leidingen, 25 juli 1967 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer door middel van leidingen van vloeibare koolwaterstoffen en/of vloeibaar gemaakte koolwaterstoffen, andere dan deze beoogd door artikel 1, littera a), van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, 20 februari 1968 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer door middel van leidingen van pekel, natronloog en afvalvloeistoffen of 9 mei 1969 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasvormige zuurstof door middel van leidingen door de Minister blijven geldig maar vervallen van rechtswege drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 24.De organismen die erkend zijn in het raam van de voornoemde koninklijke besluiten van 11 maart 1966, 25 juli 1967, 20 februari 1968 of 9 mei 1969 krijgen op vraag een nieuwe erkenning in het raam van dit besluit indien zij kunnen aantonen dat zij een relevante activiteit ontplooiden in het raam van een of meer van die besluiten gedurende de vijf jaar die aan de inwerkingtreding van dit besluit vooraf gaan.

Deze nieuwe vergunning vervangt voormalige nog geldige erkenning.

Hiertoe dienen de betrokken organismen bij aangetekend schrijven een gedocumenteerde aanvraag in bij de AD Energie, uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.

Om de erkenning te behouden moet echter binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit de accreditatie worden bekomen bedoeld in artikel 6.

Art. 25.Het personeel dat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit bij een erkend organisme in dienst is wordt geacht over een habilitatie te beschikken, zonder afbreuk van artikel 5, § 9, lid 3 en 4. Hiertoe bezorg elk organisme bedoeld in artikel 24 binnen de 30 dagen na de inwerkingtreding van dit besluit aan de AD Energie de lijst van dat personeel.

Art. 26.Artikel 8 van het koninklijk besluit van 11 maart 1966 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor gasvervoer door middel van leidingen wordt vervangen als volgt : "Art.8. Het erkend controle-organisme is binnen de bij artikel 7 gestelde grenzen belast met het toezicht over de proeven, controles en beproevingen, welke betrekking hebben op de bij het oprichten, veranderen of herstellen van gasvervoerinstallaties te nemen veiligheidsmaatregelen.

De erkenningsvoorwaarden zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 21 april 2016 betreffende de erkenning van organismenorganismen belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen."

Art. 27.Artikel 53 van het koninklijk besluit van 25 juli 1967 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer door middel van leidingen van vloeibare koolwaterstoffen en/of vloeibaar gemaakte koolwaterstoffen, andere dan deze beoogd door artikel 1, littera a), van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen wordt vervangen als volgt : "Het erkend controle-organisme is belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen welke betrekking hebben op de bij de oprichting, de verandering of de herstelling van de installaties voor vervoer van vloeibare koolwaterstoffen en/of de vloeibare derivaten te nemen veiligheidsmaatregelen.

De erkenningsvoorwaarden zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 21 april 2016 betreffende de erkenning van organismenorganismen belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen."

Art. 28.Artikel 58 van het koninklijk besluit van 20 februari 1968 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer door middel van leidingen van pekel, natronloog en afvalvloeistoffen wordt vervangen als volgt : "Het erkend controle-organisme is belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen welke betrekking hebben op de bij de oprichting, de verandering of de herstelling van de installaties voor vervoer van pekel, natronloog en afvalvloeistoffen te nemen maatregelen.

De erkenningsvoorwaarden zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 21 april 2016 betreffende de erkenning van organismenorganismen belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen."

Art. 29.Artikel 62 van het koninklijk besluit van 9 mei 1969 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasvormige zuurstof door middel van leidingen wordt vervangen als volgt : "Binnen de bij artikel 61 gestelde grenzen is het erkend controle-organisme belast met het toezicht over de proeven, controles en beproevingen welke betrekking hebben op de bij de oprichting, de verandering of de herstelling van de installaties voor vervoer van gasvormige zuurstof te nemen veiligheidsmaatregelen.

De erkenningsvoorwaarden zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 21 april 2016 betreffende de erkenning van organismenorganismen belast met het toezicht op de proeven, controles en beproevingen betreffende de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden bij het ontwerp, de oprichting, de verandering, de herstelling en de exploitatie van installaties voor het vervoer van gasachtige producten en andere door leidingen.".

Art. 30.Op de tiende dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad treden in werking : 1° artikelen 33, 34, 35 en 36 van de wet van 8 mei 2014 houdende diverse bepalingen inzake energie;2° dit besluit.

Art. 31.De minister bevoegd voor Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 april 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling, Mevr. M. C. MARGHEM


begin


Publicatie : 2016-05-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^