Koninklijk Besluit van 21 februari 2014
gepubliceerd op 06 augustus 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 augustus 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitg

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2014200615
pub.
06/08/2014
prom.
21/02/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

21 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 augustus 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen die tot risicogroepen behoren (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 augustus 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant, betreffende de tewerkstelling van personen die tot risicogroepen behoren.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 februari 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 augustus 2013 Tewerkstelling van personen die tot risicogroepen behoren (Overeenkomst geregistreerd op 13 september 2013 onder het nummer 116938/CO/102.04)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en werknemers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf van de zandsteen- en kwartsietgroeven op het gehele grondgebied van het Rijk, uitgezonderd de kwartsietgroeven van de provincie Waals-Brabant.

Onder "werknemers" worden de arbeiders en arbeidsters verstaan.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten, enerzijds in toepassing van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), inzonderheid hoofdstuk VIII, afdeling 1 en 2, en anderzijds het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid, van dezelfde wet.

Art. 3.Ten voordele van de betrokken sectors wordt er voorzien in de aanwending van 0,20 pct. voor 2013 en 0,20 pct. voor 2014 van de loonsom voor de inspanningen betreffende de risicogroepen.

De werkgevers moeten een jaarlijkse inspanning ven ten minste 0,05 pct. van de loonmassa reserveren voor personen die tot de volgende doelgroepen behoren : 1° De werknemers van minstens 50 jaar oud;2° De werknemers van minstens 40 jaar oud die bedreigd zijn met ontslag : a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de opzeggingstermijn loopt;b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een collectief ontslag is aangekondigd;3° Niet-werkende en personen die sinds minder dan een jaar werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding.Onder niet-werkenden wordt verstaan : a) langdurige werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit zijn van een werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden;b) uitkeringsgerechtigde werklozen;c) werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de tewerkstelling;d) herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking van minstens 1 jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;e) personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijke welzijn;f) werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;g) werkzoekenden van allochtone afkomst die niet de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie bezitten, of van wie minstens één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat bij overlijden, of van wie minstens twee van de grootouders deze nationaliteit niet bezitten of niet bezaten bij overlijden;4° De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : a) de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; b) de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33 pct.; c) de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;d) de personen die als doelgroepwerknemer tewerkgesteld zijn of waren bij een werkgever die valt onder het toepassingsgebied van het Paritair Comité voor de beschutte en sociale werkplaatsen; e) de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 pct.; f) de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen;g) de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot werkhervatting.5° De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk besluit van 25 november 1991. Van de vorige alinea bedoelde inspanning moet minstens de helft besteed worden aan initiatieven ten voordele van een of meerdere van de volgende groepen : a) de in punt 5° van de vorige alinea bedoelde jongeren;b) de in punt 3° van dezelfde alinea bedoelde personen die nog geen 26 jaar oud zijn. Onverminderd de voorgaande bepalingen verbindt de sector zich ertoe om zijn inspanningen op de schoolopleiding met een volledig leerplan van steenhouwers (hardsteen en zandsteen) te concentreren en in dit kader het alternerend leren en de aanwerving van jongeren uit deze opleiding te promoten.

Deze opleiding geschiedt in samenwerking met de VDAB, de O.C.M.W.'s en de verenigingen en groeperingen die zich met vorming bezighouden.

Art. 4.De inspanning voor de risicogroepen moet voor 2013 0,20 pct. en 0,20 pct. voor 2014 van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven loonsom omvatten.

Deze sommen zullen gestort worden aan een fonds dat daartoe wordt opgericht en nadien toegekend volgens de behoeften van de betrokken onderwijsinrichtingen.

Dit fonds, dat paritair is samengesteld uit vertegenwoordigers van de werkgevers en van de vakorganisaties die deze overeenkomst hebben ondertekend, zal samen moet de sociale partners worden belast met de inrichting van deze opleiding en zal toezicht houden op de aanwending van dit percentage van 0,20 pct. voor het jaar 2013 en van 0,20 pct. voor het jaar 2014.

Art. 5.Een evaluatieverslag en een financieel overzicht van de uitvoering van de vereiste inspanning voor de risicogroepen zullen jaarlijks door hetzelfde fonds opgesteld worden.

Het evaluatieverslag en het financieel overzicht zullen aan het paritair subcomité voorgelegd worden om bij de Griffie van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg te kunnen worden neergelegd uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend dit waarop zij betrekking hebben.

Art. 6.Deze overeenkomst zal, samen met die welke werd gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der hardsteengroeven en der groeven van uit te houwen kalksteen in de provincies Luik en Namen, worden toegepast.

Ze heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013 en treedt buiten werking op 31 december 2014.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari 2014.

De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^