Koninklijk Besluit van 21 januari 2004
gepubliceerd op 30 januari 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de compensatie van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de aardgassector en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2004011034
pub.
30/01/2004
prom.
21/01/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

21 JANUARI 2004. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de compensatie van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de aardgassector en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, inzonderheid op artikel 15/10, § 2, vervangen door de wet van 20 maart 2003 en artikel 20/1, § 2;

Gelet op het voorstel van de CREG gegeven op 1 juli 2003;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 oktober 2003;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 19 december 2003;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Overwegende dat het passend is sociale voorwaarden te garanderen, inzonderheid op het vlak van de tarieven, rekening houdende met het feit dat energie een goed van eerste levensbehoefte is geworden, noodzakelijk voor de menselijke waardigheid;

Overwegende dat de wetgever bij de wet van 20 maart 2003 de duurzaamheid van de sociale tarieven toepasbaar op residentiële beschermde klanten met een bescheiden inkomen of in een kwetsbare situatie gegarandeerd heeft door de continuïteit van de sociale voordelen toegekend aan deze categorieën klanten te verzekeren in de aardgasmarkt;

Op de voordracht van Onze Minister van Energie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De definities vervat in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, hierna « de wet » genoemd, zijn van toepassing op dit besluit.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « residentiële beschermde klanten » : de eindafnemers van aardgas die aan de voorwaarden van toekenning van de sociale tarieven vastgesteld door het ministerieel besluit van 23 december 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 23/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003011619 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 12 december 2001 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en ministerieel besluit van 15 maart 2003 houdende vaststelling van maximumprijzen voor de sluiten houdende vaststelling van sociale maximum prijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie, voldoen;2° « sociale maximumprijzen » : de maximum-prijzen vastgesteld krachtens artikel 15/10, § 2, eerste lid van de wet;3° « fonds ten gunste van de residentiële beschermde klanten » : fonds beheerd door de commissie en opgericht ter financiering van de reële nettokost die resulteert uit de toepassing van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas.

Art. 2.De gasonderneming die residentiële beschermde klanten heeft bevoorraad tegen de sociale maximumprijzen, heeft recht op terugbetaling van het verschil tussen de sociale maximumprijs die hij heeft aangerekend aan de residentiële beschermde klanten en de normale prijs die hij aan diezelfde klanten zou hebben aangerekend indien zij niet beschermde klanten zouden zijn geweest.

Art. 3.De prijs bedoeld in artikel 2 van dit besluit is gelijk aan de normale marktprijs die de gasonderneming aanrekent aan niet beschermde klanten met gelijkaardige afname-karakteristieken.

Op de normale marktprijs die in rekening wordt gebracht bij de berekening van het verschil met de sociale maximumprijs mag de gasonderneming geen grotere verhouding verkoopprijs/aankoopprijs realiseren dan op de gemiddelde prijs aangerekend aan andere klanten met gelijkaardige afnamekarakteristieken.

Art. 4.Het verschil tussen de marktprijs en de sociale maximumprijs wordt voor elke residentieel beschermde klant berekend ter gelegenheid van elke facturatie.

Art. 5.De gasonderneming die residentiële beschermde klanten heeft bevoorraad tegen de sociale maximumprijzen, heeft bovendien recht op terugbetaling van de extra administratieve kosten die door de toepassing en opvolging van de sociale maximumprijzen worden veroorzaakt.

Art. 6.De afzonderlijke boekhouding bedoeld in artikel 15/10, § 2, tweede lid, van de wet omvat : 1° afzonderlijke omzetcijfers voor de residentiële beschermde klanten die aan sociale maximumprijzen gefactureerd worden;2° omzetcijfers van de onder 1° bedoelde klanten maar berekend met de normale tarieven van de gasonderneming, met dien verstande dat in deze tarieven de verhouding verkoop-prijs/aankoopprijs niet groter kan zijn dan het gemiddelde bij andere klanten van dezelfde gasonderneming met gelijkaardige afnamekarakteristieken;3° de bijkomende administratieve kosten veroorzaakt door de toepassing van de sociale maximumprijzen;4° een becijferde en met de boekhouding overeenstemmende uiteenzetting met betrekking tot de bruto toegevoegde waarde gerealiseerd door de gasonderneming op de bevoorrading van de residentiële niet beschermde klanten, met het oog op een controle op de redelijkheid van de kosten;5° de nettokost door de gasonderneming te recupereren van het fonds ten gunste van de residentiële beschermde klanten.

Art. 7.§ 1. Elke gasonderneming die een residentieel beschermde klant heeft bevoorraad tegen de sociale maximumprijs, dient de maand volgend op elk kwartaal een schuldvordering in bij de Commissie. § 2. Deze schuldvordering omvat, naast de vermelding van het totaal verschuldigde bedrag, een nominatieve lijst van de bevoorrade residentiële beschermde klanten, met vermelding van het gefactureerd bedrag, van het aan de normale marktprijs verschuldigde bedrag en van het verschil tussen de twee bedragen. Bij de schuldvordering wordt ook een overzicht gevoegd van de normale marktprijzen toegepast door de betrokken gasonderneming voor verschillende, door de Commissie nader te definiëren typeklanten.

De schuldvordering ingediend in de maand januari bevat bovendien een overzicht van de totale netto kosten veroorzaakt door de bevoorrading tegen sociale maximumprijzen en van de ontvangen terugbetalingen; deze schuldvordering geeft bovendien een omstandige opgave van de bijkomende administratieve kosten veroorzaakt door de toepassing en opvolging van de sociale maximumprijzen. § 3. De schuldvordering wordt ondertekend door een of meerdere personen met handtekeningsbevoegdheid voor de gasonderneming.

Art. 8.Het fonds ten gunste van de residentiële beschermde klanten neemt de conform de bepalingen van dit besluit ingediende en correct bevonden schuldvorderingen ten laste binnen de drie maanden na ontvangst ervan. Indien het fonds niet genoeg middelen bevat, wordt de betaling van de schuldvorderingen die niet meer konden voldaan worden uitgesteld tot de nodige middelen weer in het fonds voorhanden zijn.

Art. 9.De Commissie kan op elk moment controles ter plaatse uitvoeren bij om het even welke gasonderneming die een terugbetaling van de reële netto kost heeft ontvangen. De afzonderlijke boekhouding bedoeld in artikel 6 van dit besluit, samen met al haar verantwoordingsstukken, moeten steeds ter beschikking van de Commissie worden gehouden.

Eventuele geconstateerde onregelmatigheden geven aanleiding tot een terugstorting door de betrokken gasonderneming aan het fonds ten gunste van de residentiële beschermde klanten.

Art. 10.Inbreuken op de bepalingen van dit besluit worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van vijftig tot twintigduizend euro's of met één van die straffen alleen.

Art. 11.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004.

Art. 12.Onze Minister van Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 januari 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Energie, Mevr. F. MOERMAN

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^