Koninklijk Besluit van 21 december 2013
gepubliceerd op 30 december 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot vaststelling van de overnamedatum van de CDVU-Pensioenen door de Pensioendienst voor de overheidssector, alsook de nadere regels inzake de overdracht van het personeel

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2013022649
pub.
30/12/2013
prom.
21/12/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

21 DECEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de overnamedatum van de CDVU-Pensioenen door de Pensioendienst voor de overheidssector, alsook de nadere regels inzake de overdracht van het personeel


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben aan de handtekening van Uwe Majesteit voor te leggen is genomen in uitvoering van artikel 142 van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen.

De artikelen 138 en 139 van voormelde wet hebben er in voorzien de opdrachten van de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) uit te breiden door deze ook de verantwoordelijkheid voor de betaling van de pensioenen en de renten van de overheidssector toe te vertrouwen. Met andere woorden, de PDOS neemt de bevoegdheden van de Centrale Dienst der Vaste Uitgaven inzake pensioenen over.

Artikel 142 van voormelde wet bepaalt evenwel dat het de Koning is die, bij in Ministerraad overlegd besluit, de datum bepaalt vanaf wanneer de overname door de PDOS van de bevoegdheden van de CDVU wordt uitgevoerd.

Het voorwerp van artikel 1 van dit besluit is deze datum vast te stellen. Met akkoord van alle betrokken partijen is 1 januari 2014 de weerhouden datum.

De artikelen 2 tot 6 regelen de modaliteiten van de overname van de CDVU-Pensioenen door de PDOS, zowel wat betreft het personeel als wat betreft het logistieke luik.

Alle personen die op 31 december 2013 hun werkzaamheden uitoefenen voor de CDVU-Pensioenen zullen op 1 januari 2014 overgeheveld worden naar de Pensioendienst voor de overheidssector.

Een nominatieve lijst van aldus overgehevelde personen zal binnenkort gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.

De overgehevelde personen behouden de hoedanigheid (vast benoemd ambtenaar, contractueel personeel), de graad en de administratieve en geldelijke anciënniteit waarover zij beschikken op het ogenblik van hun overheveling. Zij behouden eveneens hun laatste evaluatie en het voordeel van het slagen in examens en vergelijkende selecties, alsook de vergoedingen, premies en andere voordelen waarop zij reglementair aanspraak maken.

Voor het overige wordt verwezen naar de verschillende artikelen, hun inhoud noodzaakt geen bijzondere commentaar.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Pensioenen, A. DE CROO De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, H. BOGAERT

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 54.701/2 van 11 december 2013 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de overnamedatum van de CDVU-Pensioenen door de Pensioendienst voor de overheidssector, alsook de nadere regels inzake de overdracht van het personeel' Op 5 december 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice Eerste Minister en Minister van Pensioenen verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot vaststelling van de overnamedatum van de CDVU-Pensioenen door de Pensioendienst voor de overheidssector, alsook de nadere regels inzake de overdracht van het personeel'.

Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 11 december 2013. De kamer was samengesteld uit Yves KREINS, kamervoorzitter, Pierre VANDERNOOT en Martine BAGUET, staatsraden, Yves DE CORDT en Marianne DONY, assessoren, en Bernadette VIGNERON, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc PAQUET, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 11 december 2013.

Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996 en vervangen bij de wet van 2 april 2003, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.

De motivering in de brief luidt als volgt : « De hoogdringendheid wordt gemotiveerd door de omstandigheid dat het voorgelegde koninklijke besluit onmiddellijke uitvoering geeft aan een beslissing weliswaar reeds genomen in de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen maar waarvoor pas nu alle materiële voorwaarden vervuld worden.

De overgang van de bevoegdheden van de CDVU-pensioenen naar de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) noodzaakt een aantal delicate financiële operaties die absoluut synchroon moeten verlopen.

Het gaat onder andere om de gelijktijdige stopzetting van een thesaurierekening van de PDOS bij de Administratie van de Thesaurie (FOD Financiën), het toekennen van alternatieve kasfaciliteiten voor de PDOS bij deze Administratie van de Thesaurie voor in het geval dat de dotaties die de pensioenuitgaven moeten dekken niet tijdig bij de PDOS gestort worden, de budgettaire overdracht van werkingsmiddelen van de FOD Financiën naar de dotatie van de PDOS en de machtiging tot het geven van betalingsinstructies aan de bankinstelling.

Al deze stappen worden momenteel minutieus voorbereid in een intensieve samenwerking tussen de FOD Financiën (Thesaurie), de FOD Begroting en de PDOS om de overgang aldus vlekkeloos te laten verlopen.

De voorkeur wordt gegeven om de bevoegdheidsoverdracht te realiseren op 1 januari 2014, dit wil zeggen bij de aanvang van een nieuw begrotingsjaar en niet middenin een begrotingsjaar. Dat verhoogt tegelijk de transparantie van de overheidsbegroting en biedt daarenboven nog maximale mogelijkheden voor het realiseren van efficiëntiewinsten in de loop van 2014.

De operatie van bevoegdheidsoverdracht is bijgevolg reeds bezig, nadert een punt van no-return en kan zich daarom geen misverstanden veroorloven. Ieder uitstel compliceert immers de uitvoering van de bevoegdheidsoverdracht die elke maand dringender wordt wegens de toenemende dreiging van informaticaproblemen bij de verouderde informatica-infrastructuur van de CDVU-pensioenen.

De overdracht betreft ongeveer 500.000 pensioenen van de overheidssector voor een totale waarde van 13 miljard euro en waarvan de betaling op 1 januari 2014 niet in gevaar mag worden gebracht door het gebrek aan een tijdige reglementaire basis van bevoegdheidsoverdracht; ».

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het vervangen is bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, ' 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. 1. Ook al zou het beter zijn geweest dat de wet van 12 januari 2006 `tot oprichting van de « Pensioendienst voor de Overheidssector »', zoals gewijzigd bij titel 13, hoofdstuk 3, van de wet van 28 april 2010 `houdende diverse bepalingen', zelf de overplaatsing naar de Pensioendienst voor de overheidssector had geregeld van de personeelsleden van de FOD Financiën die hun werkzaamheden voor de Centrale Dienst der Vaste Uitgaven - sector pensioenen van de Administratie der Thesaurie uitoefenen, of de Koning hiertoe uitdrukkelijk gemachtigd had, put de Koning de bevoegdheid om het ontwerp aan te nemen uit artikel 108 van de Grondwet, junctis de artikelen 6, 4° en 5°, en 9, 4°, van voormelde wet van 12 januari 2006, ingevoegd bij de artikelen 138 en 139 van voormelde wet van 28 april 2010.Het valt immers bezwaarlijk in te zien dat de wetgever opdrachten van het algemeen bestuur overdraagt aan een instelling van openbaar nut zonder dat de Koning, in het kader van Zijn algemene uitvoeringsbevoegdheid, noodzakelijkerwijs gemachtigd zou zijn om de overplaatsing van de ene naar de andere dienst te regelen van het personeel dat voor die opdrachten is aangewezen.

Artikel 142 van voormelde wet van 28 april 2010 verleent bovendien een rechtsgrond aan artikel 1 van het ontwerp.

Het is dan ook aan te bevelen om het eerste lid van de aanhef te vervangen door twee nieuwe leden en daarin respectievelijk te verwijzen naar artikel 108 van de Grondwet en naar de « artikelen 6, 4° en 5°, en 9, 4°, van de wet van 12 januari 2006 `tot oprichting van de « Pensioendienst voor de Overheidssector', ingevoegd bij de wet van 28 april 2010 ».2. De steller van het ontwerp mag niet uit het oog verliezen dat, wat betreft de contractuele personeelsleden van wie sprake is in artikel 3, § 2, eerste lid, van het ontwerp, deze overplaatsing voor de betrokkenen een wijziging van werkgever inhoudt, waarmee zij uitdrukkelijk akkoord moeten gaan en, als zulks vereist is krachtens de wet van 3 juli 1978 `betreffende de arbeidsovereenkomsten', hun arbeidsovereenkomst moet worden aangevuld met een op schrift gesteld bijvoegsel. De griffier, Bernadette Vigneron De voorzitter, Yves Kreins

21 DECEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de overnamedatum van de CDVU-Pensioenen door de Pensioendienst voor de overheidssector, alsook de nadere regels inzake de overdracht van het personeel FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op de wet van 12 januari 2006 tot oprichting van de "Pensioendienst voor de Overheidssector", artikelen 6, 4° en 5°, en 9,4°, door de wet van 28 april 2010 ingevoegd;

Gelet op de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen, artikel 142;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 oktober 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 5 november 2013;

Gelet op de vrijstelling van een voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzakelijkheid van de uitvoering van een effectbeoordeling op grond van artikel 2, 1°, 2° en 9°, van het koninklijk besluit van 20 september 2012 houdende uitvoering van artikel 19/1, § 1, tweede lid van hoofdstuk V/1 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling;

Gelet op het protocol nr. D.I.337/D/87 van 26 november 2013 van het Sectorcomité II-Financiën;

Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat het voorgelegde koninklijke besluit onmiddellijke uitvoering geeft aan een beslissing weliswaar reeds genomen in de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen maar waarvoor pas nu alle materiële voorwaarden vervuld worden.

De overgang van de bevoegdheden van de CDVU-pensioenen naar de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) noodzaakt een aantal delicate financiële operaties die absoluut synchroon moeten verlopen.

Het gaat onder andere om de gelijktijdige stopzetting van een thesaurierekening van de PDOS bij de Administratie van de Thesaurie (FOD Financiën), het toekennen van alternatieve kasfaciliteiten voor de PDOS bij deze Administratie van de Thesaurie voor in het geval dat de dotaties die de pensioenuitgaven moeten dekken niet tijdig bij de PDOS gestort worden, de budgettaire overdracht van werkingsmiddelen van de FOD Financiën naar de dotatie van de PDOS en de machtiging tot het geven van betalingsinstructies aan de bankinstelling. Al deze stappen worden momenteel minutieus voorbereid in een intensieve samenwerking tussen de FOD Financiën (Thesaurie), de FOD Begroting en de PDOS om de overgang aldus vlekkeloos te laten verlopen. De voorkeur wordt gegeven om de bevoegdheidsoverdracht te realiseren op 1 januari 2014, dit wil zeggen bij de aanvang van een nieuw begrotingsjaar en niet middenin een begrotingsjaar. Dat verhoogt tegelijk de transparantie van de overheidsbegroting en biedt daarenboven nog maximale mogelijkheden voor het realiseren van efficiëntiewinsten in de loop van 2014. De operatie van bevoegdheidsoverdracht is bijgevolg reeds bezig, nadert een punt van no-return en kan zich daarom geen misverstanden veroorloven. Ieder uitstel compliceert immers de uitvoering van de bevoegdheidsoverdracht die elke maand dringender wordt wegens de toenemende dreiging van informaticaproblemen bij de verouderde informatica-infrastructuur van de CDVU-pensioenen. De overdracht betreft ongeveer 500.000 pensioenen van de overheidssector voor een totale waarde van 13 miljard euro en waarvan de betaling op 1 januari 2014 niet in gevaar mag worden gebracht door het gebrek aan een tijdige reglementaire basis van bevoegdheidsoverdracht;

Gelet op advies 54.701/2 van de Raad van State, gegeven op 11 december 2013 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Pensioenen en de Minister van Financiën en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De artikelen 138, 139 en 141 van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen, treden in werking op 1 januari 2014.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder : - « de Dienst » : de Pensioendienst voor de Overheidssector; - « de CDVU-Pensioenen » : de Centrale Dienst der Vaste Uitgaven - sector pensioenen van de Administratie der Thesaurie van de Federale overheidsdienst Financiën.

Art. 3.§ 1. De personeelsleden van de FOD Financiën die op 31 december 2013 hun werkzaamheden uitoefenen voor de CDVU-Pensioenen en waarvan de namen voorkomen op een lijst die zal gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad, worden ambtshalve overgedragen naar de Dienst op de datum van 1 januari 2014. § 2. De overgedragen personeelsleden behouden de hoedanigheid van stagedoend personeelslid, vast benoemd personeelslid of contractueel personeelslid die zij hadden de dag vóór hun overdracht.

Het stagedoend personeelslid wordt geacht titularis te zijn van de graad of van de klasse waarvoor hij zich kandidaat gesteld heeft. § 3. De overgedragen personeelsleden behouden hun niveau-, graad-, dienst- en klasseanciënniteit evenals hun taalrol. § 4. De overgedragen personeelsleden behouden de laatste evaluatie die hun werd toegekend binnen de FOD Financiën. Deze evaluatie blijft geldig tot aan de toekenning van een nieuwe evaluatie binnen de Dienst. § 5. De personeelsleden die geslaagd zijn voor een examen of een vergelijkende selectie voor overgang naar het hoger niveau of voor een examen of een selectie voor verhoging in graad of voor een gedeelte van deze examens of selecties, georganiseerd binnen de FOD Financiën, behouden het voordeel van dit slagen. § 6. Alle personeelsleden worden overgedragen met behoud van hun bezoldiging en van de geldelijke anciënniteit die zij de dag vóór hun overdracht verworven hadden krachtens de wettelijke en reglementaire bepalingen die op die datum op hen toepasselijk waren. § 7. Tot op het ogenblik waarop in de Dienst nieuwe bepalingen van kracht worden, blijven de overgedragen personeelseden onderworpen aan de bepalingen die op hen van toepassing waren inzake toelagen, premies, vergoedingen en andere voordelen binnen de FOD Financiën. Zij behouden deze voordelen slechts voor zover deze regelmatig werden toegekend en de voorwaarden waaronder ze werden toegekend in hoofde van de begunstigden zijn blijven bestaan.

Art. 4.De op de datum van de overdracht lopende beroepsprocedures worden verdergezet door de Dienst.

Art. 5.Alle goederen, rechten en wettelijke en contractuele plichten betreffende de door de CDVU-Pensioenen uitgeoefende opdrachten worden overgedragen naar de Dienst. De lijst van overgedragen goederen, rechten en plichten wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. 6.Telkens wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling de Centrale dienst der Vaste Uitgaven-sector Pensioenen vermeldt of bedoelt, moet deze worden gelezen alsof zij « de Pensioendienst voor de Overheidssector » vermeldt of bedoelt.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014.

Art. 8.De minister bevoegd voor Pensioenen en de Minister bevoegd voor Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 december 2013.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Pensioenen, A. DE CROO De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken, H. BOGAERT

Bijlage De personeelsleden van de FOD Financiën die hun werkzaamheden uitoefenen voor de CDVU-Pensioenen en die ambtshalve worden overgedragen aan de PDOS

Nom

Prénom

Naam

Voornaam

ADAM

JEAN-MARIE

CULLUS

PASCALE

DUVELLIER

JEAN-LOUIS

FOSSELLE

KELLY

LASSINE

FABRICE

MATHIEU

PATRICK

MERTENS

JEAN-PIERRE

THIELEMANS

THEOPHILE

WIJNANT

PATRICK

BAUWENS

ELKE

BOSMANS

GHISLAINE

CANTAERT

CHRISTOPHE

CULOT

PHILIPPE

DAVREUX

FABIENNE

DECOCK

VICKY

DELAFONTAINE

CHRISTINE

D'HONDT

ANJA

DIEU

ARMANDA

DUSAUSOIT

LUC

HENDRICKX

DIRK

HEUCK

THIERRY

JOURET

JEAN CLAUDE

KETELERS

NADINE

LEBLOND

PASCALE

MERCKX

EVI

MOGENET

PASCAL

NAUWELAERS

ISABELLE

PHILIPS

PATRICK

PILLON

ANNE-MARIE

REMION

DOMINIQUE

ROOBAERT-PEETERS

CARLA

ROSSAERT

JURGEN

ROTTIERS

LILIANE

SCHREVENS

ROBERT

SEMPELS

JOSEPH

SLOT

FRANCOISE

TERET

MARTINE

TUYPENS

MARIANNE

VAN DE PUTTE

LUC

VAN DE VELDE

ANNE

VAN DER SNICK

GUY

VAN HESE

CLAUDINE

VANDERESSE

MARTINE

VERSWYVER

CARINE

MEGANCK

CHRISTIANE

VAN RENTERGHEM

JAN

HU

DIDIER

MENOU

LEON

STYNEN

FRANK

VAN BELLEGHEM

MARC

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^