Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 21 januari 2002
gepubliceerd op 17 mei 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs, betreffende de maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming van risicogroepen

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2002012055
pub.
17/05/2002
prom.
21/01/2002
ELI
eli/besluit/2002/01/21/2002012055/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

21 JANUARI 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs, betreffende de maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming van risicogroepen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1997, gesloten in het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs, betreffende de maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming van risicogroepen.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 januari 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1997 Maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming van risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 28 oktober 1997 onder het nummer 45759/CO/152) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werklieden en werksters die ressorteren onder het Paritair Comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs. HOOFDSTUK II. - Principe

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 13 februari 1997).

Art. 3.De in artikel 1 bedoelde werkgevers verbinden zich ertoe om, vanaf 1 januari 1997, maatregelen te nemen ten voordele van werkgelegenheid en de vorming en opleiding van de werklieden en werksters uit de sector, die behoren tot de risicogroepen of op wie een begeleidingsplan van toepassing is, en dit ten belope van 0,10 pct. berekend op grond van het volledige loon van de werklieden en werksters uit de betrokken sector, zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en de uitvoeringsbesluiten van deze wet.

Art. 4.Als risicogroepen worden voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst bepaald : - langdurig werklozen : Onder langdurig werkloze wordt verstaan : de werkzoekende die, gedurende de twaalf maanden die aan zijn indienstneming voorafgaan, zonder onderbreking genoten heeft van werkloosheids- of wachtuitkeringen voor alle dagen van de week; - laaggeschoolde werklozen : Onder laaggeschoolde werkloze wordt verstaan : de werkzoekende, ouder dan 18 jaar, die geen houder is van een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs; - gehandicapten : Onder gehandicapte wordt verstaan : de werkzoekende mindervalide die, op het ogenblik van zijn indienstneming, bij het Rijksfonds voor Sociale Reclassering van de mindervaliden of bij één van haar rechtsopvolgers ingeschreven is; - deeltijds leerplichtigen : Onder deeltijds leerplichtige wordt verstaan : de werkzoekende van minder dan 18 jaar die onderworpen is aan de deeltijdse leerplicht en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer volgt; - herintreders : Onder herintreder wordt verstaan : de werkzoekende die tegelijkertijd de volgende voorwaarden vervult : 1) hij mag geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbrekingsuitkeringen genoten hebben gedurende de periode van 3 jaar die zijn indienstneming voorafgaat;2) hij mag geen beroepsactiviteit verricht hebben gedurende de periode van 3 jaar die zijn indienstneming voorafgaat;3) vóór de periode van 3 jaar voorzien in 1) en 2), moet hij zijn beroepsactiviteit onderbroken hebben, of nooit een beroepsactiviteit begonnen zijn; - bestaansminimumtrekkers : Onder bestaansminimumtrekker wordt verstaan : de werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming sinds minstens 6 maanden zonder onderbreking het bestaansminimum ontvangt. HOOFDSTUK III. - Toepassingsmodaliteiten

Art. 5.De onder artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst vernoemde bijdragen worden geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die ze op haar beurt overmaakt aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs, opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 26 april 1978, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 5 juli 1978 (Belgisch Staatsblad van 12 september 1978).

De raad van beheer van het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs bepaalt de praktische toepassingsmodaliteiten.

Art. 6.Partijen komen overeen om jaarlijks een evaluatieverslag en een financieel overzicht van de uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst neer te leggen op de Griffie van de Dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid tegen uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de collectieve arbeidsovereenkomst betrekking heeft. HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een bepaalde tijd. Zij heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en treedt buiten werking op 31 december 1998.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 januari 2002.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^